Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2012:BW3501

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
17-04-2012
Datum publicatie
20-04-2012
Zaaknummer
HD 200.092.700
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Eiswijziging bij memorie van grieven in verstekzaak. Zaak naar rol om appellant in de gelegenheid te stellen exploot van betekening van de vermeerdering van eis als bedoeld in artikel 130 lid 3 Rv in het geding te brengen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering 130, geldigheid: 2012-04-17
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2012/349

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.092.700

arrest van de zevende kamer van 17 april 2012

in de zaak van

1. [Appellant sub 1.],

wonende te [woonplaats],

2. [Appellante sub 2.],

wonende te [woonplaats],

3. [Appellant sub 3.],

wonende te [woonplaats],

4. [Appellant sub 4.],

wonende te [woonplaats],

5. [Appellant sub 5.]

wonende te [woonplaats],

appellanten,

advocaat: mr. A. Heijder,

tegen:

1. [Geintimeerde sub 1.],

2. [Geintimeerde sub 1.],

beiden wonende te [woonplaats],

geïntimeerden,

niet verschenen,

op het bij exploot van dagvaarding van 11 juli 2011 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank

’s-Hertogenbosch van 13 april 2011, gewezen tussen appellanten als eisers en geïntimeerden als gedaagden.

Het hof zal appellanten 1 tot en met 3 hierna aanduiden als [Appellant sub 1.] c.s., appellanten 4 en 5 als [Appellant sub 4.] c.s. en geïntimeerden als [geïntimeerde] c.s.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 213897/HA ZA 10-1464)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en naar het in dezelfde zaak gewezen tussenvonnis van 8 september 2010.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Geïntimeerden zijn in dit hoger beroep niet verschenen. Tegen hen is verstek verleend.

2.2. Bij memorie van grieven hebben [appellant sub 1.] c.s. en [appellant sub 4.] c.s.elf producties overgelegd, negen grieven aangevoerd tegen het vonnis van 13 april 2011, hun eis gewijzigd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis van 13 april 2011 en, kort gezegd, tot toewijzing van hun gewijzigde eis.

2.2. [appellant sub 1.] c.s. en [appellant sub 4.] c.s.hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

3. De gronden van het hoger beroep

Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.

4. De beoordeling

4.1. Dit geschil heeft betrekking op de beëindiging van de samenwerking van zeven huisartsen die medio 2006 in een nieuwbouwruimte aan de [vestigingsadres] te [vestigingsplaats] praktijk zijn gaan houden. [geintimeerde] c.s. hebben de samenwerking eind 2008 opgezegd en zijn per 1 augustus 2009 elders in [praktijkplaats] praktijk gaan houden. Partijen verschillen van mening over de vraag of [geintimeerde] c.s. na hun vertrek nog moeten bijdragen in onder meer langlopende huurverplichtingen die medio 2006 voor de nieuwbouwruimte zijn aangegaan (looptijd tot en met 30 april 2016).

4.2. In het geding in eerste aanleg vorderden [appellant sub 1.] c.s. en [geïntimeerde sub 4.] c.s., na hun eis te hebben vermeerderd:

I. veroordeling van [geintimeerde] c.s. tot betaling aan [appellant sub 1.] c.s. en [appellant sub 4.] c.s. van € 22.146,-- vermeerderd met wettelijke rente;

II. een verklaring voor recht dat [geintimeerde] c.s. aan [appellant sub 1.] c.s. en [appellant sub 4.] c.s.verschuldigd zijn het voor rekening van [geintimeerde] c.s. komende aandeel in de gezamenlijke kosten van partijen binnen Praktijk Duin en Wiel en Praktijk Het Raethuys voor zover deze kosten betrekking hebben op de voortzetting van het gebruik van de praktijkruimte, waaronder begrepen huur, servicekosten, kosten van gas, licht, water, verzekeringen, schoonmaakkosten, bankkosten, kosten accountant en overige huisvestingskosten;

met veroordeling van [geintimeerde] c.s. in de proceskosten.

4.3. Bij memorie van grieven hebben [appellant sub 1.] c.s. en [appellant sub 4.] c.s.hun eis gewijzigd. Zij vorderen nu, naast vernietiging van het beroepen vonnis:

I. veroordeling van [geintimeerde] c.s. tot betaling aan [appellant sub 1.] c.s. en [appellant sub 4.] c.s.van

- € 20.871,-- met betrekking tot het jaar 2010, vermeerderd met wettelijke rente;

- € 17.734,-- met betrekking tot het jaar 2011, vermeerderd met wettelijke rente;

II. een verklaring voor recht dat [geintimeerde] c.s. aan [appellant sub 1.] c.s. en [appellant sub 4.] c.s.verschuldigd zijn het voor rekening van [geintimeerde] c.s. komende aandeel in de gezamenlijke kosten van praktijk Duin en Wiel, berekend op dezelfde wijze als de accountant van de maatschap dat heeft gedaan van 2006 tot en met 2010;

met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten.

4.4. Volgens artikel 130 lid 3 Rv is een wijziging of vermeerdering van eis uitgesloten tegen een partij die niet in het geding is verschenen, tenzij de eisende partij de wijziging of vermeerdering van eis tijdig bij exploot aan de niet verschenen partij kenbaar heeft gemaakt. Deze regel is als gevolg van het bepaalde in artikel 353 lid 1 Rv ook in hoger beroep van toepassing.

4.5. Uit het overgelegde procesdossier blijkt niet dat [appellant sub 1.] c.s. en [appellant sub 4.] c.s.de eiswijziging bij exploot aan [geintimeerde] c.s. kenbaar hebben gemaakt. Voor het hof is dus niet duidelijk of de gewijzigde eis beoordeeld kan worden. Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen om [appellant sub 1.] c.s. en [appellant sub 4.] c.s.in de gelegenheid te stellen een exploot van betekening van de memorie van grieven aan [geintimeerde] c.s. in het geding te brengen.

4.6. Elk verder oordeel wordt aangehouden.

5. De uitspraak

Het hof:

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 22 mei 2012 voor een akte aan de zijde van appellanten met het hiervoor in rechtsoverweging 4.5 aangegeven doel;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. N.J.M. van Etten, B.A. Meulenbroek en I.B.N. Keizer en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 17 april 2012.