Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2012:BX5593

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
21-08-2012
Datum publicatie
24-08-2012
Zaaknummer
HD 200.094.476 T
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMAA:2011:BP8845, Overig
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Incidentele vordering in hoger beroep tot overname procedure door pandhouder wordt gedeeltelijk toegewezen (225 Rv). Voor het resterende gedeelte volgt schorsing ex art. 27 Fw (hangt samen met 200.094.471).

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 27, geldigheid: 2012-08-21
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering 225, geldigheid: 2012-08-21
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RI 2012/100

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.094.476

arrest van de tweede kamer van 21 augustus 2012

op de incidentele vordering van:

[BEHEER] BEHEER B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

incidenteel eiseres,

advocaat: mr. J.H.M. Daniëls,

in de zaak van:

INFORMATIE TECHNOLOGIE FOR YOU PROJECTEN B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante,

advocaat: mr. J.H.M. Daniëls,

tegen:

1. QMAGIC IT PROFESSIONALS B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

2. QMAGIC UITZENDBUREAU B.V.

gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerden,

advocaat: mr. M.J. de Best,

op het bij exploot van dagvaarding van 22 juni 2011 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Maastricht in conventie en in reconventie gewezen vonnis van 23 maart 2011 tussen appellante - IT4U - als gedaagde in conventie/eiseres in reconventie en geïntimeerden als eiseressen in conventie/verweersters in reconventie.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 147325 / HA ZA 10-43)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

Bij dat vonnis van 23 maart 2011 is IT4U in conventie veroordeeld om aan ieder van geïntimeerden geldbedragen te betalen waarbij de proceskosten tussen partijen zijn gecompenseerd. Voor het overige zijn de vorderingen van geïntimeerden afgewezen.

In reconventie vorderde IT4U de veroordeling van geïntimeerden tot betaling aan haar van € 321.833,69 vermeerderd met rente en kosten. Bij genoemd vonnis heeft de rechtbank deze vordering afgewezen met veroordeling van IT4U in de kosten van de procedure.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. IT4U heeft de appeldagvaarding, waarin geen grieven zijn opgenomen, ingeschreven op de aangezegde roldatum van 27 september 2011. Geïntimeerden zijn op die roldatum in de procedure verschenen.

Op de rol van 6 december 2011 heeft [Beheer] Beheer een incidentele memorie tot overname van de procedure genomen. Zij stelt hiertoe als pandhouder gerechtigd te zijn.

2.2. Op de rol van 3 januari 2012 hebben geïntimeerden een akte overlegging producties genomen. Zij hebben daarbij onder meer het vonnis van de rechtbank Maastricht van 23 augustus 2011 in het geding gebracht waarbij IT4U in staat van faillissement is verklaard.

[Beheer] Beheer heeft hierop een antwoordakte genomen.

2.3. Vervolgens heeft de rolraadsheer bij rolbeslissing aan partijen nadere inlichtingen gevraagd. Aan [Beheer] Beheer is gevraagd zich bij akte uit te laten over de volgende vragen:

- welke vordering(en), die inzet is/zijn van de procedure in hoger beroep, valt/vallen onder het gestelde pandrecht?

- wat is de invloed van de schorsingsgronden ingevolge art. 27-29 Faillissementswet op de aldus verwoorde vorderingen?

Aan geïntimeerden is gevraagd daarop bij antwoordakte te reageren.

2.4.[Beheer] Beheer heeft hierna een akte genomen, waarop geïntimeerden, onder overlegging van een productie, bij akte van 3 april 2012 hebben gereageerd.

2.5. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

De onder 2.4. genoemde stukken ontbreken in het dossier van [Beheer] Beheer.

Deze zaak hangt samen met de zaak onder nummer 200.094.471 tussen Bureau voor schuldhulp BV en Qmagic It Profesionals BV, Xcent ict Services B.V. en Qmagic Uitzendbureau BV. In die zaak zal vandaag eveneens arrest worden gewezen.

3. De beoordeling

in het incident

3.1.1.In haar incidentele memorie stelt [Beheer] Beheer dat zij als pandhouder wenst tussen te komen en de procedure wenst over te nemen. [Beheer] Beheer heeft daaraan ten grondslag gelegd dat “De vordering van appellante is verpand aan [Beheer] Beheer B.V.”. [Beheer] Beheer heeft daarbij een stampandakte van 31 mei 2006 en de laatst geregistreerde pandlijst overgelegd.

Op de vragen van het hof heeft [Beheer] Beheer geantwoord dat deze zaak samenhangt met de procedure tussen Bureau voor subsidiehulp BV en Qmagic cs en dat uiteraard alleen de reconventionele vordering in eerste aanleg onder het pandrecht van [Beheer] Beheer valt.

[Beheer] Beheer beroept zich voorts op een brief van de curator van IT4U van 22 september 2011 waarin deze instemt met het aanbrengen van de appeldagvaarding in deze zaak op voorwaarde dat [Beheer] Beheer de boedel vrijwaart van iedere mogelijke hiermee samenhangende verplichting. De curator stelt verder als voorwaarde dat een bedrag van € 40.000,= moet worden gegarandeerd in verband met de risico’s voor de boedel.

[Beheer] Beheer stelt aan de voorwaarden van de curator te hebben voldaan.

Van toepassing van art. 27-29 Faillissementswet kan volgens [Beheer] Beheer geen sprake meer zijn.

3.1.2.In hun antwoordakte concluderen geïntimeerden dat [Beheer] Beheer niet-ontvankelijk in haar incidentele vordering moet worden verklaard. Zij voeren hiertoe aan dat de rechtbank in het bestreden vonnis de overeenkomsten, die ten grondslag liggen aan de verpande vorderingen aan [Beheer] Beheer, nietig heeft verklaard omdat ze in strijd zijn met de openbare orde en goede zeden. In verband met de terugwerkende kracht daarvan hebben de verpande vorderingen achteraf bezien nooit bestaan en heeft [Beheer] Beheer dus geen pandrecht verkregen.

Subsidiair voeren geïntimeerden aan dat [Beheer] Beheer slechts gedeeltelijk ontvankelijk is in haar vordering nu de verpande vorderingen € 240.270,12 bedragen.

3.1.3.Het hof stelt voorop dat [Beheer] Beheer niet geheel duidelijk is over het karakter van haar vordering. In haar incidentele memorie stelt zij eerst te willen tussenkomen, waarna zij vervolgens het hof verzoekt te bepalen dat [Beheer] Beheer ‘als pandhouder de procedure namens appellante mag overnemen en verder mag voeren’.

Nu [Beheer] Beheer verder geen vordering tegen IT4U heeft ingesteld, gaat het hof ervan uit dat [Beheer] Beheer met haar incidentele vordering niet het oog heeft gehad op een vordering tot tussenkomst in de zin van art. 217 Rv.

Nu partijen niet hebben gedebatteerd over de vraag of aan geïntimeerden de stille verpanding is medegedeeld, gaat het hof er vooralsnog van uit dat die mededeling is gedaan. Door deze mededeling is de inningsbevoegdheid van de vordering op de pandhouder overgegaan en is de pandgever in beginsel niet meer bevoegd de vordering in rechte te incasseren. De zeggenschap over het procesbeleid ten aanzien van de verpande vordering gaat daarmee over van de pandgever op de pandhouder. Gelet hierop gaat het hof ervan uit dat [Beheer] Beheer met haar vordering het oog heeft op de schorsing en hervatting zoals bepaald in art. 225 en 227 Rv.

3.1.4.Het hof overweegt dat de incidentele vordering van [Beheer] Beheer uitdrukkelijk alleen betrekking heeft op de reconventionele vordering in eerste aanleg en op de positie van [Beheer] Beheer als pandhouder van (een) vordering(en) op geïntimeerden.

[Beheer] Beheer heeft er belang bij om te voorkomen dat het vonnis in reconventie onherroepelijk wordt nu zij alsdan gebonden kan zijn aan het gezag van gewijsde. Ook heeft [Beheer] Beheer er belang bij om de afwijzing van de reconventionele vordering in hoger beroep aan het oordeel van het hof voor te leggen en alsnog de toewijzing van verpande vorderingen te bepleiten. Het hof zal de incidentele vordering dan ook toewijzen zoals nader te bepalen.

3.1.5.Het door geïntimeerden primair gevoerde verweer kan het hof in het kader van de incidentele vordering niet beoordelen. De beoordeling of de rechtbank terecht en op juiste gronden de overeenkomsten, die ten grondslag liggen aan de verpande vorderingen aan [Beheer] Beheer, nietig heeft verklaard wegens strijd met de openbare orde en goede zeden zal inzet van het debat in de hoofdzaak kunnen zijn. Hetzelfde geldt voor de vraag of [Beheer] Beheer in verband met de terugwerkende kracht van een eventuele nietigheid achteraf bezien nooit een pandrecht heeft verkregen.

3.1.6.Het overnemen en voortzetten van de procedure door [Beheer] Beheer als pandhouder kan uiteraard niet verder gaan dan dat haar pandrecht reikt. Geïntimeerden hebben in dit verband hun subsidiaire verweer aangevoerd. [Beheer] Beheer heeft hier weliswaar nog niet op gereageerd, maar zij heeft zich ter ondersteuning van haar incidentele vordering niet op meer of andere vorderingen beroepen dan door geïntimeerden genoemd. Naar het voorlopig oordeel van het hof blijft de overname van de procedure door [Beheer] Beheer derhalve beperkt tot de door geïntimeerden genoemde vorderingen. In het dictum zal om die reden de incidentele vordering tot overname van de procedure worden toegewezen voor zover de inningsbevoegdheid van [Beheer] Beheer reikt.

3.1.7.Het hof overweegt voorts dat uit de incidentele memorie en de nadere aktes de kennelijke bedoeling van [Beheer] Beheer volgt om de procedure te hervatten op grond van art. 227 lid 1 aanhef en onder b Rv. Zij vraagt immers verder te mogen procederen.

Geïntimeerden hebben van deze processtukken kennis genomen zonder daaraan een zelfstandig verweer tegen een hervatting op die grond te ontlenen.

Het hof zal derhalve bepalen dat de procedure zal worden hervat.

3.1.8.De beslissing over de kosten van het incident zal worden aangehouden tot het eindarrest.

in de hoofdzaak

in conventie

3.2.De inzet van de procedure in eerste aanleg in conventie waren de rechtsvorderingen van geïntimeerden tot veroordeling van IT4U tot betaling van geldbedragen aan hen. Aldus hebben, thans na het faillissement, de rechtsvorderingen de voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel. Ingevolge art. 29 Faillissementswet is de onderhavige procedure daarom van rechtswege geschorst. Gesteld noch gebleken is dat de verificatie van de vorderingen (reeds) is betwist.

in reconventie

3.2.1.De in eerste aanleg door IT4U als schuldenaar ingestelde vordering in reconventie valt onder de werking van art. 27 Faillissementswet. Bij hun akte van 3 april 2012 verzoeken geïntimeerden schorsing van de procedure teneinde de curator in het geding te roepen het geding over te nemen.

3.2.2.Het hof zal geïntimeerden geen gelegenheid geven de curator in het geding te roepen voor zover het het gedeelte van de reconventionele vordering betreft dat door [Beheer] Beheer als pandhouder is overgenomen. [Beheer] Beheer heeft onbetwist gesteld dat de curator met deze overname op grond van het pandrecht van [Beheer] Beheer heeft ingestemd zodat iedere zin ontvalt aan een oproeping van de curator op grond van art. 27 Faillissementswet voor dat deel van de reconventionele vordering.

3.2.3.Het staat echter vast dat de in eerste aanleg door IT4U als schuldenaar ingestelde vordering in reconventie meer omvat dan het gedeelte waarvoor de incidentele vordering tot overname door [Beheer] Beheer is ingesteld. Voor het meerdere kan het verzoek van geïntimeerden tot schorsing en oproeping dan ook worden toegewezen.

3.2.4.Het hof overweegt dat [Beheer] Beheer als volgende proceshandeling een memorie van grieven kan nemen in de procedure voor zover zij de reconventie heeft overgenomen. Alvorens [Beheer] Beheer daartoe een termijn te stellen zal het hof geïntimeerden eerst in de gelegenheid stellen de curator in het geding te roepen voor het resterende deel van de reconventie.

3.2.5.Het hof beveelt partijen voorts om in hun nog te nemen memories informatie te geven over de verificatie van de in conventie toegewezen bedragen.

3.3.Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4. De uitspraak

Het hof:

in het incident

4.1.wijst toe de incidentele vordering van [Beheer] Beheer tot overname en hervatting van de procedure in reconventie, doch niet verder dan dat de inningsbevoegdheid van [Beheer] Beheer reikt;

4.2.wijst af het meer of anders gevorderde;

4.3.houdt de beslissing over de kosten in het incident aan tot het eindarrest;

in de hoofdzaak

4.4.verstaat dat de zaak in conventie van rechtswege is geschorst;

4.5.stelt geïntimeerden in reconventie, voor zover niet overgenomen door [Beheer] Beheer, in de gelegenheid de curator in het geding te roepen en verwijst de zaak daartoe naar de rol van 18 september 2012;

4.6.houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.A.M. van Schaik-Veltman, S.M.A.M. Venhuizen en J.C.J. Van Craaikamp en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 21 augustus 2012.