Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2012:BV2746

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
31-01-2012
Datum publicatie
03-02-2012
Zaaknummer
HD 200.093.162
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Ontslag op staande voet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0104
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.093.162

arrest van de achtste kamer van 31 januari 2012

in de zaak van

ALDI BEST B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante,

advocaat: mr. H. Dammingh,

tegen:

[Geintimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. J.M. Molkenboer,

op het bij exploot van dagvaarding van 24 augustus 2011 ingeleide hoger beroep van de door de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch, sector kanton, locatie Eindhoven, gewezen vonnissen in kort geding van 5 augustus 2011 en 10 augustus 2011 (rectificatie-vonnis) tussen appellante - Aldi - als gedaagde en geïntimeerde - [geintimeerde] - als eiseres.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 770979 rolnr 11-7192)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.

2. Het geding in hoger beroep

2.1.Bij voormeld exploot tevens houdende memorie van grieven heeft Aldi, onder overlegging van producties, zeven grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van de vonnissen waarvan beroep en, kort gezegd, tot het alsnog afwijzen van de vorderingen van [geintimeerde], met veroordeling van [geintimeerde] in de kosten van beide instanties.

2.2.Bij memorie van antwoord heeft [geintimeerde], onder overlegging van producties, de grieven bestreden.

2.3.Partijen hebben vervolgens een akte respectievelijk antwoordakte genomen en daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

3. De gronden van het hoger beroep

Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.

4. De beoordeling

4.1. Voor zover voorshands kan worden vastgesteld, gaat het in deze zaak om het volgende.

4.1.1.[geintimeerde], geboren [geboortedatum] 1970, is op 5 januari 1987 bij Aldi in dienst getreden. Zij is met ingang van 1 december 1994 werkzaam in de functie van filiaalleider (hierna ook: FL), thans van het filiaal te [vestigingsplaats]. Haar laatstgenoten salaris bedraagt € 3.460,-- bruto per maand, te vermeerderen met vakantietoeslag.

4.1.2.Aldi hanteert een zogenoemd Bedrijfsreglement Klant-/Kassabediening (productie 5 bij dagvaarding in appel tevens memorie van grieven. Hierna ook: het bedrijfsreglement), dat laatstelijk op 3 juni 2011 ter kennis is gebracht van [geintimeerde]. Het bedrijfsreglement houdt onder meer in:

"Beste filiaalleid(st)er, vervangend filiaalleid(st)er en verkoopmedewerk(st)er,

Voor de juiste benadering van klanten, het verrichten van handelingen aan de kassa alsmede de omgang met geld en goederen zijn duidelijke afspraken en voorschriften onmisbaar.

Kernafspraken

De kernafspraken zijn:

- de klant staat centraal;

- de klant, medewerker en/of Aldi wordt nooit benadeeld;

- voor alle artikelen wordt betaald.

Deze voorschriften maken deel uit van uw arbeidsovereenkomst en zijn derhalve bindend. Wij verzoeken u dit reglement strikt na te leven.

Elke overtreding van deze voorschriften kan aanleiding vormen voor beëindiging van het dienstverband, waaronder ontslag op staande voet. (…)

Personeelsaankopen

1. U rekent nooit eigen inkopen af. Bij aankopen van een collega drukt u eerst de personeelsaankooptoets in. De FL controleert en parafeert bon en artikelen.

2. (…)

3. (…)

4. Als u FL bent, kunt u deze acties alleen samen met een medewerker doen.

5. U neemt geen onbetaalde artikelen van Aldi mee naar huis of naar buiten.

(…)

Gezamenlijk besproken en toegelicht

[vestigingsplaats] d.d. 13-5-2011

(hof: getekend) [geintimeerde] (hof: getekend)

Handtekening werknemer handtekening districtleider "

4.1.3.Bij brief van 8 juli 2010 heeft [geintimeerde] van Aldi een waarschuwing ontvangen in verband met het feit dat zij, aldus de inhoud van die brief, op 5 juli 2010 op een niet geoorloofde wijze het prijsverlagingsbedrag van een -door haar van collega's cadeau gekregen- terrasverwarmer heeft proberen te verzilveren, terwijl haar enige tijd daarvoor was meegedeeld dat een dergelijke handelwijze verboden was.

4.1.4.Op 1 juli 2011 heeft [geintimeerde] na sluitingstijd en nadat de kassa's gesloten waren een biljet van € 20,-- op kantoor achter gelaten en een paar herenslippers ten bedrage van € 14,99 bij het verlaten van het pand mee naar buiten genomen. Bij een vervolgens buiten door de Districtsleider (hierna DL), dhr. [districtsleider], gehouden tassencontrole is het paar herenslippers aangetroffen. Op de feiten rond deze gebeurtenis wordt hierna nog nader ingegaan. Vast staat dat in de ochtend van 2 juli 2011 door de DL in aanwezigheid van [geintimeerde] geconstateerd is dat het biljet van 20,-- euro daadwerkelijk op het kantoor van Aldi te [vestigingsplaats] lag en dat de slippers die ochtend vroeg met dat geld via de kassa zijn afgerekend.

4.1.5.Op 2 juli 2011 is [geintimeerde] met onmiddellijke ingang geschorst en op 5 juli 2011 heeft Aldi haar op staande voet ontslagen. De ontslagbrief (productie 3 bij dagvaarding in appel tevens memorie van grieven) luidt onder meer als volgt:

" (…)

Aan deze opzegging ligt het volgende ten grondslag.

U bent bij ons werkzaam in de functie van filiaalleider. In het kader van uw functie heeft u onbeperkt toegang tot artikelen en/of kasgeld van Aldi. Het is u bekend dat wij om die reden zeer hechten aan de strikte naleving van het Bedrijfsreglement Klant-/Kassabediening. Gezien uw voorbeeldfunctie moeten wij blindelings op uw eerlijkheid en integriteit kunnen vertrouwen. Helaas hebben wij moeten constateren dat u dit vertrouwen ernstig en onherstelbaar hebt beschaamd.

Op vrijdag 01-07-2011 heeft na sluiting van het filiaal op het parkeerterrein een tassencontrole door uw DL plaatsgevonden bij u en drie van uw medewerkers. De DL heeft, in aanwezigheid van uw medewerkers, vastgesteld dat u herenslippers van Aldi in uw tas had die niet zijn afgerekend. U heeft de DL gezegd dat u deze slippers pas later in de winkel had aangetroffen en hiervoor € 20,00 op kantoor had gelegd om ze alsnog de volgende dag af te rekenen. De DL heeft (na overleg met zijn leidinggevende) u de volgende ochtend voor opening van de winkel opgewacht en geprobeerd met u over de gebeurtenissen te praten. U heeft daarop direct geëmotioneerd gereageerd en laten weten niet met hem te willen praten over het voorval omdat u anders dingen zou zeggen die u beter niet kunt zeggen. Ook heeft u gezegd dat hij u schriftelijk zou mogen waarschuwen, waarna u bent weggelopen. De DL heeft daarop nogmaals gepoogd om een gesprek met u aan te gaan. U heeft opnieuw laten weten niet met uw DL te willen praten, maar vertelde wel dat u de slippers 's ochtends zou hebben teruggebracht als ze niet zouden hebben gepast. Vervolgens bent u wederom weggelopen. De DL heeft u tenslotte opnieuw aangesproken en met onmiddellijke ingang geschorst.

Het is u bekend dat het u op grond van het Bedrijfsreglement Klant-/Kassabediening niet is toegestaan om onbetaald artikelen van de Aldi mee naar huis of naar buiten te nemen. De hernieuwde versie van het Bedrijfsreglement Klant-/Kassabediening heeft u recent nog ondertekend. Wij nemen het zeer hoog op dat juist u in uw (voorbeeld)functie van filiaalleider deze strikte regel heeft overtreden en een artikel van Aldi mee naar huis heeft genomen dat niet is geregistreerd. Het is bovendien niet de eerste keer dat wij hebben moeten vaststellen dat u het Bedrijfsreglement Klant-/Kassabediening niet naleeft. Vorig jaar hebben wij u omstreeks dezelfde periode, namelijk 08-07-2010, een mondelinge en schriftelijke waarschuwing gegeven omdat u toen heeft geprobeerd een prijsverlaging te verzilveren met betrekking tot een terrasverwarmer die u eerder van uw collega's cadeau had gekregen. U heeft toen zelfs de (lege) doos van de verwarmer onderaan de stapel van de voorraad in het magazijn gelegd. Gelet op uw persoonlijke omstandigheden hebben wij destijds besloten om u niet op staande voet te ontslaan, maar u een forse waarschuwing te geven. Door uw handelwijze hebben wij geen enkel vertrouwen meer in een vruchtbare samenwerking. Het voorval van zaterdag 01-07-2011 vormt afzonderlijk, maar in ieder geval in het licht van de waarschuwing die u vorig jaar heeft ontvangen, voldoende reden om tot onverwijlde opzegging van uw arbeidsovereenkomst vanwege een dringende reden over te gaan.

(…)".

4.1.6.[geintimeerde] heeft bij brief van 6 juli 2011 (productie 4 bij dagvaarding in appel tevens memorie van grieven) de nietigheid van het ontslag ingeroepen, zich beschikbaar gehouden om haar werkzaamheden te verrichten en aanspraak gemaakt op doorbetaling van haar volledige salaris inclusief alle extra's.

4.2.[geintimeerde] heeft Aldi in kort geding gedagvaard en gevorderd (kort gezegd)

1. het aan haar verleende ontslag te vernietigen en Aldi te bevelen om haar toe te laten op haar werkplek en haar de bedongen werkzaamheden te laten hervatten, op straffe van verbeurte van een dwangsom,

2. Aldi te veroordelen om aan [geintimeerde] te betalen het netto equivalent van het aan haar toekomende brutosalaris over de periode vanaf 5 juli 2011, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW van 50 %, alsmede te vermeerderen met de wettelijke rente, onder gelijktijdige verstrekking van een bruto netto specificatie

en

3. Aldi te veroordelen in de proceskosten.

[geintimeerde] heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd - samengevat - dat het ontslag vernietigbaar is, omdat er geen dringende reden was om haar op staande voet te ontslaan.

4.3.Na een op 28 juli 2011 gehouden mondelinge behandeling, waarbij Aldi de vorderingen van [geintimeerde] gemotiveerd heeft bestreden, heeft de kantonrechter, rechtdoende in kort geding, bij vonnis van 5 augustus 2011, met rectificatie bij vonnis van 10 augustus 2011, kort gezegd, Aldi bevolen [geintimeerde] toe te laten op haar werkplek om haar bedongen werkzaamheden te hervatten, op verbeurte van een dwangsom van € 100,00 per dag, Aldi veroordeeld tot betaling van loon vanaf 5 juli 2011, vermeerderd met de wettelijke verhoging en wettelijke rente en Aldi veroordeeld in de proceskosten, een en ander uitvoerbaar bij voorraad en onder afwijzing van het meer of anders gevorderde.

Bij beschikking van 5 augustus 2011 heeft de kantonrechter het verzoek van Aldi om de arbeidsovereenkomst met [geintimeerde] voorwaardelijk, namelijk voor het geval deze niet al eerder was geëindigd, te ontbinden, afgewezen.

4.4.Met ingang van 16 augustus 2011 heeft Aldi [geintimeerde] weer toegelaten op het werk. [geintimeerde] verricht vanaf dat moment weer haar bedongen werkzaamheden als filiaalleider te [vestigingsplaats].

4.5.Aldi is tegen de onder 4.3. vermelde vonnissen in hoger beroep gekomen. Volgens Aldi zijn de vonnissen van de kantonrechter op onjuiste, althans onbegrijpelijke gronden gewezen, is een onjuiste belangenafweging gemaakt, is [geintimeerde] ten onrechte (grotendeels) in het gelijk gesteld en is Aldi ten onrechte in proceskosten veroordeeld.

4.6.Aldi heeft aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegd -zakelijk weergegeven- dat [geintimeerde] op 1 juli 2011 een artikel van Aldi mee naar buiten heeft genomen dat niet was geregistreerd en dat zij door zo te handelen het bedrijfsreglement (i.h.b. het onderdeel 'personeelsaankopen') heeft overtreden door onbetaald artikelen van de Aldi mee naar buiten te nemen. Gelet op haar voorbeeldfunctie als filiaalleider heeft [geintimeerde] het in haar gestelde vertrouwen ernstig en onherstelbaar beschaamd. Volgens Aldi vormt het voorval afzonderlijk, maar in ieder geval in het licht van de waarschuwing die [geintimeerde] op 8 juli 2010 heeft ontvangen, voldoende reden om tot onverwijlde opzegging van de arbeidsovereenkomst om een dringende reden over te gaan.

Aldi stelt dat uit de procedureregels van het bedrijfsreglement, in samenhang bezien, volgt dat het binnen Aldi absoluut niet is toegestaan om (al dan niet met medeweten van collega's) zonder registratie in de kassa personeelsaankopen mee naar buiten te nemen, ook al is daarvoor geld in het filiaal achter gelaten. Ook op grond van het FL-Handboek (onder 4.3. personeelsaankopen) is volgens Aldi aan [geintimeerde] bekend dat geen artikelen mee naar huis mogen worden genomen die niet in de kassa zijn geregistreerd. Aldi stelt dat personeelsaankopen pas betaald zijn als deze in de kassa zijn geregistreerd en betaald. Volgens Aldi is het maar de vraag of en wanneer [geintimeerde] haar ondergeschikten over haar handelwijze heeft geïnformeerd. Zij stelt dat de gedraging daarmee in ieder geval niet toelaatbaar is gemaakt.

Stipte naleving van de voorschriften is voor Aldi de enige manier om aan de hand van de kassabon te controleren of de boodschappen die iemand meeneemt zijn afgerekend.

Op hetgeen Aldi ter onderbouwing van haar standpunt nader heeft aangevoerd wordt, voor zover van belang, hierna ingegaan.

Aldi heeft bewijs van haar stellingen aangeboden.

4.7.[geintimeerde] betwist dat er een dringende reden was die haar ontslag op staande voet rechtvaardigde. Volgens haar dient bij de beoordeling niet alleen te worden bezien of sprake is van overtreding van het bedrijfsreglement, maar dient voorts rekening te worden gehouden met alle omstandigheden van het geval.

[geintimeerde] heeft aangevoerd dat zij met haar handelwijze op 1 juli 2011 niet in strijd met het bedrijfsreglement heeft gehandeld en zeker niet in strijd met de kennelijke gedachte achter dat reglement, te weten dat medewerkers onderling in staat moeten zijn aankopen en betaling daarvan van elkaar te controleren. Zij stelt dat zij de slippers op 1 juli 2011 heeft betaald aan Aldi door samen met mw. [X.] een biljet van € 20,-- te leggen op het kantoor van Aldi te [vestigingsplaats].

Zij geeft de feitelijke gang van zaken op 1 juli 2011 als volgt weer.

Pas aan het einde van de werkdag (vrijdagavond 1 juli 2011) heeft [geintimeerde] de Aldi Actueel aanbieding (de slippers ad € 14,99, die, in verband met de ingangsdatum van de aanbieding, pas op zaterdag 2 juli 2011 in de kassa afgerekend mochten worden) opgemerkt. De winkel was toen al gesloten en de kassa's waren eveneens afgesloten en opgeborgen in de daarvoor bestemde kluis. Afrekenen en registreren via de kassa's was niet meer mogelijk. In verband met de gewenste aanschaf van de slippers heeft zij eerst aan een medewerkster, mw. [Y.], meegedeeld dat zij een biljet van € 20,-- op het kantoor zou neerleggen ter betaling hiervan en haar verzocht de slippers de volgende dag af te rekenen. Omdat bleek dat mw. [Y.] de volgende dag vrij was heeft zij aan mw. [X.] gevraagd de slippers de volgende dag af te rekenen. Vervolgens heeft [geintimeerde] in aanwezigheid van mw. [X.] het biljet van € 20,-- ter betaling op het kantoor neergelegd en met mw. [X.] afgesproken dat die de volgende ochtend de slippers met het biljet van € 20,-- zou afrekenen en de betaling zou registreren in de kassa. Bij de daarop volgende kassacontrole heeft zij aan de DL direct deze gang van zaken aangegeven.

Volgens [geintimeerde] is er geen sprake van een strikt verbod in het bedrijfsreglement en is er geen strikt beleid ten aanzien van de handhaving van vermeende overtredingen.

De door Aldi in hoger beroep gekozen verruiming ten opzichte van de ontslagbrief (waarin alleen verwezen werd naar het bedrijfsreglement) naar overtreding van 'de procedureregels' acht zij onterecht. Het FL-Handboek maakt geen deel uit van haar arbeidsovereenkomst.

Voor wat betreft de mee te wegen omstandigheden heeft [geintimeerde] voorts nog gewezen op het lange dienstverband van meer dan 24 jaar, waarvan met ingang van 1 december 1994 als filiaalleider en het feit dat zij, in de woorden van Aldi in de memorie van grieven, onder haar medewerkers geliefd is en haar werk -organisatorisch- tevredenstellend uitvoert.

Van Aldi kan volgens [geintimeerde] in alle redelijkheid gevergd worden het dienstverband tussen haar en [geintimeerde] te laten voortduren ondanks de gebeurtenis op 1 juli 2011. Ontslag op staande voet als sanctie is volgens haar een veel te zwaar middel.

Op hetgeen [geintimeerde] ter onderbouwing van haar standpunt nader heeft aangevoerd wordt, voor zover van belang, hierna ingegaan.

4.8.Het hof oordeelt als volgt.

4.8.1.De door [geintimeerde] gevraagde voorziening betreft wedertewerkstelling en loondoorbetaling. Gelet op de aard van deze vorderingen acht het hof deze vorderingen ook in hoger beroep nog immer spoedeisend.

4.8.2.Het hof stelt voorop dat voor ligt de vraag of waarschijnlijk is dat de vorderingen van [geintimeerde] in een bodemzaak zullen worden toegewezen.

4.8.3.Het hof stelt daarnaast het volgende voorop. Op grond van artikel 7:678, eerste lid, BW worden als dringende redenen in de zin van het eerste lid van artikel 7:677 BW beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer die tot gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag of van een zodanige dringende reden sprake is, moeten de omstandigheden van het geval in onderling verband en samenhang in aanmerking worden genomen. Daarbij behoren ook in de beschouwing te worden betrokken de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals diens leeftijd, de aard en duur van het dienstverband en de gevolgen van het ontslag op staande voet. Ook indien de gevolgen ingrijpend zijn, kan een afweging van de persoonlijke omstandigheden tegen de aard en de ernst van de dringende reden tot de slotsom leiden dat een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is (vgl. onder meer HR 12 februari 1999, NJ 1999, 643).

4.8.4.Aldi heeft aan het ontslag op staande voet uitdrukkelijk geen diefstal en/of het ontvreemden van slippers door [geintimeerde] ten grondslag gelegd. Dat grief 2 in zoverre slaagt, leidt als zodanig niet tot vernietiging van de vonnissen waarvan beroep.

4.8.5.Onder 3.1. van het vonnis van 5 augustus 2011 heeft de kantonrechter vastgesteld dat [geintimeerde] het meenemen van het paar slippers, dat niet op de kassa was aangeslagen, met haar collega's heeft besproken en ook dat zij 20,-- euro op het kantoor had gelegd.

In grief 1 betwist Aldi dat, althans trekt Aldi in twijfel of, [geintimeerde] zo open is geweest. De medewerkers Jansen en [Y.] hebben tegenover de DL gezegd dat, toen zij de DL om 20:00 uur buiten zagen staan, [geintimeerde] eerst op dat moment zou hebben aangegeven de slippers te hebben meegenomen.

Met haar weergave van de feitelijke gang van zaken op 1 juli 2011 stelt [geintimeerde] dat zij voordat zij naar buiten is gegaan met de slippers twee collega's (mw. [Y.] en mw. [X.]) op de hoogte heeft gebracht van haar gewenste aanschaf en dat zij uiteindelijk in aanwezigheid van één van hen, mw. [X.], het biljet van € 20,-- ter betaling op het kantoor heeft neergelegd en met haar heeft afgesproken dat zij de volgende ochtend de slippers met het biljet van € 20,-- zou afrekenen en de betaling zou registreren in de kassa. Ter onderbouwing hiervan heeft [geintimeerde] verwezen naar de verklaring van mw. [X.]

(productie 5 bij inleidende dagvaarding) en twee verklaringen, die volgens [geintimeerde] zijn afgelegd door mw. [Y.] en mw. Jansen (productie 6 bij inleidende dagvaarding).

De als productie 6 overgelegde verklaringen zijn weliswaar anoniem, maar in de, bij productie 3 bij memorie van antwoord overgelegde, verklaring van mw. [Y.] d.d. 1 september 2011 bevestigt zij een eerdere verklaring van haar hand alsook de stellingen van [geintimeerde]. Het hof gaat er voorshands van uit dat [geintimeerde] haar collega's [Y.] en [X.] op de hoogte heeft gebracht vóór het naar buiten gaan met de slippers en voordat zij de aanwezigheid van de DL had opgemerkt. Grief 1 faalt.

4.8.6.Ten aanzien van de uitleg van het bedrijfsreglement, onder 'personeelsaankopen', oordeelt het hof als volgt. Uit de regel onder 1, waarin is vermeld dat bij aankopen van een collega eerst de personeelsaankooptoets ingedrukt moet worden, volgt, zelfs in geval van lezing van die regel in samenhang met de regels 2 tot en met 5 van dit onderdeel, niet dat het personeel eigen boodschappen altijd aan de kassa moet laten afrekenen en dat het binnen Aldi absoluut niet is toegestaan om zonder registratie in de kassa personeelsaankopen mee naar buiten te nemen. Aangegeven is veeleer hoe te handelen indien door personeel boodschappen aan de kassa worden afgerekend. In de regels onder 4 en 5 is voldoende concreet bepaald dat voor de filiaalleider geldt dat alle in de regels beschreven acties in het bijzijn van een medewerker moeten geschieden en dat geen onbetaalde artikelen mee naar huis of naar buiten mogen worden genomen. Het standpunt van Aldi dat uit de regels, in samenhang bezien, volgt dat artikelen alleen betaald zijn als ze (ook) zijn geregistreerd op de kassa, volgt het hof dan ook niet. In zoverre faalt grief 3.

4.8.7.In de toelichting op de vierde grief heeft Aldi voorts nog aangevoerd dat [geintimeerde] er wel mee bekend was dat eigen boodschappen uitsluitend naar buiten mogen worden meegenomen als deze aan de kassa zijn geregistreerd, omdat dat volgt uit de instructies voor de filiaalleider die in het 'FL-Handboek' zijn opgenomen. Voorts heeft Aldi verwezen naar een handgeschreven omschrijving van de procedureregels die in het dossier van [geintimeerde] is aangetroffen (productie 11 bij dagvaarding in appel tevens memorie van grieven) en (oude) kassaregels (productie 12 bij dagvaarding in appel tevens memorie van grieven).

4.8.7.1.Het hof oordeelt als volgt.

Voorop staat dat in de ontslagbrief alleen de overtreding van het Bedrijfsreglement als ontslaggrond is aangevoerd.

In de arbeidsovereenkomst van 1 april 2005 is onder 4.1. opgenomen dat zowel het FL-Handboek als de bedrijfsinstructie kassabediening onderdeel uitmaken van de arbeidsovereenkomst van [geintimeerde].

Nu Aldi heeft opgemerkt dat de in het geding gebrachte (oude) kassaregels, welke door [geintimeerde] niet zijn geparafeerd, golden vóór de inwerkingtreding van de hernieuwde versie van mei 2011 (het Bedrijfsreglement) en voorts [geintimeerde] de ontvangst van die oude kassaregels heeft betwist, gaat het hof aan de inhoud van deze oude kassaregels voorbij.

In het FL-Handboek is onder personeelsaankopen opgenomen 'dat alle personeelsaankopen worden ingevoerd onder de PLU-toets 'personeelsaankoop'. Naar het oordeel van het hof is ook hiermee onvoldoende concreet vastgelegd dat het personeel eigen boodschappen altijd eerst aan de kassa zou moeten laten afrekenen en dat het binnen Aldi absoluut niet is toegestaan om zonder voorafgaande registratie in de kassa personeelsaankopen mee naar buiten te nemen.

Grief 4 faalt.

4.8.8.In de toelichting op grief 5 heeft Aldi onder de aandacht gebracht dat betaling van de boodschappen door registratie aan de kassa de enige manier voor haar is om te controleren of de boodschappen daadwerkelijk zijn afgerekend en om winkeldiefstal onder personeel te voorkomen. Het hof begrijpt dat Aldi om die reden niet wil toestaan dat, al dan niet met medeweten van collega's, boodschappen die niet in de kassa zijn geregistreerd, maar waarvoor geld in het filiaal is achter gelaten, mee naar huis worden genomen, gelet op de door Aldi opgesomde mogelijkheden van samenspanning met collega's en het zich 'verschuilen' achter het achtergelaten geld in geval van controle. Naar het voorlopig oordeel van het hof heeft Aldi een en ander echter onvoldoende concreet neergelegd in haar regelgeving en in ieder geval niet in het bedrijfsreglement, terwijl juist overtreding van dat bedrijfsreglement ten grondslag is gelegd aan het ontslag op staande voet.

De vijfde grief faalt.

4.8.9.Voor de vraag of [geintimeerde] heeft gehandeld in strijd met de regels van het bedrijfsreglement zou beoordeeld dienen te worden of [geintimeerde] door te handelen zoals zij heeft gedaan artikelen van Aldi onbetaald mee naar buiten genomen heeft.

Hierboven is overwogen dat het hof voorshands niet aanvaardt dat artikelen alleen betaald zijn als ze zijn geregistreerd op de kassa.

Of de slippers door [geintimeerde] op 1 juli 2011 betaald zijn als bedoeld in het bedrijfsreglement voordat zij de slippers naar buiten heeft meegenomen, laat het hof hier in het midden, mede gezien de complicatie dat het hier gaat om een Aldi Actueel Aanbieding, ten aanzien waarvan vooralsnog onduidelijkheden bestaan over het meenemen dan wel achterzetten van die artikelen, terwijl daarvoor geld wordt achter gelaten, welke onduidelijkheden in het kader van deze kortgeding procedure niet kunnen worden weggenomen, nu deze procedure zich niet leent voor bewijslevering.

4.8.10.Zelfs indien zou moeten worden aangenomen dat [geintimeerde] de slippers op 1 juli 2011 naar juridische normen niet betaald had en daarmee strikt genomen het bedrijfsreglement zou hebben overtreden, dient nog te worden beoordeeld of haar handelwijze op 1 juli 2011 op zichzelf, althans in samenhang met de waarschuwing van het jaar ervoor, en met inachtneming van alle omstandigheden van het geval, het ontslag op staande voet rechtvaardigt.

4.8.10.1. Op zijn minst gezegd heeft [geintimeerde], gezien haar bijzondere positie als filiaalleider, uitermate onhandig gehandeld door al voorafgaand aan de dag van ingang van de desbetreffende Aldi Actueel aanbieding de slippers te willen aanschaffen in de wetenschap dat dat in ieder geval niet (meer) kon op de voor personeelsaankopen gebruikelijke en in beginsel te volgen weg, namelijk via kassaregistratie. Haar handelwijze getuigt niet van het, van haar te verwachten, volle besef van haar voorbeeldfunctie die zij als filiaalleider heeft, omdat zij in haar functie anderen op het naleven van regels en eerlijk gedrag dient te controleren.

Anderzijds gaat het hof er voorshands van uit dat [geintimeerde], naar de uiterlijke verschijningsvorm bezien, heeft getracht om te voldoen aan de vereisten (vgl. bedrijfsreglement onder 'personeelsaankopen' sub 4 en 5) van inschakeling van een medewerker en van het niet onbetaald laten van artikelen alvorens deze mee naar buiten te nemen door mw. [X.] te informeren, in haar aanwezigheid het geld achter te laten en haar te verzoeken de slippers de volgende dag met het achtergelaten geld af te rekenen in en te registreren via de kassa. Het op de hoogte brengen van collega's, ook al zijn zij ondergeschikten van [geintimeerde], acht het hof, anders dan Aldi, voor de beoordeling van de zaak relevant. Er zijn geen aanwijzingen voor samenspanning tussen de collega's.

Het hof houdt er rekening mee dat [geintimeerde] al sinds 5 januari 1987 bij Aldi in dienst is en dat door Aldi erkend is dat zij bij haar medewerkers geliefd is en haar werk tevredenstellend heeft uitgevoerd.

Onder de bijzondere omstandigheden van de zaak kon, naar het voorlopig oordeel van het hof, van Aldi in redelijkheid worden gevergd het dienstverband tussen haar en [geintimeerde] te laten voortduren ondanks de gebeurtenis op 1 juli 2011. Haar terechte ongenoegen over de gang van zaken, in het bijzonder in verband met de moeilijke controleerbaarheid ervan, had Aldi met minder verstrekkende middelen dan een ontslag op staande voet aan [geintimeerde] duidelijk kunnen maken.

Gelet op het verweer van [geintimeerde], is voorts vooralsnog niet vast komen te staan dat Aldi bij overtreding van de regels steeds één lijn trekt in die zin dat werknemers die zich niet aan de voorschriften houden, altijd worden ontslagen.

In het kader van dit kort geding oordeelt het hof voorshands dat voldoende waarschijnlijk is dat de rechter in een bodemprocedure zal oordelen dat het ontslag op staande voet door de handelwijze van [geintimeerde] (afzonderlijk), bezien onder de bijzondere omstandigheden van het geval, niet gerechtvaardigd is gegeven en om die reden de vorderingen van [geintimeerde] zullen worden toegewezen.

Dit geldt evenzeer indien bij een en ander de waarschuwing die [geintimeerde] op 8 juli 2010 heeft gekregen wordt betrokken. De verklaring die [geintimeerde] in haar reactie op de zesde grief geeft voor haar handelen met betrekking tot de terrasverwarmer en hetgeen zij hier ook overigens over heeft opgemerkt is mogelijk niet volstrekt afdoende, maar werpen wel een ander licht op de zaak. Voor nader onderzoek van die kwestie en de vraag of destijds overtreding van procedureregels in het geding was, is in het kader van deze procedure geen plaats.

4.7.Op grond van al het bovenstaande concludeert het hof dat geen van de grieven slaagt. De vonnissen waarvan beroep zullen worden bekrachtigd. Aldi zal als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.

5. De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt de door de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch, sector kanton, locatie Eindhoven, gewezen vonnissen in kort geding van 5 augustus 2011 en 10 augustus 2011, waarvan beroep;

veroordeelt Aldi in de proceskosten van het hoger beroep, welke kosten aan de zijde van [geintimeerde] worden begroot op € 284,-- aan verschotten en € 894,-- voor salaris advocaat;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. C.M. Aarts, A.P. Zweers-van Vollenhoven en R.R.M. de Moor en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 31 januari 2012.