Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2012:BV7733

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28-02-2012
Datum publicatie
05-03-2012
Zaaknummer
HD 200.089.548
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROE:2011:BP6524, Overig
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

afsluiten gasaansluiting, machtiging ex art. 3:299 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.089.548

arrest van de vierde kamer van 28 februari 2012

in de zaak van

Enexis B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante,

advocaat: mr. H.T. Meijer,

tegen:

[X.],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

niet verschenen,

op het bij exploot van dagvaarding van 17 juni 2011 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Roermond, sector kanton, locatie Roermond, gewezen vonnis van 29 maart 2011 tussen appellante - hierna Enexis genoemd - als eiseres en geïntimeerde - hierna

[geintimeerde] genoemd - als gedaagde.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 293676 \ CV EXPL 10-7036)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij appeldagvaarding heeft Enexis, onder overlegging van drie producties, twee grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, kort gezegd, tot het alsnog toewijzen van haar vorderingen met veroordeling van [geintimeerde] in de proceskosten in beide instanties, nakosten inbegrepen.

2.3. Vervolgens heeft Enexis de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

3. De gronden van het hoger beroep

Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.

4. De beoordeling

4.1. Het gaat in deze zaak om het volgende.

4.1.1.Enexis is netbeheerder in de zin van de Gaswet en Elektriciteitswet.

4.1.2.Het energieleveringscontract betreffende het adres [adres] te [plaatsnaam] is door de energieleverancier ontbonden. Enexis is van de contractbeëindiging op de hoogte gesteld door deze energieleverancier.

4.1.3.Enexis heeft bij brief van 10 juli 2009 - gericht aan [geintimeerde] op voormeld adres - [geintimeerde] geïnformeerd dat hij voor 8 augustus 2009 een nieuwe leveringsovereenkomst met een energieleverancier moet afsluiten. Bij brief van 4 augustus 2009 heeft Enexis [geintimeerde] meegedeeld opdracht te hebben gegeven om de energietoevoer naar voormeld adres af te sluiten.

4.1.4.Het gerechtsdeurwaarders- en incassobureau AGC heeft namens Enexis bij brief van 11 november 2009 aan [geintimeerde] op voormeld adres geschreven dat Enexis, wegens het ontbreken van een energieleveringscontract, verplicht is de woning van gas en elektriciteit af te sluiten. Daarbij is [geintimeerde] verzocht en gesommeerd om binnen twee werkdagen contact op te nemen om een afspraak voor de afsluiting te maken.

4.1.5.Het gerechtsdeurwaarders- en incassobureau AGC heeft bij brief van 19 november 2009 [geintimeerde] opnieuw gesommeerd om een afspraak te maken voor de afsluiting.

4.1.6.[geintimeerde] heeft op voormelde brieven niet gereageerd.

4.2.Enexis heeft bij inleidende dagvaarding van 29 november 2010 en bij betekende akte houdende wijziging van eis de veroordeling gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad, van [geintimeerde]:

a) tot betaling van een bedrag van € 237,82 en

b) om binnen twee werkdagen na betekening aan personen die van een door Enexis uitgegeven legitimatie of machtiging zijn voorzien, toegang te verlenen tot de door hem bewoonde woning aan het [adres] te [plaatsnaam], gemeente Leudal, zijnde de onroerende zaak ten behoeve waarvan de betreffende aansluiting tot stand is gekomen, alsmede op voet van art. 3:299 BW Enexis te machtigen om zelf datgene te bewerkstelligen waartoe nakoming van de verplichting door [geintimeerde] zou hebben geleid, desnoods met behulp van de sterke arm van politie en justitie.

4.2.1.Enexis heeft aan deze vorderingen ten grondslag gelegd dat zij als netbeheerder aan [geintimeerde] het gebruik van het door haar beheerde transportnetwerk en meters ter beschikking heeft gesteld, maar dat [geintimeerde] er geen zorg voor heeft gedragen een leveringsovereenkomst te sluiten, hetgeen hij op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden verplicht is te doen. Hierdoor betaalt [geintimeerde] ten onrechte niets voor de netwerkkosten en ontstaan netverliezen die de netbeheerders moeten dragen, aldus Enexis. Daarnaast heeft Enexis gesteld dat [geintimeerde] op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden gehouden is toegang te verlenen aan personen die over een door Enexis uitgegeven legitimatiebewijs of machtiging beschikken ten behoeve van afsluiting van het netwerk. Inzake de machtiging beroept Enexis zich op art. 3:299 BW.

4.3.De kantonrechter heeft de vordering tot betaling van € 237,82 toegewezen en Enexis ten aanzien van de overige vorderingen niet-ontvankelijk verklaard. Daartoe heeft de kantonrechter geoordeeld dat slechts in door de wet (in formele zin) aangegeven gevallen een door de wet aangewezen functionaris tegen de wil in van een bewoner kan binnentreden in zijn woning. Daarbij heeft de kantonrechter Enexis verwezen naar de inschakeling van een deurwaarder, omdat een deurwaarder een functionaris is die ingevolge de wet tot het binnentreden van een woning, ook tegen de wil van een bewoner, bevoegd is.

4.4.Enexis is tijdig in hoger beroep gekomen van het bestreden vonnis. De grieven zijn gericht tegen het niet-ontvankelijk verklaren van Enexis in haar vordering tot het verschaffen van toegang tot de woning en in die tot het verlenen van een machtiging.

4.5.Allereerst merkt het hof het volgende op.

De vordering sub a) van Enexis in haar inleidende dagvaarding van 29 november 2010 heeft betrekking op ‘het afsluiten van gas en het opnemen van meterstanden’. Bij de gronden van haar vorderingen beroept zij zich op de beëindiging van het energieleveringscontract.

In de betekende akte houdende wijziging van eis heeft de vordering sub b) betrekking op ‘de betreffende aansluiting’. In deze akte stelt Enexis onder randnummer 5 dat zij aan [geintimeerde] haar gastransportnetwerk alsmede een gasmeter ter beschikking heeft gesteld. In randnummer 9 van deze akte heeft Enexis gesteld dat [geintimeerde] is voortgegaan met het afnemen van gas. Vervolgens heeft Enexis onder 10 van deze akte onder het kopje ‘Aanpassing van de vordering’ geschreven:

‘Enexis zal haar vordering wijzigen in dier voege dat zij veroordeling van [geintimeerde] vraagt tot nakoming van de met haar gesloten huurovereenkomst, in het bijzonder a) voldoening van de netwerkkosten en b) het toelaten van personeel van Enexis tot de woning van [geintimeerde], waarin zich de betreffende gasmeter bevindt, …’ (onderstreping en vette druk toegevoegd)

4.5.1.In beide brieven van Enexis (van 10 juli 2009 en 4 augustus 2009), die zijn gericht aan [geintimeerde], staat onder meer ‘de (uw) overeenkomst voor de levering van gas per 08-08-2009 beëindigt’ (onderstreping en vette druk toegevoegd). In de brieven van het Gerechtsdeurwaarders en incassobureau AGC (van 11 en 19 november 2009) staat gas en elektriciteit, dan wel energiemeters.

4.5.2.In de appeldagvaarding stelt Enexis in randnummer 1 dat de reden voor het dagvaarden is dat [geintimeerde] vanaf 8 augustus 2009 energie verbruikt zonder dat daar een energieleveringscontract aan ten grondslag ligt. Het petitum zoals weergegeven in de appeldagvaarding is identiek aan de vordering sub b) van de akte houdende wijziging van eis waarbij wordt verwezen naar ‘de betreffende aansluiting’.

4.5.3.Gelet op de hiervoor geciteerde aanpassing van de vordering in de akte houdende wijziging van eis die expliciet is beperkt tot de gasmeter en de exacte overname van de vordering sub b) van deze akte in de appeldagvaarding in hoger beroep begrijpt het hof de vorderingen van Enexis aldus dat deze enkel betrekking heeft op de gasaansluiting en niet op de elektriciteitsaansluiting.

4.6.Op grond van het bepaalde in art. 139 Rv wijst de rechter de vordering in een verstekzaak toe, tenzij deze hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Deze bepaling, die ingevolge art. 353 lid 1 Rv ook in hoger beroep van toepassing is - met dien verstande dat het hof daar de toets hanteert in het licht van het bestreden vonnis en de aangevoerde grieven - verplicht de rechter ambtshalve te onderzoeken of de vordering en de grondslag waarop deze berust aan de wettelijke maatstaven voldoen.

4.6.1.In grief 1 wordt betoogd dat Enexis door de kantonrechter ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard in haar vordering [geintimeerde] te veroordelen het personeel van Enexis toegang te verschaffen tot zijn woning.

4.6.2.De grief slaagt. In de overgelegde algemene voorwaarden - waarvan de toepasselijkheid niet is weersproken - is in artikel 4.2 aanhef en sub b bepaald dat de contractant is gehouden, voor zover zulks redelijkerwijs nodig is, aan personen, die van een door de netbeheerder uitgegeven legitimatiebewijs of machtiging zijn voorzien, toegang te verlenen tot het perceel, mede ten behoeve van de uitvoering van een van overheidswege op de netbeheerder rustende verplichting. Enexis heeft als netbeheerder van overheidswege de verplichting tot afsluiten van gastoevoer bij het ontbreken van een leveringsovereenkomst. [geintimeerde] heeft geen leveringsovereenkomst gesloten. Uit de toelichting op grief 2 maakt het hof op dat buitenshuis afsluiten in het onderhavige geval niet mogelijk is, en dat het gastransport beëindigd dient te worden door de meter te blokkeren. De hier aan de orde zijnde vordering zal derhalve worden toegewezen.

Overigens geeft de toewijzing van dit onderdeel van de vordering Enexis nog niet het recht of de mogelijkheid zelfstandig binnen te treden tegen de wil van de bewoner.

4.6.3.In grief 2 wordt betoogd dat de kantonrechter Enexis ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in haar vordering gericht op het verkrijgen van en machtiging ex

art. 3:299 BW.

4.6.4.Vooreerst merkt het hof op dat noch de situatie van art. 444 Rv. (beslaglegging), noch die van artt. 557 en 558 Rv. (ontruiming) aan de orde zijn.

De kantonrechter heeft zijn beslissing geplaatst in het kader van het huisrecht en de Algemene Wet op binnentreden. Het spreekt voor zich dat in voorkomend geval de deurwaarder de voor het binnentreden van een woning vereiste formaliteiten (zoals, indien vereist, het verkrijgen van een machtiging van een daartoe bevoegde functionaris) dient na te leven, doch dat is in dit stadium niet aan de orde. Aan de orde is slechts of een machtiging bedoeld in art. 3:299 BW kan worden verleend.

4.6.5.Volgens Enexis is [geintimeerde] gehouden medewerking te verlenen aan het bewerkstelligen van afsluiting, doch heeft deze daaraan ondanks herhaalde aanmaning zijn medewerking niet verleend. In geen van de overgelegde sommaties is echter sprake van een aanmaning om toegang tot de woning te verlenen, doch dat deze werd geweigerd. Enexis heeft ook niet gesteld dat [geintimeerde] medewerkers van Enexis niet heeft toegelaten tot zijn woning. De gevorderde machtiging is dus minstens prematuur.

Enexis heeft dus bij deze grief, wat daar verder van zij, geen belang.

4.7.Het hof zal op grond van het voorgaande het bestreden vonnis van de kantonrechter vernietigen voor wat betreft de niet-ontvankelijkheid van de vordering van Enexis om [geintimeerde] te veroordelen het personeel van Enexis toegang te verschaffen tot zijn woning. Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, zal het hof [geintimeerde] veroordelen tot betaling van de proceskosten in zowel eerste aanleg als hoger beroep. Deze kosten worden aan de zijde van Enexis in eerste aanleg begroot op € 245,89, waarvan € 185,89 aan verschotten en € 60, - aan salaris gemachtigde. In hoger beroep worden deze kosten begroot op € 1.281, -, waarvan € 649, - aan verschotten en € 632, - aan salaris advocaat.

5. De uitspraak

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover Enexis niet-ontvankelijk is verklaard in haar vordering om [geintimeerde] te veroordelen het personeel van Enexis toegang te verschaffen tot zijn woning;

in zoverre opnieuw rechtdoende:

veroordeelt [geintimeerde] om binnen twee dagen na betekening van dit arrest het personeel van Enexis toegang tot zijn woning aan het adres [adres] te [plaatsnaam], gemeente Leudal, te verschaffen teneinde de gasaansluiting voor deze woning af te sluiten;

veroordeelt [geintimeerde] in de kosten van eerste aanleg en het hoger beroep, aan de zijde van Enexis in eerste aanleg begroot op € 245,89, waarvan € 185,89 aan verschotten en € 60, - aan salaris gemachtigde en in hoger beroep begroot op € 1.281, -, waarvan € 649, - aan verschotten en € 632, - aan salaris advocaat en voor wat betreft de nakosten op € 131, - indien geen betekening plaatsvindt, dan wel op € 199, - vermeerderd met de explootkosten, te voldoen binnen veertien dagen na de datum van dit arrest en indien deze kosten niet binnen de genoemde termijn zijn voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente conform art. 6:119 BW van de dag na afloop van deze termijn tot de dag van volledige voldoening;

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep voor het overige;

verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.M. Brandenburg, P.Th. Gründemann en A.E.M. van der Putt-Lauwers en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 28 februari 2012.