Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2012:BV7974

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
06-03-2012
Datum publicatie
09-03-2012
Zaaknummer
HV 200.098.176
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 1:24 van het Burgerlijk Wetboek.

Het verzoek strekt tot verbetering van een tweetal in de registers van de burgerlijke stand voorkomende akten van geboorte en latere vermelding betreffende erkenning die onvolledig zijn of een misslag bevatten.

De vraag die ter beantwoording voorligt is of destijds ten onrechte de identiteit van X, als moeder in de geboorteakten van de kinderen is vermeld en zo ja, of in plaats daarvan de gegevens van Y als identiteit van de moeder in bedoelde geboorteakten moeten worden opgenomen.

Het hof is van oordeel dat, gelet op de voorhanden gedingstukken en het verhandelde ter zitting, sprake is van een situatie dat de geboorteakten van de minderjarigen misslagen bevatten.

Anders dan de rechtbank oordeelt het hof dat de ouders voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat de gegevens van Y in plaats van die van X als identiteit van de moeder van meergenoemde kinderen in de akten van geboorte moeten worden vermeld.

Het hof baseert dit oordeel op de door de ouders met betrekking tot de identiteit van Y overgelegde brondocumenten, waaronder met name een geboortebewijs en een kopie van het Chinese paspoort van Y, alsmede uit het door Verilabs Nederland BV uitgevoerde, verwantschapsonderzoek van 1 juli 2010 waaruit volgt dat de vrouw onder de naam Y, de biologische moeder is van de kinderen.

Bovendien is Y door de politierechter te ’s-Hertogenbosch veroordeeld wegens valsheid in geschrifte waaruit kan worden afgeleid dat zij zich ten onrechte heeft voorgedaan als X.

Tot slot stelt het hof dat een verbetering van de latere vermelding betreffende erkenning niet aan de orde kan zijn nu op deze latere erkenning geen identiteitsgegevens van de moeder staan vermeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2012/101

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

Uitspraak: 6 maart 2012

Zaaknummer: HV 200.098.176/01

Zaaknummer eerste aanleg: 225091 / FA RK 11-301

in de zaak in hoger beroep van:

[Y.], en [Z.],

beide optredende in hun hoedanigheid van ouders en wettelijke vertegenwoordigers van hun minderjarige kinderen [minderjarige sub 1.] en [minderjarige sub 2.],

beide wonende te [woonplaats],

appellanten,

hierna te noemen: de moeder en de vader respectievelijk de ouders,

advocaat: mr. K.L. Sett (voorheen bijgestaan door mr. I. Gerrand),

tegen

De ambtenaar van de burgerlijke stand van de Gemeente Eindhoven,

gevestigd en kantoorhoudende te Eindhoven aan het Stadhuisplein 10,

verweerder,

in persoon vertegenwoordigd door de heer B. Verbaken en mevrouw J. Gommans,

hierna te noemen: de ambtenaar van de burgerlijke stand.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 4 november 2011.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 1 december 2011, hebben de ouders verzocht voormelde beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Eindhoven te gelasten dat het register van geboorten wordt aangepast met een akte, houdende dat de personalia van de moeder op de geboorteakten en op de latere vermeldingen betreffende erkenning van de minderjarige kinderen [minderjarige sub 1.] en [minderjarige sub 2.] worden gewijzigd in [Y.], geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] (China), althans een zodanige beslissing te nemen als het hof juist acht.

2.2. Van de zijde van de ambtenaar van de burgerlijke stand is geen verweerschrift ingekomen ter griffie.

2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 31 januari 2012.

Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de ouders, bijgestaan door mr. K.L. Sett en de heer Y.L. Kwok als tolk in de Chinese (Mandarijn) taal.

- de ambtenaar van de burgerlijke stand, vertegenwoordigd door de heer B. Verbaken en mevrouw J. Gommans.

2.3.1. De Advocaat-Generaal van het Ressortsparket ’s-Hertogenbosch is met bericht van verhindering niet ter zitting verschenen.

2.4. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 7 oktober 2011;

- de brief van de Advocaat-Generaal van het Ressortsparket ’s-Hertogenbosch d.d. 15 december 2011;

- de brieven (met bijlagen) van de advocaat van de ouders d.dis 16 december 2011 en 27 januari 2012.

3. De beoordeling

3.1. Uit de moeder zijn geboren:

- [minderjarige sub 1.], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2006;

- [minderjarige sub 2.], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2008.

De vader heeft de kinderen erkend. De moeder is alleen met het gezag over de kinderen belast.

3.2. Bij de bestreden beschikking, heeft de rechtbank de verzoeken van de ouders tot wijziging van de geboorteakten van de voornoemde minderjarigen en de latere vermeldingen betreffende erkenning afgewezen.

3.3. De ouders kunnen zich met deze beslissing niet verenigen en zij zijn hiervan in hoger beroep gekomen.

3.4. De ouders voeren zoals aangevuld ter zitting - kort samengevat - het volgende aan.

De rechtbank heeft in de eerste plaats ten onrechte geoordeeld dat het op de weg van de moeder ligt om eerst in het GBA-register tot inschrijving van haar identiteit te komen.

Hiertoe stellen de ouders dat de moeder voldoende informatie heeft overgelegd waaruit blijkt dat [Y.] dezelfde persoon is als diegene die zich eerder als [X.] heeft voorgedaan.

Zij heeft een kopie van haar familieboek, een kopie van haar paspoort, notariële verklaringen en een rechtsgeldig DNA-onderzoek overgelegd. De gemeente Veldhoven kan niet tot inschrijving van de moeder overgaan aangezien de moeder niet in het bezit is van een geldige verblijfstitel. De door de rechtbank gestelde voorwaarde dat de moeder haar identiteit dient aan te tonen door zich te laten inschrijven is dan ook een voorwaarde waaraan de moeder niet zal kunnen voldoen.

In de tweede plaats heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat zij op grond van de overgelegde stukken niet aanstonds kan vaststellen dat [Y.] en [X.] een en dezelfde persoon is.

Primair stellen de ouders daartoe dat het niet van belang is of [Y.] en [X.] dezelfde persoon is. Uit het overgelegde rechtsgeldige DNA-onderzoek blijkt immers onomstotelijk dat de persoon die stelt [Y.] te zijn, de biologische moeder van de kinderen is. De moeder heeft alle stukken overgelegd die op grond van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, nodig zijn om tot vaststelling van de identiteit van een persoon te komen. Met deze gegevens menen zij dat vast staat dat zij [Y.] is. De gemeente kan echter, in verband met het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning niet tot inschrijving van de moeder overgaan. Subsidiair stellen de ouders, voor zover het hof meent dat het wel van belang is om aan te tonen dat [X.] en [Y.] een en dezelfde persoon is, dat de moeder inmiddels is veroordeeld door de politierechter te ’s-Hertogenbosch wegens valsheid in geschrifte. Hieruit blijkt afdoende dat [X.] en [Y.] dezelfde persoon zijn.

3.5. Het hof overweegt het volgende.

3.5.1. Het hof begrijpt het verzoek van de ouders aldus dat het een verzoek betreft als bedoeld in artikel 1:24 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).

Ingevolge artikel 1:24, eerste lid, van het BW kan aanvulling van een register van de burgerlijke stand met een daarin ontbrekende akte of latere vermelding, doorhaling van een daarin ten onrechte voorkomende akte of latere vermelding, of verbetering van een daarin voorkomende akte of latere vermelding die onvolledig is of een misslag bevat, op verzoek van belanghebbenden of van het openbaar ministerie worden gelast door de rechtbank.

Het verzoek strekt tot verbetering van een tweetal in de registers van de burgerlijke stand voorkomende akten van geboorte en latere vermelding betreffende erkenning die onvolledig zijn of een misslag bevatten.

De vraag die ter beantwoording voorligt is of destijds ten onrechte de identiteit van [X.], geboren op [geboortedatum] 1983, te [geboorteplaats], China als moeder in de geboorteakten van de kinderen is vermeld en zo ja, of in plaats daarvan de gegevens van [Y.] als identiteit van de moeder in bedoelde geboorteakten moeten worden opgenomen.

3.5.2. De moeder, die stelt [Y.] te zijn, is naar eigen zeggen geboren in de provincie Fuijan, China op [geboortedatum] 1984 en verblijft sinds 2005 zonder geldige verblijfstitel in Nederland. Bij binnenkomst in Nederland heeft zij zich, uit angst voor de mensensmokkelaars die haar naar Nederland hadden begeleid, bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst gepresenteerd onder de naam [X.] en heeft zij als geboortedatum opgegeven [geboortedatum] 1988.

Bij de aangifte van de geboorte van voornoemde minderjarige kinderen heeft de vader de naam [X.] als geslachtsnaam van de moeder vermeld met als gevolg dat, aldus de ouders, in beide geboorteakten een valse identiteit van de moeder staat vermeld.

Pogingen van de moeder om nadien de naam [Y.] op te doen nemen in de gemeentelijke basisadministratie zijn zonder resultaat gebleven omdat zij niet in het bezit is van een bewijs van rechtmatig verblijf in Nederland.

3.5.3. Het hof stelt vooreerst dat akten van de burgerlijke stand bewijskracht hebben. Bovendien is het belang van de kinderen gediend met opname van juiste gegevens in de geboorteakten. Juistheid dient te worden nagestreefd. Het betreft in casu gegevens omtrent een juiste identiteit van de moeder. De ambtenaar van de burgerlijke stand heeft dit ter zitting beaamd en gewezen op het belang om een valse identiteit uit de registers van de burgerlijke stand te verwijderen.

3.5.4. Het hof is van oordeel dat, gelet op de voorhanden gedingstukken en het verhandelde ter zitting, sprake is van een situatie dat de geboorteakten van de minderjarigen misslagen bevatten.

Anders dan de rechtbank oordeelt het hof dat de ouders voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat de gegevens van [Y.] in plaats van die van [X.] als identiteit van de moeder van meergenoemde kinderen in de akten van geboorte moeten worden vermeld.

Het hof baseert dit oordeel op de door de ouders met betrekking tot de identiteit van [Y.] overgelegde brondocumenten, waaronder met name een geboortebewijs en een kopie van het Chinese paspoort van [Y.], alsmede uit het door Verilabs Nederland BV uitgevoerde, verwantschapsonderzoek van 1 juli 2010 waaruit volgt dat de vrouw onder de naam [Y.], geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats], de biologische moeder is van [minderjarige sub 1.] en [minderjarige sub 2.].

Bovendien is [Y.] door de politierechter te ’s-Hertogenbosch op 27 april 2011 veroordeeld wegens valsheid in geschrifte waaruit kan worden afgeleid dat zij zich ten onrechte heeft voorgedaan als [X.]. Hoewel de moeder opgave van een valse identiteit erkent, licht de advocaat van de ouders ter zitting toe dat de moeder van dit vonnis in beroep is gegaan om de mogelijke verkrijging van een verblijfsvergunning veilig te stellen.

Tot slot stelt het hof dat een verbetering van de latere vermelding betreffende erkenning niet aan de orde kan zijn nu op deze latere erkenning geen identiteitsgegevens van de moeder staan vermeld.

3.6. Op grond van het vorenstaande zal het hof beslissen als hierna bepaald.

4. De beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch van 4 november 2011;

en opnieuw rechtdoende:

wijst alsnog toe het inleidend verzoek van de ouders en gelast de verbetering van de akte met nummer 101838 van het jaar 2006 en de akte met nummer 100397 van het jaar 2008 van het register van geboorten van de gemeente Eindhoven, aldus dat de akten worden verbeterd dan wel aangevuld met de navolgende gegevens:

Geslachtsnaam moeder: [geslachtnaam moeder];

Voornamen moeder: [voornamen moeder];

Plaats van geboorte moeder: [geboorteplaats], China;

Dag van geboorte moeder: [geboortedatum] 1984;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. P.C.G. Brants, C.D.M. Lamers, A.M.M. Hompus en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2012.