Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2011:BV3392

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28-11-2011
Datum publicatie
08-02-2012
Zaaknummer
HV 200.093.989-01
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2012:BX7462, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2012:BX7462
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Goedkeuring rekening & verantwoording/Gedeeltelijke afwijzing en vergoedingsplicht inmiddels ontslagen bewindvoerder/Administratiesysteem Smart FMS/Overschrijding bevoegdheid door zonder toestemming dienstverleningsovereenkomst te sluiten/beperking voortvloeiend uit 1:441 BW/ gedeeltelijke vernietiging in hoger beroep/ afwijzing verzoek Staat althans rechtbank in proceskosten te veroordelen nu deze geen partij is ex art. 289 Rv

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering 289, geldigheid: 2011-11-28
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

Zevende Kamer

Uitspraak: 28 november 2011

Zaaknummer: HV 200.093.989/01

Zaaknummers eerste aanleg: 422318, 429949, 429950, 429951, 429952, 422271 en 422316, BMnr. 13136

in de zaak in hoger beroep van:

Mr. R.H.M.Ch. Libotte, h.o.d.n. Cirkel Bewindvoeringen B.V.,

zaakdoend te Maastricht,

appellant,

hierna te noemen: mr. Libotte,

in zijn hoedanigheid van (voormalig) bewindvoerder over alle goederen die (zullen) toebehoren aan [X.],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

wonende te [woonplaats],

rechthebbende.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Maastricht, sector kanton, locatie Maastricht, 422318, 429949, 429950, 429951, 429952, 422271 en 422316, BMnr. 13136, van 14 juni 2011, waarbij de kantonrechter een oordeel heeft gegeven ten aanzien van de rekening en verantwoording over de periode 8 april 2008 tot en met 31 december 2010 en toekenning van het bewindvoerdersloon over de jaren 2008, 2009 en 2010.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 13 september 2011, heeft mr. Libotte verzocht – kort weergegeven – de beschikking van de rechtbank (gedeeltelijk) te vernietigen en te beslissen zoals in het beroepschrift aangegeven.

2.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 november 2011. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- mr. Libotte;

- mevrouw P.M.A.C. Wetzels, medewerkster bij Cirkel Bewindvoeringen B.V. (hierna mevrouw Wetzels respectievelijk Cirkel Bewindvoeringen).

De opgeroepen rechthebbende [rechthebbende] heeft middels faxbrieven van zijn raadsman mr. Ruysink van respectievelijk 27 oktober 2011 en 4 november 2011 laten weten niet te zullen verschijnen. De overige inhoud van laatstgenoemde brief, welke brief voor de behandeling door mr. Libotte is ontvangen, ziet niet op de onderhavige zaak maar op de zaak HV 200.093.973/01 waarin heden eveneens een beschikking is gegeven.

3. De beoordeling

3.1.Allereerst merkt het hof op dat het heeft kennisgenomen van de beschikking van de rechtbank Maastricht van 12 oktober 2011, nummer 447668 BM VERZ 11-1786, LJN BT7294, waarbij de rechtbank met ingang van 1 december 2011 mr. Libotte als bewindvoerder ontslaat in alle zaken waarbij mr. Libotte is aangesteld als bewindvoerder (in de zaak met het BMnr. 26358 blijft de bewindvoerder aangesteld tot 9 december 2011). Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep d.d. 14 november 2011 heeft mr. Libotte bevestigd dat deze uitspraak betrekking heeft op hem. Aangezien de uitspraak in deze zaak is bepaald op 28 november 2011 en de beschikking waarvan beroep ziet op een periode tot en met 2010, behoeft het hof geen rekening te houden met het bepaalde in de beschikking van de rechtbank Maastricht van 12 oktober 2011.

3.2.Het gaat om het volgende. Mr. Libotte heeft in zijn hoedanigheid als bewindvoerder rekening en verantwoording afgelegd over de periode 8 april 2008 tot en met 31 december 2010. De kantonrechter heeft in haar beschikking van 14 juni 2011 overwogen dat tussen de kantonrechter en de bewindvoerder verschil van mening bestaat omtrent de toe te kennen bewindvoerdersbeloning in 2008, 2009 en 2010, waaronder de in rekening te brengen kantoorkosten.

(…)

2.2.

De kantonrechter zal aan de bewindvoerder over de periode tot en met november 2008 een beloning toekennen die is berekend conform de afspraken gemaakt in het kantonoverleg van 13 februari 2008 voor een professionele bewindvoerder geen lid van de branche-organisatie, te weten een bedrag van € 65,06 inclusief BTW per maand. De kantonrechter zal deze beloning echter pas toekennen vanaf het moment dat de bewindvoerder daadwerkelijk beheerswerkzaamheden heeft verricht. Uit de overgelegde afschriften van de beheerrekening blijkt dat dit op 27 september 2008 voor het eerst is gebeurd. (…) In de maand december 2008 was de bewindvoerder toegetreden tot de branchevereniging BPBI en zal hem op basis van de aanbevelingen van het LOVCK een beloning worden toegekend van € 86,27 inclusief BTW. Dit brengt de in rekening te brengen beloning voor 2008 in totaal op een bedrag van € 281,45 inclusief BTW. De bewindvoerder heeft geïnd € 280,- en heeft derhalve over 2008 nog € 1,45 tegoed van rechthebbende.

De kantonrechter merkt ten overvloede nog op dat in het overzicht dat op 22 april 2011 is ontvangen de bewindvoerder ook nog kosten voor inkomensbeheer claimt ten laste van rechthebbende vanaf 22 februari 2008 tot 7 april 2008 nog recht te hebben op € 140,- in het kader van inkomensbeheer. De kantonrechter zal het in rekening brengen van deze laatste kosten afwijzen, nu er eerst op 25 juli 2008 een betaalrekening ten behoeve van rechthebbende is geopend. De bewindvoerder klaagt bovendien in zijn brief ingekomen ter griffie op 14 juni 2010 dat rechthebbende tijdens de eerste maanden van het bewind zijn inkomen niet ter beschikking stelde. Dat er dan wel voorafgaande aan het bewind inkomensbeheer zou zijn geweest acht de kantonrechter niet aannemelijk. Dit klemt te meer nu er in de rekening en verantwoording over 2008 geen melding is gemaakt van een dergelijke vordering op de rechthebbende ten behoeve van de bewindvoerder.

(…)

2.4.

De kantonrechter stelt vast dat de bewindvoerder in 2009 voorts ten laste van rechthebbende een bedrag van € 60,00 heeft uitbetaald aan Idieka B.V. ten behoeve van de software applicatie Smartfms. De kantonrechter is van oordeel dat deze kosten begrepen dienen te zijn in de ongespecificeerde kantoorkosten vervat in de bewindvoerdersbeloning conform de aanbevelingen van het LOVCK en dat deze dus niet nogmaals ten laste van rechthebbende mogen worden gebracht. De bewindvoerder dient deze € 60,00 aan rechthebbende terug te betalen.

(…)

2.6.

De kantonrechter stelt vast dat in 2009 echter nogmaals een overboeking naar de derdengeldrekening van de bewindvoerder heeft plaatsgevonden, van een bedrag van € 430,00. Hier staat volgens het overzicht ingediend op 28 april 2010 geen betaling aan rechthebbende tegenover zodat deze betaling als ongegrond zal worden aangemerkt en hier goedkeuring aan zal worden onthouden. De bewindvoerder zal dit bedrag aan rechthebbende moeten terugbetalen.

(…)

2.8.

(…)

De bewindvoerder heeft echter in dat jaar (hof: 2010) eveneens € 120,00 ten laste van rechthebbende afgeboekt ter zake kosten van het Smartfms-systeem. Voor deze betaling zal de kantonrechter op grond van het hiervoor in 2.4 overwogene geen goedkeuring verlenen en dit bedrag dient ook terug te worden betaald.

3.3.Mr. Libotte betwist de bovenstaande overwegingen van de kantonrechter. Het hof zal deze punten per onderdeel bespreken.

Smart FMS

3.4.Mr. Libotte stelt dat Cirkel Bewindvoeringen een zakelijk contract internetbankieren heeft voor eigen gebruik, welke kosten door Cirkel zelf gedragen worden. Aan het internetbankierencontract zijn alle bankrekeningen van de cliënten gekoppeld teneinde Cirkel Bewindvoeringen in de gelegenheid te stellen de rekeningen te beheren. De rekeningen zijn geopend ten name van de rechthebbenden, doch worden in het kader van het bewind geblokkeerd voor beheer door de rechthebbenden zelf. Omdat Cirkel werd geconfronteerd met het veelvuldige verzoek van rechthebbenden om vaker en meer inzage in hun financiën te krijgen en omdat Cirkel slechts een beperkt aantal uren per rechthebbende betaald krijgt, alsmede om de rechthebbenden te coachen met als doel dat ze in de toekomst hun financiën weer zelf kunnen beheren, wordt gebruik gemaakt van het Smart FMS-systeem. In deze software applicatie wordt alle financiële informatie van de rechthebbende ingevoerd. Rechthebbenden kunnen op die wijze op elk gewenst moment online inzage hebben in hun bankrekeningen, dus zowel in de beheerrekening als in de leefgeldrekening. Ook kunnen ze door middel van het gebruik van deze applicatie aanleren om op een verantwoorde wijze met hun financiën om te gaan. Het is namelijk mogelijk voor rechthebbenden om zelf betalingen ten aanzien van de beheerrekening klaar te zetten, terwijl de betaling moet worden gefiatteerd door Cirkel Bewindvoeringen. Mr. Libotte stelt zich op het standpunt dat deze applicatie uitsluitend in het belang van rechthebbende is.

De bewindvoerder heeft namens rechthebbende een overeenkomst gesloten met de leverancier om rechthebbende toegang te geven tot de applicatie. Dit kan worden beschouwd als een gewone beheersdaad in de zin van artikel 1:441 , lid 2 aanhef en onder a, BW en behoeft daarmee geen toestemming van rechthebbende of de kantonrechter, aldus

mr. Libotte.

3.5.Tijdens de mondelinge behandeling d.d. 14 november 2011 heeft mevrouw Wetzels aangegeven dat de overeenkomsten met de leverancier van Smart FMS collectief zijn gesloten omdat dit goedkoper was. Alle cliënten van Cirkel Bewindvoeringen beschikken erover en hebben hun eigen inlogcodes. Het gaat doorgaans om zowel een beheerrekening als om de leefgeldrekening, waarvoor namens rechthebbenden twee overeenkomsten met de leverancier ad € 5,- per maand per rekening zijn afgesloten. Er zijn geen cliënten die geen gebruik maken van het systeem. Nadat het systeem was ingevoerd, zijn later aangenomen cliënten bij het intakegesprek er uitdrukkelijk op gewezen dat ten aanzien van alle cliënten van Cirkel Bewindvoeringen de applicatie wordt aangevraagd en dat hiervoor aan hen kosten in rekening worden gebracht. Cirkel Bewindvoeringen voert de gegevens in, waarop de cliënten kunnen meekijken wat de medewerkers van Cirkel Bewindvoeringen ten aanzien van hun financiën doen. Het fysieke systeem (moedercomputer) bevindt zich bij de leverancier. Voor de bedrijfsvoering van Cirkel zelf en het beheren van de goederen van de cliënten, is de applicatie niet nodig en zijn de met de leverancier van Smart FMS gesloten overeenkomsten niet nodig, aldus mr. Libotte en mevrouw Wetzels.

3.6.Het hof overweegt het volgende.

3.6.1.Het hof is van oordeel dat het gebruik van het Smart FMS-systeem nuttig en leerzaam kan zijn voor de rechthebbenden. Door het gebruik van deze applicatie krijgen ze niet alleen meer inzicht in hetgeen Cirkel Bewindvoeringen voor hen doet; ze kunnen ook oefenen in het beheren van hun financiën door betalingen klaar te zetten ter fiattering van Cirkel Bewindvoeringen. Op die wijzen kunnen ze oefenen zonder dat het geld onverantwoord wordt uitgegeven.

Anders dan mr. Libotte is het hof van oordeel dat het systeem ook (financiële) voordelen biedt aan Cirkel Bewindvoeringen zelf en dat het niet alleen rechthebbende ten goede komt. Doordat de rechthebbenden dag en nacht inzicht kunnen krijgen in hun financiën en de werkzaamheden van de bewindvoerder, bespaart dit Cirkel Bewindvoeringen diverse verzoeken tot tussentijdse informatie en daarmee menskracht en tijd in het beantwoorden van die vragen. Het gebruik van het systeem komt dus niet alleen rechthebbende, maar ook Cirkel Bewindvoeringen (financieel) ten goede.

3.6.2.Ten aanzien van de vraag of het sluiten van overeenkomsten ten behoeve van het gebruik van de Smart FMS applicatie moet worden gezien als een beheersdaad, beoordeelt het hof deze vraag negatief. Naar mr. Libotte en mevrouw Wetzels op de mondelinge behandeling aangeven is de Smart FMS applicatie niet nodig om het bewind over de goederen en financiën door Cirkel Bewindvoeringen te laten beheren. Daartoe heeft Cirkel Bewindvoeringen immers een zakelijk contract internetbankieren dat ten laste van Cirkel Bewindvoeringen zelf komt. Het inzicht hebben in de financiën door het gebruik van de Smart FMS applicatie is weliswaar nuttig, maar niet noodzakelijk voor het beheer van die financiën. Inzicht in de financiën wordt bovendien nog versterkt door middel van een papieren kwartaaloverzicht.

3.6.3.Het verzoek van mr. Libotte om te bepalen dat het de bewindvoerder vrij staat de overeenkomsten te sluiten zonder toestemming van de rechthebbende of de kantonrechter op grond waarvan de kosten van het gebruik voor rekening komen van de rechthebbende (zie beroepschrift onder het tweede bolletje), wordt door het hof afgewezen. Elke overeenkomst dient immers op zijn eigen merites te worden beoordeeld, alsmede op de vraag of artikel 1:441 lid 2 onder a e.v. BW aan de orde is en op de noodzaak om hiervoor toestemming te vragen van de rechthebbende of de kantonrechter.

3.6.4.Het sluiten van de overeenkomst met de leverancier van de applicatie Smart FMS hoeft in beginsel echter niet tot de conclusie te leiden dat deze ten onrechte is gesloten. Indien de rechthebbende uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven voor het aanvragen van de applicatie en het sluiten van de dienstverleningsovereenkomst ten aanzien van de beide rekeningen, is dit op basis van de algemene vertegenwoordigingsregels toegestaan.

In het onderhavige geval hoorde rechthebbende echter tot de groep – zo hebben mr. Libotte en mevrouw Wetzels erkend – die collectief is aangesloten op het systeem en die niet tijdens het intakegesprek is gewezen op het gebruik en de kosten van het systeem. Rechthebbende (of de kantonrechter) heeft nooit uitdrukkelijk toestemming gegeven voor het gebruik van het systeem in het kader van zijn bewind. Cirkel Bewindvoeringen mocht er in het geval van deze rechthebbende dan ook niet vanuit gaan dat de kosten van de overeenkomsten met betrekking tot de applicatie ten kosten van de rechthebbende zouden komen. Dat [rechthebbende] gebruik heeft gemaakt van de hem ongevraagd opgedrongen applicatie, doet aan het voorgaande niet af.

Aldus heeft de bewindvoerder door het ongevraagd en zonder voorafgaande toestemming sluiten van dienstverleningsovereenkomsten die financiële consequenties voor rechthebbende mee hebben gebracht, zijn bevoegdheid overschreden en is hij hiervoor op grond van artikel 1:444 BW aansprakelijk. De kantonrechter heeft terecht beslist dat de voor het gebruik van dit systeem geïnde gelden dienen te worden terugbetaald.

3.6.5.Het verzoek van mr. Libotte om te bepalen dat ten onrechte een bedrag is afgeboekt terwijl het gaat om een contractuele betalingsverplichting, alsmede dat er geen terugbetalingsverplichting aan mr. Libotte kan worden opgelegd, wordt derhalve afgewezen (zie petitum van het beroepschrift onder het eerste bolletje). Ook wordt afgewezen het verzoek van mr. Libotte om te bepalen dat het de rechtbank niet vrij staat de kosten van de applicatie Smart FMS als ongespecificeerde kantoorkosten te benoemen en deze bij de beoordeling van de rekening en verantwoording te verrekenen (zie beroepschrift onder het derde bolletje), nu mr. Libotte gezien het voorgaande hierbij geen belang heeft.

3.6.6.Het verzoek van mr. Libotte om te bepalen dat het hem in zijn hoedanigheid van bewindvoerder vrij staat om zonder machtiging van de kantonrechter maar met toestemming van de rechthebbende overeenkomsten te sluiten als genoemd in artikel 1:441 lid 2 BW en dat het hem in zijn hoedanigheid van bewindvoerder vrijstaat zonder machtiging van de kantonrechter en/of rechthebbende op grond van artikelen 1:441 lid 1 BW en 1:443 BW in en buiten rechte te vertegenwoordigen en dientengevolge overeenkomsten te sluiten dan wel procedures te voeren (zie beroepschrift onder het vierde en het vijfde bolletje), sluit in beginsel aan bij de tekst van de wet. Het hof vermag niet in te zien wat het belang van mr. Libotte is om hiervan een uitdrukkelijke bevestiging te verkrijgen. Voor zover mr. Libottes verzoek bedoeld is om uitgesproken te krijgen dat hij onbeperkt en algemeen bevoegd is tot het voeren van procedures en het sluiten van overeenkomsten betreffende de rechthebbende, sluit dit niet aan bij het wettelijk systeem. De bevoegdheid van de bewindvoerder is in dit opzicht immers beperkt tot hetgeen bij de vervulling van zijn taak (artikel 1:441 lid 1 BW) hoort. Voorts zal steeds achteraf kunnen worden getoetst of van een juiste taakvervulling sprake is geweest. Ook deze toets kan niet op voorhand worden beperkt, dus voor zover het verzoek daarop ziet kan dit evenmin worden toegewezen.

Het hof wijst ook dit verzoek af.

3.6.7.Het verzoek van mr. Libotte om te bepalen dat het de rechtbank niet vrijstaat om voorwaarden aan machtigingen te verbinden nu de wet de mogelijkheid niet biedt om voorwaarden aan machtigingen te verbinden aangaande de wijze waarop de bewindvoerder daarvan gebruik zal maken met uitzondering van de eventueel bij het bewind ingestelde beperkingen (zie beroepschrift onder het zesde bolletje), is evenmin toewijsbaar. Wanneer een machtiging wordt gevraagd aan een rechter houdt dit automatisch in dat die rechter aan de machtiging voorwaarden en/of beperkingen mag stellen, zoals ook uit artikel 1:441 lid 3 BW blijkt.

2008

3.7.Mr. Libotte verzoekt om aan hem een bewindvoerdersloon voor de periode van 8 april 2008 tot en met 31 december 2008 toe te kennen (verzoekschrift onder het zevende bolletje), zijnde een bedrag van in totaal € 627,99. Dit bedrag bestaat uit 7 maanden (april t/m oktober 2008) x € 65,06 (tarief ongecertificeerden) = € 455,42, alsmede uit 2 maanden (november- december 2008) x € 86,27 (tarief gecertificeerden) = € 172,54. Rechthebbende heeft een bedrag van € 280,- voldaan, zodat een bedrag van € 347,96 resteert. Daarbij hebben mr. Libotte en mevrouw Wetzels op de mondelinge behandeling aangegeven dat de taken van een bewindvoerder plaats vinden zodra de goederen van een rechthebbende onder bewind zijn gesteld; met name de inventarisatie van de goederen en de problemen vindt dan plaats. Het moment van het openen van een beheerrekening is geen goed ijkpunt omdat voor die tijd al diverse werkzaamheden zijn verricht, aldus mr. Libotte en mevrouw Wetzels. Ook geeft mr. Libotte aan dat de certificatie heeft plaatsgevonden in november 2008, en voor die maand dus ook het hogere tarief moet gelden.

3.8.Naar het oordeel van het hof komt de bewindvoerder een vergoeding toe vanaf de aanvang van het bewind, in dit geval vanaf 8 april 2008. Daarbij doet niet ter zake wanneer de effecten van het bewind echt zichtbaar worden, zoals het openen van een beheerrekening. Derhalve zal het hof een vergoeding toekennen zoals in de richtlijnen van het LOVCK beschreven en wel vanaf (8) april 2008. Nu de certificering van mr. Libotte is ingegaan in november 2008, zal voor die maand conform de richtlijnen van het LOVCK het hogere tarief gelden. Aldus stelt het hof de verschuldigde beloning voor het jaar 2008 vast op € 627,96, waarvan nog € 347,96 dient te worden betaald door rechthebbende.

3.9.Mr. Libotte heeft ook verzocht om toekenning van een bedrag van € 140,- wegens inkomensbeheer vanaf 22 februari 2008 tot 7 april 2008, dus voordat het bewind was ingesteld (zie beroepschrift pagina 11 in combinatie met het tiende bolletje). De kantonrechter heeft dit verzoek afgewezen en daarbij (onder meer) bepaald dat er in de rekening en verantwoording over 2008 geen melding is gemaakt van een dergelijke vordering op de rechthebbende ten behoeve van de bewindvoerder. Nu ook in hoger beroep geen onderbouwing of nadere tekst en uitleg is gegeven, noch een overeenkomst tot inkomensbeheer is overgelegd, is het hof van oordeel dat deze post bij gebrek aan onderbouwing dient te worden afgewezen.

2009

3.10.Mr. Libotte verzoekt om over het jaar 2009 een bewindvoerdersloon van € 1.243,55 toe te wijzen (beroepschrift onder het achtste bolletje). De kantonrechter heeft in overweging 2.3 bepaald dat de bewindvoerder aan beloning voor het jaar 2009 een bedrag van € 1.243,55 in rekening mocht brengen en dat een bedrag van € 108,50 aan te veel geïnd bewindvoerdersloon (€ 1.352,02 i.p.v. € 1.243,55) moet worden gerestitueerd. Aldus begrijpt het hof dat Mr. Libotte op dit punt geen grief heeft en behoeft het jaar 2009 op dit punt geen nadere bespreking.

3.11.Ten aanzien van de terug te betalen € 60,- in verband met het gebruik van de Smart FMS applicatie in 2009 wijst het hof op hetgeen hiervoor reeds is overwogen en beslist en waarin is bepaald dat de aldus in rekening gebrachte kosten dienen te worden terugbetaald.

3.12.De kantonrechter heeft in overweging 2.6 overwogen dat ten onrechte een bedrag van € 430,- is overgeboekt naar de derdenrekening van de bewindvoerder. Mr. Libotte heeft echter in hoger beroep met stukken onderbouwd dat dit bedrag weliswaar is overgeschreven, maar dat het ook weer direct is teruggeboekt. Het hof heeft op grond van die stukken geconstateerd dat er geen € 430,- aan rechthebbende is onthouden. Aldus behoeft dit bedrag niet te worden terugbetaald.

2010

3.13.Mr. Libotte heeft verzocht om over het jaar 2010 een bewindvoerdersloon van € 1.111,44 toe te kennen (beroepschrift onder het negende bolletje). De kantonrechter heeft in overweging 2.8. bepaald dat de bewindvoerder in 2010 op basis van de aanbevelingen van de LOVCK recht had op een bedrag van € 1.111,44 en dat hij € 10,11 te weinig in rekening heeft gebracht. Aldus begrijpt het hof dat mr. Libotte op dit punt geen grief heeft en behoeft het jaar 2010 op dit punt geen nadere bespreking. Rechthebbende dient mr. Libotte nog € 10,11 te betalen.

3.14.Ten aanzien van de terug te betalen € 120,- in verband met het gebruik van de Smart FMS applicatie in 2010 wijst het hof op hetgeen reeds hiervoor is overwogen en beslist en waarin is bepaald dat de aldus in rekening gebrachte kosten dienen te worden terugbetaald.

2011

3.15.Mr. Libotte heeft verzocht om het salaris over 2011 vast te stellen op € 694,86 en een bedrag van € 189,21 als kosten voor het opstellen van de eindrekening en –verantwoording toe te kennen (verzoekschrift onder het elfde bolletje). Ook heeft mr. Libotte verzocht om ambtshalve goedkeuring te hechten aan de eindrekening en -verantwoording over het jaar 2011 (verzoekschrift onder twaalfde bolletje). Tijdens de mondelinge behandeling heeft mevrouw Wetzels aangegeven er de voorkeur aan te geven indien het hof het jaar 2011 meteen ‘meeneemt’ in de totale eindafrekening, nu de relatie met de rechtbank Maastricht is verstoord. Het hof overweegt echter dat de wet niet in een situatie voorziet waarbij het hof in eerste aanleg een beslissing neemt over de vergoeding van de bewindvoerder, nu de wet uitdrukkelijk heeft bepaald dat de kantonrechter hierover beslist (artikel 1:445 BW). Bovendien kan geen beslissing ten aanzien van een geheel kalenderjaar worden genomen, nu de betreffende kosten nog niet zijn gemaakt. Het hof wijst deze verzoeken dan ook af.

Het subsidiaire verzoek

3.16. Mr. Libotte heeft subsidiair verzocht om het vonnis van de Rechtbank Maastricht, sector Civiel met BM nummer 13136 en zaaknummer 382623 EJ Verz 10-3751 van 14 juni 2011 te vernietigen en te bepalen dat de zaak verwezen wordt naar de rechtbank Roermond alwaar de rekening en verantwoording ten overstaan van de kantonrechter aldaar zal geschieden (verzoekschrift onder het veertiende bolletje).

Het hof overweegt dat een dergelijke beschikking in het onderhavige beroepschrift verder niet is genoemd of behandeld. Het hof zal echter heden in een door mr. Libotte apart ingesteld hoger beroep tegen een beschikking met de aangegeven kenmerken van de sector kanton van de rechtbank Maastricht een beschikking afgeven. Het hof oordeelt dan ook dat het genoemde deel van het verzoek op een misverstand berust.

Overigens voorziet de wet niet in de mogelijkheid tot verwijzing van de zaak naar een andere rechtbank en ontbreekt de noodzaak daartoe in een geval als het onderhavige, nu van een voor de bewindvoerder, rechthebbende of andere belanghebbende onwelgevallige beslissingen hoger beroep openstaat . Ook dit verzoek wordt afgewezen.

Rekening en verantwoording 2008-2010 en proceskosten

3.17.Mr. Libotte heeft verzocht goedkeuring te hechten de rekening en verantwoording over de periode van 8 april 2008 tot en met 31 december 2010 (verzoekschrift onder het tiende bolletje). De kantonrechter heeft zijn goedkeuring over deze rekening en verantwoording echter al gegeven (overweging 2.10 van zijn beschikking), onder voorwaarde dat mr. Libotte een door de kantonrechter vastgesteld bedrag zal terugbetalen.

Nu het hof in hoger beroep tot een andere berekening komt waaruit per saldo een aan mr. Libotte toekomend bedrag resteert, zal het hof de door de kantonrechter opgelegde voorwaarde vernietigen.

Het hof is immers tot de conclusie gekomen dat rechthebbende aan mr. Libotte nog dient te betalen een bedrag van € 347,96 (overweging 3.8) + € 10,11 (overweging 3.13) = € 358,07.

Mr. Libotte dient voorts rechthebbende te betalen een bedrag van € 108,50 (overweging 3.10) + € 60,- (overweging 3.11) + € 120,- (overweging 3.14) = € 288,50.

Het hof zal derhalve bepalen dat rechthebbende het verschil, een bedrag van € 69,57, aan mr. Libotte dient te betalen.

3.18.Tenslotte heeft mr. Libotte het hof verzocht om veroordeling van de Staat der Nederlanden, tijdens de mondelinge behandeling nader gepreciseerd tot de rechtbank Maastricht, te veroordelen in de proceskosten (verzoekschrift onder het dertiende bolletje). Het hof wijst dit verzoek af. De staat der Nederlanden, noch de rechtbank Maastricht, is procespartij of belanghebbende in deze zaak en kan dus ook niet worden veroordeeld in de proceskosten als bedoeld in artikel 289 Rv.

4. De beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Maastricht van 14 juni 2011, waarvan beroep, voor zover het de vaststelling van het bewindvoerderssalaris over 2008 betreft, voor zover het de voorwaarde verbonden aan de goedkeuring van de rekening en verantwoording over de periode 8 april 2008 tot en met 31 december 2010 betreft en voor zover het de aan de bewindvoerder opgelegde terugbetalingsverplichting over 2009 van € 430,- betreft;

en in zoverre opnieuw rechtdoende:

kent de bewindvoerder een bewindvoerdersloon toe voor de periode 8 april 2008 tot en met 31 december 2008 van € 627,96 inclusief btw en kosten;

bepaalt dat rechthebbende aan mr. Libotte aan bewindvoerdersloon nog een bedrag van € 69,57 dient te voldoen vóór 1 februari 2012;

bekrachtigt de beschikking waarvan beroep voor het overige.

wijst af het meer of anders verzochte;

Deze beschikking is gegeven door mrs. R.R.M. de Moor, G. Feddes en S. Bochove en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2011.