Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2012:BW6684

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-05-2012
Datum publicatie
25-05-2012
Zaaknummer
20-001683-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 311 Sr. Medeplegen van ladingdiefstallen in georganiseerd verband. Stemherkenning door verbalisanten met betrekking tot getapte gesprekken met mobiele telefoons gebezigd tot bewijs. Schakelbewijs aan de hand van o.a. de modus operandi met betrekking tot het medeplegen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer : 20-001683-11

Uitspraak : 15 mei 2012

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 6 april 2011 in de strafzaak met parketnummer 01-889131-10 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1985],

thans verblijvende in PI Zuid West - HvB De Torentijd te Middelburg.

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal vernietigen en, te dien aanzien opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest, met beslissing omtrent het beslag conform de rechtbank.

Door de verdediging is vrijspraak bepleit. In geval van strafoplegging is bepleit dat een straf gelijk aan het reeds ondergane voorarrest zal worden opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 09 augustus 2010 te Son, gemeente Son en Breugel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een vrachtauto (staande aan de Ekkersrijt (Science Park Eindhoven) 5700) heeft weggenomen 20, in elk geval een aantal, TV tuners en/of 200, in elk geval een aantal, TV tuner cards, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

Alti D.O.O., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, te weten het openbreken, althans forceren van een of meer laaddeuren van die vrachtauto en/of inklimming;

2.

hij op of omstreeks 21 september 2010 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een vrachtauto (staande op een parkeerplaats De Brink aan de A50) heeft weggenomen ongeveer 78 LCD-tv's (merk Philips), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Firma TDK Transport D. Kwiatkowski, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, te weten het stuksnijden van een zeil van die vrachtauto en/of inklimming;

3.

hij op of omstreeks 29 september 2010 in de gemeente Neder-Betuwe, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een vrachtauto (staande op een parkeerplaats de Varakker aan de A15) heeft weggenomen 64 LED-TV's en/of 12 plasma-TV's (merk LG), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Imex Trans International en/of LG Electronica Mlawa, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, te weten het stuksnijden van een zeil van die vrachtauto en/of inklimming;

4.

hij op of omstreeks 05 oktober 2010 te Nieuwegein tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een vrachtauto (staande op een parkeerplaats De Kroon aan de A27) heeft weggenomen 76, in elk geval een groot aantal dozen (inhoudende ongeveer 456 Xbox-spellen DJ Hero), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Scp Zac Des Bethunes II en/of [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, te weten het stuksnijden van een zeil van die vrachtauto en/of inklimming;

5.

hij op of omstreeks 30 september 2010 te Beringe, gemeente Peel en Maas, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een vrachtauto (staande aan de Schoorgras) heeft weggenomen een aantal dozen inhoudende computeronderdelen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Sp Anrex en/of Gembird Europe BV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, te weten het stuksnijden van een of meer zeilen van die vrachtauto en/of inklimming;

6.

hij op of omstreeks 24 september 2010 te Maarheeze, gemeente Cranendonck, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een vrachtauto heeft weggenomen 22, in elk geval een aantal, dozen met sigaretten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Pöschl Tabak GmbH & Co KG, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, te weten het stuksnijden van een zeil van die vrachtauto en/of inklimming.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

hij op 9 augustus 2010 te Son, gemeente Son en Breugel, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een vrachtauto, staande aan de Ekkersrijt (Science Park Eindhoven) 5700, heeft weggenomen 20 TV tuners en 200 TV tuner cards, toebehorende aan Alti D.O.O., waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak, te weten het openbreken, althans forceren van een of meer laaddeuren van die vrachtauto;

2.

hij op 21 september 2010 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een vrachtauto, staande op een parkeerplaats De Brink aan de A50, heeft weggenomen ongeveer 78 LCD-tv's (merk Philips), toebehorende aan een ander dan aan verdachte of zijn mededaders, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak, te weten het stuksnijden van een zeil van die vrachtauto;

3.

hij op 29 september 2010 in de gemeente Neder-Betuwe, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een vrachtauto, staande op een parkeerplaats de Varakker aan de A15, heeft weggenomen LED-TV's en plasma-TV's (merk LG), toebehorende aan LG Electronica Mlawa, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak, te weten het stuksnijden van een zeil van die vrachtauto;

4.

hij op 5 oktober 2010 te Nieuwegein tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een vrachtauto, staande op een parkeerplaats De Kroon aan de A27, heeft weggenomen 76 dozen (inhoudende Xbox-spellen DJ Hero), toebehorende aan Scp Zac Des Bethunes II, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak, te weten het stuksnijden van een zeil van die vrachtauto;

5.

hij op 30 september 2010 te Beringe, gemeente Peel en Maas, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een vrachtauto, staande aan de Schoorgras, heeft weggenomen een aantal dozen inhoudende computeronderdelen, toebehorende aan Sp Anrex en Gembird Europe BV, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak, te weten het stuksnijden van zeilen van die vrachtauto;

6.

hij op 24 september 2010 te Maarheeze, gemeente Cranendonck, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een vrachtauto heeft weggenomen 22 dozen met sigaretten, toebehorende aan Pöschl Tabak GmbH & Co KG, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak, te weten het stuksnijden van een zeil van die vrachtauto.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd. Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Bewijsoverwegingen ten aanzien van de feiten 1 tot en met 6

A.

Ten aanzien van de stemherkenning

De verdediging heeft het verweer gevoerd dat de door de verbalisanten gedane stemherkenning van verdachte onbetrouwbaar is. Hiertoe is in de kern betoogd dat de verbalisanten geen deskundigen op het gebied van stemherkenning zijn.

Het hof overweegt als volgt.

De verbalisant [verbalisant 1] heeft in het ambtsedige proces-verbaal van 13 januari 2011 (dossierpagina 272) verklaard dat de stem van de gebruiker van de telefoons met de telefoonnummers 06-24735431 en 06-24761140 toebehoort aan verdachte.

Uit het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 2] (dossierpagina’s 269-270) blijkt dat de stem van verdachte tijdens het op 12 oktober 2010 horen van verdachte overeenkwam met beluisterde opnamen van telefoongesprekken (naar het hof begrijpt: sinds 27 september 2010 ten aanzien van telefoonnummer 06-24761140 en sinds 4 oktober 2010 ten aanzien van telefoonnummer 06-24735431).

Het hof acht deze bevindingen gelet op de feiten en omstandigheden waaronder ze tot stand zijn gekomen betrouwbaar. Het hof gaat er daarbij vanuit dat gegeven deze feiten en omstandigheden het ontbreken van een speciale deskundigheid op het gebied van stemherkenning niet afdoet aan de betrouwbaarheid van de bevindingen.

Het hof zal deze bevindingen bezigen tot bewijs.

Het verweer wordt mitsdien verworpen.

B.

Ten aanzien van het gebruik van de telefoons

De verdediging heeft het verweer gevoerd dat ten aanzien van de telefoonnummers 06-24735431, 06-24761140, 06-17643458 en 06-41560388 niet blijkt dat deze door verdachte zijn gebruikt.

Het hof overweegt als volgt.

a. Gelet op de stemherkenning, in combinatie met de verklaring van verdachte dat van de door hem gebruikte telefoons niemand anders gebruik maakt (dossierpagina 282) en de overige bewijsmiddelen, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de telefoonnummers 06-24735431 en 06-24761140 toebehoren aan verdachte en door hem zijn gebruikt.

b. Uit de bewijsmiddelen (dossierpagina 938) volgt dat het toestel met telefoonnummer 06-17643458 voorkwam in de gsm van [vriendin], de vriendin van medeverdachte [verdachte D] (zie dossierpagina 688), onder de naam Dermke, terwijl het telefoonnummer 06-24761140 (één van de nummers van verdachte) in diezelfde gsm stond opgeslagen onder de naam Derm1. Voorts blijkt met betrekking tot het toestel met telefoonnummer 06-17643458 dat onder de contactpersonen waarmee het meest contact is geweest zich de medeverdachten [verdachte D] en [verdachte EK], alsmede de moeder van verdachte bevinden. Op grond hiervan, in combinatie met de verklaring van verdachte dat van de door hem gebruikte telefoons niemand anders gebruik maakt (dossierpagina 282) en de overige bewijsmiddelen, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat telefoonnummer 06-17643458 toebehoort aan verdachte en door hem is gebruikt.

c. Uit de bewijsmiddelen volgt dat het toestel van het merk Samsung met opschrift Hugo Boss met beslagnummer BRZ301.H01.03.09 in de caravan met nummer [nummer] op [adres] in beslag werd genomen en dat bij dit toestel het telefoonnummer 06-41560388 hoort (dossierpagina 272 e.v.). Verdachte heeft tegenover de politie verklaard dat hij heeft verbleven in bedoelde caravan en dat het aldaar aangetroffen telefoontoestel van het merk Samsung met opschrift Hugo Boss van hem is (dossierpagina’s 325-328). Op grond hiervan, in combinatie met de verklaring van verdachte dat van de door hem gebruikte telefoons niemand anders gebruik maakt (dossierpagina 282) en de overige bewijsmiddelen, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat ook telefoonnummer 06-41560388 toebehoort aan verdachte en door hem is gebruikt.

Het verweer wordt mitsdien verworpen.

C.

Met betrekking tot de bewijsmiddelen bij elk van de ten laste gelegde feiten overweegt het hof als volgt.

C1.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

Het hof ontleent aan onder meer de volgende bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, het wettig en overtuigend bewijs dat verdachte bij dit feit heeft medegepleegd.

- Verdachte heeft tussen 29 juli 2010 en 12 augustus 2010 de bus met kenteken 31-VNL-7 gehuurd (dossierpagina’s 973), welke bus op 9 augustus 2010 betrokken was bij de ladingdiefstal (dossierpagina’s 957-959).

- De telefoon met telefoonnummer 06-17643458 van verdachte heeft omstreeks het tijdstip van de diefstal een mast nabij de plaats delict te Ekkersrijt te Son en Breugel aangestraald (dossierpagina 938).

- Op camerabeelden van de plaats delict is een persoon waargenomen die een jas met witte vlakken draagt die sterke gelijkenis vertoont met een naderhand bij verdachte aangetroffen jas (dossierpagina’s 1004-1007).

C2.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

Het hof ontleent aan onder meer de volgende bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, het wettig en overtuigend bewijs dat verdachte bij dit feit heeft medegepleegd.

- Verdachte heeft op 20 september 2010 de op de plaats delict geziene (dossierpagina’s 1513-1521) bus met kenteken 05-VGX-2 gehuurd (dossierpagina 1526).

- De telefoon met telefoonnummer 06-24761140 van verdachte heeft enige uren voor het tijdstip van de diefstal een mast binnen een straal van 20 kilometer van de plaats delict aangestraald (dossierpagina 1497).

- Tijdens een telefoongesprek op 28 september 2010 tussen verdachte (met nummer 06-24735431) en medeverdachte [verdachte EK] (met nummer 06-15693037) werd gesproken over “Zij hebben verdiend” en “Die wij ook hadden?” en “Ja Philips” (dossierpagina 1567). Bij de ladingdiefstal op 21 september 2010 zijn LCD-schermen van het merk Philips weggenomen (dossierpagina’s 1521-1522).

C3.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

Het hof ontleent aan onder meer de volgende bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, het wettig en overtuigend bewijs dat verdachte bij dit feit heeft medegepleegd.

- De telefoon met telefoonnummer 06-24761140 van verdachte heeft omstreeks het tijdstip van de diefstal een mast nabij de plaats delict aangestraald (dossierpagina’s 1657-1663).

- Tijdens een telefoongesprek op 29 september 2010 om 02.08.34 uur (hof: enkele uren voorafgaand aan de ladingdiefstal) tussen de beller met telefoonnummer 06-24761140 (verdachte [verdachte]) en de gebelde met telefoonnummer 06-15693037 (medeverdachte [verdachte EK]) werd door de beller gezegd dat de gebelde naar Tiel moest komen. Op de vraag of het iets goeds is, zegt de beller: “ja, TV”, waarop de gebelde vraagt: “LED?”. De beller zegt daarop: “weet ik niet, LG…alle soorten” (dossierpagina 1773). Bij de ladingdiefstal op 29 september 2010 zijn LED-TV's en plasma-TV's (merk LG) weggenomen (dossierpagina’s 1671-1678).

- Verdachte heeft op 27 september 2010 een bus met kenteken 05-VGX-2 gehuurd (dossierpagina 1736).

C4.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

Het hof ontleent aan onder meer de volgende bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, het wettig en overtuigend bewijs dat verdachte dit feit heeft medegepleegd.

- Op 5 oktober 2010 om 03.43 uur wordt van het telefoonnummer 06-24735431 van verdachte gebeld naar het telefoonnummer 06-15693037 van medeverdachte [verdachte EK]. Verdachte zegt daarin onder meer tegen [verdachte EK]: “Ja Utrecht, plankgas Utrecht en dan […] A27, Utrecht Almere aanhouden.” (dossierpagina 1899).

- De telefoon met telefoonnummer 06-24735431 van verdachte heeft omstreeks het tijdstip van de diefstal een mast op een locatie op circa 1,5 kilometer van de plaats delict aangestraald (dossierpagina’s 1897-1898).

- De voertuigen met de kentekens 43-VLX-2 en 12-KXZ-7 zijn op 4 oktober 2010 gehuurd door verdachte (dossierpagina’s 2026-2027).

- In de auto met kenteken 12-KXZ-7, welke op 5 oktober 2010 werd aangetroffen op hetzelfde parkeerterrein als de vrachtwagen met kenteken 43-VLX-2 (dossierpagina’s 1929-1934), is een flesje AA-drink aangetroffen waar een DNA-mengprofiel op is aangetroffen met de kenmerken van de DNA-profielen van medeverdachte [verdachte EK] en van verdachte (dossierpagina’s 1983, 2181 en 2234).

- In de vrachtauto met kenteken 43-VLX-2, aangetroffen op 5 oktober 2010, stonden in de laadruimte dozen met het opschrift DJ Hero 2 met in totaal 455 spellen. Het aantal dozen en de inhoud kwam exact overeen met de vaststelling tijdens het opnemen van de aangifte (dossierpagina’s 2006-2007). Een aantal stukken karton afkomstig van deze dozen zijn veiliggesteld en onderzocht. Daarbij is DNA aangetroffen met hetzelfde DNA-profiel als dat van verdachte (dossierpagina’s 1966, 2181 en 2232).

C4.1.

Door de verdediging is aangevoerd dat de DNA-sporen die op de bovengenoemde stukken karton zijn aangetroffen onrechtmatig zijn verkregen omdat de verbalisanten zich toegang tot de vrachtauto, die gehuurd was door verdachte, hebben verschaft zonder dat er een verdenking bestond van een misdrijf. Gelet op het bepaalde in artikel 359a Wetboek van Strafvordering dienen de resultaten van het DNA-onderzoek van het bewijs te worden uitgesloten.

C4.2.

Het hof overweegt als volgt.

Blijkens het proces-verbaal van bevindingen van 5 oktober 2010 (dossierpagina’s 1929-1931) hebben verbalisanten naar aanleiding van een binnengekomen melding over waargenomen verdachte zaken in verband met de grijze Volkswagen Golf met kenteken 12-KXZ-7, ter plaatse een onderzoek ingesteld. Deze Volkswagen Golf wordt in het geheel niet afgesloten en met half open raam aangetroffen. Ter plaatse stellen zij vast dat zich daar eveneens bevindt een vrachtauto (met kenteken 43-VLX-2) waarvan ze vaststellen dat deze van hetzelfde verhuurbedrijf afkomstig is als de Volkswagen. Ambtshalve is de verbalisant bekend dat criminelen vaker voertuigen plegen te huren bij dit verhuurbedrijf. Deze vrachtauto staat onafgesloten en met de sleutels op het contactslot in de verst gelegen hoek van het parkeerterrein. Er wordt vervolgens gerelateerd dat “formeel gezien […] vooralsnog uit niets [bleek] dat hier sprake was van enig strafbaar feit.” En: “de door ons te nemen formele actie zou bestaan uit het veiligstellen van beide voertuig ter zake van zaakswaarneming en deze vervolgens overdragen aan de eigenaar. Teneinde te kunnen vaststellen welke eventuele goederen aan de eigenaar van het voertuig zouden worden overgedragen, heeft verbalisant [verbalisant 3] eerst zich toegang tot de laadruimte trachten te verschaffen door te trachten de laadklep met zich aan de aangetroffen sleutelbos bevindende sleutels te openen en toen dat niet lukte het yale-slot aan een zijdeur van de laadruimte doorgeknipt. Als dan in de laadruimte een groot aantal dozen worden aangetroffen waarvan een aantal met een mes op ruwe wijzen waren opengesneden en wordt geconstateerd dat zich kennelijk elektronica in de dozen bevindt, ontstaat de verdenking van heling danwel ladingdiefstallen en wordt vervolgens de inbeslagname en het veilig stellen van beide voertuigen bevolen.

De beoordeling

Het hof stelt vast dat uit proces-verbaal van de verbalisanten volgt dat zij stellen zich de toegang tot de laadruimte te hebben verschaft niet met een strafvorderlijk doel, maar in het kader van hetgeen zij zelf omschrijven als zaakwaarneming: de aangetroffen ogenschijnlijk achtergelaten voertuigen teruggeven aan de eigenaar/verhuurder. Kennelijk is hierbij gedoeld op de uit artikel 2 van de politiewet omschreven politietaak tot het verlenen van hulp en steun aan hen die deze behoeven.

Het hof is echter van oordeel dat ook gegeven de omstandigheden waaronder de voertuigen zijn aangetroffen en de geverbaliseerde ambtshalve wetenschap van de verbalisanten met betrekking tot die voertuigen, de gestelde zaakwaarneming niet mede omvat het openbreken van de laadruimte teneinde vast te stellen wat zich daarin bevond. De verbalisanten hadden in ieder geval eerst contact dienen op te nemen met de verhuurder/eigenaar van de auto’s teneinde nadere informatie te verkrijgen alvorens verdere actie te ondernemen.

Evenmin bestond er een strafvorderlijke bevoegdheid om de laadruimte van vrachtauto te openen, immers, zoals de verbalisanten zelfs relateren, bestond er geen verdenking ten aanzien van enig strafbaar feit. Het vormvoorschrift van artikel 96b van het Wetboek van Strafvordering (hierna Sv) voor het doorzoeken van een vervoermiddel is geschonden en kan niet meer worden hersteld. Naar het oordeel van het hof dient de handelwijze van genoemde verbalisant te worden opgevat als een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv.

C4.3.

Bij de vraag tot welke consequentie genoemd vormverzuim dient te leiden dient rekening te worden gehouden met het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt. Bewijsuitsluiting kan slechts in aanmerking komen indien door de onrechtmatige bewijsgaring een belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden. Ook bij bewijsuitsluiting gaat het overigens om een bevoegdheid van de rechter, waarvan de uitoefening in de eerste plaats moet worden beoordeeld in het licht van de wettelijke beoordelingsfactoren van art. 359a, tweede lid, Sv en van de omstandigheden van het geval.

Het hof stelt voorop dat verdachte als huurder van de vrachtauto kan gelden als degene die door de vormfout in zijn rechtens te respecteren belang is getroffen.

Daarnaast stelt het hof vast dat door de verdediging ook niets is aangevoerd ter onderbouwing van de stelling dat de vormfout tot bewijsuitsluiting zou moeten leiden.

Vastgesteld moet worden dat de verbalisanten enkel de deur hebben geopend van de laadruimte van een gehuurde auto die verder niet afgesloten en met sleutels op het stopcontact stond geparkeerd in de verst afgelegen hoek van een parkeerterrein. Er bleken zich geen voorwerpen in te bevinden die vanuit een oogpunt van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van enige betekenis waren. Daarmee staat vast dat het vormverzuim in concreto geen verdergaande inbreuk dan het openen van de laadruimte inhield en bovendien dat elk nadeel voor de verdachte is uitgebleven. In dit verband verdient opmerking dat het belang van de verdachte dat gestolen goederen niet worden aangetroffen of het gepleegde feit niet wordt ontdekt, niet kan worden aangemerkt als een rechtens te respecteren belang. Een eventuele schending van eerstgenoemd belang als gevolg van een vormverzuim levert dus niet een nadeel op als bedoeld in art. 359a, tweede lid, Sv.

Bij die stand van zaken is het hof van oordeel dat volstaan kan worden met de constatering dat de opsporingsambtenaar met overschrijding van zijn bevoegdheid heeft gehandeld. Het verweer wordt derhalve verworpen.

C4.5.

Het hof verwerpt het bovengenoemde beroep op bewijsuitsluiting.

C5.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

Het hof ontleent aan onder meer de volgende bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, het wettig en overtuigend bewijs dat verdachte dit feit heeft medegepleegd.

- De voertuigen met de kentekens 02-VGX-2 en 64-TR-GD zijn op 27 september 2010 gehuurd door verdachte (dossierpagina’s 2557-2558). Het voertuig met kenteken 64-TR-GD is op de plaats delict gezien (dossierpagina’s 2487-2490). In de dagen ervoor is verdachte enkele malen gezien terwijl hij zich in of naast het voertuig met kenteken 64-TR-GD bevond (dossierpagina’s 2525, 2536 en 2537).

- De telefoon met telefoonnummer 06-24735431 van verdachte heeft op de dag voor de diefstal een mast nabij de plaats delict aangestraald. Terwijl verdachte aan de telefoon was, werd er op de achtergrond het volgende gezegd: “En die tweede vrachtwagen?”, “Nee dat is niks.”, “Hoe weet je dat?”, “Hij is niet verzegeld.” (dossierpagina 2472).

- Op de avond voor het delict is er telefonisch contact geweest tussen verdachte en medeverdachte [verdachte EK], waarbij verdachte zegt: “En dan ga ik even liggen en dan tien uur weer beng beng.” (dossierpagina 2625).

C6.

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde

Het hof ontleent aan onder meer de volgende bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, het wettig en overtuigend bewijs dat verdachte dit feit heeft medegepleegd.

- De telefoon met telefoonnummer 06-24761140 van verdachte heeft omstreeks het tijdstip van de diefstal een mast nabij de plaats delict aangestraald (dossierpagina’s 2880).

- Het voertuig met het kenteken 05-VGX-2 is op 20 september 2010 gehuurd door verdachte (dossierpagina 3027). Dit voertuig was voorzien van een peilbaken waaruit bleek dat genoemd voertuig omstreeks het tijdstip van de diefstal op de plaats delict is geweest (dossierpagina 2880).

C7.

Ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte weliswaar telkens betrokken was bij het huren van voertuigen, waaronder voertuigen die op de plaats delict zijn gezien, maar dat verdachte deze voertuigen slechts huurde voor een zekere Giovanni en George.

Het hof stelt voorop dat verdachte geen verifieerbare gegevens heeft aangedragen aan de hand waarvan het bestaan van de gestelde Giovanni en George kan worden gecontroleerd, hetgeen gelet op het feit dat het om huren van auto’s gaat waarmee ook veel relatief veel geld gemoeid was, wel voor de hand had gelegen. Ook is uitgebleven een aannemelijke verklaring waarom er geen gegevens voor handen zijn. Voorts blijkt uit de diverse andere bewijsmiddelen van de betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde feiten, terwijl van betrokkenheid van deze Giovanni en George geen enkel verifieerbaar gegeven in het dossier te vinden is. Het hof is derhalve van oordeel dat volstrekt niet aannemelijk is geworden dat verdachte de voertuigen niet (mede) voor zichzelf, maar voor Giovanni en George huurde. Het verweer wordt verworpen.

C8.

Ten aanzien van de modus operandi

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat aan de bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, kan worden ontleend dat verdachte en zijn mededaders telkens een werkwijze hanteerden die op het volgende neerkwam:

- Kort voor een diefstal werd door verdachte [verdachte] een kleine vrachtauto of een bestelbus gehuurd (feit 1, 2 en 6, 3, 4, 5). Deze bus bracht hij kort na de diefstal, in de vroege ochtenduren bij de verhuurder terug (feit 2). Soms was [verdachte] daarbij in het gezelschap van medeverdachte [verdachte D] (feit 3, 4, 5) of medeverdachte [verdachte EK] (feit 2 en 6).

- Voorafgaande aan een diefstal bevonden [verdachte] en/of medeverdachte [verdachte D] zich reeds ter plaatse, naar het hof aanneemt om de locatie en/of de lading te verkennen. Als er geschikte lading werd aangetroffen, werd door verdachte [verdachte] contact met medeverdachte [verdachte EK] opgenomen, werd door [verdachte] aan [verdachte EK] de locatie medegedeeld waar [verdachte] zich bevond en werd [verdachte EK] opgedragen zo spoedig mogelijk naar die locatie te komen om de uit de betreffende vrachtwagen te stelen goederen in het door [verdachte EK] bestuurde voertuig te laden en af te voeren (feit 3, 4, 6).

- Op de plaats van de ladingdiefstal was sprake van een samenwerking, die onder meer neerkwam op het volgende: twee of drie personen hielden zich bezig met het uitladen van de te stelen lading, een persoon stond bij de cabine van de vrachtwagen en/of een persoon bestuurde het busje of de kleine vrachtauto (feit 1, 3, 5).

Op grond van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien stelt het hof vast dat er tussen de bewezenverklaarde feiten op essentiële onderdelen overeenkomsten bestaan, met name met betrekking tot de wijze waarop deze feiten werden voorbereid en uitgevoerd. Daarbij komt dat al deze feiten plaatsvonden in de – relatief korte – periode 9 augustus 2010 tot en met 5 oktober 2010.

Gelet op hetgeen het hof hier heeft overwogen, is er naar oordeel van het hof sprake geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en medeverdachten.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 bewezen verklaarde levert telkens op:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft in een korte periode samen met zijn mededaders zeven ladingdiefstallen gepleegd. Hij heeft de feiten gepleegd steeds na een gedegen voorbereiding en overeenkomstig een opgezet plan. Hij en zijn mededaders waren uit puur op winstbejag.

Zij bekommerden zich niet om de grote materiële schade in het economisch verkeer bij transporteur en opdrachtgevers als gevolg van de gepleegde feiten. Bovendien wordt, zoals inmiddels algemeen bekend is, door het handelen van verdachte het gevoel van veiligheid op openbare parkeerplaatsen in het algemeen en bij vrachtwagenchauffeurs in het bijzonder in ernstige mate aangetast en jaagt transportondernemers nog verder op kosten teneinde de chauffeurs en ladingen te beschermen.

Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd; niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

Met betrekking tot strafoplegging zijn binnen de zittende magistratuur ten aanzien van ladingdiefstallen oriëntatiepunten ontwikkeld, dienende als richtlijn voor een consistent rechterlijk straftoemetingsbeleid. De genoemde oriëntatiepunten geven ten aanzien van ladingdiefstallen als uitgangspunt een gevangenisstraf van 3 maanden en in geval van recidive van 5 maanden.

Het hof stelt vast dat verdachte reeds eerder ter zake van soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld en dat het uitgangspunt van 5 maanden derhalve van toepassing is. In strafverzwarende zin houdt het hof evenwel tevens rekening met de grote mate van georganiseerdheid van de wijze waarop de ladingdiefstallen door verdachte en zijn mededaders werden gepleegd en de relatief korte periode waarin de ladingdiefstallen hebben plaatsgevonden. Er zijn geen omstandigheden gebleken in de persoon van de verdachte die strafmatigend werken. Gelet op vorenstaande acht het hof een gevangenisstraf van 6 maanden per ladingdiefstal passend en geboden.

Afwijzing verzoek opheffing voorlopige hechtenis

De verdediging heeft vrijspraak bepleit en in dat verband de opheffing van de voorlopige hechtenis verzocht.

Gelet op de bewezenverklaring alsmede op de op te leggen straf zoals hierna te noemen, acht het hof geen termen aanwezig het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis te honoreren.

Het hof zal het verzoek daarom afwijzen.

Beslag

De hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met behulp waarvan het ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan of voorbereid. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 33, 33a, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

een mobiele telefoon met het telefoonnummer 06-24735431, een mobiele telefoon met het telefoonnummer 06-41560388 en een mobiele telefoon met het telefoonnummer 06-24761140.

Wijst af het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. H. Harmsen, voorzitter,

mr. N.J.M. Ruyters en mr. T.A. de Roos, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R.J. Gras, griffier,

en op 15 mei 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.