Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2011:BU9995

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
05-12-2011
Datum publicatie
03-01-2012
Zaaknummer
20-002947-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor beschadiging van een auto en bedreiging via Hyves.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer : 20-002947-10

Uitspraak: 5 december 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch van 10 mei 2010 in de strafzaak met parketnummer 01-003542-10 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1984],

wonende te [woonplaats], [adres verdachte].

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep moet blijkens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep worden begrepen als uitdrukkelijk niet te zijn gericht tegen de vrijspraak van hetgeen aan de verdachte onder 1 is ten laste gelegd.

Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist, heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, zal bevestigen.

Vonnis waarvan beroep

Het hof kan zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, vernietigen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, ten laste gelegd dat:

2.

hij op of omstreeks 30 augustus 2009 te Eindhoven opzettelijk en wederrechtelijk een auto, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

3.

hij op of omstreeks 30 augustus 2009 te Eindhoven, [B] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend aan een vriendin van die [B] via Hyves de woorden toegevoegd: “ze zit dadelijk in een rolstoel” en/of “zij is er geweest” en/of “haar kun je vinden in het ziekenhuis”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierna weergegeven bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit of die bewezen verklaarde feiten waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De vermelde bladzijden maken onderdeel uit van het dossier van de regiopolitie Brabant Zuid-Oost, afdeling Eindhoven Gestel, nr. 2009148117-1, sluitingsdatum 22 oktober 2009, met bijlagen, doorgenummerde bladzijden 2-46.

1. Een proces-verbaal van aangifte, nr. 2009148117-1, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als op 30 augustus 2009 afgelegde verklaring van [A] (blz. 10-11):

Op zaterdag 29 augustus 2009 omstreeks 23:45 uur werd mijn personenauto voor mijn woning aan de [adres] te Eindhoven geparkeerd. De auto werd in goede staat achtergelaten. Op zondag 30 augustus 2009 omstreeks 05:45 uur werd mijn vrouw wakker omdat er voor onze woning een auto stond te toeteren. In de auto zat een manspersoon die in de richting van ons huis meerdere malen schreeuwde: "kom naar buiten, kom eruit" of woorden van gelijke strekking. Blijkbaar is deze jongen een bekende van onze dochter [B]. Mijn vrouw heeft gehoord en gezien dat de auto tot drie keer toe terug is gekomen en voor het huis is gaan staan. Mijn vrouw heeft ook gezien dat de auto vlak langs onze auto stond.

Vanochtend omstreeks 10: 15 uur hoorde ik mijn buurman, genaamd [buurman], roepen. Ik ben naar buiten gegaan en [buurman] liet mij zien dat mijn auto aan de bestuurderszijde helemaal bekrast was.

De jongen waar mijn dochter problemen mee heeft, zou [verdachte] heten. Voordat hij vannacht in de straat kwam heeft hij [B] een aantal keer gebeld. [B] heeft hem vannacht, vanuit onze woning, ook herkend.

2. Een proces-verbaal van verhoor getuige, nr. 2009148117-6, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als op 30 augustus 2009 afgelegde verklaring van [buurman] (blz. 35-36):

Op zondag 30 augustus 2009 omstreeks 05:50-06:00 uur werd ik wakker van een auto die herhaaldelijk claxonneerde. Ik hoorde tevens enkele keren een jongen of een man schreeuwen: "kom naar buiten / kom eruit". Ik ben uit bed gegaan en heb door het raam naar buiten gekeken. Ik zag een donkerkleurige auto staan ter hoogte van de [adres].

Ik herkende de auto qua type als een Audi A3. Ik zag dat die auto op zeer korte afstand van de geparkeerde auto van de buurman stond. Ik schat de onderlinge afstand op 20-30 centimeter. Ik zag dat de bestuurder met zijn auto een paar keer op en neer langs de geparkeerde auto reed. Ik zag toen duidelijk dat de bestuurder met zijn linkerarm uit het raam hing, in de richting van de geparkeerde auto. Mijn vrouw kon zien dat de laatste combinatie van het kenteken de cijfers [cijfers] of letters in de vorm van die cijfers bevatte.

De volgende dag ben ik naar de geparkeerde auto van de buurman gaan kijken. Ik zag dat de gehele linkerzijkant diepe krassen door de lak heen had. Ik zag dat de schade vers was. De lakschilfers zaten nog los rond de krassen. Ik heb de eigenaar van de auto in kennis gesteld. Ik weet dat deze auto op zaterdag nog niet de genoemde schade had.

3. Een proces-verbaal van verhoor getuige, nr. 2009148117-7, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als op 30 augustus 2009 afgelegde verklaring van [buurvrouw] (blz. 38-39):

Op zondag 30 augustus 2009 omstreeks 05:50-06:00 uur werd ik wakker van een auto die herhaaldelijk claxonneerde. Mijn man was ook wakker geworden van het gebeuren. Omdat de auto niet wegreed, zijn we uit bed gegaan en hebben we door het raam naar buiten gekeken. Ik zag een donkerkleurige auto op straat ter hoogte van de auto van de bewoners van pand [adres] te Eindhoven. Ik zag dat die auto op zeer korte afstand van de geparkeerde auto van de buurman stond. Ik schat de onderlinge afstand op 20-30 centimeter. Ik zag dat de bestuurder met zijn auto een paar keer op en neer langs de geparkeerde auto reed. Ik zag toen duidelijk dat de bestuurder met zijn linkerarm uit het raam hing, in de richting van de geparkeerde auto. Ik zag dat hij zijn arm op en neer bewoog. Ik heb geprobeerd het kenteken op te nemen. Ik zag dat de achterste combinatie van het kenteken de cijfers [cijfers] of letters in de vorm van die cijfers bevatte. Hier ben ik zeker van.

4. Een proces-verbaal van verhoor getuige, nr. 2009148117-2, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als op 30 augustus 2009 afgelegde verklaring van [B] (blz. 28-29):

Gisteren, zaterdag 29 augustus 2009, ben ik op stap geweest op het Stratumseind en daar zag ik een jongen die mij al een tijdje lastigvalt. Zijn naam is [verdachte]. Ik wil niks met [verdachte] te maken hebben en neem ook nooit de telefoon op als hij belt.

Toen ik thuiskwam op zondag 30 augustus 2009 had ik gemiste oproepen op mijn telefoon afkomstig van [verdachte]. Ik herkende zijn telefoonnummer. Ik heb ook diverse voicemailberichten op mijn telefoon.

Op 30 augustus 2009 hoorde ik getoeter van een personenauto. Vervolgens heb ik uit het raam gekeken. Het schemerde dus ik had goed zicht op de voorzijde van onze woning aan de Shakepearelaan 54 te Eindhoven. Ik zag een donkere personenauto geparkeerd op de rijbaan staan. Deze personenauto stond naast de personenauto van mijn vader. Ik herkende de personenauto aan de contouren als een Audi A3. Ik zag dat er een donkere jongen in de personenauto zat. Ik herkende de jongen als [verdachte]. Ik hoorde vervolgens een krassend geluid op metaal. Ik keek vervolgens via het slaapkamerraam naar buiten en ik zag dat de donkere personenauto wegreed.

5. Een proces-verbaal van verhoor verdachte, nr. 2009148117-9, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als op 21 oktober 2009 afgelegde verklaring van de verdachte (blz. 42):

Ik heb een blauwe Audi A3 voorzien van het kenteken [kenteken]. Ik ben de enige die in deze auto rijdt.

6. De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 21 november 2011, voor zover inhoudende:

Op 30 augustus 2009 was mijn telefoonnummer [nummer].

7. Een proces-verbaal van aangifte, nr. 2009148117-5, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als op 2 september 2009 afgelegde verklaring van [B] c.q. opmerking van de verhorende verbalisant [verbalisant]:

- blz. 16:

Twee jaar geleden leerde ik [verdachte] kennen.

- blz. 18-19:

Nadat ik zondagnacht [het hof begrijpt: de nacht van zaterdag 29 op zondag 30 augustus 2009] thuiskwam vanaf het Stratumseind hoorde ik dat [verdachte] op mijn voicemail de volgende berichten had ingesproken:

30 augustus 2009 om 04.26 uur: “(…) je hebt gewoon een groot probleem onthou dat goed met je tommy, ga naar natje”

30 augustus 2009 om 04.28 uur: “he waarom bel je niet eens terug slettebak, en naar frankie die naait je wel een keer met de kleine”

30 augustus 2009 om 04.33 uur: “jij hebt problemen onthou dat heel goed slettebak”

Tijdens dit bericht hoorde ik [verdachte] typen.

Toen ik op 30 augustus 2009 in de middag bij mijn vriendin [vriendin] kwam, hoorde ik van haar dat zij die nacht met [verdachte] had zitten chatten via Hyves. [vriendin] heeft van deze berichten “print screens” gemaakt en deze overhandigde ze mij later. Ik overhandig ze u voor bij de aangifte. Deze berichten zijn een bedreiging door [verdachte] aan mij gericht.

Toen ik de berichten las, was ik ontzettend bang. In de berichten las ik onder andere dat hij zo zijn mensen heeft en het dan laat doen en dat [verdachte] weet waar ik woon met daarbij het exacte huisnummer, “zij is er geweest”, "haar kun je vinden in het ziekenhuis" en "[B] is morgen aan de beurt". Ik was erg bang dat [verdachte] zijn woorden om zou zetten in daden. Ik acht [verdachte] daartoe in staat.

- blz. 21:

Ik, verbalisant, hoorde tijdens de aangifte de op 30 augustus 2009 ingesproken voicemailberichten. Ik hoorde de berichten zoals deze zijn vermeld in de aangifte. Deze berichten waren alle afkomstig van het telefoonnummer [nummer]. Ik, verbalisant, heb de “print screens” in ontvangst genomen van de chatgesprekken tussen [verdachte] en [vriendin]. Deze zijn gevoegd bij de aangifte.

8. Bij de aangifte van [B] d.d. 2 september 2009 gevoegde geschriften, te weten screenprints van via Hyves gevoerde chatgesprekken, voor zover inhoudende:

- blz. 26:

[verdachte] zegt: (04:39)

[B] is morge avond aan de beuret

- blz. 27:

[verdachte] zegt: (04:41)

[B]

- blz. 26:

[verdachte] zegt: (04:45)

gene probleem zij is er gewweets

[verdachte] zegt: (04:45)

haar kun je vinden in het ziekhuis

- blz. 24:

[verdachte] zegt: (04:47)

Ik weet haarte wonen en waar ze wrkt

[verdachte] zegt: (04:48)

ikmdoe niks maarmlaat het doen net als bij die tommie

[verdachte] zegt: (04:49)

heg me mensen

- blz. 25:

[verdachte] zegt: (04:55)

en dat laat ik die mensen wwel weten

[verdachte] zegt: (04:55)

of [huisnummer]

[verdachte] zegt: (04:56)

zei zit dalijk in rolsloet

9. Een proces-verbaal van verhoor verdachte, nr. 2009148117-10, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als op 21 oktober 2009 afgelegde verklaring van de verdachte (blz. 43-44):

U vertelt mij dat op 30 augustus 2009 om 05.45 uur mensen mij bij [B] in de straat hebben gezien.

U vertelt mij dat ik [B], voordat ik langsgereden zou zijn, gebeld zou hebben.

Ik heb haar inderdaad gebeld omdat een vriendin van haar, [vriendin], zich bemoeide met [B] en mij. [B] heeft die telefoontjes niet beantwoord.

U laat mij de uitdraai zien van Hyves waar een gespreksvenster te zien is waar [vriendin] en ik aan het chatten zijn. Ik zie de uitdraai en ik zie ook dat het mijn foto is in het chatvenster. Er is in principe niemand die mijn wachtwoord kent van Hyves.

U vertelt mij dat ik ook nog berichten naar [B] zou hebben gestuurd met bedreigingen via Hyves. U laat mij hiervan ook een uitdraai zien (hof: kennelijk het hierna als bewijsmiddel gebezigde geschrift op blz. 23). Ik zie dat mijn foto bij die bedreigingen staat en dat ben ik inderdaad.

10. Een bij de aangifte van [B] d.d. 2 september 2009 gevoegd geschrift, te weten een screenprint van via Hyves gestuurde berichten, voor zover inhoudende (blz. 23 onderaan):

Reacties

[verdachte]

zondag 04.23

ga naar natje een geefy die tom me nummer heft hij g4lijk een probleem

[verdachte]

zondag 04.09

maf wat komt natje blij doen zei en jij en tom word gezogt dus doe maar blij?

ga naar frank die maakt wel een kleine met je en hij zoekt je wat hij wil je wel naaie

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

Door en namens de verdachte is betoogd dat hij moet worden vrijgesproken van het onder 2 en 3 ten laste gelegde.

Feit 2

De verdediging heeft - kort gezegd - aangevoerd dat slechts [B] de bestuurder van de Audi A3 heeft herkend als de verdachte en dat die herkenning onvoldoende betrouwbaar is. De door de politie gehoorde getuigen hebben verklaard over een donkerkleurige auto. De auto van de verdachte is blauw maar niet donkerblauw, zoals blijkt uit de ter terechtzitting d.d. 21 november 2011 door de raadsman op een digitale fotocamera aan het hof getoonde foto’s van die auto. Uit de bij de rechter-commissaris afgelegde verklaringen van de vrienden van de verdachte blijkt voorts dat hij ten tijde van de ten laste gelegde vernieling niet ter plaatse kan zijn geweest. De verdachte kon bovendien die nacht niet beschikken over de sleutel van zijn auto, zoals blijkt uit de verklaring van zijn tante.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de herkenning door [B] van de verdachte als de bestuurder van de Audi A3. Dat [B] de verdachte herkende als bestuurder en dat [buurman] de bestuurder niet kon omschrijven, kan eenvoudig worden verklaard uit het feit dat [B] de verdachte kende, wist dat hij in een Audi reed en hij haar die nacht al herhaaldelijk aan het bellen was. Bovendien vindt die herkenning steun in de verklaring van de getuige [buurman] dat hij een jongen of man hoorde schreeuwen vanuit een donkerkleurige Audi A3 en dat zijn vrouw heeft gezien dat de laatste combinatie van het kenteken de cijfers [cijfers] of letters in de vorm van die cijfers bevatte. Blijkens de verklaring van de verdachte heeft hij een blauwe Audi A3 met een kenteken dat eindigt op [letters], welke letters naar het oordeel van het hof op enige afstand aangezien kunnen worden voor de cijfers [cijfers]. Bovendien is de verdachte blijkens zijn verklaring de enige die in zijn Audi A3 rijdt.

Het hof overweegt voorts dat het schemerde ten tijde van de onder 2 ten laste beschadiging van de auto, hetgeen de inschatting van (tinten van) kleuren bemoeilijkt. Daarom ziet het hof in het feit dat [B] en haar buurman [buurman] hebben verklaard over een donkere auto geen steun voor de stelling van de verdediging dat zij een andere auto dan de auto van de verdachte hebben gezien. Het hof merkt hierbij op dat het goed voorstelbaar is dat de kleur blauw van de auto, zoals die te zien is op de door de raadsman op de digitale camera aan het hof getoonde foto’s, door getuigen na een waarneming tijdens de schemering als donkerkleurig wordt omschreven.

De door de raadsman bedoelde verklaringen bij de rechter-commissaris, op 14 oktober 2011 afgelegd door vrienden van de verdachte, vormen naar het oordeel van het hof geen betrouwbaar sluitend alibi voor de verdachte. Deze verklaringen hebben slechts beperkt overtuigende kracht, in aanmerking genomen dat zij meer dan twee jaar na het ten laste gelegde zijn afgelegd - hetgeen afbreuk doet aan de betrouwbaarheid van de door die getuigen genoemde tijdstippen waarop de verdachte die nacht in hun aanwezigheid zou hebben verkeerd - terwijl de in de diverse verklaringen genoemde tijdstippen ook onderling tegenstrijdig zijn. Bovendien is er bewijs is dat de verdachte op 30 augustus 2009 tussen 4 en 5 uur in de nacht [B] heeft gebeld (bewijsmiddelen 6, 7 en 9) en met [vriendin] heeft gechat op Hyves (bewijsmiddelen 7, 8 en 9). Dit maakt de verklaring van [betrokkene] dat de verdachte toen bij hem op de bank heeft liggen slapen minder aannemelijk.

Ten slotte sluit de verklaring van de tante van de verdachte niet uit dat hij in de nacht van

29 op 30 augustus 2009 heeft kunnen beschikken over de sleutel van zijn auto. De verdachte kan eenvoudigweg een kopie van de sleutel hebben laten maken. Daarnaast is niet denkbeeldig dat hij heeft kunnen beschikken over de reservesleutel die verdachtes tante blijkens haar verklaring in 2008 is kwijtgeraakt. Dit laatste wordt niet anders door het enkele feit dat de verdachte tegen zijn tante heeft gezegd dat hij geen reservesleutel van de Audi heeft laten bijmaken.

Gelet op het voorgaande acht het hof de onder 2 ten laste gelegde beschadiging van de auto wettig en overtuigend bewezen.

Feit 3

De verdediging heeft - kort gezegd - aangevoerd dat het bewijs voor de bedreiging in feite slechts bestaat uit de screenprints, dat de politie niet op de computer van [vriendin] heeft waargenomen dat die chatgesprekken daadwerkelijk via Hyves hebben plaatsgevonden zodat de prints gemanipuleerd kunnen zijn en voorts dat niet vaststaat dat de berichten afkomstig zijn van de Hyespagina van de verdachte omdat die pagina inclusief foto door iemand kan zijn nagemaakt.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof constateert een opvallende gelijkenis tussen de bewoordingen van de op 30 augustus 2009 om 04.26 uur en 04.28 uur door [B] ontvangen voicemailberichten (hierboven in bewijsmiddel 7 vermeld) en de omstreeks dezelfde tijd (04.09 uur en 04.23 uur) via Hyves verstuurde berichten (hierboven in bewijsmiddel 10 vermeld). Dit maakt het aannemelijk dat de berichten afkomstig zijn van dezelfde persoon.

Deze voicemailberichten zijn afkomstig van het telefoonnummer dat bij de verdachte in gebruik was en verdachtes foto staat afgebeeld bij deze Hyves-berichten, terwijl de verdachte heeft verklaard dat in principe niemand anders zijn wachtwoord van Hyves kent.

Naar het oordeel van het hof is niet aannemelijk geworden dat de tot bewijs gebezigde screenprints zijn gemanipuleerd of dat verdachtes Hyvespagina door iemand is nagemaakt. Deze stellingen zijn door de verdediging niet concreet onderbouwd en daarmee speculatief van aard.

Gelet op het voorgaande acht het hof de onder 3 ten laste gelegde bedreiging met zware mishandeling wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

2.

hij op 30 augustus 2009 te Eindhoven opzettelijk en wederrechtelijk een auto, toebehorende aan [A], heeft beschadigd;

3.

hij op 30 augustus 2009 te Eindhoven, [B] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend aan een vriendin van die [B] via Hyves de woorden toegevoegd: “ze zit dadelijk in een rolstoel” en “zij is er geweest” en “haar kun je vinden in het ziekenhuis”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders onder 2 en 3 is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 2 bewezen verklaarde is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 350, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht en levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Het onder 3 bewezen verklaarde is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 285, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht en levert op:

bedreiging met zware mishandeling.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straffen

De raadsman heeft bepleit dat het hof, in geval van strafoplegging, rekening zal houden met het tijdsverloop sinds het bewezen verklaarde en het feit dat de verdachte werk heeft.

Bij de bepaling van de op te leggen straffen is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft door het begaan van het onder 2 bewezen verklaarde blijk gegeven van een gebrek aan respect voor het andermans eigendom en daarmee schade en overlast veroorzaakt. Met het onder 3 bewezen verklaarde heeft hij angst teweeg gebracht bij het slachtoffer en daarmee een inbreuk gemaakt op haar gevoel van veiligheid.

In het voordeel van de verdachte weegt dat hij blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documenatie d.d. 18 oktober 2011 - behoudens een veroordeling voor rijden onder invloed - niet eerder met justitie in aanraking is gekomen.

Het hof acht het tijdsverloop sinds het bewezen verklaarde niet dusdanig lang dat dit strafverlagend zou moeten werken.

Het hof acht de door de advocaat-generaal gevorderde en door de politierechter opgelegde werkstraf voor de duur van 80 uren en voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een week passend en geboden.

Met deze deels voorwaardelijke strafoplegging wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten, zonder dat de verdachte daardoor onevenredig wordt getroffen in zijn werk.

Schadevergoeding

De benadeelde partij [A] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld ter zake van het onder 2 ten laste gelegde, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 1.385,50 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade. Deze vordering is in eerste aanleg geheel toegewezen, behoudens de wettelijke rente waarop door de politierechter niet is beslist.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd ter zake van de oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [A] als gevolg van verdachtes onder 2 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks materiële schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. De verdediging heeft geen verweer gevoerd tegen de omvang van de gevorderde schadevergoeding. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering toewijsbaar is, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 augustus 2009, zijnde de datum waarop de schade is ontstaan.

Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte, die naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 36f, 57, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het beroepen vonnis, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders onder 2 en 3 is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [A] ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 1.385,50 (duizend driehonderdvijfentachtig euro en vijftig cent) en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 augustus 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [A], een bedrag te betalen van EUR 1.385,50 (duizend driehonderdvijfentachtig euro en vijftig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 23 (drieëntwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 augustus 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr. J.C.A.M. Claassens, voorzitter,

mr. C.M. Hilverda en mr. R.M. Peters, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. P. van Glabbeek, griffier,

en op 5 december 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. R.M. Peters is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.