Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2012:BX2412

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
17-07-2012
Datum publicatie
24-07-2012
Zaaknummer
HD 200.096.692 T2
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2015:302, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Incident ex artikel 351 Rv, belang bij incident schorsing van de tenuitvoerlegging nadat vonnis ten uitvoer is gelegd.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 351
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.096.692

arrest van de vierde kamer van 17 juli 2012

gewezen in het incident ex artikel 351 Rv in de zaak van

[X.],

wonende te [woonplaats],

appellante in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat: mr. K.E.J. Dohmen,

tegen:

1. [Y.],

2. [Z.],

beiden wonende te [woonplaats] (Duitsland),

geïntimeerden in de hoofdzaak,

verweerders in het incident,

advocaat: mr. M.G. Spijker,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 10 april 2012 in het hoger beroep van het door de rechtbank Roermond onder zaak/rolnummer 99205/HA ZA 10-134 gewezen vonnis van 7 september 2011. Het hof zal hierna de nummering van het tussenarrest voortzetten.

5. Het tussenarrest van 10 april 2012 in het incident

Bij genoemd arrest heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor akte aan de zijde van [appellante] en is iedere verdere beslissing aangehouden.

6. Het verdere verloop van de procedure in het incident

6.1. Op de rol van 8 mei 2012 heeft [appellante] een akte genomen.

6.2. Vervolgens hebben partijen de gedingstukken overgelegd en uitspraak in het incident gevraagd.

7. De verdere beoordeling

in het incident

7.1. Zoals in ro. 3.3 van het tussenarrest van 10 april 2012 is overwogen, kan van schorsing van de tenuitvoerlegging geen sprake zijn indien het vonnis reeds ten uitvoer is gelegd. [appellante] heeft in dat geval geen belang meer bij haar vordering in het incident.

+

7.1.1. In haar akte stelt [appellante] dat haar belang bij haar vordering in het incident niet louter afhangt van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis, maar van hetgeen daadwerkelijk heeft plaats gevonden. Daarbij wijst [appellante] naar de gang van zaken van het onderhavig incident op de rol van het hof.

Wat daar ook van zij, vast staat dat op 8 november 2011 het hoger beroep in de onderhavige zaak aanhangig is gemaakt, dat op 10 november 2011 de executoriale verkoop van de woning aan de [straatnaam] [huisnummer] te [woonplaats] heeft plaatsgevonden en dat de notaris op 27 december 2011 het bedrag waartoe [appellante] in het bestreden vonnis was veroordeeld aan [geïntimeerden] heeft voldaan. Het hof verwijst naar de eindafrekening van de notaris in productie 1 bij conclusie van antwoord in het incident. Daarmee is het vonnis ten uitvoer gelegd. Schorsing van de tenuitvoerlegging kan daardoor geen doel meer treffen, waardoor [appellante] geen belang meer toekomt bij de onderhavige vordering in het incident.

7.1.2. Dit alles leidt ertoe dat de vordering in het onderhavig incident wordt afgewezen. Het hof zal de kosten van het incident aanhouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak.

in de hoofdzaak

7.2. De zaak wordt naar de rol verwezen voor memorie van grieven aan de zijde van [appellante]. Iedere verdere beoordeling of beslissing wordt aangehouden.

8. De uitspraak

Het hof:

in het incident:

wijst de vordering van [appellante] af;

houdt de beslissing over de proceskosten aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak;

in de hoofdzaak:

verwijst de zaak naar de rol van 28 augustus 2012 voor memorie van grieven aan de zijde van [appellante];

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. P.M.A. de Groot-van Dijken, P.M. Huijbers-Koopman en H.A.W. Vermeulen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 17 juli 2012.