Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2012:BW6056

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-05-2012
Datum publicatie
18-05-2012
Zaaknummer
HD 200.074.106
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROE:2010:BL9314, Overig
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ontslag voorzitter raad van commissarissen stichting/woningcorporatie; weigering voorzitter raad van commissarissen om een extra vergadering bijeen te roepen?. Bewijsopdracht.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 15
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JONDR 2012/1002
JOR 2012/245 met annotatie van mr. M. Holtzer
AR-Updates.nl 2012-0488
OR-Updates.nl 2012-0076
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.074.106

arrest van de eerste kamer van 15 mei 2012

in de zaak van

Stichting Wonen Limburg,

gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats],

appellante,

advocaat: mr. J.M.H. van den Mosselaar,

tegen:

[X.],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. J.E.A.H. Verstraelen,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 16 november 2010 in het hoger beroep van het door de rechtbank Roermond onder nummer 92508 / HA ZA 09-215 gewezen vonnis van 31 maart 2010.

Het hof zal hierna de nummering van het tussenarrest voortzetten. Partijen zullen worden aangeduid als Stichting Wonen en [geïntimeerde].

5. Het tussenarrest van 16 november 2010

Bij genoemd arrest heeft het hof een comparitie na aanbrengen gelast en is iedere verdere beslissing aangehouden.

6. Het verdere verloop van de procedure

6.1. De comparitie heeft op 3 januari 2011 plaatsgevonden. Partijen hebben ter zitting ingestemd met een verwijzing naar mediation. Partijen zijn daarin niet tot een onderlinge regeling gekomen, waarna de zaak op de rol is geplaatst voor memorie van grieven.

6.2. Sichting Wonen heeft bij memorie van grieven, onder overlegging van producties, vijf grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het beroepen vonnis en alsnog afwijzing van de vorderingen van [geïntimeerde].

6.3. [geïntimeerde] heeft bij memorie van antwoord, onder overlegging van producties, de grieven bestreden.

6.4. Partijen hebben daarna hun zaak doen bepleiten ter zitting van het hof van 6 maart 2012, Stichting Wonen door mr. Van den Mosselaar voornoemd, en [geïntimeerde] door mr. Verstraelen voornoemd. De pleitnota’s van beide raadslieden bevinden zich bij de stukken.

6.5. Ten slotte hebben partijen uitspraak gevraagd. Met instemming van partijen zal recht worden gedaan op basis van het ten behoeve van het pleidooi overgelegde kopiedossier.

7. De gronden van het hoger beroep

Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.

8. De verdere beoordeling

8.1. In onderdeel 2 van het beroepen vonnis heeft de rechtbank vastgesteld van welke feiten in dit geschil wordt uitgegaan. De door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover deze niet zijn betwist, vormen ook in hoger beroep het uitgangspunt.

Het hof zal hierna de feiten - voor zover in dit appel relevant, en deels verbeterd of aangevuld - opnieuw relateren. Voor zover Stichting Wonen in de memorie van grieven impliciet heeft gegriefd tegen de feitenvaststelling door de rechtbank behoeft deze bijgevolg geen bespreking meer.

8.2. Het gaat in deze zaak om het volgende.

a) Stichting Wonen is een woningcorporatie, met als doel uitsluitend werkzaam te zijn op het gebied van Volkshuisvesting.

b) [geïntimeerde] is per 1 januari 2006 benoemd tot commissaris van Stichting Wonen voor een periode van vier jaar. Op 1 juli 2007 is [geïntimeerde] benoemd tot vice-voorzitter van de raad van commissarissen; sedert 1 september 2008 heeft hij gefungeerd (waargenomen) als voorzitter van die raad.

c) In een brief gedateerd 2 december 2008 (prod. 4 bij conclusie van antwoord) heeft [commissaris 1] (hierna: [commissaris 1]), commissaris van Stichting Wonen, mede namens de overige drie leden van de raad van commissarissen, aan [geïntimeerde] verzocht om conform artikel 20 lid 4 van de statuten van de stichting een extra vergadering van de raad van commissarissen uit te schrijven op 12 of 9 december 2008 met als onderwerp het voorgenomen ontslag van [geïntimeerde] als commissaris.

Op 3 december 2008 heeft [commissaris 1] dat verzoek mondeling aan [geïntimeerde] meegedeeld en deze brief willen overhandigen.

d) Bij e-mail bericht van 4 december 2008 (prod. 12 bij memorie van grieven) heeft [commissaris 1] een extra vergadering van de raad van commissarissen uitgeschreven, met als agendapunten (sub 2) gelegenheid tot horen van de heer [geïntimeerde] en (sub 3) voorgenomen ontslag van de heer [geïntimeerde] als commissaris.

e) [geïntimeerde] heeft bij brief d.d. 5 december 2008 aan de afzonderlijke leden van de raad van commissarissen (prod. 2 bij inleidende dagvaarding) in reactie op de e-mail van [commissaris 1] van 4 december bericht dat het bijeenroepen van een vergadering door de verzoeker voorbarig en statutair onjuist is en dat eventueel genomen besluiten geen werking hebben. Voorts vermeldt de brief dat [geïntimeerde] overigens - om persoonlijke redenen - op 12 december 2008 niet beschikbaar zou zijn geweest, en dat hij met inachtneming van het gestelde onder artikel 20 lid 4 van de statuten via het secretariaat een uitnodiging zal doen toekomen voor bedoelde extra vergadering met datavoorstellen en een agenda.

f) Bij e-mail van 7 december 2008 (productie 5 bij conclusie van antwoord) heeft [commissaris 1], mede namens de overige leden van de raad van commissarissen, aan [geïntimeerde] bericht dat hem in verband met zijn aangekondigde niet beschikbaarheid op 12 december gelegenheid wordt geboden om op 10 december 2008 over het voorgenomen ontslag te worden gehoord dan wel schriftelijk zijn zienswijze voor 12 december 12.00 uur kenbaar te maken.

g) Bij brief e-mail van 7 december (prod. 10 bij memorie van grieven) heeft [geïntimeerde] aan [commissaris 1] het voorstel gedaan om op 10 december met elkaar te spreken. Op 10 december waren beiden op het hoofdkantoor aanwezig, maar heeft geen gesprek plaatsgevonden.

h) [geïntimeerde] heeft bij e-mail bericht van 10 december 2008 een extra vergadering van de raad van commissarissen bijeengeroepen voor vrijdag 23 december 2008. De agenda (overgelegd als bijlage bij prod. 4 bij inleidende dagvaarding) vermeldt als onderwerpen (i) het horen en het besluit tot ontslag van de heer [commissaris 1]als commissaris (verzoek ingebracht door de [geïntimeerde]) en (ii) het horen en voorgenomen ontslag van de heer [geïntimeerde] als commissaris.

i) Blijkens het verslag van de vergadering van de raad van commissarissen van 12 december 2008 (prod. 6 bij conclusie van antwoord) is buiten aanwezigheid van [geïntimeerde] besloten [geïntimeerde] per direct te ontslaan uit zijn functie van lid van de raad van commissarissen

j) Bij brief van 12 december 2008 (prod. 7 bij conclusie van antwoord), ondertekend door de commissarissen [commissaris 1], [commissaris 2], [commissaris 3]en [commissaris 4], is aan [geïntimeerde] meegedeeld dat tijdens de gehouden extra vergadering van de raad van commissarissen op 12 december 2008 is besloten om hem met onmiddellijke ingang als lid van de raad van commissarissen te ontslaan. De redenen voor het ontslag worden in de brief als volgt omschreven:

“- De Raad van Commissarissen, met uitzondering van de heer [geïntimeerde], is van mening, dat er sprake is van een volstrekt onwerkbare situatie binnen de Raad met grote negatieve consequenties voor de Stichting. Een situatie op grond waarvan handhaving van de heer [geïntimeerde] als lid van de Raad van Commissarissen redelijkerwijs niet van de Stichting kan worden verlangd.

- Bovengenoemde onwerkbare situatie wordt naar de mening van de Raad, veroorzaakt door gedrag, handelwijze en houding van de heer [geïntimeerde].

- Ter adstructie: de heer [geïntimeerde]:

* houdt zich niet aan de in de Raad bij herhaling vastgestelde toezichtsfilosofie “toezicht op afstand”. Bemoeit zich met bestuursaangelegenheden en treedt, buiten de Bestuurder om, in overleg met medewerkers uit de organisatie;

* weigert door de overige leden van de Raad aangedragen agendapunten voor vergaderingen van de Raad te agenderen;

* treedt schofferend op naar de Bestuurder die hij verwijt dat hij de organisatie niet beheerst, dat hij niet kan plannen, enz. Hij wil nu zelfs ontslag van de Bestuurder in gang zetten;

* communiceert non-verbaal dat hij de overige leden van de Raad niet serieus neemt;

* heeft vrijwel permanent een houding naar de organisatie toe van “niets deugt”. Breekt hierdoor bij voortduring mensen en zaken af;

* heeft op vrijwel alle onderwerpen die in de Raad komen afwijkende opvattingen. Op zich geen probleem maar dit leidt wel tot irritaties bij de overige leden.

- De handelwijze van de heer [geïntimeerde] staat een behoorlijke taakvervulling van de Raad van Commissarissen in de weg en deze handelwijze kan in het belang van Wonen Limburg en haar stakeholders niet langer getolereerd worden.”

Voorts wordt [geïntimeerde] in deze brief nogmaals de gelegenheid geboden om over het ontslag te worden gehoord, en wel op de reguliere vergadering van de raad van commissarissen van 18 december 2008; na een eventuele intrekking van het ontslagbesluit zal [geïntimeerde] verder kunnen deelnemen aan de reguliere vergadering.

k) Bij brief van 16 december 2008 van zijn raadsman is namens [geïntimeerde] de nietigheid c.q. de buitengerechtelijke vernietiging van het op 12 december 2008 genomen ontslagbesluit ingeroepen (prod. 7 bij inleidende dagvaarding).

l) Blijkens het verslag van de vergadering van de raad van commissarissen van 18 december 2008, waar [geïntimeerde] zonder bericht niet aanwezig was, is voorwaardelijk, slechts voor zover het besluit van 12 december 2008 niet rechtsgeldig zou zijn, opnieuw besloten [geïntimeerde] per direct als lid van de raad van commissarissen te ontslaan (prod. 8 bij conclusie van antwoord.

m) Bij brief van 19 december 2008 (prod. 9 bij inleidende dagvaarding) heeft mw. [commissaris 4] als waarnemend voorzitter van de raad van commissarissen aan [geïntimeerde] meegedeeld dat is vastgesteld is dat hij geen gebruik heeft gemaakt van de geboden gelegenheid om gehoord te worden over het (voorgenomen) ontslag, dat het besluit tot ontslag op 18 december 2008 opnieuw ter vergadering is behandeld, waarbij ook de brief van de advocaat van [geïntimeerde] van 16 december 2008 is betrokken. De brief vermeldt voorts:

“Omdat noch van u noch van uw advocaat nieuwe informatie is ontvangen die tot een heroverweging zou hebben kunnen leiden is, slechts voorzover er aan het besluit van 12 december 2008 qua inhoud, dan wel qua de wijze waarop het tot stand is gekomen, enig gebrek mocht kleven, het voorstel tot ontslag opnieuw ter stemming voorgelegd. Met algemene stemmen werd vervolgens opnieuw besloten u met onmiddellijke ingang uit uw functie als lid van de Raad van Commissarissen te ontslaan.”

n) Bij brief van zijn raadsman van 6 januari 2009 (prod. 10 bij inleidende dagvaarding) is namens [geïntimeerde] de nietigheid c.q. de buitengerechtelijke vernietiging van het ontslagbesluit van 19 december 2008 ingeroepen. Blijkens het bij de brief meegezonden verslag van de op 23 december 2008 gehouden vergadering van de raad van commissarissen, waarin alleen [geïntimeerde] aanwezig was, is het voor die vergadering geagendeerde voorgenomen ontslag van [geïntimeerde] niet aangenomen.

8.3. De in deze zaak relevante artikelen van de statuten van Stichting Wonen (opgenomen in de akte juridische fusie, prod. 1A bij inleidende dagvaarding) luiden als volgt:

Artikel 15

1.De raad van commissarissen kan een lid van de raad van commissarissen ontslaan wegens verwaarlozing van zijn taak, wegens andere gewichtige redenen of wegens ingrijpende wijziging van de omstandigheden op grond waarvan zijn handhaving als lid van de raad van commissarissen redelijkerwijs niet van de stichting kan worden verlangd.

2. Voor een besluit als bedoeld in het vorige lid is een meerderheid van twee/derde vereist in een vergadering waar alle leden van de raad van commissarissen aanwezig zijn. Verkeert een lid van de raad in de onmogelijkheid aan deze vergadering deel te nemen, dan kan niettemin een geldig besluit worden genomen door de aanwezige leden van de raad, mits de reden van het niet aanwezig zijn van het betreffende lid in het besluit wordt genoemd

3. Een besluit tot ontslag wordt niet genomen dan nadat het lid van de raad van commissarissen over wiens ontslag wordt besloten vooraf de gelegenheid is geboden om te worden gehoord.

Artikel 20 lid 4

Wanneer een van de leden van de raad van commissarissen het nodig acht dat een vergadering wordt gehouden kan hij de voorzitter schriftelijk en onder nauwkeurige opgave van de te behandelen punten verzoeken een vergadering bijeen te roepen.

Geeft de voorzitter aan een dergelijk verzoek geen gevolg dan is de verzoeker bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen op de wijze waarop de voorzitter een vergadering bijeenroept.

Aan een dergelijk verzoek wordt in elk geval geacht geen gevolg te zijn gegeven indien de vergadering niet binnen drie weken na het verzoek wordt gehouden.

Artikel 21

1.Behalve wanneer overeenkomstig het vierde lid van artikel 20 de vergadering door een lid van de raad van commissarissen wordt bijeengeroepen, geschiedt de oproeping tot de vergadering door de voorzitter.

2. De oproeping geschiedt met inachtneming van een termijn van ten minste zeven dagen, waarbij de dag van de oproeping en die van de vergadering niet worden meegerekend.

3. De oproeping gebeurt schriftelijk, waaronder ook wordt verstaan per e-mail of telefax. Bij de oproeping worden vermeld de plaats en het tijdstip van de vergadering en de te behandelen onderwerpen.

8.4. [geïntimeerde] heeft Stichting Wonen in rechte betrokken en - kort gezegd - gevorderd:

(1) te verklaren voor recht dat de door de raad van commissarissen van Stichting Wonen genomen ontslagbesluiten d.d. 12 en 18 december 2008 jegens [geïntimeerde] als medecommissaris nietig zijn, subsidiair deze besluiten te vernietigen wegens strijd met de wet/statuten/redelijkheid en billijkheid;

(2) a. Stichting Wonen te veroordelen de vernietiging van de ontslagbesluiten openlijk te rectificeren en kenbaar te maken in schriftelijke vorm aan de organisatie van Stichting Wonen en aan de door [geïntimeerde] aan te geven stakeholders van Sichting Wonen;

b. Stichting Wonen te veroordelen om [geïntimeerde] op te roepen voor en toe te laten tot alle vergaderingen van de raad van commissarissen;

c. zulks op verbeurte van een dwangsom van € 10.000,-- per overtreding.

8.5. Stichting Wonen heeft gemotiveerd verweer gevoerd op gronden als hierna - voor zover relevant - bij de bespreking van de grieven weergegeven.

8.6. De rechtbank heeft de subsidiaire vordering sub 1 toegewezen, oordelende dat de op 12 en 18 december 2008 genomen besluiten tot ontslag van [geïntimeerde] wegens strijd met het bepaalde in artikel 15 lid 1 sub a van de statuten van Stichting Wonen niet in stand kunnen blijven. Ook de vordering sub 2a tot rectificatie alsmede de in dit kader sub 2c gevorderde dwangsom is toegewezen, met dien verstande dat de dwangsom eerst zal zijn verbeurd indien na betekening van het vonnis geen gevolg wordt gegeven aan deze veroordeling binnen veertien dagen nadat door [geïntimeerde] is aangegeven aan welke stakeholders de rectificatie kenbaar dient te worden gemaakt. De sub 2b gevorderde oproeping en toelating van [geïntimeerde] tot de vergaderingen van de raad van commissarissen is afgewezen, aangezien de zittingsperiode van [geïntimeerde], ook bij een reguliere beëindiging, inmiddels op 1 januari 2010 was afgelopen, en niet valt in te zien welk belang [geïntimeerde] nog bij deze vordering heeft.

8.7. Ter pleitzitting voor het hof is door partijen verklaard dat rectificatie door Stichting Wonen conform het gewezen vonnis heeft plaatsgevonden.

8.8. Met de grieven I tot en met III komt Stichting Wonen op tegen de vernietiging door de rechtbank van de op 12 en 18 december 2008 genomen ontslagbesluiten. De grieven I en II bestrijden het oordeel dat sprake is van strijd met artikel 15 lid 1 sub a van de statuten; grief III klaagt dat de rechtbank is voorbijgegaan aan het beroep van Stichting Wonen op de Governance Code voor Woningcorporaties.

8.9. Het hof zal eerst grief III bespreken. Bij die grief herhaalt Stichting Wonen haar bij conclusie van antwoord gevoerde verweer dat de raad van commissarissen in zijn vergadering van 25 januari 2007 heeft ingestemd met invoering van de Governance Code voor Woningcorporaties (als onderdeel van de AEDES Code). Artikel III.1.5. van deze Code (prod. 1 bij conclusie van antwoord) schrijft voor dat een lid van de raad van de commissarissen tussentijds aftreedt bij onvoldoende functioneren, structurele onverenigbaarheid van belangen of wanneer dit anderszins naar het oordeel van de raad van commissarissen is geboden. Stichting Wonen stelt dat, nu ook [geïntimeerde] in bedoelde vergadering met het bepaalde in artikel III.1 van de Code (Taak en Werking) en met de uitvoering ervan in artikel III.1.5 heeft ingestemd, hij zich als lid van de raad van commissarissen vrijwillig heeft verbonden aan de naleving van de Code, zodat het hem niet meer vrijstond om zich naar aanleiding van het jegens hem genomen ontslagbesluit te beroepen op de formele of materiële vereisten uit de statuten.

Dit verweer wordt verworpen. Immers - wat er zij van de stelling dat [geïntimeerde] zich ook persoonlijk als lid van de raad van commissarissen tot naleving daarvan heeft verbonden - deze Code noch ook een eventuele persoonlijke instemming door een individueel lid van een orgaan van de stichting met de naleving ervan kan rechtens de statuten van de stichting ter zijde stellen. Dit, omdat de statuten het eigen rechtsregime van de stichting als rechtspersoon bepalen, en de rechtspersoon zelf alsmede (degenen die deel uitmaken van) zijn organen daaraan zijn gebonden, en meer in het bijzonder (een lid van) de raad van commissarissen de naleving daarvan juist behoort te waarborgen. Grief III faalt derhalve.

8.10. Grief I bestrijdt het oordeel van de rechtbank dat de oproepingen door [commissaris 1] voor de vergaderingen van 12 en 18 december 2008 in strijd met het bepaalde in artikel 20 lid 4 van de statuten hebben plaatsgevonden.

De rechtbank heeft daartoe overwogen dat blijkens de door hem op 5 december 2008 verzonden brief [geïntimeerde] wel degelijk voornemens was gevolg te geven aan het verzoek van [commissaris 1] tot het bijeenroepen van een extra vergadering, en dat in bedoelde brief niet het verzoek zelf, maar het bijeenroepen van een vergadering door [commissaris 1] voorbarig en statutair onjuist wordt genoemd. Hieruit vloeit voort, aldus de rechtbank, dat er op dat moment geen bevoegdheid aan de zijde van [commissaris 1] bestond om een vergadering van de raad van commissarissen bijeen te roepen.

8.10.1. Stichting Wonen voert in de toelichting op de grief aan dat de rechtbank ten onrechte uitsluitend is uitgegaan van hetgeen vermeld staat in de brief van 5 december 2008, met voorbijgaan aan hetgeen aan die brief op 3 december 2008 is voorafgegaan. Stichting Wonen verwijst naar de schriftelijke verklaring van [commissaris 1] (prod. 13 bij memorie van grieven) waarin deze verklaart op 3 december 2008 met [geïntimeerde] te hebben gesproken over het voornemen van de medecommissarissen tot ontslag van [geïntimeerde] en de wens van de commissarissen om daartoe een extra vergadering van de raad te beleggen. [commissaris 1] verklaart dat hij [geïntimeerde] als plaatsvervangend voorzitter van de raad heeft verzocht een extra vergadering met als onderwerp het voorgenomen ontslag van [geïntimeerde] uit te schrijven, en dat [geïntimeerde] in reactie daarop heeft gesteld een dergelijke extra vergadering niet bijeen te zullen roepen. Voorts verklaart [commissaris 1] dat [geïntimeerde] daarbijheeft geweigerd een door hem op schrift gesteld verzoek (d.d. 2 december 2008, hof) tot het bijeenroepen van een extra vergadering in ontvangst te nemen. [commissaris 1] heeft vervolgens bedoelde brief per aangetekende post aan [geïntimeerde] laten zenden. Stichting Wonen stelt zich op het standpunt dat aldus op 3 december 2008 sprake was van “geen gevolg geven van de voorzitter aan een verzoek tot bijeenroepen van een vergadering” als bedoeld in artikel 20 lid 4 van de statuten, en dat [commissaris 1] de weigering van [geïntimeerde] om de brief met het schriftelijk verzoek in ontvangst te nemen ook als zodanig heeft mogen opvatten.

8.10.2. [geïntimeerde] heeft bij memorie van antwoord (blz. 25 onder punt 11) bevestigd dat op 3 december 2008 een gesprek tussen hem en [commissaris 1] heeft plaatsgevonden, waarin door [commissaris 1] de wens van de mede-commissarissen ([commissaris 1], [commissaris 2] en [commissaris 3]) tot vertrek van [geïntimeerde] aan de orde is gesteld en dat [commissaris 1] hem toen heeft gezegd een verzoek tot het uitroepen van een extra vergadering bij zich te hebben. [geïntimeerde] betwist evenwel dat er sprake is geweest van een (formele) weigering om een extra vergadering bijeen te roepen en de brief met het verzoek in ontvangst te nemen; hij heeft, aangezien zijn hoofd daar op dat moment niet naar stond, slechts verzocht de brief aan zijn huisadres te sturen zodat hij hem rustig zou kunnen doorlezen en de situatie zou kunnen beoordelen. [commissaris 1] is akkoord gegaan met de verzending van de brief per post, aldus [geïntimeerde], en heeft daar ook voor zorggedragen.

8.10.3. Stichting Wonen heeft bij akte van 6 maart 2012 (onder correctie van het gestelde onder paragraaf 36 van de memorie van grieven, en met overlegging als prod. 26 van een aanvullende verklaring van [commissaris 1]) uitdrukkelijk betwist dat op 3 december 2008 door [geïntimeerde] aan [commissaris 1] zou zijn verzocht om toezending van de bewuste brief aan zijn huisadres. [geïntimeerde] weigerde op dat moment om aan het verzoek van [commissaris 1] (tot het bijeenroepen van de vergadering) te voldoen, en weigerde eveneens om de bewuste brief in ontvangst te nemen, aldus Stichting Wonen. De brief is vervolgens volledigheidshalve aangetekend aan [geïntimeerde] gezonden.

8.10.4. Het hof stelt vast dat partijen verdeeld zijn over de inhoud van het op 3 december 2008 gevoerde gesprek tussen [commissaris 1] en [geïntimeerde]. Nu Stichting Wonen zich ten verwere tegen de vordering van [geïntimeerde] heeft beroepen op een door [geïntimeerde] in dat gesprek geuite weigering om aan het verzoek tot het bijeenroepen van een extra vergadering te voldoen (ter onderbouwing van haar standpunt dat op 3 december 2008 sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 20 lid 4 van de statuten) rust op Stichting Wonen de bewijslast ter zake. Stichting Wonen zal conform het door haar gedane bewijsaanbod tot bewijs worden toegelaten als in het dictum bepaald.

8.11. Het hof zal in afwachting van de bewijsvoering elke verdere beslissing alsmede de bespreking van de overige grieven aanhouden.

9. De uitspraak

Het hof:

laat Stichting Wonen toe tot bewijs van feiten en omstandigheden die de conclusie rechtvaardigen dat op 3 december 2008 door [geïntimeerde] is geweigerd om aan het verzoek van [commissaris 1]tot het bijeenroepen van een extra vergadering van de raad van commissarissen te voldoen;

bepaalt, voor het geval Stichting Wonen bewijs door getuigen wil leveren, dat getuigen zullen worden gehoord ten overstaan van mr. Th.C.M. Hendriks-Jansen als raadsheer-commissaris, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch op een door deze te bepalen datum;

verwijst de zaak naar de rol van 29 mei 2012 voor opgave van het aantal getuigen en van de verhinderdata van partijen zelf, hun advocaten en de getuige(n) op woensdagen en donderdagen in de periode van 4 tot 12 weken na de datum van dit arrest;

bepaalt dat de raadsheer-commissaris na genoemde roldatum dag en uur van het getuigenverhoor zal vaststellen;

bepaalt dat de advocaat van Stichting Wonen tenminste zeven dagen voor het verhoor de namen en woonplaatsen van de te horen getuigen zal opgeven aan de wederpartij en aan de civiele griffie;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. Th.C.M. Hendriks-Jansen, J.C.J. van Craaikamp en B.E.L.J.C. Verbunt en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 15 mei 2012.