Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2012:BX2913

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
24-07-2012
Datum publicatie
27-07-2012
Zaaknummer
HD 200.085.568 E
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Wet op het consumentenkrediet. Persoonlijke lening. Vervroegde opeising. Vordering alleen toegewezen tegen kredietnemer/onderbewindgestelde. Hoofdelijke veroordeling (beschermings)bewindvoerder afgewezen.

Wetsverwijzingen
Wet op het consumentenkrediet 33
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.085.568

arrest van de tweede kamer van 24 juli 2012

in de zaak van

de naamloze vennootschap SNS Bank N.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante,

advocaat: mr. M.E.G. Murris,

tegen:

1. [geïntimeerde 1],

wonende te Maastricht, en

2. Jacqueline Emilie Catharine Goessens,

h.o.d.n. Goessens Bewindvoering en Budgetbeheer,

in haar hoedanigheid van bewindvoerder in het over het

vermogen van [geïntimeerde 1] ingestelde bewind,

wonende en kantoorhoudende te Maastricht,

geïntimeerden,

advocaat: mr. L.W.M. Hendriks,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 28 februari 2012 in het hoger beroep van het door de rechtbank Maastricht, sector kanton, locatie Maastricht onder zaaknummer 390065 CV EXPL 10-3940 gewezen vonnis van 22 december 2010.

6. Het tussenarrest van 28 februari 2012

Bij genoemd arrest is SNS in de gelegenheid gesteld nadere informatie te verschaffen over de opbouw van het door haar uit hoofde van de kredietovereenkomst persoonlijke lening in hoofdsom gevorderde bedrag van € 8.628,42. Iedere verdere beslissing is aangehouden.

7. Het verdere verloop van de procedure

7.1. SNS heeft een antwoordakte na tussenarrest met aanvullende producties genomen, waarop [geïntimeerde 1] en Goessens q.q. bij antwoordakte na tussenarrest hebben gereageerd.

7.2. Partijen hebben de gedingstukken opnieuw overgelegd voor uitspraak.

8. De verdere beoordeling

8.1. In haar antwoordakte heeft SNS toegelicht dat in het saldo van de kredietovereenkomst persoonlijke lening per 20 november 2008 van € 8.628,42 geen niet verdiende kredietvergoeding is begrepen. Gezien deze – met producties gestaafde – toelichting en de erkenning van [geïntimeerde 1] en Goessens q.q. dat de restanthoofdsom te betitelen is als het verschuldigde in de zin van artikel 33 aanhef en onder c Wck, kan het door SNS uit hoofde van de kredietovereenkomst persoonlijke lening gevorderde bedrag van € 9.589,06 (het saldo per 6 mei 2011) alsnog worden toegewezen, met dien verstande dat het hof de door [geïntimeerde 1] en Goessens q.q. gesignaleerde rekenfout zal corrigeren door op dit bedrag € 16,-- (€ 12,94 met de rente tot en met 6 mei 2011) in mindering te brengen.

8.2. Wat betreft de vordering uit hoofde van de overeenkomst privérekening heeft het hof in het tussenarrest van 28 februari 2012 geoordeeld dat [geïntimeerde 1] in verzuim is voor zover hij het bedrag van € 2.008,88, waarvoor hij bij brief van 1 augustus 2008 in gebreke is gesteld, onbetaald heeft gelaten. Dat betekent dat het door SNS gevorderde bedrag van € 402,26 alsnog kan worden toegewezen.

8.3. Het hof zal de vordering op naam van [geïntimeerde 1] toewijzen nu hij als materiële procespartij naast Goessens q.q. mede in het geding is geroepen en voor de gevorderde hoofdelijke veroordeling geen grondslag is gesteld.

8.4. Het voorgaande betekent dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd. In de omstandigheid dat de afwijzing in eerste aanleg mede aan SNS zelf is te wijten door onvoldoende onderbouwing van de vordering, ziet het hof aanleiding om de proceskosten in eerste aanleg te compenseren. Als de in het ongelijk gestelde partij zal [geïntimeerde 1] worden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. Het hof gaat ervan uit dat het mede in het geding betrekken van de bewindvoerder geen extra kosten heeft veroorzaakt.

9. De uitspraak

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep;

opnieuw rechtdoende:

veroordeelt [geïntimeerde 1] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan SNS te betalen:

- een bedrag van € 9.573,06, vermeerderd met de contractuele rente van 9,71% per jaar vanaf 7 mei 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

- een bedrag van € 402,26, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening;

compenseert de proceskosten van de eerste aanleg aldus dat elke partij de eigen kosten draagt;

veroordeelt [geïntimeerde 1] in de proceskosten van het hoger beroep, welke kosten tot op heden aan de zijde van SNS worden begroot op € 739,81 aan verschotten en op € 894,-- aan salaris advocaat;

verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.A.M. van Schaik-Veltman, S.M.A.M. Venhuizen en J.C.J. van Craaikamp en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 24 juli 2012.