Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2012:BV8390

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
06-03-2012
Datum publicatie
09-03-2012
Zaaknummer
HD 200.076.499
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Schade door rubberbanden wandelwagen, productaansprakelijkheid?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAV 2012/58

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.076.499

arrest van de vierde kamer van 6 maart 2012

in de zaak van

[X.] B.V., h.o.d.n. Dorel Netherlands,

gevestigd en kantoorhoudende te [vestigings- en kantoorplaats],

appellante in principaal appel,

geïntimeerde in incidenteel appel,

advocaat: mr. J.J.M. Oehlen,

tegen:

1. [geïntimeerde sub 1.],

2. [geïntimeerde sub 2.],

beiden wonende te [woonplaats],

geïntimeerden in principaal appel,

appellanten in incidenteel appel,

advocaat: mr. S.J.G.A. van Pelt,

op het bij exploot van dagvaarding van 1 november 2010 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank ‘s-Hertogenbosch gewezen vonnis van 1 september 2010 tussen principaal appellante - Dorel - als gedaagde en principaal geïntimeerden - [geintimeerde sub 1.] c.s. (mannelijk enkelvoud) - als eisers.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknummer/rolnummer 203159 / HA ZA 09-2733)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en naar het tussenvonnis van 20 januari 2010 waarbij een comparitie van partijen is gelast.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij memorie van grieven met zes producties heeft Dorel vijf grieven aangevoerd en geconcludeerd, kort gezegd, dat het hof het vonnis waarvan beroep vernietigt en bij arrest, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad (1) de vorderingen van [geintimeerde sub 1.] c.s. afwijst, (2) [geintimeerde sub 1.] c.s. veroordeelt tot terugbetaling van hetgeen Dorel ter uitvoering van het bestreden vonnis aan hem heeft voldaan, zijnde een bedrag van € 7.188,61, te vermeerderen met de wettelijke rente en (3) [geintimeerde sub 1.] c.s. veroordeelt in de kosten in beide instanties, te vermeerderen met de wettelijke rente.

2.2. [geintimeerde sub 1.] c.s. heeft een memorie van antwoord in principaal appel, tevens houdende incidenteel appel, tevens houdende wijziging c.q. vermeerdering van eis genomen.

Daarbij heeft hij drie producties overgelegd en de grieven in principaal appel bestreden.

Voorts heeft [geintimeerde sub 1.] c.s. incidenteel appel ingesteld, daarin twee grieven aangevoerd, zijn eis vermeerderd en geconcludeerd dat het hof het vonnis waarvan beroep (gedeeltelijk) vernietigt ten aanzien van de schadebepaling en Dorel alsnog veroordeelt tot hetgeen bij inleidende dagvaarding (met inachtneming van de eiswijziging c.q. vermeerdering) is gevorderd, met veroordeling van Dorel in de kosten in beide instanties.

2.3. Dorel heeft in incidenteel appel geantwoord.

2.4. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

In het procesdossier van Dorel ontbreken de producties bij de inleidende dagvaarding en het comparitievonnis van 20 januari 2010. Het hof heeft hiervan kennisgenomen uit het procesdossier van [geintimeerde sub 1.] c.s. In het procesdossier van [geintimeerde sub 1.] c.s. ontbreekt de appeldagvaarding. Het hof heeft hiervan kennisgenomen uit het procesdossier van Dorel.

3. De gronden van het hoger beroep

Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de beide memories.

4. De beoordeling

in principaal en incidenteel appel

4.1. Het gaat in deze zaak om het volgende.

4.1.1. Dorel ontwerpt en produceert baby- en kinderartikelen, waaronder de wandelwagen Maxi-Cosi Mura.

4.1.2. [geintimeerde sub 1.] c.s. heeft een gietvloer laten aanbrengen op de gehele benedenverdieping van zijn woning. Op de eerste verdieping van de woning ligt een houten parketvloer met zogenaamde whitewashing.

Op 9 augustus 2008 heeft [geintimeerde sub 1.] c.s. bij Tangara te [vestigingsplaats] een wandelwagen Maxi-Cosi Mura met reiswieg (hierna: de wandelwagen) gekocht voor een bedrag van € 805,--. De gebruiksaanwijzing van de wandelwagen vermeldt, voor zover relevant, het volgende (productie 7 bij inl. dagv.):

“1. BELANGRIJK: EERST LEZEN!

WAARSCHUWING

- Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en bewaar deze als naslagwerk. (…)

- De zwarte banden kunnen op sommige gladde vloeren (vooral vinyl, kunststoflaminaat, parket en linoleum) kleursporen achterlaten”.

4.1.3. De wandelwagen heeft eerst op twee verschillende plaatsen op de gietvloer gestaan en is na een tijdje geplaatst op de parketvloer op de eerste verdieping.

Op enig moment heeft [geintimeerde sub 1.] c.s. kleurvlekken geconstateerd op de vloeren, zowel beneden als boven, waar de wandelwagen had gestaan. Deze vlekken konden niet worden verwijderd.

[geintimeerde sub 1.] c.s. heeft hierover contact opgenomen met Tangara, die hem heeft doorverwezen naar Dorel.

4.1.4. Bij brief van 10 december 2008 heeft Dorel [geintimeerde sub 1.] c.s. het volgende bericht (productie 6 bij inl. dagv.):

“Hierbij ingesloten zenden wij u een kopie van het rapport van TNO inzake het onderzoek dat wij naar aanleiding van uw klacht hebben laten uitvoeren.

Het rapport bevestigt dat er geen sprake is van een gebrek in ons product of van een gebeurtenis waarvoor wij op grond van onze garantievoorwaarden aansprakelijk zijn.

Dat rubber banden sporen kunnen achterlaten bij gebruik binnenshuis komt door de antioxidanten die in rubber voor banden worden gebruikt. Deze antioxidanten voorkomen dat de banden verouderen, gaan scheuren en daardoor de levensduur maar enkele jaren zou zijn. De antioxidanten, hier in de banden van de Maxi-Cosi Mura, toegepast als antidegradant behoren tot de meest effectieve en wereldwijd meest gebruikte antidegradanten voor rubber banden.

Van een fout of gebrek is kortom geen sprake. Wij wijzen in dat kader nogmaals op de meegeleverde gebruikershandleiding, waarin expliciet op het risico van sporen wordt gewezen.

Op grond van het vorenstaande wijzen wij aansprakelijkheid voor de door u gestelde schade af.”

4.1.5. In het bijgesloten TNO-rapport d.d. 26 november 2008 staat onder meer het volgende (productie 6 bij inl. dagv.):

“Small rubber tyres are used on products of Dorel. In certain circumstances where the tyres are in static contact with synthetic floors on a certain spot it appeared that the floor discoloured into dark brown at the contact surface between tyre and floor.

(...)

It is well known in the rubber industry that this antioxidant can cause severe contact staining.

Staining means the migration of the ingredient from the rubber to the material that is in contact with the rubber surface.

(…)

The presence of the antidegradants IPPD and 6PPD in the tread rubbers is the cause of the contact staining.

The best action with respect to the problem would be not to use these staining ingredients any more. IPPD and 6PPD however belong to the group of the most effective antidegradants for tyre rubbers and are therefore widely used in car tyres. Simply leaving them out of the rubber can shorten the service life of the tyres and can lead to visible cracks in the tyre surface within a few years. It is possible however to use a combination of other antidegradants that are non-staining. Another solution could be the application of a different rubber type that does not need these antidegradants.”

4.2.1.[geintimeerde sub 1.] c.s. heeft in eerste aanleg gevorderd, kort gezegd, dat Dorel wordt veroordeeld tot betaling aan hem van € 10.558,55 aan schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente en € 833,-- wegens buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van Dorel in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente. Het gevorderde bedrag aan schadevergoeding omvat de kosten voor vervanging/herstel van de twee vloeren en kosten in verband met verhuizing en opslag, aanschaf van een mat en plintwerk.

[geintimeerde sub 1.] c.s. heeft zijn vordering primair gebaseerd op artikel 6:185 BW (productaansprakelijkheid), subsidiair op artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad) en meer subsidiair op artikel 7:18 BW (non-conformiteit).

4.2.2.Dorel heeft verweer gevoerd.

4.2.3.De rechtbank heeft in het vonnis waarvan beroep, kort gezegd, Dorel veroordeeld tot betaling aan [geintimeerde sub 1.] c.s. van € 5.378,80, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW en met veroordeling van Dorel in de proceskosten. Het toegewezen bedrag ziet op de kosten voor herstel van de gietvloer en het plintwerk. De vordering is voor het overige afgewezen.

4.3.1. In grief I in principaal appel wordt betoogd dat de rechtbank ten onrechte is uitgegaan van de toepasselijkheid van artikel 6:185 BW. Producten die uitsluitend schade kunnen veroorzaken aan zaken vallen volgens Dorel niet onder de reikwijdte van dit artikel. Zij verwijst daartoe naar de uitwerking van het begrip veiligheid in Richtlijn 2001/95/EG van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid. Dorel stelt dat het begrip veiligheid in die richtlijn alsmede in de (Europese en nationale) regeling van productaansprakelijkheid betrekking heeft op het risico voor schade voor de gezondheid en de veiligheid van personen. Dit kan volgens Dorel ook worden afgeleid uit rechtspraak van de Hoge Raad.

4.3.2. Het hof overweegt als volgt. Op grond van artikel 6:185 BW is de producent in beginsel aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door een gebrek in zijn product. Ingevolge artikel 6:186 lid 1 BW is een product gebrekkig “indien het niet de veiligheid biedt die men daarvan mag verwachten, alle omstandigheden in aanmerking genomen”.

In deze grief wordt de vraag opgeworpen of een product ook gebrekkig in de zin van deze bepaling kan zijn indien het uitsluitend een risico voor schade aan zaken in het leven roept. Deze vraag moet naar het oordeel van het hof bevestigend worden beantwoord. Het hof wijst daartoe op de volgende opmerking van de minister van Justitie ter gelegenheid van de parlementaire behandeling van titel 7.1 Nieuw BW: “Niet slechts wanneer een produkt persoonsschade veroorzaakt, doch ook wanneer het - alleen - zaakschade veroorzaakt is het (uiteraard indien overigens aan artikel 6 is voldaan) onveilig in de zin van de richtlijn.” (Kamerstukken II 1985-1986, 16 979, nr. 8, blz. 19). Het hof verwijst voorts naar overweging 6 in de considerans van Richtlijn 85/374/EEG van 25 juli 1985 inzake productaansprakelijkheid: “Overwegende dat bij de beantwoording van de vraag of een produkt een gebrek vertoont, ter bescherming van de fysieke integriteit en de goederen van de consument, niet de ongeschiktheid van het produkt voor het gebruik maatstaf moet zijn, doch het gebrek aan veiligheid die het grote publiek gerechtigd is te verwachten” (onderstreping hof). Het hof leidt hieruit af dat ook producten die uitsluitend schade kunnen veroorzaken aan zaken onder de reikwijdte van artikel 6:185 e.v. BW kunnen vallen.

4.3.3.Het voorgaande betekent dat grief I in principaal appel faalt.

4.4.1.Grief II in principaal appel is gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat verwacht mag worden dat de wandelwagen zonder problemen meegenomen kan worden naar binnen, om binnenshuis te worden neergezet. Volgens Dorel is de conclusie van de rechtbank, dat het gebruik van een wandelwagen binnenshuis valt onder het normale gebruik, onjuist. Dorel voert, samengevat, aan dat een wandelwagen bestemd is voor gebruik buitenshuis, dat deze binnenshuis geen functie heeft en dat het geen normaal voorzienbaar gebruik is om de wandelwagen met kind in de woonkamer te rijden en het kind daarin te laten zitten. Ook indien van een wandelwagen mag worden verwacht dat men deze mee naar binnen neemt om aldaar neer te zetten, dan betekent dit volgens Dorel nog niet dat ieder gebruik van de wandelwagen binnenshuis valt onder normaal gebruik. Het plaatsen van een wandelwagen in de woonkamer valt daar in ieder geval niet onder, aldus Dorel.

4.4.2. Het hof stelt het volgende voorop. Bij de beoordeling van de vraag of een product gebrekkig is, moeten op grond van het bepaalde in artikel 6:186 lid 1 BW alle omstandigheden in aanmerking worden genomen, waaronder in het bijzonder het redelijkerwijs te verwachten gebruik van het product. Hierbij heeft te gelden dat een producent niet alleen aansprakelijk is bij gevaren die zich realiseren bij gebruik overeenkomstig de bestemming maar ook bij ander - eventueel verkeerd - gebruik, voor zover dat redelijkerwijs voorzienbaar is.

Hoewel een wandelwagen op de eerste plaats bedoeld is om daarin buitenshuis een kind te vervoeren, moet een producent er naar het oordeel van het hof ook rekening mee houden dat een wandelwagen met uitgeklapt onderstel in een woning en ook in een woonkamer wordt geplaatst. Het hof deelt het standpunt van [geintimeerde sub 1.] c.s. dat, indien bij de wandelwagen een reiswieg is aangeschaft, zoals in het onderhavige geval is gebeurd, de wandelwagen mede kan worden gebruikt om het kind daarin te laten slapen. Daarbij is gangbaar dat dit binnenshuis, zoals bijvoorbeeld in een woonkamer, gebeurt en dat het onderstel uitgeklapt blijft. Dit valt naar het oordeel van het hof onder het normaal gebruik van een wandelwagen met reiswieg. Het hof acht het daarnaast voorzienbaar dat een wandelwagen (voorafgaand aan ingebruikname dan wel na afloop van gebruik) met uitgeklapt onderstel binnenshuis wordt gestald. Zo moet de producent er naar het oordeel van het hof rekening mee houden dat een wandelwagen vóór de geboorte van het kind in een woonkamer of in een kinderkamer wordt uitgestald. Ook na gebruik van een wandelwagen zal deze, wanneer een garage of schuur ontbreekt, vaak - al dan niet met uitgeklapt onderstel - binnenshuis worden neergezet. Hiertoe zal weliswaar mogelijk eerder een gang dan een woonkamer worden gebruikt. Echter, deze kunnen dezelfde soort vloer hebben, zodat dit niet relevant is voor de beoordeling van deze zaak.

4.4.3.De grief faalt op deze gronden.

4.5.1. In grief III in principaal appel wordt opgekomen tegen de overweging dat Dorel in de gebruiksaanwijzing onvoldoende heeft uiteengezet dat niet uitsluitend sprake kan zijn van sporen op de oppervlakte, die weggepoetst kunnen worden, maar ook van sporen die tot in de vloer zelf doordringen en alleen tegen aanzienlijke kosten kunnen worden verwijderd. Dorel stelt dat het [geintimeerde sub 1.] c.s. duidelijk had moeten zijn dat hij de wandelwagen, vanwege het risico op kleursporen, niet zonder risico in zijn woonkamer kon plaatsen. Zij wijst er verder op dat [geintimeerde sub 1.] c.s. heeft gesteld dat hij deze gebruiksaanwijzing niet vóór het gebruik van de wandelwagen heeft gelezen, zodat het onjuiste gebruik voor eigen rekening moet blijven. Dorel stelt voorts dat de strekking van een waarschuwing voor kleurvlekken op de oppervlakte van de vloer dezelfde is als die van een waarschuwing voor kleurvlekken in de vloer, namelijk dat de consument moet oppassen bij het gebruik van de wandelwagen binnenshuis op een gladde vloer. Dorel voert tot slot aan dat het risico op kleursporen in casu niet werd veroorzaakt door de eigenschappen van de rubberbanden, maar door de eigenschappen van de gietvloer. Volgens Dorel hebben gietvloeren door hun chemische samenstelling de eigenschap om kleurstoffen op te nemen uit andere producten. Zij doet ter zake een bewijsaanbod. Omdat [geintimeerde sub 1.] c.s. een gietvloer in zijn woonkamer heeft liggen, is hij volgens Dorel niet aan te merken als een gemiddelde consument. Dorel merkt verder nog op dat het gebruik van antioxidanten in de rubberbanden van wandelwagens noodzakelijk is om de levensduur en de soepelheid van de banden te waarborgen. Ook hiervan biedt Dorel bewijs aan.

4.5.2. Het hof neemt het volgende tot uitgangspunt. Ook de presentatie van een product, de gebruiksaanwijzing daaronder begrepen, speelt een rol bij de vraag of dat product de veiligheid biedt die een consument daarvan mag verwachten. Een producent heeft een waarschuwingsplicht ten aanzien van gevaren die zich kunnen realiseren bij gebruik overeenkomstig de bestemming en bij voorzienbaar verkeerd gebruik. In de waarschuwing moet de aard van het gevaar duidelijk worden uiteengezet. De waarschuwing moet bovendien voldoende duidelijk kenbaar zijn.

Het hof is van oordeel dat Dorel in de onderhavige zaak voldoende heeft gewaarschuwd voor de risico’s van vlekken op of in de vloer, welke vlekken al dan niet verwijderd kunnen worden. Het hof neemt bij dit oordeel in aanmerking dat een product als de onderhavige, gelet op de specifieke manier van in- en uitklappen van de wandelwagen, niet goed kan worden gebruikt zonder vooraf de gebruiksaanwijzing te lezen, zodat de producent ervan mag uitgaan dat de gebruiksaanwijzing inderdaad voorafgaand aan ingebruikname wordt gelezen. Dat [geintimeerde sub 1.] c.s. dit niet heeft gedaan, kan niet aan Dorel worden tegengeworpen. Het voorgaande in aanmerking genomen, kon Dorel naar het oordeel van het hof volstaan met een waarschuwing, mits adequaat, in de gebruiksaanwijzing en behoefde zij niet op nog andere wijze, bijvoorbeeld door een vermelding op de verpakking, te waarschuwen.

Naar het oordeel van het hof voldoet de inhoud van de onderhavige waarschuwing aan de daaraan te stellen eisen. In de gebruiksaanwijzing wordt direct aan het begin en onder een kop die de aandacht trekt op voldoende indringende wijze de aandacht gevestigd op enkele waarschuwingen waaronder de onderhavige. [geintimeerde sub 1.] c.s. voert aan dat de kleursporen waarvoor in de gebruiksaanwijzing wordt gewaarschuwd kleursporen op de vloer betreffen die kunnen worden verwijderd en niet kleursporen in de vloer die niet te verwijderen zijn. Het hof verwerpt dit standpunt. De inhoud van de waarschuwing, waarin wordt gesproken over “kleursporen” en dit niet nader wordt gespecificeerd, duidt niet op de door [geintimeerde sub 1.] c.s. verdedigde beperkte strekking. De in de gebruiksaanwijzing opgenomen waarschuwing was naar het oordeel van het hof dan ook voldoende om te waarschuwen voor het risico zoals zich dat in het onderhavige geval heeft verwezenlijkt.

4.5.3.Deze grief slaagt op voornoemde gronden. De overige door Dorel in deze grief geponeerde stellingen behoeven geen bespreking meer.

4.6.1.Het slagen van grief III in principaal appel brengt mee dat het hof de in eerste aanleg verworpen en/of niet behandelde gronden die in hoger beroep niet zijn prijsgegeven, opnieuw dient te beoordelen.

4.6.2. De grondslag onrechtmatige daad wordt verworpen om dezelfde reden als waarom de grondslag productaansprakelijkheid geen stand houdt. Het komt er in essentie op neer dat Dorel naar het oordeel van het hof in de gebruiksaanwijzing voldoende heeft gewaarschuwd voor risico’s als de onderhavige.

Voor zover [geintimeerde sub 1.] c.s. het bij de comparitie in eerste aanleg gedane beroep op artikel 7:18 BW (non-conformiteit) handhaaft, overweegt het hof dat dit beroep reeds strandt op het ontbreken van een (koop-)overeenkomst tussen partijen.

4.7.1.Grief IV in principaal appel is gericht tegen de door de rechtbank toegewezen schadevergoeding.

4.7.2.Ook deze grief slaagt. Gelet op de gegrondbevinding van grief III in principaal appel en het hiervoor onder 4.6.2 overwogene, bestaat er geen grond voor aansprakelijkheid en dus ook niet voor schadevergoeding. Het vonnis waarvan beroep zal dan ook worden vernietigd en de vordering van [geintimeerde sub 1.] c.s., voor zover in eerste aanleg toegewezen, zal alsnog worden afgewezen.

4.8.1.Grief V in principaal appel is gericht tegen de proceskostenveroordeling.

4.8.2.Uit het hiervoor overwogene vloeit voort dat Dorel ten onrechte in de proceskosten is veroordeeld. Ook in zoverre zal het vonnis waarvan beroep worden vernietigd. [geintimeerde sub 1.] c.s. zal alsnog in de kosten van de eerste aanleg worden veroordeeld.

4.9.1. [geintimeerde sub 1.] c.s. heeft incidenteel appel ingesteld. In dit incidenteel appel wordt met twee grieven opgekomen tegen de afwijzing door de rechtbank van enkele schadeposten. Daarnaast heeft [geintimeerde sub 1.] c.s. zijn eis vermeerderd in verband met de kosten voor vervangend verblijf.

4.9.2. Het incidenteel appel faalt nu uit de bespreking van het principaal appel volgt dat Dorel niet aansprakelijk is voor de door [geintimeerde sub 1.] c.s. geleden schade. Om dezelfde reden zal de in hoger beroep vermeerderde vordering worden afgewezen.

4.10. De vordering tot ongedaanmaking zal, als niet weersproken, worden toegewezen op de in het dictum te vermelden wijze. Als de in het ongelijk gestelde partij zal [geintimeerde sub 1.] c.s. worden veroordeeld in de kosten van het principaal appel en in de kosten van het incidenteel appel. Het hof zal de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toewijzen vanaf veertien dagen na de dag van deze uitspraak. Zoals door Dorel gevorderd, zal het arrest uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

5. De uitspraak

Het hof:

op het principaal en incidenteel appel

vernietigt het vonnis waarvan beroep en, opnieuw rechtdoende:

wijst de vorderingen van [geintimeerde sub 1.] c.s. af;

veroordeelt [geintimeerde sub 1.] c.s. tot terugbetaling van het door Dorel ter uitvoering van het bestreden vonnis reeds aan hem betaalde bedrag van € 7.188,61, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 september 2010 tot aan de dag van restitutie;

veroordeelt [geintimeerde sub 1.] c.s. in de proceskosten van de eerste aanleg, welke kosten aan de zijde van Dorel worden begroot op € 316,-- aan verschotten en op € 904,-- aan salaris advocaat en bepaalt dat deze bedragen binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak moeten zijn voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der voldoening;

wijst af het door [geintimeerde sub 1.] c.s. in hoger beroep meer of anders gevorderde;

veroordeelt [geintimeerde sub 1.] c.s. in de proceskosten van het principaal appel, welke kosten tot op heden aan de zijde van Dorel worden begroot op € 713,89 aan verschotten en op € 894,-- aan salaris advocaat en bepaalt dat deze bedragen binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak moeten zijn voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der voldoening;

veroordeelt [geintimeerde sub 1.] c.s. in de proceskosten van het incidenteel appel, welke kosten tot op heden aan de zijde van Dorel worden begroot op € 447,-- aan salaris advocaat en bepaalt dat deze bedragen binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak moeten zijn voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der voldoening;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. P.M.A. de Groot-van Dijken, H.A.W. Vermeulen en Y.L.L.A.M. Delfos-Roy en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 6 maart 2012.