Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2012:BX2726

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
25-07-2012
Datum publicatie
25-07-2012
Zaaknummer
20-000564-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Poging tot mishandeling met voorbedachte raad door het toesturen van bonbons waaraan muizenkorrels zijn toegevoegd.

Voorwaardelijk opzet: aanmerkelijk kans op benadeling van de gezondheid? Bewuste aanvaarding?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer : 20-000564-12

Uitspraak : 25 juli 2012

TEGENSPRAAK

Promis

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 27 januari 2012 in de strafzaak met parketnummer 01-845168-11 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1967],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende in Amsterdam PPC te Amsterdam.

Hoger beroep

Bij voormeld vonnis heeft de rechtbank:

- de verdachte vrijgesproken van het primair en subsidiair tenlastegelegde;

- het meer subsidiair tenlastegelegde bewezen verklaard en dit gekwalificeerd als bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

- de verdachte hiervoor niet strafbaar verklaard en haar ontslagen van alle rechtsvervolging;

- de maatregel opgelegd van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis;

- beslissingen genomen over inbeslaggenomen goederen.

De verdachte heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, zal bewezen verklaren hetgeen aan verdachte onder het subsidiair ten laste is gelegd en de verdachte ter zake daarvan zal ontslaan van alle rechtsvervolging, met last dat aan de verdachte de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis zal worden opgelegd.

Door de verdediging is vrijspraak bepleit van de gehele tenlastelegging. In geval van een bewezenverklaring, is bepleit om verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging en geen straf of maatregel op te leggen.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

primair:

zij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 30 maart 2011 tot en met 2 april 2011 te Uden en/of Veghel en/of Horn, althans in Nederland, (telkens) ter uitvoering van het door haar voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade (na kalm beraad en rustig overleg)

- Dhr. en/of Mw. [slachtoffer 1] en/of diens/hun gezinsleden en/of

- Dhr. en/of Mw. [slachtoffer 2] en/of diens/hun gezinsleden en/of

- Dhr. [slachtoffer 3] en/of Mw. [slachtoffer 4] en/of diens/hun gezinsleden

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, (telkens) met dat opzet en na kalm en rustig overleg bonbons/chocolade, waaraan (door haar) muizengif, althans een giftige en/of voor de gezondheid schadelijke stof, was toegevoegd per post aan genoemd(e) perso(o)n(en) heeft verzonden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid;

subsidiair:

zij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 30 maart 2011 tot en met 2 april 2011 te Uden en/of Veghel en/of Horn, althans in Nederland, (telkens) ter uitvoering van het door haar voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade (na kalm beraad en rustig overleg)

- Dhr. en/of Mw. [slachtoffer 1] en/of diens/hun gezinsleden en/of

- Dhr. en/of Mw. [slachtoffer 2] en/of diens/hun gezinsleden en/of

- Dhr. [slachtoffer 3] en/of Mw. [slachtoffer 4] en/of diens/hun gezinsleden

te mishandelen, (telkens) met dat opzet en na kalm en rustig overleg bonbons/chocolade, waaraan (door haar) muizengif, althans een giftige en/of voor de gezondheid schadelijke stof, was toegevoegd per post aan genoemd(e) perso(o)n(en) heeft verzonden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid;

meer subsidiair:

zij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 30 maart 2011 tot en met 2 april 2011 te Uden en/of Veghel en/of Horn, althans in Nederland,

- Dhr. en/of Mw. [slachtoffer 1] en/of diens/hun gezinsleden en/of

- Dhr. en/of Mw. [slachtoffer 2] en/of diens/hun gezinsleden en/of

- Dhr. [slachtoffer 3] en/of Mw. [slachtoffer 4] en/of diens/hun gezinsleden

(telkens) heeft bedreigd met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen of gemeen gevaar voor de verlening van diensten ontstaat en/of met enig misdrijf tegen het leven gericht, door (telkens) bonbons/chocolade, waaraan (door haar) (telkens) muizengif, althans een giftige en/of voor de gezondheid schadelijke stof, was toegevoegd per post aan genoemd(e) perso(o)n(en) te verzenden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij meermalen in de periode van 30 maart 2011 tot en met 2 april 2011 te Uden en/of Veghel en/of Horn, telkens ter uitvoering van het door haar voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade (na kalm beraad en rustig overleg)

- Dhr. en/of Mw. [slachtoffer 1] en/of hun gezinsleden en

- Dhr. en/of Mw. [slachtoffer 2] en/of hun gezinsleden en

- Dhr. [slachtoffer 3] en/of Mw. [slachtoffer 4] en/of hun gezinsleden

te mishandelen, telkens met dat opzet en na kalm en rustig overleg bonbons, waaraan door haar muizengif (een voor de gezondheid schadelijke stof), was toegevoegd per post aan genoemde personen heeft verzonden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf telkens niet is voltooid.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

1. Een proces-verbaal van aangifte, d.d. 12 april 2011, voor zover inhoudende een verklaring van aangever [slachtoffer 1]:

p. 123 en 124

Op zaterdag 2 april 2011 tussen 10.00 uur en 13.00 uur heeft de postbode een envelop bij onze woning, aan de [adres] te [woonplaats], in de brievenbus gegooid.

Op de voorzijde van de envelop zat een sticker geplakt met daarop het volgende geprint:

de heer/ mevrouw

[adres]

[woonplaats]

Mijn vrouw heeft de envelop opengemaakt. Zij zag dat er chocolade inzat. Het betrof zeebanket. Mijn vrouw zag dat het een gebruikt doosje was. Er zat geen folie om het doosje.

Op woensdag 6 april 2011 in de ochtend keek ik weer naar het doosje chocolade. Ik zag dat de chocolade was gemanipuleerd. Ik zag gelijk dat het rattengif was. Ik zag dat er veel rode korreltjes in de chocolade zat. Ik schrok enorm.

In het weekend van 2 april 2011 heeft onze oudste zoon van 16 jaar van de chocolade gegeten. Onze zoon weet niet precies hoeveel chocolaatjes hij heeft gegeten. Er ontbreken ongeveer 7 a 8 chocolaatjes.

We hebben onder andere ook nog een dochter van 5 jaar. Ik wil niet weten wat er zou zijn gebeurd als zij er van gegeten zou hebben.

p. 126

Op woensdag 6 april 2011 heb ik het pakket afgegeven bij de politie.

2. Een proces-verbaal van aangifte, d.d. 28 april 2011, voor zover inhoudende een verklaring van aangever [slachtoffer 2]:

p. 139 en 140

Op vrijdag 1 april 2011 omstreeks 12.30 uur was ik thuis in de [adres] te [woonplaats], samen met mijn zoon. Ik hoorde dat er post door de brievenbus viel. Tussen de post zat een pakketje. Mijn zoon zag dat het aan ons gericht was, dus opende hij het pakketje. Toen hij het pakketje openmaakte zag hij dat er rode korrels uit de envelop vielen. Hij zag verder dat er in het pakketje een doosje bonbons, zeebanket Praline Superieur J.D. Gross, 250 gram, zat.

Te zien was dat verschillende bonbons geplet waren en dat daarin rode kleine korreltjes zaten. Deze korreltjes zaten ook in het plastic doosje waarin de bonbons zaten. Er waren ook bonbons heel gebleven maar daar zat wel een klein gaatje in, vermoedelijk om daar gif in te doen. Volgens aangever betrof dit rattengif. Het was overduidelijk te zien dat er wat mankeerde aan deze bonbons.

Het adres van de aangever klopte, alleen stond er geen naam bij, alleen de tekst: meneer en mevrouw, gevolgd door de postcode en het adres.

3. Een proces-verbaal van aangifte, d.d. 29 april 2011, voor zover inhoudende een verklaring van aangever [slachtoffer 4]:

p. 144 en 145

Op vrijdag 1 april 2011 omstreeks 15.00 uur was ik gewoon thuis. Ik heb de brievenbus leeg gemaakt. Ik zag een gele envelop. Ik zag dat de envelop geadresseerd was aan “meneer/ mevrouw, [adres] 20, [woonplaats].

Ik heb de cadeauverpakking verwijderd en zag een doos, Pralines Superieurs zeevruchten, van het merk J.D. Gross. Ik zag dat het doosje een gewicht had van 250 gram. Ik zag dat de pralines gesmolten en geplet waren.

Op woensdag 27 april 2011 zag ik dat er op de bonbons een rode stof zat. Dat had ik op vrijdag 1 april nog niet gezien. Nu zag ik ook dat er geen plastic folie om de doos zat.

Ik had het vermoeden dat het rode stof rattengif is.

De bonbons sta ik aan u af voor verder onderzoek.

4. Een proces-verbaal van kennisgeving van inbeslagneming, opgemaakt door verbalisant [B], blz. 40 en 41:

Eigenaar: [verdachte]

Adres: [adres]

Postcode plaats: [woonplaats]

Categorie omschrijving:Chemische producten

Object: Vergif

Aantal: 1 Pak

Inhoud: Pets place tas met een pak met opschrift muizenkorrels, daarin zitten losse zakjes met rode korrels

Bijzonderheden: Aangetroffen in vitrinekast in woonkamer

5. Een stam proces-verbaal, voor zover inhoudende een relaas van onderzoek, blz. 15:

Onderzoek bonbons NFI

In opdracht van de Officier van Justitie mr. K. Gerritsen zijn de dozen bonbons opgestuurd naar het NFI.

6. Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 4, van het Wetboek van Strafvordering, te weten een deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut, d.d. 10 oktober 2011, opgemaakt door dr. K.J. Lusthof, inhoudende het toxicologisch onderzoek in bonbons:

p. 3

In de aanvraag onderzoek NFI wordt het delict als volgt kort omschreven:

“[…] De drie dozen bonbons werden veiliggesteld. Uit nader onderzoek werd een verdachte bekend, waarna doorzoeking in de woning van de verdachte heeft plaatsgevonden. In deze woning werd een doos Finion Frap Muizenkorrels aangetroffen. In deze doos zitten van origine 8 zakjes a 25 gram muizenkorrels. In de doos werden nog 5 zakjes aangetroffen.”

p. 4 en 5

5. Resultaten

Stof Onderzocht materiaal Resultaat

Difethialon Finion Frap Muizenkorrels [AACO6738NL]

Bonbons [AACV9725NL]

Bonbons [AACO7376NL]

Bonbons [AACO7375NL] Aangetoond

Aangetoond

Aangetoond

Aangetoond

6. Interpretatie van resultaten

Difethialon

Difethialon is de werkzame stof van Finion Frap Muizenkorrels. Difethialon remt de bloedstolling en kan daardoor bloedingen veroorzaken. Effecten kunnen optreden na 36 tot 72 uur na inname difethialon.

Ten gevolge van een verstoorde bloedstolling kunnen in theorie wel effecten optreden die secundair kunnen leiden tot zwaar lichamelijk letsel.

Kinderen die muizenkorrels met als werkzame stof brodifacoum (een vergelijkbare stof als difethialon) innamen (dosis: een handvol tot een heel zakje) hadden als enige symptomen: spontaan braken, buikpijn, bloed in de ontlasting (tijdelijk) en een verlengde stollingstijd. Buikpijn werd ook bij volwassenen gemeld na inname van middelen die chemisch en qua werking sterk op difethialon lijken.

p. 6

7. Conclusie

1. In de bonbons is difethialon aangetoond. Dit is dezelfde werkzame stof als in Finion Frap muizenkorrels.

2. […]

3. Na inname van één of twee bonbons vallen weinig lichamelijk nadelige effecten te verwachten; mogelijk kan een licht effect op de bloedstolling en/ of lichte misselijkheid optreden.

7. Een proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 4 mei 2011, voor zover inhoudende een verklaring van verdachte [verdachte]:

p. 50

Mensen gaan er niet dood van. Misschien alleen wat buikpijn.

Ik heb het zelf uitgeprobeerd.

p. 54

V: Heb je dit pakketje gemaakt?

A: Ja.

V: Waar heb je de dozen (het hof begrijpt: de dozen met bonbons) gekocht?

A: Gewoon in de winkel bij de Lidl of de Em-Te.

8. De verklaring van verdachte [verdachte] zoals afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg, d.d. 13 januari 2012, voor zover inhoudende:

Ik heb pakketjes verstuurd. Het klopt dat muizengif iets met die pakketjes te maken had. Het klopt dat ik pakketjes met daarin bonbons met muizengif naar die adressen heb gestuurd. Ik heb drie pakketjes verzonden. Ik was alleen en ik miste mijn familie. Toen heb ik een paar mensen uitgekozen en heb ik de pakketjes gestuurd. Dat was mijn manier om hen te vertellen dat ik mij niet lekker voelde.

Ik heb wel een pakketje naar het adres van [slachtoffer 1] gestuurd. Ik heb haar een pakketje met daarin bonbons met muizengif gestuurd.

Het kan zijn dat ik het tweede pakketje naar het adres van [slachtoffer 4] - [slachtoffer 3] heb getuurd. Ik heb een lijst waarop 15 personen stonden. [slachtoffer 4] - [slachtoffer 3] en Van [slachtoffer 1] stonden op die lijst.

Ik heb het derde pakketje naar [slachtoffer 2] gestuurd.

Ik heb de muizenkorrels ongeveer een maand voordat ik die pakketjes heb verstuurd gekocht.

9. De verklaring van verdachte [verdachte] zoals afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep, d.d. 11 juli 2012, voor zover inhoudende:

Het klopt dat ik pakketjes naar die drie adressen heb gestuurd. Ik was heel verdrietig, ik wilde niet scheiden.

[slachtoffer 1] stond op mijn lijstje. Ik had een lijstje van mensen in mijn praatgroep. [slachtoffer 4] stond ook op de lijst. Ik heb niet naar alle mensen op de lijst pakketjes gestuurd. Deze adressen had ik gevonden.

Ik was verdrietig, daarom stuurde ik de pakketjes.

De voorzitter vraagt mij of ik van plan was de pakketjes te sturen toen ik het muizengif kocht. Ja. Ik heb het muizengif zelf ook gegeten en geproefd.

De oudste raadsheer vraagt mij of ik buikpijn kreeg van het muizengif. Dat kan. Het was irritant en op de verpakking stond dat je veel water moest drinken. Ik heb heel erg veel water gedronken. Op de verpakking stond dat je veel water moest drinken.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

De verdediging heef ter terechtzitting bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair en subsidiair tenlastegelegde, omdat - zoals ook door de rechtbank is geoordeeld - door het handelen van de verdachte geen aanmerkelijke kans is ontstaan op zwaar lichamelijk letsel respectievelijk op pijn, letsel of benadeling van de gezondheid

Het hof overweegt als volgt.

Uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte muizengifkorrels van het merk Finion Frap en drie dozen bonbons van 250 gram heeft gekocht, dat zij deze korrels op/in de bonbons heeft gedaan en vervolgens deze drie dozen aldus bewerkte bonbons per post heeft verstuurd naar een drietal adressen, op welke adressen de in de tenlastelegging genoemde families woonachtig waren. De verdachte heeft verklaard dat zij deze mensen geen kwaad wilde doen, maar dat dit haar manier was om te laten weten dat zij zich niet lekker voelde. De verdachte heeft niet uitgelegd waarom zij juist deze drie adressen heeft uitgezocht.

Het hof moet de vraag beantwoorden of het opzet van de verdachte was gericht op het toebrengen van (primair) zwaar lichamelijk letsel of (subsidiair) pijn, letsel of benadeling van de gezondheid.

Bij de beoordeling van het verweer moet het volgende worden vooropgesteld. Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg - zoals hier zwaar lichamelijk letsel, dan wel pijn, letsel of benadeling van de gezondheid - is aanwezig indien de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dit gevolg zal intreden. Het zal moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregelen aanmerkelijk is te achten

De beantwoording van de vraag of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Er is geen grond de inhoud van het begrip 'aanmerkelijke kans' afhankelijk te stellen van de aard van het gevolg. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregelen aanmerkelijk is te achten.

Uit het deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut, d.d. 10 oktober 2011, opgemaakt door dr. K.J. Lusthof, omtrent het toxicologisch onderzoek in bonbons, blijkt het volgende (blz. 4-6):

“In de bonbons is de stof difethialon aangetoond. Difethialon is de werkzame stof van Finion Frap Muizenkorrels. Difethialon remt de bloedstolling en kan daardoor bloedingen veroorzaken. Bij het NFI zijn geen overlijdensgevallen van de mens bekend na inname van difethialon. Ten gevolge van een verstoorde bloedstolling kunnen in theorie wel effecten optreden die secundair kunnen leiden tot zwaar lichamelijk letsel. Voorbeelden: het optreden van een hersenbloeding kan uiteindelijk leiden tot hersenschade en daardoor tot een zware lichamelijke functiestoornis; massale bloeding kan leiden tot bewustzijnsverlies en weefselschade door een slechte zuurstofvoorziening. Deze voorbeelden zijn beschreven na inname van brodifacoum (een vergelijkbare stof als difethialon). Voor difethialon is de mogelijkheid tot zwaar lichamelijk letsel dus waarschijnlijk theoretisch. Kinderen die muizenkorrels met als werkzame stof brodifacoum innamen (dosis: een handvol tot een heel zakje) hadden als enige symptomen: spontaan braken, buikpijn, bloed in de ontlasting (tijdelijk) en een verlengde stollingstijd. Buikpijn werd ook bij volwassenen gemeld na inname van middelen die chemisch en qua werking sterk op difethialon lijken.

In 5 gram Finion Frap Muizenkorrels (de geschatte hoeveelheid in één of twee bonbons) is 0,125 mg difethialon aanwezig. Een bloedverdunnend effect treedt bij ratten op na een inname/toediening van een dosis van ongeveer 0,1 mg per kg lichaamsgewicht. Bloedverdunning kan bij een mens leiden tot bijvoorbeeld het eerder of uitgebreider optreden van blauwe plekken na vallen of stoten. Een vergelijking met ratten op basis van lichaamsgewicht kan een grove indruk geven van de toxiciteit van een stof. Een dosis van ongeveer 0,1 mg per kg lichaamsgewicht zou voor een mens van 70 kg overeenkomen met een dosis van ongeveer 7,0 mg difethialon. De hoeveelheid muizenkorrels in één of twee bonbons lijkt gering ten opzichte van de hoeveelheid die bij ratten bloedverdunning veroorzaakt, zelfs wanneer rekening wordt gehouden met de mogelijke verschillen tussen een mens en een rat.

De volgende conclusies worden getrokken:

1. In de bonbons is difethialon aangetoond. Dat is dezelfde werkzame stof als in Finion Frap muizenkorrels, waarvan een monster als referentiemateriaal is bijgevoegd;

2. Inname van de korrels die zijn verwerkt in de bonbons is alleen in zeer grote hoeveelheden schadelijk voor de gezondheid;

3. Na inname van één of twee bonbons vallen weinig lichamelijk nadelige effecten te verwachten; mogelijk kan een licht effect op de bloedstolling en/of lichte misselijkheid optreden.”

Gelet op de in het toxicologisch onderzoek getrokken conclusies is het hof, met de advocaat-generaal en de verdediging, van oordeel dat door de gedragingen van de verdachte geen aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel in het leven is geroepen. Daarvoor was de dosis difethialon in een doos bonbons eenvoudigweg niet toereikend. Daarom wordt de verdachte vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit.

Het hof is wel van oordeel dat er sprake was van een aanmerkelijke kans op het toebrengen van pijn, letsel of benadeling van de gezondheid.

Ingevolge artikel 300, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt met mishandeling gelijkgesteld opzettelijke benadeling van de gezondheid.

Tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte is een doos Finion Frap Muizenkorrels aangetroffen. Uit het proces-verbaal d.d. 13 juli 2011, opgemaakt door de brigadier van politie [A], inhoudende een aanvraag tot benoeming van een toxicologisch deskundige blijkt dat in deze doos van origine 8 zakjes à 25 gram muizenkorrels zitten. In de doos werden nog vijf zakjes aangetroffen. Drie zakjes muizenkorrels ontbraken.

Blijkens het rapport van het NFI kan inname van een zakje muizenkorrels met als werkzame stof brodifacoum (een vergelijkbare stof als difethialon) bij kinderen al spontaan braken, buikpijn, bloed in de ontlasting (tijdelijk) en een verlengde stollingstijd veroorzaken.

Inname van één of twee bonbons met difethialon kan mogelijk een licht effect op de bloedstolling en/of lichte misselijkheid veroorzaken. Het hof neemt verder in aanmerking dat de kans bestond dat een bewoner op een van de adressen waarheen de bonbons zijn gestuurd (veel) meer dan één of twee bonbons zou eten. In dit verband wijst het hof op de verklaring van een van de aangevers, [slachtoffer 1] (p. 124) dat zijn oudste zoon van 16 jaar in het weekeinde van 2 april 2011 van de chocolade heeft gegeten (en deze weer heeft uitgespuugd), dat de zoon niet precies wist hoeveel hij had gegeten en dat er ongeveer 7 à 8 chocolaatjes ontbraken.

Uit een en ander volgt dat er een aanmerkelijke kans bestond dat door de consumptie van meerdere bonbons met difethialon de gezondheid zou worden benadeeld, ook al is een ernstige benadeling van de gezondheid minder waarschijnlijk.

Dan dient het hof de vraag te beantwoorden of verdachte bewust deze aanmerkelijke kans heeft aanvaard. Verdachte heeft er voor gekozen de pakketjes te versturen naar de ontvangers. Zij wilde hiermee naar haar zeggen bewerkstelligen dat de ontvangers zouden weten dat zij zich verdrietig voelde. Verdachte heeft aldus bewust de keus gemaakt de pakketjes te versturen en de muizenkorrels te gebruiken voor haar doel. Zij heeft ook welbewust gekozen voor muizengifkorrels en niet voor een onschadelijke stof. Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat zij zich na het proeven van de muizenkorrels geïrriteerd voelde en veel water heeft gedronken. Verdachte had naar haar zeggen op de verpakking gelezen dat na inname van de muizenkorrels veel water gedronken moest worden. Het hof constateert dat - zoals te lezen is op de foto’s van de verpakking die zijn gevoegd bij het bovengenoemde proces-verbaal aanvraag benoeming toxicologisch deskundige - dat op de verpakking onder meer staat vermeld: “Wanneer de activiteit is gestopt, de resten van het middel verzamelen en in plastic verpakt aanbieden bij het KCA-depot. Dode muizen (de eerste worden na ca. 5 dagen gevonden) eveneens verzamelen en in plastic verpakt in het vuilnisvat deponeren, opdat huisdieren en andere dieren niet door het opeten van de kadavers worden vergiftigd” alsmede “Afvalstoffenverwijdering: product verwijderen als klein chemisch afval”.

De verdachte heeft dus bewust een giftige stof, die volgens de fabrikant dodelijk is voor muizen en als klein chemisch afval moet worden verwijderd en waarvan de verdachte moet hebben begrepen dat die stof schadelijk kan zijn voor de gezondheid van een mens – ook al dacht zij dat dit niet erg schadelijk zou zijn – toegevoegd aan de bonbons en verstuurd naar mensen die wellicht die bonbons zouden consumeren. Daarmee heeft zij bewust de aanmerkelijke kans op benadeling van de gezondheid aanvaard.

Tenslotte moet bewezen worden dat de verdachte heeft gehandeld met voorbedachte raad. Poging tot mishandeling is niet strafbaar (artikel 300, vijfde lid, van het Wetboek van strafrecht), maar poging tot mishandeling gepleegd met voorbedachte raad is dat wel.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat zij op het moment dat zij het muizengif kocht van plan was om pakketjes naar verschillende adressen te sturen. Verdachte heeft vervolgens zelf het muizengif geproefd. Verdachte heeft tevens verklaard dat zij een lijst met personen van haar praatgroep bezat. Op deze lijst stonden onder meer de families [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4] - [slachtoffer 3]. Verdachte heeft de adressen opgezocht van deze twee families en de pakketjes naar de desbetreffende adressen opgestuurd. Daarnaast heeft verdachte een pakketje naar het adres van haar buren, de familie [slachtoffer 2], gestuurd.

Het hof is van oordeel dat uit deze feiten en omstandigheden blijkt dat het opsturen van de pakketjes met muizengif het gevolg is geweest van een tevoren door verdachte genomen besluit en dat zij tussen het nemen van dat besluit en de uitvoering daarvan gelegenheid heeft gehad om over de betekenis en de gevolgen van die voorgenomen daad na te denken en zich daarvan rekenschap te geven. Het hof is daarom van oordeel dat verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld.

Op grond van het vorenstaande concludeert het hof dat het opzet van de verdachte in voorwaardelijke zin gericht was op het benadelen van de gezondheid van de personen die van de bonbons zouden (kunnen) eten en dat de verdachte met dit opzet heeft gehandeld met voorbedachte raad. Daarom acht het hof het subsidiair ten laste gelegde feit bewezen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het subsidiair bewezen verklaarde levert op:

poging tot mishandeling gepleegd met voorbedachten rade, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

De advocaat-generaal en de verdediging hebben bepleit de verdachte bij een bewezenverklaring te ontslaan van alle rechtsvervolging. Daartoe is aangevoerd dat verdachte ten tijde van het begaan van het delict volledig ontoerekeningsvatbaar was.

Het hof overweegt als volgt.

Op 6 januari 2012 hebben de psychiater dr. H.A. Gerritsen en de psycholoog drs. P.A.E.M.T. Cremers, beiden verbonden aan het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, locatie Pieter Baan Centrum, Psychiatrische Observatiekliniek te Utrecht, een rapport omtrent verdachte uitgebracht. Voor wat betreft de strafbaarheid van verdachte blijkt uit dit rapport onder meer het volgende (blz. 53-54):

“Betrokkene is een 44-jarige van oorsprong Mexicaanse vrouw bij wie de diagnose schizofrenie (vooralsnog van het gedesoriënteerde type) zeer waarschijnlijk is. Hiervoor pleiten niet alleen de positieve (langer bestaande achterdocht en voorgaande periodes met wanen en de eerdere verdenkingen op het horen van stemmen) en negatieve symptomen (vooral vlak effect), de desorganisatie in denken en doen (chaotisch en niet altijd even gemakkelijk te volgen denktrant, geen overzicht hebben over de dagelijkse gang van zaken), de kritiek en oordeelsstoornissen en het vreemde gedrag (inadequaat lachen, decorumverlies), maar ook de achteruitgang in het functioneren op diverse terreinen vanaf in ieder geval 2006/2007. Ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde leed betrokkene aan de vastgestelde psychopathologie.

Tijdens het voorliggende onderzoek is er weinig zicht ontstaan op de beweegreden voor het plegen van het ten laste gelegde, indien bewezen. Er kon met betrokkene niet goed over haar motieven worden gesproken. Het ten laste gelegde imponeert als vreemd en de uitvoering als klunzig. Vooralsnog zijn er geen aanwijzingen voor wraakmotieven aan de kant van betrokkene naar de slachtoffers van de ten laste gelegde feiten. […] Hoe dan ook, haar gedrag is vanuit elk optiek bezien inadequaat, ook al is onduidelijk gebleven hoe zij tot de ten laste gelegde feiten is gekomen.

Onderzoekers achten het echter zeer aannemelijk, gelet op de uitvoering van het ten laste gelegde, haar verklaringen na aanhouding en het beeld van betrokkenes functioneren beschreven door verschillende getuigen in de periode dat de feiten plaatsvonden, dat er bij betrokkene ten tijde van het ten laste gelegde sprake was van een psychotisch toestandsbeeld, van waaruit zij handelde. Op grond hiervan adviseren zij Uw College om betrokkene als ontoerekeningsvatbaar te beschouwen.”

Het hof neemt de conclusie en de gronden waarop deze berust uit voormeld rapport over. Het hof is van oordeel dat verdachte gelet op haar ontoerekeningsvatbaarheid niet strafbaar is voor hetgeen bewezen is verklaard. Verdachte dient derhalve te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Op te leggen maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging tot mishandeling met voorbedachte raad. Dit is een ernstig feit en bij de slachtoffers is een gevoel van onveiligheid ontstaan doordat een iemand bonbons heeft gestuurd met daarin muizengif. Bovendien is bij de families ongerustheid ontstaan over de veiligheid van hun kinderen.

Het hof houdt rekening met de inhoud van het voornoemde rapport van het Pieter Baan Centrum, d.d. 6 januari 2012, (blz. 47 en 55, 56):

“Betrokkene doet op 29 juni 2011 een zelfmoordpoging door brand te stichten (brieven en foto’s) in haar cel. Ze heeft zich ingesmeerd met chocoladehagel en een zonnebril op en een doek over haar hoofd. Ze vertelde dood te willen. […]

De kans op herhaling van feiten als het ten laste gelegde wordt vooral bepaald door de psychopathologie. Voorheen (in 2007) is gebleken dat de psychose snel verbleekte tijdens behandeling met een antipsychoticum. Voorwaarde is echter wel dat betrokkene de haar voorgeschreven medicatie slikt. Betrokkene zal enige tijd nodig hebben om te gaan accepteren dat zij psychisch ziek is en hiervoor behandeling behoeft, mede gezien de nu ongunstige sociaal-maatschappelijke factoren (scheiding, kinderen die waarschijnlijk aan de partner toegewezen zullen worden, geen werk, relatief sociaal geïsoleerd) Deze ongunstige sociaal-maatschappelijke factoren verhogen het recidiverisico. De verwachting is dat zij in de loop van een jaar binnen een klinische setting adequaat kan worden behandeld. Er zijn geen aanwijzingen voor vluchtgevaar. Betrokkene heeft een blanco strafblad. Zonder de structuur van een klinisch psychiatrische afdeling is de verwachting dat betrokkene niet zal meewerken aan een voor haar noodzakelijke behandeling. In combinatie met haar onvoorspelbaarheid is dan de verwachting dat het recidiverisico verhoogd is. Op grond van het voorgaande wordt het recidiverisico bij een adequate behandeling als laag tot matig ingeschat.

Gelet op het bovenstaande beschreven recidiverisico achten onderzoekers een behandeling in het kader van de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis (art. 37 Wetboek van Strafrecht) afdoende.”

Het hof neemt deze conclusies en de gronden waarop zij berust over. Het hof acht, anders dan de verdediging, het niet raadzaam te bepalen dat geen straf op maatregel wordt opgelegd. Uit het rapport van het PBC in relatie tot hetgeen in de onderhavige zaak bewezen is verklaard, blijkt dat de verdachte gevaarlijk is voor zichzelf, voor anderen of voor de algemene veiligheid van personen. Het hof is van oordeel dat verdachte op grond van het vorenstaande in een psychiatrisch ziekenhuis dient te worden geplaatst voor een termijn van een jaar, aangezien zij gevaarlijk is voor zichzelf en voor anderen.

Beslag

De in het dictum nader te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan haar toebehorend, moeten worden onttrokken aan het verkeer, nu het voorwerpen zijn met behulp waarvan het ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan of voorbereid of die tot het begaan van het feit zijn bestemd en waarvan het ongecontroleerde bezit in strijd is met het algemeen belang.

Het hof zal de teruggave gelasten van het in het dictum nader te noemen in beslag genomen voorwerp nu naar het oordeel van het hof het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave daarvan.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 36b, 36c, 37, 39, 45, 57 en 301 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt haar daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Verklaart verdachte niet strafbaar ter zake van het subsidiair bewezen verklaarde en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.

Gelast de plaatsing van de verdachte in een psychiatrisch ziekenhuis voor een termijn van 1 (één) jaar.

Gelast de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 1 stk (planten)pot, glazen pot 2011035000-12, met zak opschrift muizenkorrels (goednr: 300354), 1 stk vergif, 2011035000-12, pets place tas met muizenkorrels (goednr: 300357) - 1 stk papier, kassabon 2011035000-12, kassabon vermeld muizengifkorrels (goednr: 300361).

Gelast de teruggave aan verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- 1 stk paspoort, Nederland, behorende aan verdachte (goednr: 300399).

Aldus gewezen door:

mr. J.C.A.M. Claassens, voorzitter,

mr. C.M. Hilverda en mr. G.TH.C. van der Bilt, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. drs. M.M. Spooren, griffier,

en op 25 juli 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. C.M. Hilverda en mr. G.TH.C. van der Bilt zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.