Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2011:BU9746

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-12-2011
Datum publicatie
30-12-2011
Zaaknummer
HD 200.075.593 & HD 200.080.465
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijwaring. In hoger beroep andere uitkomst in hoofdzaak. Reeds op die grond afwijzing van de oorspronkelijke vordering in vrijwaringszaak. Geen belang meer bij afzonderlijke beoordeling van de grieven in de vrijwaringszaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummers HD 200.075.593 en 200.080.465

arrest van de tweede kamer van 27 december 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GARAGE [X.] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante,

advocaat: mr. L.P. Quist,

tegen:

[Y.],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. G. Sarier,

op het bij exploten van dagvaarding van 7 oktober 2010 respectievelijk 7 januari 2011 ingeleide hoger beroep van de door de rechtbank Breda, team kanton Breda, gewezen vonnissen van 14 juli 2010 respectievelijk 20 oktober 2010 tussen appellante - Garage [X.] - als gedaagde en geïntimeerde - [Y.] - als eiseres.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr./rolnr. 568980 CV 09-7901)

In de zaak HD 200.075.593 (betreffende het vonnis van 14 juli 2010) en de zaak HD 200.080.465 (betreffende het vonnis van 20 oktober 2010)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis van 14 juli 2010 en naar voormeld, met toepassing van artikel 32 Rv gewezen, aanvullend vonnis van 20 oktober 2010, alsmede naar het daaraan voorafgegane tussenvonnis van 9 september 2009.

2. Het geding in hoger beroep

In de zaak HD 200.075.593 en de zaak HD 200.080.465

2.1. Het hof heeft bij tussenarrest van 21 december 2010 in de zaak HD 200.075.593 een comparitie na aanbrengen gelast en iedere verdere beslissing aangehouden. Vervolgens zijn beide zaken op de rol gevoegd, waarna op 28 januari 2011 de comparitie in beide gevoegde zaken heeft plaatsgevonden. Partijen zijn daarbij niet tot een regeling gekomen en de zaken zijn naar de rol verwezen voor memorie van grieven. Van deze comparitie is proces-verbaal opgemaakt, dat zich bij de processtukken bevindt.

2.2.Bij één enkele memorie van grieven heeft Garage [X.], onder overlegging van één productie, in totaal in beide zaken vijf grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis van 14 juli 2010 en, kort gezegd, tot het alsnog integraal afwijzen van de vorderingen van [Y.], met veroordeling van [Y.] in de kosten van beide instanties en de nakosten.

2.3.Bij één enkele memorie van antwoord heeft [Y.] in beide zaken de grieven bestreden.

2.4.Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd

In beide procesdossiers ontbreekt productie 5 bij dagvaarding in eerste aanleg. In het dossier van [Y.] ontbreken voorts het tabblad en de eerste pagina van productie 1 bij dagvaarding in eerste aanleg, pagina 5 van de conclusie van antwoord in conventie, het tussenarrest van 21 december 2010, het proces-verbaal van comparitie van partijen in hoger beroep, de memorie van grieven en de memorie van antwoord. Het hof heeft van deze stukken kennis genomen uit het dossier van Garage [X.].

3. De gronden van het hoger beroep

In de zaak HD 200.075.593 en de zaak HD 200.080.465

Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.

4. De beoordeling

In de zaak HD 200.075.593 en de zaak HD 200.080.465

4.1.1. Het gaat in deze zaken in hoger beroep om het volgende.

a.Op 18 januari 2002 heeft [Y.] van Garage [X.] een auto, merk Opel, type Calibra, kenteken [kenteken], bouwjaar 1992, gekocht.

b.Ingevolge de daarvan opgemaakte en door partijen ondertekende koopovereenkomst (productie 1 bij conclusie van antwoord) bedroeg de voor de auto verschuldigde koopprijs € 7.941,15, door [Y.]“TOTAAL te voldoen VÓÓR OF TIJDENS DE AFLEVERING”. Voorts is in deze overeenkomst bij “betalingswijze” het vakje “financiering” aangekruist en staat in deze overeenkomst vermeld: “Indien koper de koopprijs voldoet met behulp van een financieringsovereenkomst die tot stand is gekomen door bemiddeling van Garage [X.], verklaart koper zich ermee bekend dat de eigendom van het gekochte kan worden overgedragen aan de financier. In dat geval verkoopt en levert de financier het gekochte vervolgens middels een leaseovereenkomst onder dezelfde voorwaarden als vermeld in deze overeenkomst, alsmede onder de met de financier nader overeen te komen voorwaarden”.

c.Vervolgens is op 21 januari 2002 tussen [Y.], Garage [X.] en de naamloze vennootschap Finata Bank N.V., gevestigd te [vestigingsplaats] (hierna: Finata Bank), een huurkoopovereenkomst met betrekking tot voormelde auto gesloten.

d.In de door alle partijen ondertekende huurkoopovereenkomst (productie 1 bij dagvaarding in eerste aanleg) is dienaangaande onder meer bepaald: “Kredietnemer [[Y.]; toevoeging hof] verklaart van Leverancier [Garage [X.]; toevoeging hof] te hebben gekocht in huurkoop en in goede staat te hebben ontvangen:

(…)

hierna (tezamen) genoemd: het Object [de auto; toevoeging hof]

voor een aan de leverancier verschuldigde prijs van EUR 9.280,00

waarop door Kredietnemer bij ondertekening dezes aan Leverancier is voldaan EUR 3.780,00

waarvoor Leverancier bij ondertekening van deze akte kwijting verleent”. Voorts heeft [Y.] zich bij de huurkoopovereenkomst verbonden het restantbedrag ad € 5.500,00, vermeerderd met een kredietvergoeding van € 786,32, derhalve in totaal een bedrag groot € 6.286,32, met ingang van 21 februari 2002 terug te betalen in vierentwintig gelijke achtereenvolgende maandelijkse termijnen van € 261,93. In de huurkoopovereenkomst is dienaangaande onder meer bepaald: “Nadat Kredietnemer het ingevolge deze overeenkomst verschuldigde heeft voldaan, zal het eigendomsrecht overgaan op Kredietnemer.

(…)

Leverancier draagt bij deze alle vorderingen en rechten, voorrechten en actiën voor Leverancier uit voornoemde overeenkomst voortvloeiende, alsmede het eigendomsrecht van het Object over aan de Bank [Finata Bank; toevoeging hof], welke overdracht door de Bank wordt aanvaard, voor de prijs van EUR 5.500,00 (…), waarvoor hij door ondertekening van deze overeenkomst kwijting verleent.

Kredietnemer verklaart kennis te hebben genomen van deze overdracht en zal vanaf heden het Object onder zich houden voor de Bank als eigenaresse.”

e.Op 28 augustus 2003 heeft [Y.] de auto bij Garage [X.] ingeleverd. Garage [X.] heeft [Y.] een vrijwaringsbewijs (productie 3 bij dagvaarding in eerste aanleg) verschaft.

f.Bij dagvaarding van 18 mei 2009 heeft Finata Bank [Y.] in rechte betrokken en gevorderd, kort gezegd, [Y.] te veroordelen tot betaling van € 8.187,83 - bestaande uit een netto-restantschuld per 4 april 2003 ad € 4.784,92, vanwege achterstallige en resterende termijnen, en een bedrag groot € 3.402,91 aan vertragingsrente tot 18 mei 2009 -, te vermeerderen met een vertragingsvergoeding ad 13,18% per jaar over € 4.784,92 vanaf 18 mei 2009 tot aan de dag der algehele voldoening en met veroordeling van [Y.] in de proceskosten.

4.1.2.[Y.] heeft tegen de vordering in de hoofdzaak gemotiveerd verweer gevoerd en heeft daarin verlof tot oproeping in vrijwaring verzocht van Garage [X.], hetgeen de rechtbank Breda, Sector kanton, Locatie Breda, bij incidenteel vonnis van 9 september 2009 heeft toegestaan. Hierop heeft [Y.] bij exploot van 6 oktober 2009 het incidenteel vonnis van 9 september 2009 aan Garage [X.] betekend, Garage [X.] in vrijwaring gedagvaard en gevorderd Garage [X.] zoveel mogelijk gelijktijdig met het te wijzen vonnis in de hoofdzaak te veroordelen om aan [Y.] te betalen datgene, met inbegrip van de kostenveroordeling, waartoe [Y.] als gedaagde in de hoofdzaak jegens Finata Bank mocht worden veroordeeld, met veroordeling van Garage [X.] in de kosten van het geding.

4.1.3.Garage [X.] heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

4.1.4.Bij vonnis van 14 juli 2010 heeft de kantonrechter in de hoofdzaak de vorderingen van Finata Bank toegewezen en [Y.] veroordeeld in de proceskosten van zowel de hoofdzaak als het incident. Bij datzelfde vonnis heeft de kantonrechter in de vrijwaringszaak de vordering van [Y.] toegewezen en Garage [X.] veroordeeld in de proceskosten. Bij aanvullend vonnis van 20 oktober 2010 heeft de kantonrechter volhard bij de inhoud van het vonnis van 14 juli 2010, onder - niet op het dictum van invloed zijnde - aanvulling van de overwegingen betreffende de vrijwaringszaak.

4.2.Garage [X.] kan zich met de beide voormelde vonnissen niet verenigen en is daartegen in hoger beroep gekomen.

4.3.Het hof overweegt als volgt. [Y.] is in hoger beroep gekomen van het door de kantonrechter in de hoofdzaak gewezen vonnis van 14 juli 2010. Het hof heeft in de hoofdzaak, die ten opzichte van de onderhavige zaak als een afzonderlijke zaak heeft te gelden, heden eveneens arrest gewezen en hierbij het in de hoofdzaak gewezen vonnis van 14 juli 2010 vernietigd, en opnieuw rechtdoende, de vorderingen van Finata Bank afgewezen onder veroordeling van Finata Bank in de proceskosten van beide instanties.

Nu de uitkomst van de hoofdzaak is dat [Y.] niet tot betaling van enig bedrag aan Finata Bank is veroordeeld en de vordering van [Y.] in de onderhavige vrijwaringszaak er toe strekte om Garage [X.] te veroordelen tot betaling aan [Y.] van al hetgeen waartoe [Y.] in de hoofdzaak zou worden veroordeeld, dient de vordering van [Y.] in de vrijwaringszaak reeds op die grond afgewezen te worden en bestaat, nu in de hoofdzaak in hoger beroep een andere beslissing is gegeven dan in eerste aanleg, geen belang meer bij afzonderlijke beoordeling van de grieven van Garage [X.].

4.4.Het bestreden vonnis kan niet in stand blijven. Het hof zal de vordering van [Y.] alsnog afwijzen en [Y.], als de in het ongelijk gestelde partij, veroordelen in de kosten van de beide instanties. Op verzoek van Garage [X.] zal de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. De gevraagde veroordeling in de nakosten is eveneens toewijsbaar.

5. De uitspraak

Het hof:

In de zaak HD 200.075.593 en de zaak HD 200.080.465

vernietigt het bestreden vonnis van 14 juli 2010;

en opnieuw rechtdoende:

wijst de vordering van [Y.] af;

veroordeelt [Y.] in de proceskosten van de eerste aanleg en het hoger beroep, welke kosten tot op heden aan de zijde van Garage [X.] worden begroot op nihil aan verschotten en € 500,00 aan salaris advocaat in eerste aanleg, alsmede op € 640,00 aan verschotten en € 632,00 aan salaris advocaat voor het hoger beroep, en voor wat betreft de nakosten op € 131,00 indien geen betekening plaatsvindt, dan wel op € 199,00 vermeerderd met de explootkosten indien niet binnen veertien dagen na de datum van dit arrest is voldaan aan de bij dit arrest uitgesproken veroordelingen en betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden;

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.A.M. van Schaik-Veltman, C.N.M. Antens en C.W.T. Vriezen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 27 december 2011.