Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2012:BV8885

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
14-03-2012
Datum publicatie
15-03-2012
Zaaknummer
HV 200.095.532
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vereniging van appartementseigenaren. Aan vervangende machtiging ex art. 5:121 BW te stellen eisen ten aanzien van duur en betreden privéruimten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2012/168
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

Uitspraak: 14 maart 2012

Zaaknummer: HV 200.095.532/01

Zaaknummer eerste aanleg: 761474 EJ verz. 11-415

in de zaak in hoger beroep van:

[X.],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: H.P. Verheyen,

tegen

het bestuur van de Vereniging van Eigenaren Residentie Verren-Best (appartementsgebouw A),

gevestigd te [vestigingsplaats],

verweerster,

hierna te noemen: de VvE,

advocaat: mr. K. Zeylmaker.

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank 's-Hertogenbosch, sector kanton, locatie Eindhoven, van 22 september 2011.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 12 oktober 2011, heeft [appellant] onder aanvoering van zes grieven verzocht voormelde beschikking te vernietigen en alsnog de door de VvE verzochte machtiging te weigeren.

2.2. Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 20 december 2011, heeft de VvE verzocht de grieven ongegrond te verklaren.

2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 29 februari 2012. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- [appellant] en zijn advocaat;

- namens de VvE mevrouw A.J.A. Teuws-Titulaer, voorzitter, en haar advocaat;

2.4. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg 24 augustus 2011;

- de brief met bijlage van de advocaat van [appellant] 20 februari 2012;

- de ter zitting door de advocaat van [appellant] overgelegde pleitaantekeningen.

3.De beoordeling

3.1.Het gaat in deze zaak om het volgende.

3.1.1.[appellant] is eigenaar van een appartementsrecht dat hem van rechtswege lid doet zijn van de VvE. Als appartementseigenaar heeft [appellant] in het souterrain een opslagruimte van circa 8 m2 groot.

3.1.2.Boven de opslagruimte van [appellant] komt een aantal ventilatiepunten bij elkaar. De elektronica die de ventilatiesystemen aanstuurt is geplaatst in de opslagruimte van [appellant] (een gesloten kastje van circa 50 bij 50 cm). Vanuit dit kastje loopt een snoer dat door de muur naar de algemene ruimte loopt alwaar de stekker van het snoer in een stopcontact wordt geplaatst.

3.1.3.Op 9 januari 2011 is de stekker door iemand uit het stopcontact gehaald en is de stekker met het snoer in de opslagruimte van [appellant] teruggeduwd. Partijen zijn er nu, naar het verstrijken van meer dan een jaar, nog niet in geslaagd de ventilatieapparatuur weer van stroom te voorzien, terwijl ook de advocaten geen oplossing hebben weten te bewerkstelligen. De bemiddelingspoging van de kantonrechter is eveneens vruchteloos gebleven.

3.1.4.In de beschikking waarvan beroep heeft de kantonrechter op de voet van artikel 5:121 BW de VvE een vervangende machtiging verleend voor de duur van vijf jaren vanaf de datum van zijn beschikking, ter betreding, al dan niet met behulp van de sterke arm, van de opslagruimte van [appellant], teneinde werkzaamheden te (doen) verrichten in de ruimste zin des woords aan het daar aanwezige ventilatiesysteem, de elektra en toebehoren.

Daartegen keren zich de grieven.

3.2.Grief 1.

3.2.1.In deze grief stelt [appellant] zich op het standpunt dat de machtiging ten onrechte is verleend omdat niet is voldaan aan de eis van artikel 5:121 BW dat hij zonder redelijke grond medewerking heeft verleend.

3.2.2.Hoewel het voor de hand lag het probleem op te lossen door de stekker weer in het stopcontact te steken, blijkt in ieder geval dat [appellant] dit indertijd niet heeft gedaan, dat mogelijk het snoer in de opslagruimte stuk is geraakt of dat mogelijk het snoer, althans de stekker gedemonteerd is. Inmiddels heeft het bestuur van de VvE er geen vertrouwen meer in dat het snoer en/of de aansluiting en/of de stekker nog voldoen aan de daaraan te stellen eisen en wenst, alvorens de ventilatie weer aan te sluiten, vooraf de goedkeuring van een onderhoudsmonteur. Partijen en hun advocaten zijn er niet in geslaagd een onderhoudsmonteur dit klusje te laten klaren. [appellant] beroept zich er nu op dat hij van de VvE zelf niets mag ondernemen en dat hij daarom zijn medewerking niet heeft verleend.

3.2.3.Naar het oordeel van het hof faalt de grief. Vast staat dat het bestaande ventilatiesysteem niet op het elektriciteitsnet is aangesloten. Het is een alleszins gerechtvaardigd verlangen van de VvE het systeem weer in werking te stellen. Aangenomen moet worden dat de ventilatie bouwtechnisch vereist is, en dat het niet gaat om een overbodige installatie. Voor het aansluiten van de installatie is de medewerking van [appellant] vereist, nu het bestuur niet zonder zijn toestemming de opslagruimte mag betreden. Deze medewerking beperkt zich niet alleen tot een lippendienst. Het is onder de gegeven omstandigheden aan [appellant] om het er - actief - toe te leiden dat het systeem weer van stroom wordt voorzien. Van deze actieve medewerking is niet gebleken, althans zijn medewerking, wat die ook heeft ingehouden, heeft niet geleid tot het door de VvE gewenste resultaat. Rechtens moet het er daarom voor worden gehouden dat [appellant] zijn medewerking zonder redelijke grond heeft geweigerd en dat de verzochte machtiging in beginsel toewijsbaar is. Overigens erkent [appellant] in de toelichting op grief 2 medewerking te weigeren.

3.2.4.[appellant] stelt nog wel dat hij sedert de oplevering in 1994 nog niet heeft meegemaakt dat het systeem onderhoud behoeft, maar deze stelling kan hem niet baten. Vast staat dat de installatie niet is aangesloten, waar het systeem wel aangesloten behoort te zijn. Bovendien kan na verloop van tijd onderhoud noodzakelijk zijn geworden. Het is niet aan [appellant] daaromtrent een eigen visie naar voren te brengen. Het bestuur van de VvE mag onderhoud laten verrichten, indien dat bestuur dat gewenst oordeelt. Bovendien stelt [appellant] zelf dat het snoer is beschadigd. In ieder geval het snoer behoeft dus onderhoud.

Ook het voorstel van [appellant] de installatie te verplaatsten kan niet leiden tot een ander oordeel. Het is bepaald disproportioneel en onrechtmatig om deze verplaatsing af te dwingen door medewerking aan het herstel van het snoer te onthouden.

3.3.Grief 2.

3.3.1.In deze grief keert [appellant] zich tegen de volgende overweging in de beschikking waarvan beroep:

[appellant] heeft geen zwaarwichtige belangen genoemd op grond waarvan medewerking redelijkerwijs niet van hem kan worden gevergd.

[appellant] stelt een redelijk grond te hebben genoemd om medewerking te weigeren en geen zwaarwegende belangen te hoeven hebben om die medewerking te verlenen.

3.3.2.Op welk redelijk belang [appellant] doelt, zet hij niet uiteen. Naar het oordeel van het hof heeft [appellant] geen redelijk belang om te verhinderen dat de installatie weer op de stroomtoevoer wordt aangesloten, laat staan dat hij een zwaarwichtig belang heeft. De grief kan niet leiden tot een andere beslissing.

3.4.Grief 3.

3.4.1.In de toelichting op deze grief stelt [appellant] dat er geen wettelijke grondslag bestaat voor het verlenen van een machtiging voor de duur van vijf jaren. Uit artikel 5:121 BW zou blijken dat alleen machtiging kan worden verleend voor een bepaalde handeling, niet om een reeks van handelingen.

3.4.2.Naar het oordeel van het hof is de rechtsopvatting van [appellant] onjuist. Uit de woorden ‘voor het verrichten van een bepaalde handeling’ in artikel 5:121 BW kan zijn opvatting niet worden afgeleid. De woorden houden mede de mogelijkheid in zich om, zoals hier het geval, machtiging te verlenen voor het noodzakelijk onderhoud, de noodzakelijke reparaties en de vereiste controles op het functioneren van het systeem gedurende een bepaalde periode. Van de VvE kan niet worden verlangd dat zij ten aanzien van een onwillige appartementseigenaar zich telkenmale tot de kantonrechter moet wenden om vervangende machtiging te verkrijgen. De grief faalt mitsdien in zoverre.

3.4.3.[appellant] stelt subsidiair dat de verleende machtiging veel te ruim is en dat de VvE te pas en te onpas van deze machtiging gebruik zou kunnen maken.

Voor het gestelde misbruik heeft het hof geen grond gevonden zodat het hof daaraan voorbij gaat.

De machtiging is alleen verleend voor werkzaamheden betreffende het ventilatiesysteem, niet voor andere doeleinden. Zoals ter zitting vastgesteld zijn de leden van het bestuur van de VvE terzake niet deskundig. Het hof gaat er daarom vanuit dat de VvE die machtiging alleen gebruikt in aanwezigheid van een onderhoudsmonteur. De VvE heeft dit ter zitting bevestigd. Omdat partijen niet on speaking terms zijn zal het hof aan de verleende machtiging toevoegen dat de VvE van de machtiging alleen gebruik zal mogen maken in aanwezigheid van (een) onderhoudsmonteur(s) en na [appellant] schriftelijk te hebben verwittigd, op een termijn van minimaal een week, van zijn/hun komst. Dat er spoedeisende reparaties uitgevoerd moeten worden is niet aannemelijk tegen de achtergrond van de stilstand van de installatie nu al meer dan een jaar.

Van een noodzaak voor een bestuurslid om de opslagruimte zelf te betreden, is het hof niet gebleken. De machtiging kan derhalve worden beperkt tot het betreden van die ruimte door (een) onderhoudsmonteur(s).

De afdwingbaarheid van de betreding ‘al dan niet met behulp van de sterke arm’ zal worden gehandhaafd met dien verstande dat daarvan geen gebruik kan worden gemaakt als [appellant] de deur opent voor de onderhoudsmonteur op het door de VvE verwittigde moment of indien en zolang [appellant] een sleutel ter beschikking heeft gesteld aan de onderhoudsmonteur of een door de VvE goedgekeurde derde. De VvE heeft als onderhoudsmonteur opgegeven de firma [firma] te [vestigingsplaats]. Het hof gaat er vanuit dat deze firma bereid is een sleutel van de opslagruimte onder zich te houden.

3.5.Grief 4.

3.5.1.In deze grief komt [appellant] op tegen de omvang van de uit te voeren werkzaamheden, door de kantonrechter omschreven als ‘teneinde werkzaamheden te (doen) verrichten in de ruimste zins des woord aan het daar aanwezige ventilatiesysteem, de elektra en toebehoren’. Volgens [appellant] kan worden volstaan met het herstel van de stroomtoevoer.

3.5.1.De grief faalt. Het is niet aan [appellant] om te bepalen welk onderhoud en welke reparaties uitgevoerd moeten worden. De onderhoudsmonteur is de eerst aangewezene om daaromtrent te adviseren. Derhalve moet worden volstaan met een ruime omschrijving. Het opstellen van een ‘concreet plan’, waar [appellant] het over heeft, past niet bij een installatie als waarvan hier sprake is.

3.6.Grief 5.

3.6.1.In deze grief komt [appellant] op tegen de beslissing van de kantonrechter om alle kosten die redelijkerwijs met de betreding van de opslagruimte gepaard gaan voor rekening van [appellant] te laten komen.

3.6.2.De grief faalt. Van [appellant] mag worden verlangd dat hij de onderhoudsmonteur op verzoek van de VvE tot de opslagruimte toelaat en als hij dat niet doet dat dan de kosten voor hem zijn.

[appellant] heeft aangevoerd dat in een eerder stadium het slot door vandalen is dichtgelijmd en dat [appellant] zich op het standpunt heeft gesteld dat de kosten daarvan voor rekening van de VvE zouden komen. Het hof is in deze procedure niet geroepen te beslissen op de vraag of schade door derden op de VvE kan worden verhaald. Het hof gaat uit van de normale situatie en dat is dat [appellant] de onderhoudsmonteur toe laat, bij gebreke waarvan de kosten in beginsel voor zijn rekening zijn.

3.7.Grief 6 stelt de proceskostenveroordeling aan de orde. Naar het oordeel van het hof heeft de kantonrechter [appellant] terecht in de kosten veroordeeld omdat hij heeft te gelden als de in het ongelijk gestelde partij. Door zijn toedoen is de ventilatie-installatie niet aangesloten kunnen worden op het elektranet. [appellant] zal om dezelfde reden in hoger beroep in de kosten worden verwezen.

3.8.In eerste aanleg heeft de VvE verzocht de beschikking uitvoer bij voorraad te verklaren. Daarop is niet beslist of het moet zijn dat de afwijzing besloten ligt in de afwijzing van het meer of anders verzochte.

Het hof ziet aanleiding de beslissing alsnog uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zonodig ambtshalve. Voor een verder oponthoud in een herstel van het snoer is geen plaats.

4. De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beslissingen waarvan beroep met dien verstande dat

- het bestuur van de VvE alleen van de machtiging gebruik mag maken in aanwezigheid van (een) onderhoudsmonteur(s),

- na eerst [appellant] van de komst van die monteur(s) schriftelijk te hebben verwittigd op een termijn van minimaal één week,

- dat het alleen aan de monteur(s) is toegestaan de opslagruimte te betreden en

- dat geen gebruik zal mogen worden gemaakt van ‘de sterke arm’ indien en zolang [appellant] hetzij de deur voor de monteur(s) zelf opent of aan de door de VvE opgegeven monteur(s) een sleutel ter beschikking heeft gesteld,

en verklaart de (aangepaste) beslissingen alsnog uitvoerbaar bij voorraad;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep aan de zijde van de VvE gevallen tot op heden begroot op € 694,- voor vast recht en op € 1.788,- voor salaris advocaat.

Deze beschikking is gegeven door mrs. W.H.B. den Hartog Jager, C.N.M. Antens en L.Th.L.G. Pellis en in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2012.