Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2012:BX2014

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
17-07-2012
Datum publicatie
18-07-2012
Zaaknummer
20-001092-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak art. 10.2 Wet milieubeheer. Het hof acht niet bewezen dat de gemeente Middelburg zich van baggerslib heeft ontdaan, door deze buiten een inrichting te storten, noch dat zij dat in nauwe en bewuste samenwerking met het Waterschap de Zeeuwse Eilanden heeft gedaan.

Wetsverwijzingen
Wet milieubeheer
Wet milieubeheer 10.2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAF 2012/110 met annotatie van Van der Meijden
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 20-001092-11

Uitspraak: 17 juli 2012

TEGENSPRAAK

Arrest van de economische kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische kamer van de rechtbank Middelburg van 3 maart 2011 in de strafzaak met parketnummer 12-994813-08 tegen:

GEMEENTE MIDDELBURG,

statutair gevestigd te 4337 PA Middelburg, Kanaalweg 3.

Hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechter in eerste aanleg zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, bewezen zal verklaren hetgeen aan verdachte ten laste is gelegd en verdachte zal veroordelen tot een geldboete van EUR 25.000,-, waarvan EUR 12.500,- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Door de raadsman van verdachte is primair vrijspraak bepleit en subsidiair ontslag van alle rechtsvervolging. Uiterst subsidiair is betoogd dat bij een eventuele strafoplegging rekening dient te worden gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat in hoger beroep de tenlastelegging - en aldus de grondslag van het onderzoek - is gewijzigd.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 27 december 2006 tot en met

25 januari 2007 te Middelburg, gemeente Middelburg, tezamen en in vereniging met het Waterschap Zeeuwse Eilanden of (een) ander(en), althans alleen, op een perceel (een voormalige stortplaats) gelegen aan of nabij de Weg van Middelburg naar Kleverskerke, al dan niet opzettelijk, zich van afvalstoffen, te weten baggerslib vermengd en/of verontreinigd met plastic en/of ijzer en/of hout en/of fietsbanden en/of autobanden en/of tractorbanden en/of glas en/of steen en/of asbest heeft ontdaan door deze - al dan niet in verpakking - buiten een inrichting te storten, anderszins op of in de bodem te brengen of te verbranden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Met de verdediging is het hof van oordeel dat, op grond van het onderzoek ter terechtzitting, niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zodat zij daarvan moet worden vrijgesproken.

Daartoe overweegt het hof dat niet bewezen kan worden dat verdachte zich - al dan niet opzettelijk - heeft ontdaan van afvalstoffen, te weten baggerslib, door deze buiten een inrichting te storten, noch dat zij dat in nauwe en bewuste samenwerking met het Waterschap de Zeeuwse Eilanden heeft gedaan.

De verdachte is weliswaar als formeel vergunninghouder van het depot “Mortiere” betrokken geweest bij de baggerwerkzaamheden in de watergangen en de stort van deze bagger in het depot, maar met betrekking tot de ten laste gelegde stortingen van baggerslib vanuit dat depot op de voormalige stortplaats van [eigenaar perceel] aan de Weg van Middelburg naar Kleverskerke is tijdens het onderzoek ter terechtzitting niet door wettige bewijsmiddelen komen vast te staan dat zij een strafrechtelijk relevante rol heeft gespeeld.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door

mr. H. Harmsen, voorzitter,

mr. T.A. de Roos en mr. F.P.E. Wiemans, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.C.H. van der Heijden, griffier,

en op 17 juli 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. F.P.E. Wiemans is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.