Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2012:4158

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
18-09-2012
Datum publicatie
16-07-2013
Zaaknummer
HD 200.103.501
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2013:3040
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geschillen tussen het bestuur van een vereniging en vier (geroyeerde) leden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.103.501/01

arrest van 18 september 2012

gewezen in het incident in de zaak van

1 [Appellant sub 1.],
wonende te [woonplaats],

2. [Appellant sub 2.],
wonende te [woonplaats],

3. [Appellant sub 3.],
wonende te [woonplaats],

4. [Appellant sub 4.],

wonende te [woonplaats],

appellanten in principaal appel, tevens verweerders in incidenteel appel in de hoofdzaak,
verweerders in het incident,

advocaat: mr. F.C.J.J. Jessen te 's-Hertogenbosch,

tegen

1 de vereniging Kring Vrienden van 's-Hertogenbosch,

gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerde in principaal appel, tevens appellante in incidenteel appel in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat: mr. H. Nieuwenhuizen te Eindhoven,

2 [Geintimeerde sub 2.],

wonende te[woonplaats],

geïntimeerde in principaal appel, tevens appellant in incidenteel appel in de hoofdzaak,
eiser in het incident,
advocaat: mr. L.P.H. Hameleers te Roermond,

op het bij exploot van dagvaarding van 6 maart 2012 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank 's-Hertogenbosch onder zaaknummer/rolnummer 220902/HA ZA 10-2538 gewezen vonnis van 7 december 2011 tussen appellanten in de hoofdzaak, [Appellant sub 1.] c.s., als eisers en geïntimeerden in de hoofdzaak, de Vereniging en [Geintimeerde sub 2.], als gedaagden.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij memorie van grieven tevens inhoudende wijziging van eis met producties hebben [Appellant sub 1.] c.s. 37 grieven aangevoerd en geconcludeerd zoals in het petitum van die memorie is weergegeven.

2.2.

De Vereniging en [Geintimeerde sub 2.] hebben een incidentele memorie van eis genomen, waarop [Appellant sub 1.] c.s. bij antwoordconclusie in het incident hebben gereageerd.

2.3.

De Vereniging heeft bij memorie van antwoord, houdende memorie van grieven in incidenteel appel met producties de grieven bestreden, in incidenteel appel 24 grieven aangevoerd en geconcludeerd zoals in het petitum van die memorie is weergegeven.

2.4.

[Geintimeerde sub 2.] heeft bij memorie van antwoord in het principaal appel tevens houdende memorie van grieven in het incidenteel appel met één productie de grieven bestreden, in incidenteel appel 24 grieven aangevoerd en geconcludeerd zoals in het petitum van die memorie is weergegeven.

2.5.

Partijen hebben de gedingstukken overgelegd voor uitspraak in het incident.

3 De beoordeling

In het incident

3.1.

De vordering in het incident strekt ertoe dat het hof bij incidenteel arrest, uitvoerbaar bij voorraad, de omvang van het geding in hoger beroep in principaal appel zal bepalen en wel zodanig dat deze omvang uitsluitend bestaat uit de door [Appellant sub 1.] c.s. opgeworpen grieven, pagina 83 tot en met 138 van de memorie van grieven met uitzondering van de grieven I, IV en XXXVII, althans subsidiair uit een omvang die het hof in goede justitie zal bepalen, alles met veroordeling van [Appellant sub 1.] c.s. in de kosten van het incident.

3.2.

De Vereniging en [Geintimeerde sub 2.] stellen daartoe dat de omvang van de inleiding in de memorie van grieven een zodanige omvang heeft – 83 van de in totaal 138 pagina’s – dat duidelijkheid dient te bestaan over de vraag of de Vereniging en [Geintimeerde sub 2.] dit als grief moeten opvatten en er dus al dan niet op moeten reageren. Volgens de Vereniging en [Geintimeerde sub 2.] maakt de wijze waarop [Appellant sub 1.] c.s. hun memorie inrichten dat het voor hen niet helder is wat wel een grief is en wat niet. Zij achten het onmogelijk op de stellingen in de inleiding te reageren en menen dat de handelwijze en inrichting van de memorie van grieven als strijdig met een goede procesorde moet worden aangemerkt. Verder zijn zij van mening dat de grieven I, IV en XXXVII niet voldoende duidelijk zijn.

Hoewel een incidentele vordering als de onderhavige niet als zodanig in de wet is voorzien, biedt het open stelsel van incidenten in de visie van de Vereniging en [Geintimeerde sub 2.] voor een dergelijke incidentele vordering wel ruimte, met name nu de proceseconomie in belangrijke mate wordt gediend als vooraf duidelijkheid bestaat omtrent de omvang van de procedure in hoger beroep. Zij wijzen erop dat dit incident niet wordt opgeworpen om de procedure te vertragen of te compliceren, maar juist om vertraging en complicatie te voorkomen.

3.3.

[Appellant sub 1.] c.s. stellen zich kort gezegd op het standpunt dat zij hun grieven behoorlijk in het geding naar voren hebben gebracht en dat daarom voor de Vereniging en [Geintimeerde sub 2.] duidelijk moet zijn waartegen zij zich moeten verweren.

3.4.

Het hof constateert dat de Vereniging en [Geintimeerde sub 2.] op de rol van 10 juli 2012 allebei hebben geantwoord op de grieven in het principaal appel. Dat betekent dat hun belang bij hun incidentele vordering – wat daar verder ook van zij – is komen te ontvallen en alleen daarom al zal worden afgewezen.

3.5.

Het hof zal de beslissing over de kosten van het incident aanhouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak.

In de hoofdzaak

3.6.

De zaak wordt naar de rol verwezen voor antwoord incidenteel appel aan de zijde van [Appellant sub 1.] c.s. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4 De beslissing

Het hof:

in het incident:

wijst de vordering van de Vereniging en [Geintimeerde sub 2.] af;

houdt de beslissing over de proceskosten aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak;



in de hoofdzaak:

verwijst de zaak naar de rol van 30 oktober 2012 voor memorie van antwoord in het incidenteel appel aan de zijde van [Appellant sub 1.] c.s.;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.A.M. van Schaik-Veltman, Th.C.M. Hendriks-Jansen en H.A.G. Fikkers en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 18 september 2012.

sheer