Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2011:BU9223

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
23-12-2011
Datum publicatie
23-12-2011
Zaaknummer
20-002160-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hof veroordeelt verdachte voor in de nachtelijke uren gepleegde diefstal van de lading van een vrachtwagen, welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen de chauffeur van de vrachtwagen, tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer : 20-002160-11

Uitspraak : 23 december 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 3 mei 2011 in de strafzaak met parketnummer 01-886003-11 tegen:

[verdachte D],

geboren te [geboorteplaats] op [1987],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende in Huis van Bewaring Roermond te Roermond,

waarbij:

- verdachte ter zake van “diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming” werd veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van

2 jaren;

- een mobiele telefoon verbeurd werd verklaard.

Hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De vordering van de advocaat-generaal houdt in dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen, behoudens ten aanzien van de opgelegde straffen en te dien aanzien opnieuw rechtdoende:

- de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaar, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht;

- de in beslag genomen telefoon verbeurd zal verklaren.

De verdediging heeft bepleit dat verdachte van de gehele tenlastelegging zal worden vrijgesproken.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

primair

hij op of omstreeks 19 januari 2011 te Veldhoven tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een op een parkeerterrein/tankstation langs de A67 geparkeerde vrachtauto, ongeveer 65 dozen met scheermesjes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Procter & Gamble en/of Gillette, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die dozen met scheermesjes onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, te weten het opensnijden van een zeil van die vrachtauto, en/of inklimming, en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [E], chauffeur van voormelde vrachtauto, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, achter die wegrennende [E] is/zijn aangerend, en/of, nadat die [E] was gevallen, die [E] heeft/hebben vastgepakt en/of tegen de grond gedrukt en/of dreigend naar die [E] een gebaar en/of een geluid heeft/hebben gemaakt dat hij stil moest zijn, en/of de mond van die [E] heeft/hebben dichtgehouden en/of een jas over het hoofd van die [E] heeft/hebben getrokken en/of die [E] bij zijn armen heeft/hebben vastgehouden en/of (vervolgens) met die [E] is/zijn teruggelopen naar die vrachtauto en/of bij die vrachtauto die [E] in bedwang heeft/hebben gehouden;

subsidiair

hij op of omstreeks 19 januari 2011 te Eersel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ongeveer 65 dozen met scheermesjes heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die scheermesjes wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Het bewijs

1. De aangifte van [E], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Tussen 19 januari 2011 te 02.55 uur en 19 januari 2011 te 03.20 uur werd op de A67, binnen de gemeente Veldhoven, het feit gepleegd.

Ik doe aangifte van diefstal met geweld uit mijn vrachtauto. Op 19 januari 2011, omstreeks 03.00 uur, bevond ik mij op het parkeerterrein behorende bij tankstation het Oeienbosch, gelegen aan de A67, ter hoogte van Veldhoven.

Nadat ik de vrachtauto en de oplegger geparkeerd had, ben ik op 18 januari 2011, omstreeks 20.00 uur, in de cabine van mijn vrachtauto gaan slapen.

Ik werd ruw uit mijn slaap gewekt. Ik hoorde op dat moment harde knallen en voelde mijn vrachtauto hevig heen en weer schudden. Ik besloot om buiten te gaan kijken wat er aan de hand was. Op het moment dat ik ging slapen was mijn vrachtauto in afgesloten en ongeschonden staat. Ik ben daarop uit mijn cabine geklommen en zag al vrij vlug dat meerdere personen aan de achterzijde in de voornoemde oplegger aan het inbreken waren.

Ik zag op dat moment echter ook dat de personen die in mijn vrachtauto aan het inbreken waren mij zagen. Ik besloot daarop om naar het verderop gelegen tankstation te rennen om daar hulp te halen. Ik zag ondertussen dat twee van de daders achter mij aanrenden in de richting van het tankstation. Ik kwam op een gegeven moment ten val. Ik wilde op dat moment opstaan maar zag dat twee van de daders mij zeer dicht genaderd waren. Ik zag dat zij mij, toen zij bij mij kwamen, mij tegen de grond aandrukten. Ik heb daarop luidkeels om hulp geroepen. Ik zag en hoorde dat de twee mannen mij maanden om stil te zijn. Ik zag dat zij hun vinger voor de mond hielden en het volgende tegen mij zeiden: “Shhht!”. Hier ging een heel dreigende sfeer vanuit. Ik was bang en besloot om te doen wat de mannen mij opdroegen. Ik ben daarop gestopt met schreeuwen en ben opgestaan. Ik hoorde en zag dat de twee mannen mij maanden om met hen mee te lopen. Ik zag dat de mannen mij gebaarden dat ik met hen naar de cabine van mijn vrachtauto moest lopen. Ik heb dit daarop ook gedaan.

Daar aangekomen dwongen de daders mij om de deur van de cabine open te houden. Bij de vrachtwagen aangekomen zag ik dat twee of drie anderen de spullen uit mijn oplegger in een ander motorrijtuig aan het overladen waren. In totaal waren de daders met vier of vijf man. Vanaf het moment dat ik door de daders gewekt werd tot het moment dat zij vertrokken heeft ongeveer een kwartier gezeten.

Op het moment dat de daders vertrokken, zag ik dat zij in een klein model vrachtauto met vaste laadbak dan wel bestelbus stapten. Ik zag dat dit een witte vrachtauto was gelijkend op een Volkswagen of Mercedes Benz. Ik heb daarop ook een kenteken genoteerd. Ik heb het volgende kenteken genoteerd: [00-AA-00]. Volgens mij was dit een Nederlands kenteken.

Ik heb met de politie de lading bekeken en zag dat de daders aan de linkerzijde van de oplegger een winkelhaak in het zeil gesneden hadden. Na controle van de lading vermoed ik dat de daders dozen met Gillette Fusion scheermessen hebben weggenomen.

Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

Korte opmerking verbalisant

De daders sneden in het zeil van de vrachtauto en verbraken de laaddeuren aan de achterzijde van de oplegger en namen dozen met Gillette Fusion scheermessen uit de oplegger weg.

2. De verklaring van [E], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Ik keek door het raam van de auto en ik zag iemand bij de auto. Ik zag die mensen. Ik wilde zien wat er aan de hand was omdat de auto werd geschud. Ik kwam aan de achterkant van de auto en zag wat er aan de hand was. Ik wilde wegrennen om hulp te roepen. Ik riep: “hulp hulp overval”, maar ze hielden mijn mond dicht. Ik begon te schreeuwen maar toen hielden ze mijn mond dicht.

Ze hielden mijn mond dicht met de hand en met de hele arm. Ze hebben mijn jack over het hoofd getrokken. Ze hielden mijn mond dicht met hun hand en armen. Een van die personen hield mij bij een arm vast en die andere persoon had mijn andere arm vast. Twee mensen hebben mij vastgepakt.

Ik wilde rennen en ze hebben mij eerst bij mijn jack gepakt en hielden mij vast. Daarna hielden ze mijn armen vast. Ik was geschrokken. Ik was heel bang. Ze hielden mij de hele tijd vast totdat ze de auto hadden geladen totdat zij vertrokken. Een van hun heeft mij naar de cabine gebracht. Ik mocht de deur van de cabine niet dichtdoen.

Een van die personen hield de deur vast en hij wachtte totdat die anderen klaar waren. Hij lette gewoon op mij. Dat was op het einde van alles. Hij hield mij in de gaten totdat zij klaar waren.

3. Het proces-verbaal bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Uit onderzoek is gebleken dat het kenteken [00-AA-00] op naam gesteld was van

[autoverhuurbedrijf], gevestigd aan [adres] te Eindhoven.

Op 19 januari 2011, omstreeks 11:10 uur zijn wij naar het genoemde autoverhuurbedrijf gegaan alwaar te woord werden gestaan door de eigenaar van het autoverhuurbedrijf, genaamd [G]. [G] deelde mede dat deze bakwagen op 17 januari 2011 verhuurd was aan [F] en dat [F] het verhuurcontract had verlengd op 18 januari 2011 tot en met 19 januari 2011.

Vervolgens vroeg ik, [verbalisant 1], aan hem of de bakwagen [00-AA-00] voorzien was van een GPS. Wij hoorden dat hij zei dat dit voertuig was voorzien van GPS. Op onze vraag waar dit voertuig zich op dat moment bevond, zagen wij dat hij het kenteken inlogde op de computer. Wij zagen dat de bakwagen [00-AA-00] zich bevond op de Kuilenhurk te Eersel. Wij zijn vervolgens naar de Kuilenhurk te Eersel gereden. Onderweg daar naartoe werd ik, [verbalisant 2], gebeld door [G]. Hij deelde mede dat hij nogmaals ingelogd had in zijn computer om te kijken of het voertuig verplaatst was en zag dat het voertuig zich bevond aan de Mortel 5 te Eersel. Vervolgens zijn wij naar deze locatie gereden, alwaar wij op 19 januari 2011 omstreeks 11:35 uur arriveerden.

Wij zagen dat er in een parkeervak een bakwagen met het kenteken [00-AA-00] stond. Ook zagen wij dat deze bakwagen geparkeerd stond ter hoogte van de aldaar gelegen sporthal. Vervolgens hebben wij geparkeerd aan de Kuilenhurk.

Op 19 januari 2011, omstreeks 11:50 uur, zagen wij dat er een personenauto met het kenteken [00-BB-00] kwam aanrijden met daarin 3 personen. Wij zagen dat deze personenauto naar de bakwagen reed en vervolgens even bleef stilstaan. Vervolgens zagen wij dat deze personenauto zijn weg vervolgde over de Mortel, in ieder geval weg vanuit de richting van waar de bakwagen geparkeerd stond. Opeens zagen wij dat deze personenauto weer vanuit de richting Kuilenhurk kwam aanrijden en vervolgens de parkeerplaats opreed. Wij zagen dat de personenauto met de 3 inzittenden vervolgens geparkeerd werd in een van de parkeervakken van de Gamma. Wij zagen dat de bijrijder uit deze personenauto stapte. Wij zagen dat deze persoon richting de bakwagen liep met het kenteken [00-AA-00]. Ook zagen wij dat deze persoon tijdens het lopen naar de bakwagen in de richting van ons keek en ons even bleef aankijken. Hierdoor hebben wij het gezicht van deze persoon goed kunnen zien. Vervolgens zagen wij dat deze persoon aan de bestuurderszijde van de bakwagen instapte en wegreed over de Mortel in de richting van de Kuilenhurk. Toen de bijrijder uitstapte zagen wij nog een persoon uitstappen die op de achterbank aan de bijrijderszijde had gezeten en vervolgens plaatsnam op de bijrijderszijde aan de voorzijde. Op de Kuilenhurk zagen wij dat de bakwagen links af sloeg de Nieuwstraat op. Ondertussen hadden wij gezien dat de personenauto met het kenteken [00-BB-00] wegreed met 2 inzittenden vanaf de parkeerplaats in de richting van de Mortel. Wij zagen dat de bakwagen aan het einde van de Nieuwstraat stil bleef staan bij de kruising Nieuwstraat met de N284 voor de aldaar geplaatste verkeerslichten, welke op dat moment rood licht uitstraalde. Wij zagen ook dat de personenauto even daarvoor de verkeerslichten bij deze kruising gepasseerd had en zijn weg vervolgde over de N284. Nadat het verkeerslicht op groen sprong zagen wij dat de bakwagen de N284 opreed en aansloot bij de personenauto met het kenteken [00-BB-00]. Ondertussen had ik, [verbalisant 2], al telefonisch contact met een opvallende patrouille van de regiopolitie Brabant-Zuidoost en gaf hun onze positie door. Wij, verbalisanten, zagen dat de bakwagen en de bedoelde personenauto links afsloegen bij het verkeersplein N284, de Hees met de N397. Wij zagen dat de bakwagen en de bedoelde personenauto hun weg vervolgde over de N397 richting de oprit met de A67.

Wij zagen dat er op het viaduct over de A67 een opvallend dienstvoertuig stond. Dit bleken de collega's te zijn waar ik, [verbalisant 2], nog steeds telefonisch contact mee had. Wij zagen dat de personenauto met het kenteken [00-BB-00] vervolgens rechts af sloeg de oprit naar de A67 richting Eindhoven. Wij zagen vervolgens dat de collega's hun opvallend dienstvoertuig dwars op de weg zetten kennelijk met de bedoeling om de bakwagen tegen te houden. Wij zagen dat de bakwagen doorreed en vervolgens fors uitweek naar rechts, gezien onze rijrichting over de N397 richting Steenovens en langs het opvallend dienstvoertuig reed richting Steenovens. Wij zagen dat de bakwagen op het viaduct meteen rechts de afrit Eersel van de A67 opreed en ging spookrijden. Wij hebben ons onopvallend dienstvoertuig tot stilstand gebracht op het genoemde viaduct. Wij zagen op een gegeven moment dat de bakwagen stil stond halverwege de afrit. Hierop zijn wij de afrit in tegengestelde richting naar beneden gereden. Aangekomen bij de bakwagen zagen wij dat de bestuurder niet meer in de bakwagen zat. Wij zagen vervolgens dat op de grond aan de bestuurderszijde een achterklep van een GSM lag. Ook zagen wij een GSM liggen waarvan de achterklep verwijderd was. Tevens zagen wij een afgebroken SIM kaart op de grond liggen. Wij gaven aan de regionale meldkamer te Eindhoven het signalement van de bestuurder door.

De bakwagen met het kenteken [00-AA-00] werd door mij, [verbalisant 1] in beslag genomen.

Nadat de bakwagen getakeld was hoorden wij van collega's van de

regiopolitie Brabant-Zuidoost dat men in het plaatsje Knegsel een persoon had aangetroffen die voldeed aan het door ons opgegeven signalement. Wij zijn vervolgens naar Knegsel gereden en zagen een persoon, de verdachte [verdachte A], staan bij een cafetaria. Wij zagen dat dit de bestuurder was van de bakwagen met het kenteken [00-AA-00]. Wij herkenden hem aan zijn kleding en aan zijn gezicht. Vervolgens werd [verdachte A] aangehouden.

Op 19 januari 2011 werd er een onderzoek ingesteld naar de inhoud van de bakwagen. Nadat de laadklep van de bakwagen geopend werd door medewerkers van de Forensische Opsporing zagen wij dat er dozen inlagen met opschrift Gillette. De dozen werden uit de laadruimte gehaald en geteld. Bij telling bleken er in het totaal 65 dozen in te liggen.

4. Het proces-verbaal bevindingen van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Op 19 januari 2011 kregen wij van de collega's van Bovenregionale Recherche Zuid Nederland te horen dat zij het voertuig, dat op 19 januari 2011, omstreeks 03:00 uur vermoedelijk betrokken was geweest bij deze ladingdiefstal, hadden getraceerd op de Mortel, te Eersel. Dit voertuig betrof een witte Mercedes bestelbus, voorzien van een aparte dichte laadruimte.

Op 19 januari 2011, omstreeks 12:00 uur, kreeg ik, [verbalisant 4], telefonisch te horen dat het betreffende voertuig ging rijden, met daarin een verdachte. Ook in een andere auto, een Renault Scenic voorzien van het kenteken [00-BB-00], zouden twee verdachten rijden.

Vervolgens zijn wij ten spoedigste richting Eersel gereden, waarbij ik, [verbalisant 4] te horen kreeg dat de twee verdachte voertuigen vanuit de N284, over de Steenovens, richting de snelweg A67 reden. Toen wij bovenop het viaduct over de A67 stonden, zagen wij een grijze Renault Scenic, voorzien van het kenteken [00-BB-00], rijden met daarachter een witte bestelauto, voorzien van een laadbak en van het merk Mercedes. Beide auto's kwamen ons tegemoet gereden, komend vanuit de richting Eersel.

Ik, [verbalisant 4], hoorde telefonisch van de collega’s van Bovenregionale Recherche Zuid Nederland (BRZN) dat het om deze twee auto's ging en dat ze staande gehouden moesten worden.

Wij zagen dat de betreffende Renault rechtsaf draaide en de oprit van de A67 op reed, rijrichting Eindhoven. Wij, zagen dat de Mercedes zijn richtingaanwijzer aan had om rechtsaf de snelweg op te gaan. Vervolgens hebben wij ons opvallende dienstvoertuig dwars over de rijbaan, voor de witte bestelauto stil gezet, om hem te manen om het voertuig stil te houden. Hierop zagen wij dat de bestuurder van de Mercedes de auto achter onze auto door stuurde, waardoor hij de weg vervolgde richting recreatieterrein het E3 strand.

Wij zijn achter de Renault aangegaan op de A67 rijrichting Eindhoven. Ik, [verbalisant 4], hoorde van de collega's van BRZN dat de Mercedes rechtsaf was geslagen, waardoor hij in tegengestelde richting de A67 op reed richting Eindhoven. Wij zagen aan de andere zijde van de A67 de Mercedes in tegengestelde richting rijden.

Ten tijde dat wij op de A67 reden, hoorde ik, [verbalisant 4], telefonisch van de collega's van Bovenregionale Recherche Zuid Nederland dat de Mercedes gestopt was op de vluchtstrook en dat de verdachte uit was gestapt en weg rende.

Wij zagen dat de Mercedes gestopt was ter hoogte van hectometerpaal 10.6 links. Ik, verbalisant van de Hurk, zag dat uit de Mercedes een manspersoon stapte. Ik zag dat hij de verhoogde berm opliep, welke de snelweg scheidt van de daar achter gelegen bossages.

Wij zijn vervolgens verder gereden over de A67 rijrichting Eindhoven om de Renault te traceren. Op de A67 zagen wij de Renault, voorzien van het kenteken [00-BB-00] rijden, waarna wij de bestuurder van de Renault een stopteken gaven.

De bestuurder van de Renault voldeed aan dit stopteken en hield het voertuig stil. Wij zijn naar de Renault toe gelopen en ik, [verbalisant 3], heb beide verdachten gevraagd om uit de auto te stappen, waaraan ze voldeden.

Vervolgens werden de volgende personen als verdachte aangehouden:

Bestuurder: [verdachte D], [1987] te [geboorteplaats], Nederland

Bijrijder: [verdachte C], [1983] te [geboorteplaats], [geboorteland]

Ik, [verbalisant 3], hoorde dat verdachte [verdachte D] zei dat zijn mobiele telefoon in het voertuig lag. Ik heb het voorportier aan de passagierszijde geopend. Ik heb de mobiele telefoon uit het open vak in het middenconsole gepakt. Ik heb de telefoon onder mij gehouden.

5. De kennisgeving van inbeslagneming, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Inbeslagneming

Object : Persoonlijke v (scheermes)

Aantal/eenheid : 65 dozen

Eigenaar

Naam : Procter & Gamble Co

6. Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Op 19 januari 2011 tussen 02.55 en 03.20 uur vond een diefstal met geweld plaats op de parkeerplaats Oeienbosch, gelegen aan de autosnelweg A67 te Veldhoven. Vanuit een aldaar geparkeerde vrachtwagen met oplegger werd door middel van geweld tegen de chauffeur een deel van de lading uit de oplegger ontvreemd.

De opdrachtgever van de chauffeur bleek de Internationale transportorganisatie

“LKW Walter” te zijn. Via dit bedrijf is via een e-mailbericht informatie ontvangen aangaande het onderzoek.

Op het CMR formulier staat dat de betrokken oplegger geladen was met 65 euro pallets met "Grooming products". Op dit CMR formulier staat verder met pen bijgeschreven dat bij aankomst bij de eindbestemming te Rumst, Belgie, bleek dat de deuren van de oplegger niet meer verzegeld waren. Tevens bleek dat van de 65 geladen pallets 2 totaal leeg waren. Op het formulier staat eveneens bijgeschreven dat er in totaal 39 dozen van het 36 IT type, voorzien van het nummer 75075406, en 26 dozen van het 48 IT type, voorzien van het nummer 81245766, kennelijk bij aankomst op de eindbestemming, misten uit de lading.

Op het formulier betreffende het afleveren van de goederen bij aankomst bij de eindbestemming te Rumst, België, staat eveneens vermeld dat er twee pallets leeg waren. Hierbij zijn vier foto's verkregen waarop te zien is dat twee blauwe pallets leeg zijn en de overige pallets nog geladen zijn met dozen.

Nadat de bij de diefstal gebruikte witte bakwagen, van het merk Mercedes, voorzien van het kenteken [00-AA-00] (het hof begrijpt: [00-AA-00]), in beslag is genomen is aan deze een technisch sporen onderzoek gedaan. Hierbij werd onder andere de weggenomen lading aangetroffen in deze bakwagen.

Tijdens dit onderzoek heb ik verbalisant een aantal foto's genomen van deze lading. Hierop is te zien dat het sapnummer 81245766 dat op de lading vermeld staat overeenkomt met het nummer genoemd op het CMR document.

7. Het proces-verbaal sporenonderzoek, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Op 19 januari 2011 trof politiepersoneel de witte Mercedes bestelauto voorzien van het kenteken [00-AA-00] aan in de gemeente Eersel. De bestuurder kon het voertuig ontvluchten. Op zijn vlucht verloor hij mogelijk een GSM telefoon. Deze GSM telefoon en de bijbehorende achterzijde van de GSM werden door politiepersoneel van de BRZN middels een tweetal DNA-kits met respectievelijk nummer 509008 en 508287 veiliggesteld voor nader forensisch onderzoek. In de Mercedes bestelauto werd een groot aantal dozen met scheermesjes aangetroffen.

Onderzoek aangetroffen GSM

Nabij de Mercedes op de autosnelweg werd de eerdergenoemde GSM aangetroffen die werd veiliggesteld voor onderzoek naar biologische sporen. Door mij, Van der Sanden, werden het toetsenbord van de Samsung GSM en de losse achterzijde van de GSM bemonsterd en respectievelijk voorzien van SIN AACN1218NL en AACN1217NL.

De navolgende sporen werden voor vergelijkend DNA onderzoek gezonden naar het NFI:

- AACN1217NL bemonstering klepje achterzijde GSM Samsung

- AACN1218NL bemonstering toetsenbord GSM

8. Het deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Bemonsteringen AACN1217NL en AACN1218NL van een GSM Samsung

De bemonsteringen zijn als AACN1217NL#01 en AACN1218NL#01 veiliggesteld voor een DNA-onderzoek. Alle veiliggestelde bemonsteringen zijn onderworpen aan een

DNA-onderzoek. Van het DNA in alle veiliggestelde bemonsteringen zijn DNA-profielen verkregen.

Resultaten, interpretatie en conclusie vergelijkend DNA-onderzoek

SIN Celmateriaal kan afkomstig zijn van Berekende frequentie

DNA-profiel

AACN1217NL#01

GSM Samsung onvolledig DNA-profiel

verdachte [verdachte A] ongeveer één op zes duizend

AACN1218NL#01

GSM Samsung onvolledig DNA-profiel

verdachte [verdachte A] ongeveer één op drie duizend

9. Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 5], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Uit onderzoek van de bevraagde videobeelden bij [autoverhuurbedrijf] bleek dat op

17 januari 2011 tussen 19.47 en 19.53 uur twee personen aan de balie komen, waarbij door [F] van [1985] een Mercedes bakwagen met kenteken [00-AA-00] werd gehuurd in het bijzijn van [verdachte D] van [1987].

[foto]

17-01-2011 te 19:47:09 - beeld camera balie 1.

[F] en [verdachte D] komen binnen. [verdachte D] met pet kijkt in de linker binnenzak van zijn jack.

[foto]

17-01-2011 te 19:47:19 - beeld camera balie 1.

[verdachte D] haalt met zijn rechter hand iets uit de linker binnenzak van zijn jack.

[foto]

17-01-2011 te 19:47:13 uur, beeld camera balie 2.

[F] wacht bij balie 2.

[foto]

17-01-2011 te 19:47:25 uur, beeld camera balie 2.

[F] zoekt in portemonnee.

[foto]

17-01-2011 te 19:47:29 uur, beeld camera balie 2.

[F] zoekt in portemonnee. Links op de balie ligt geld.

[foto]

17-01-2011 te 19:47:31 uur, beeld camera balie 2.

[F] geeft rijbewijs aan medewerker van [autoverhuurbedrijf]. Links op de balie ligt geld.

[foto]

17-01-2011 te 19:48:09 uur, beeld camera balie 1

[verdachte D] staat bij balie 1 in gesprek met een medewerker van [autoverhuurbedrijf] zonder dat er verder handelingen worden verricht.

[foto]

17-01-2011 te 19:49:59 uur, beeld camera balie 1

Herkenning [verdachte D] door [verbalisant 5], die [verdachte D] op 21 januari 2011 ter geleiding voor de officier van justitie over heeft gebracht vanaf het politiebureau in Eindhoven naar het paleis van justitie in 's-Hertogenbosch.

[foto]

17-01-2011 te 19:48:11 uur, beeld camera balie 2

[F] pakt het geld dat links op de balie ligt. Hij verklaarde hierover dat de huur van de bakwagen was betaald door de persoon die bij hem was en bestond uit een BB van 500 en twee BB van 50 euro.

[foto]

17-01-2011 te 19:49: 13 uur, beeld camera balie 2

[F] overhandigt geld aan de medewerker van [autoverhuurbedrijf].

[foto]

17-01-2011 te 19:50:39 uur, beeld camera balie 2

Een medewerker van [autoverhuurbedrijf] legt mapje en autosleutels op de balie.

[foto]

17-01-2011 te 19:50:47 uur, beeld camera balie 1

[verdachte D] loopt weg met een kop koffie in zijn handen .

[foto]

17-01-2011 te 19:51:23 uur, beeld camera balie 2

[F] ondertekent een huurcontract voor de huur van de [00-AA-00]

[foto]

17-01-2011 te 19:52:17 uur, beeld camera balie 1

[F] verlaat het kantoor van [autoverhuurbedrijf] aan het Meerenakkerplein 55 te Eindhoven.

10. Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Op 19 januari 2011 omstreeks 11.50 uur werd de Mercedes met kenteken [00-AA-00] aangetroffen op een industrieterrein te Eersel. Er kwam toen een tweede voertuig bij, een Renault Scenic met kenteken [00-BB-00]. Dit voertuig bleek op naam te staan van [autoverhuurbedrijf] uit Eindhoven. Dit voertuig was op 18 januari 2011 verhuurd aan [verdachte D], geboren op [1987].

Uit onderzoek van de bevraagde videobeelden bij [autoverhuurbedrijf] bleek dat op

18 januari 2011 tussen 19.35 en 19.46 uur drie personen aan de balie komen, waarbij door [verdachte D], geboren op [1987], genoemd voertuig werd gehuurd.

[foto]

Foto 1

[foto]

Foto 2

[foto]

Foto 3

[foto]

Foto 4

[foto]

Foto 5

Ik heb de verdachten [verdachte A], [verdachte D] en [verdachte C] als verdachte in deze zaak gehoord.

Ik herken de persoon op foto 1 en foto 2 als zijnde [verdachte A], geboren op

[1984] te [geboorteplaats]. Tevens heb ik gezien dat deze persoon optrad als bestuurder van de bakwagen voorzien van het kenteken [00-AA-00].

De man op foto 3, herken ik, verbalisant, als zijnde [verdachte D], geboren op

[1987] te [geboorteplaats].

Op foto 4 is [verdachte D] eveneens te zien. Te zien is dat hij voorover over de balie hangt. De man linksachter op foto 4 met het zwarte petje op, herken ik wederom als [verdachte A]. De derde man op deze foto, die naast dan wel schuin achter [verdachte D] staat en een hand geeft aan [verdachte A], is door verbalisant [verbalisant 5] herkend als zijnde [verdachte B], geboren op [1982].

Op foto 5 is deze [verdachte B] te zien. De persoon naast hem, links op de foto, herken ik als [verdachte C] geboren op [1983] te [geboorteplaats], [geboorteland].

11. Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 5], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Uit onderzoek van de bevraagde videobeelden bij [autoverhuurbedrijf] bleek dat op

18 januari 2011 tussen 19.35 en 19.46 uur drie personen aan de balie komen, waarbij door [verdachte D] van [1987] een Renault Scenic met kenteken [00-BB-00] werd gehuurd.

[foto]

Gelijktijdig met de huur van de [00-BB-00] werd een eerder gehuurd voertuig, een Volkswagen Golf type 6 voorzien van het kenteken [00-CC-00] teruggebracht. Dit voertuig was gehuurd door [verdachte B] van [1982].

[foto]

Op 18 januari 2011 omstreeks 20.06 uur verschenen aan het loket bij [autoverhuurbedrijf] twee personen.

[foto]

De persoon links op bovenstaande foto werd door [verbalisant 2] herkend als degene die bij zijn aanhouding in de Renault zat als bijrijder, namelijk [verdachte C]. De persoon rechts op deze foto draagt een soortgelijke grijze trui onder zijn jas als de persoon links op de eerste foto.

Uit het Herkenningssysteem van de regiopolitie Brabant Zuidoost werd een foto verkregen van de eerder genoemde [verdachte B], geboren op [1982].

[foto]

Foto 09-07-06 PL2204:06:405.

Gelet op bovenstaande is het vermoeden gerezen dat de persoon met de grijze trui en de persoon op de foto met nummer PL2204:06:405 één en dezelfde persoon is, namelijk [verdachte B], geboren op [1982] te [geboorteplaats].

12. De kennisgeving van inbeslagneming, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Datum : 19 januari 2011

Verdachte

Achternaam : [verdachte C]

Voornamen : [voornaam verdachte C]

Geboren : [1983]

Beslag

Onder de verdachte

Object : Telefoon

Merk/type : LG Iso800

13. De kennisgeving van inbeslagneming, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Datum : 19 januari 2011

Verdachte

Achternaam : [verdachte A]

Voornamen : [voornaam verdachte A]

Geboren : [1984]

Beslag

Onder de verdachte

Object : Telefoon

Merk/type : Apple Iphone

14. De kennisgeving van inbeslagneming, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Datum : 19 januari 2011

Verdachte

Achternaam : [verdachte D]

Voornamen : [voornaam verdachte D]

Geboren : [1987]

Beslag

Onder de verdachte

Object : Telefoon

Merk/type : Nokia

15. Het proces-verbaal van bevindingen m.b.t. gebruik nummers van [verbalisant 5], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Bij [verdachte A] werd een GSM, merk Apple met de Imei [imei 1] aangetroffen en uitgelezen. Hierbij werd onder de Device name de naam [voornaam verdachte A] aangetroffen.

In de lijst van contacten in bovengenoemde telefoon, merk Apple, bleken onder andere de navolgende contacten te zijn ingevoerd:

- nummer [telefoonnummer 1] gekoppeld aan [naam]

- [naam] het nummer [telefoonnummer 1] en het e-mailadres [e-mailadres];

- [naam] het nummer [telefoonnummer 2];

- [H] met nummer [telefoonnummer 3].

Op 19 januari 2011 om 04.09 uur werd met dit toestel, imei [imei 1] een sms verstuurd naar het nummer van [H] [telefoonnummer 3] met de tekst: "Ben thuis xxx"

Het nummer [telefoonnummer 1] had in de periode van 9 tot en met 19 januari 2011 120 contacten met alleen maar het nummer [telefoonnummer 2].

Op 19 januari 2011 omstreeks 12.10 uur werd de gebruikte bakwagen met kenteken

[00-AA-00] aangetroffen op de vluchtstrook van de afrit van de A67 te Eersel. De bestuurder was op dat moment uit het voertuig gestapt en de bebossing naast de snelweg ingevlucht. Omstreeks 14.00 uur die middag werd de bestuurder, [verdachte A] aangehouden. Naast het voertuig werd een mobiele telefoon en een losse simkaart aangetroffen. Deze werd in beslag genomen en voor verder onderzoek naar het NFI in Rijswijk gestuurd.

Op 19 januari 2011 tussen 12.01 en 12.10 hebben de nummers [telefoonnummer 4] ([verdachte C]),

[telefoonnummer 5] en wederom [telefoonnummer 4] ([verdachte C]) telefonisch contact met [telefoonnummer 2] ([verdachte B]).

Telefoon van [verdachte C]

Bij [verdachte C] werd een LG met de imei [imei 2] aangetroffen en uitgelezen. In de contacten van deze telefoon werden onder andere de navolgende namen aangetroffen:

- [voornaam verdachte A] met nummer [telefoonnummer 1];

- [naam] met nummer [telefoonnummer 2];

- [voornaam F] met nummer [telefoonnummer 6].

Uit de bevraagde printgegevens van [telefoonnummer 4] bleek dat dit nummer op 19 januari 2011 slechts met drie nummers telefonisch contact had. Tijdens deze gesprekken maakte het nummer [telefoonnummer 4] gebruik van de imei [imei 2], zoals dit ook werd aangetroffen in de inbeslaggenomen gsm van het merk LG van [verdachte C]. Het eigen nummer betrof derhalve de [telefoonnummer 4].

Telefoon van [verdachte D]

Bij [verdachte D] werd een Nokia aangetroffen. Door mij werd het genoemde toestel geopend, waarna ik het navolgende Imei aantrof: [imei 3]. Het toestel werd uitgelezen. In de contacten van de simkaart werden onder andere de navolgende naam aangetroffen:

- [initiaal] met nummer [telefoonnummer 2].

Uit analyse van de bevraagde printgegevens van het nummer [telefoonnummer 7] is gebleken dat:

- er in totaal 450 keer een contact was met het nummer [telefoonnummer 2];

- er in totaal 49 keer een contact was met het nummer [telefoonnummer 5];

- door het nummer [telefoonnummer 7] gedurende de gehele bevraagde periode één en hetzelfde imei-nummer werd gebruikt, namelijk [imei 4].

Telefoon van [F]

Bij [F] werd een Blackberry met de imei [imei 5] aangetroffen en uitgelezen. Het eigen nummer betrof [telefoonnummer 6].

In de gebelde nummers van de telefoon werden onder andere de navolgende namen c.q. nummers aangetroffen:

- [telefoonnummer 2] op 17-01-2011 om 18.29 uur;

- [naam] met nummer [telefoonnummer 4] op 17-01-2011 om 18.32 en 20.16 uur.

Bij de ontvangen gesprekken:

- [naam] met nummer [telefoonnummer 4] op 17-01-2011 om 15.03.

(opm. verb.: de genoemde tijden zijn UTC-tijden en verschillen daardoor met de tijdstippen op de Nederlandse printlijsten + 1 uur)

De naam [naam] met telefoonnummer [telefoonnummer 4] werd ook in de contacten van die telefoon aangetroffen.

Telefoon [verdachte B]

Uit bovenstaande gegevens bleek dat het nummer [telefoonnummer 2] in de contacten van drie telefoons voorkwam op de volgende wijze:

[naam] [telefoonnummer 2] in telefoon [verdachte A]

[naam] [telefoonnummer 2] in telefoon [verdachte C]

[initiaal] [telefoonnummer 2] in telefoon [verdachte D]

Uit bevraagde printgegevens van de [telefoonnummer 2] bleek dit nummer in de periode van 9 tot en met 19 januari 2011 hoofdzakelijk alleen maar telefonisch contact te hebben gehad met nummer [telefoonnummer 1], nummer [telefoonnummer 5], [I] (vriendin van [verdachte D]) met nummer [telefoonnummer 8], [F] met nummer [telefoonnummer 6] en [verdachte C] met nummer [telefoonnummer 4].

16. Het proces-verbaal van bevindingen m.b.t. de imei [imei 6] van [verbalisant 5], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Door het bureau Forensische Technische Ondersteuning van de regiopolitie Brabant Zuidoost werd een onderzoek ingesteld aan de mobiele telefoon, merk Samsung voorzien van het imei nummer [imei 6], zoals deze op 19 januari 2011 was aangetroffen in de nabijheid van de in beslag genomen bakwagen met kenteken [00-AA-00], waaruit de verdachte [verdachte A] was gestapt en de bossages aldaar was ingevlucht.

Op donderdag 24 februari 2011 werd genoemd imei nummer doorgegeven aan mij.

Uit onderzoek van de printgegevens van het bevraagde nummer [telefoonnummer 5] bleek dat aan dit nummer de imei [imei 6] was gekoppeld.

17. Het proces-verbaal van bevindingen m.b.t. imei-nummers van [verbalisant 5], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Op pagina 445 en volgende van dossier 228C110306 is proces-verbaal PVBEV.007.11L001BZ verwoord. Op pagina 3 van dit proces-verbaal wordt gesproken over de aangetroffen GSM bij [verdachte D] met de imei [imei 3]. Op pagina 4 wordt gesteld:

“Uit analyse van de bevraagde printgegevens van het nummer [telefoonnummer 7] is gebleken dat:

- door het nummer [telefoonnummer 7] gedurende de gehele bevraagde periode één en hetzelfde imei-nummer werd gebruikt, nl [imei 4].”

Een imei bestaat uit 15 cijfers. Bij bevraging van printgegevens van of de telefoonnummers of de imeinummers wordt het laatste cluster van de imei altijd weergegeven door een 0.

Met het in de GSM van [verdachte D] aangetroffen imei nummer [imei 3] wordt hetzelfde nummer bedoeld zoals dat in de printgegevens [imei 4] is weergegeven. In beide gevallen wordt gesproken over één en hetzelfde toestel.

18. Het ambtsedig proces-verbaal aanvraag bevel ex art. 126N WvSv (printgegevens), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Uit onderzoek van de printgegevens is gebleken dat het nummer [telefoonnummer 4] bijna dagelijks telefonisch contact had met het nummer [telefoonnummer 2]. Ook in de nacht van 18 op 19 januari 2011 tussen 01.22 en 03.05 uur waren er zes contacten tussen beide nummers.

19. Het ambtsedig proces-verbaal aanvraag bevel ex art. 126N WvSv (printgegevens), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Uit onderzoek van de mastgegevens is gebleken dat op 19 januari 2011 het nummer

[telefoonnummer 2] tussen 03.40 en 03.44 uur aanwezig was onder het dekkingsgebied van de mast in Eersel. Genoemd nummer had toen de navolgende contacten:

- om 03.40 uur inkomend met nummer [telefoonnummer 5];

- om 03.41 uur inkomend met nummer [telefoonnummer 7];

- om 03.44 uur uitgaand met nummer [telefoonnummer 7].

20. Het proces-verbaal van bevindingen m.b.t. mastgegevens van [verbalisant 5], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Uit analyse van de printgegevens bleek dat [verdachte B] ([telefoonnummer 2]) op 19 januari 2011 contacten had met slechts drie personen, namelijk [verdachte C] ([telefoonnummer 4]), [verdachte A]

([telefoonnummer 5]) en [verdachte D] ([telefoonnummer 7]).

Tijdens de contacten die dag werden door [verdachte B] de navolgende masten aangestraald:

02.24 uur, 03.16 uur, 03.20 uur en 03.24 uur - Rijksweg A67-1 te Veldhoven

(parkeerplaats Oeienbosch te Veldhoven).

03.40 uur, 03.41 uur en 03.44 uur - Hertstraat 31 te Eersel.

Uit analyse van de printgegevens bleek dat [verdachte A] ([telefoonnummer 5]) op 19 januari 2011 contacten had met slechts twee personen namelijk [verdachte B] ([telefoonnummer 2]) en [verdachte D] ([telefoonnummer 7]).

Tijdens de contacten die dag werden door [verdachte A] de navolgende masten aangestraald:

03.34 uur een mast op de A67-1 (betreft pp Oeienbosch) te Veldhoven;

03.40 uur een mast op de Hertstraat te Eersel.

Uit analyse van de printgegevens bleek dat [verdachte D] ([telefoonnummer 7]) op 19 januari 2011 contacten had met slechts twee personen namelijk [verdachte B] ([telefoonnummer 5]) en [verdachte A] ([telefoonnummer 5]).

Tijdens de contacten die dag werden door [verdachte D] de navolgende masten aangestraald:

03.10 uur een mast op de A67-1 (pp Oeienbosch) te Veldhoven;

03.44 uur een mast op de A67-1 (pp Oeienbosch) te Veldhoven.

21. Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 5], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Op pagina 578 van het dossier (PVBEV.008.11L001BZ) werd het nummer [telefoonnummer 5] abusievelijk twee keer genoemd als zijnde in gebruik bij [verdachte A] en [verdachte B]. Hier dient bij [verdachte B] echter het nummer [telefoonnummer 2] te staan.

22. Het relaas proces-verbaal, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Uit een factuur van [autoverhuurbedrijf] blijkt dat op 17 januari 2011 door [verdachte B], [adres] te [woonplaats] een personenauto, merk Volkswagen, type Golf, voorzien van het kenteken [00-CC-00] werd gehuurd voor 1 dag. Op 18 januari 2011 werd dit voertuig weer ingeleverd.

23. De verklaring van [verdachte C], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Ik ben te bereiken via mijn mobiele telefoon, [telefoonnummer 4].

24. De verklaring van [verdachte D], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Ik heb een telefoon van het merk Nokia. Ik leen die telefoon niet uit.

De auto waar ik in reed, had ik gehuurd bij [naam]. Dit is [autoverhuurbedrijf] en ligt in Eindhoven. De auto was een Renault, kleur grijs.

25. De verklaring van [F], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Ik heb een Blackberry, het telefoonnummer is [telefoonnummer 6].

Ik heb maandagavond 17 januari 2011, omstreeks 20.00 uur een bakwagen gehuurd bij [autoverhuurbedrijf] te Eindhoven.

Maandagmiddag, zo het eind van de middag, het begin van de avond, belde [voornaam verdachte C] mij op. Ik weet dat [voornaam verdachte C] op [adres] in [woonplaats] woont.

[voornaam verdachte C] belde met de vraag of ik tijd voor hem had want hij wilde mij iets vragen. We hebben toen afgesproken achter het gebouw van het Eindhovens Dagblad.

Ik ontmoette [voornaam verdachte C] op de hoek van de straat en hij vertelde mij toen dat hij een bakwagen wilde huren bij [autoverhuurbedrijf] omdat hij iemand moest helpen met verhuizen. Hij vertelde mij dat hij dit zelf niet kon omdat hij een keer eerder schade had gereden met een auto van [autoverhuurbedrijf] en dan zou hij nu veel meer borg moeten betalen.

Hij vroeg mij toen om hem te helpen om die bakwagen te huren. Ik heb vervolgens mijn paspoort thuis opgehaald en ben naar de woning van [voornaam verdachte C] gereden. Na vijf minuten kwam [voornaam verdachte C]. Ik ben toen meteen bij hem in de auto gestapt en we zijn naar [autoverhuurbedrijf] gereden. Onderweg hoorde ik dat [voornaam verdachte C] mij vertelde dat de jongen die hij zou helpen bij [autoverhuurbedrijf] zou wachten en daar het busje zou betalen. Die jongen kon ook niet zelf huren omdat hij geen legitimatiebewijs had. Die jongen zou een goede vriend van [voornaam verdachte C] zijn.

Bij [autoverhuurbedrijf] was ik in gesprek met een van de medewerkers die mijn gegevens invoerde in hun systeem. De jongen die geholpen moest worden met verhuizen was toen in gesprek met een andere medewerker van [autoverhuurbedrijf].

Toen ik bijna klaar was met het uitwisselen van gegevens legde die jongen het geld langs mij neer op de toonbank. Ik zag toen dat dit een briefje was van 500 euro en twee briefjes van 50 euro. Die jongen die we moesten helpen met verhuizen, is vervolgens met die oudere medewerker naar buiten gelopen en zij hebben samen de bakwagen geïnspecteerd die wij zouden huren.

[voornaam verdachte C] was buiten blijven wachten, in de auto. Hij had van te voren al gezegd dat hij niet mee naar binnen zou gaan omdat hij bang was dat anders de borg weer zo hoog zou worden.

Vervolgens ben ik naar buiten gelopen. Die Nederlandse jongen en die medewerker waren net klaar met de inspectie en ik moest toen nog een paraaf zetten dat ik akkoord ging dat de bus was nagekeken op schade vooraf.

Die Nederlandse jongen had de sleutel van de bakwagen al in de hand en hij zei dat hij al aanreed. Ik ben aan de passagierskant ingestapt in de veronderstelling dat hij mij naar huis zou brengen. Hij reed de weg op en stopte daarna meteen. Ik zag toen, nog op het parkeerterrein van [autoverhuurbedrijf], dat [voornaam verdachte C] met zijn lichten signaleerde. Ik hoorde dat de Nederlandse jongen tegen mij zei dat ik uit kon stappen en dat [voornaam verdachte C] mij naar huis zou brengen. Ik ben hierop bij [voornaam verdachte C] ingestapt, we zijn weggereden.

Ik herinner mij net dat bij het Eindhovens Dagblad [voornaam verdachte C] met mijn telefoontoestel heeft gebeld en later onderweg naar [autoverhuurbedrijf] nog een keer. Ik ben om en nabij 5 minuten daar bij het Eindhovens Dagblad geweest.

Als het telefoonnummer van [voornaam verdachte C] er nog in staat dan is dat onder de naam [naam].

26. De verklaring van [F], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

V: Onder de contacten van jouw Blackberry staat de naam [naam] met hierbij het nummer [telefoonnummer 4]. Wat weet je van dit nummer?

A: Als daar [naam] bij staat dan is dat het nummer waar ik [naam] op kan bereiken.

V: Hoe heb je de verlenging van het huurcontract geregeld?

A: Heb ik niet geregeld.

Aan de verdachte werd een foto getoond van de verdachte [verdachte D].

V: Wie is dit?

A: Dat is die jongen die contant het busje betaald heeft. Deze jongen heb ik gezien de avond dat ik dat busje huurde. Hij betaalde met een briefje van 500 en 2 briefjes van 50.

De jongen die heeft betaald was in de Golf 6 in afgezet. Zo’n zilverkleurige Golf is dat. Die zilverkleurige Golf stond al bij [autoverhuurbedrijf] toen ik met [voornaam verdachte C] aankwam. Die jongen die betaald had stond al buiten. Ik wist dat die jongen bij de Golf hoorde omdat [voornaam verdachte C] naar die Golf toeliep.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

A.

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

B.

Waar het hof hierna in zijn overwegingen spreekt van [verdachte A], wordt bedoeld de medeverdachte [verdachte A]. Met [verdachte B] wordt bedoeld de medeverdachte [verdachte B]. Voorts wordt met [verdachte C] bedoeld de medeverdachte [verdachte C]. Met [verdachte D] wordt bedoeld de verdachte [verdachte D]. Ten slotte wordt met [F] bedoeld [F].

C.

Namens verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep ten verweer betoogd dat hij moet worden vrijgesproken van het hem primair ten laste gelegde feit. Daartoe is op gronden als in de pleitnota verwoord aangevoerd – zakelijk weergegeven –:

- primair dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte betrokken is geweest bij de diefstal met geweld;

- subsidiair dat niet vastgesteld is welke rol verdachte gehad zou hebben en er niet zonder meer vanuit gegaan mag en kan worden dat iedere rol leidt tot medeplegen;

- geen sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachten.

Meer subsidiair is namens verdachte ter terechtzitting in hoger beroep ten verweer betoogd dat het geweldsaspect niet kan worden bewezen. Daartoe is op gronden als in de pleitnota verwoord aangevoerd – zakelijk weergegeven – dat de aangever Jankowski alleen staat in zijn verklaring dat er geweld tegen hem is toegepast, waarbij de aangever zelf zeer ongeloofwaardig heeft verklaard.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

D.1.1

Uit de gebezigde bewijsmiddelen leidt het hof het volgende af.

Op 19 januari 2011 omstreeks 12.00 uur heeft [verdachte A] de bakwagen met kenteken

[00-AA-00] bestuurd. Hij bracht de bakwagen tot stilstand op de afrit Eersel van de A67 en is deze vervolgens ontvlucht. Op de grond aan de bestuurderszijde van de bakwagen werd een achterklep van een GSM, een GSM waarvan de achterklep verwijderd was en een afgebroken SIM kaart aangetroffen. Deze mobiele telefoon van het merk Samsung was voorzien van het imei nummer [imei 6]. Het telefoonnummer [telefoonnummer 5] was gekoppeld aan de imei [imei 6].

De achterklep en het toetsenbord van de Samsung zijn bemonsterd. De bemonstering van de achterklep bevatte celmateriaal waaruit een onvolledig DNA-profiel is verkregen dat afkomstig kan zijn van [verdachte A]. De berekende frequentie van het DNA-profiel is ongeveer één op zes duizend. De bemonstering van het toetsenbord bevatte celmateriaal waaruit een onvolledig DNA-profiel is verkregen dat afkomstig kan zijn van [verdachte A]. De berekende frequentie van het DNA-profiel is ongeveer één op drie duizend.

D.1.2

Uit het onder D.1.1 weergegevene trekt het hof het gevolg dat het telefoontoestel met het telefoonnummer [telefoonnummer 5] in gebruik was bij [verdachte A].

D.2

Onder [verdachte A] werd een Apple iPhone in beslag genomen. Bij het uitlezen van deze telefoon werd onder de Device name de naam [voornaam verdachte A] aangetroffen. In de lijst van contacten waren onder meer ingevoerd:

- nummer [telefoonnummer 1] gekoppeld aan [naam];

- [naam] het nummer [telefoonnummer 1] en het e-mailadres [e-mailadres].

Hieruit leidt het hof af dat het telefoontoestel met het telefoonnummer [telefoonnummer 1] in gebruik was bij [verdachte A].

D.3

Onder [verdachte D] werd een Nokia in beslag genomen. In dit toestel werd het imei nummer [imei 3] aangetroffen. Het telefoonnummer [telefoonnummer 7] gebruikte het imei nummer [imei 4]. Gelet op hetgeen [verbalisant 5] heeft gerelateerd wordt met het imei nummer [imei 3] hetzelfde nummer bedoeld als imei nummer [imei 4]. Daaruit trekt het hof het gevolg dat [verdachte D] gebruik maakte van het telefoontoestel met het telefoonnummer [telefoonnummer 7].

D.4

Blijkens hun verklaringen maakte [verdachte C] gebruik van het telefoonnummer

[telefoonnummer 4] en maakte [F] gebruik van telefoonnummer [telefoonnummer 6].

D.5.1

Uit de gebezigde bewijsmiddelen leidt het hof af dat het telefoonnummer [telefoonnummer 2]:

- voorkwam in de telefoon van [verdachte A] als [naam];

- voorkwam in de telefoon van [verdachte C] als [naam];

- voorkwam in de telefoon van [verdachte D] als [initiaal].

De voornaam van [verdachte B] is [voornaam verdachte B].

D.5.2

Uit de bevindingen met betrekking tot de camerabeelden van [autoverhuurbedrijf] autoverhuur leidt het hof af dat [verdachte D], [verdachte A] en [verdachte B] zich op 18 januari 2011 tegelijkertijd bij de balie van [autoverhuurbedrijf] autoverhuur bevonden. Door [verdachte D] werd op dat moment een Renault Scenic gehuurd. Om 20.06 uur bevonden [verdachte C] en [verdachte B] zich vervolgens samen aan de balie van [autoverhuurbedrijf] autoverhuur.

D.5.3

Het hof ziet in de omstandigheid dat [verdachte B] en [verdachte D] zich op 18 januari 2011 samen aan de balie van [autoverhuurbedrijf] autoverhuur bevonden een aanwijzing dat [verdachte D] en [verdachte B] elkaar kenden. Voorts ziet het hof in de omstandigheid dat [verdachte B] en [verdachte C] zich op 18 januari 2011 samen aan de balie van [autoverhuurbedrijf] autoverhuur bevinden een aanwijzing dat zij elkaar kenden. Ten slotte vertonen de namen “[naam]” en “[naam]” een sterke gelijkenis met de voornaam van [verdachte B]. Het hof trekt uit het vorenstaande dan ook het gevolg dat het telefoonnummer [telefoonnummer 2] toebehoorde aan [verdachte B].

Hetgeen de verdediging daaromtrent ter terechtzitting in hoger beroep heeft aangevoerd, kan daaraan niet afdoen.

D.6

Gelet op het voorgaande gebruikte:

- [verdachte A] de telefoonnummers [telefoonnummer 5] en [telefoonnummer 1];

- [verdachte D] het telefoonnummer [telefoonnummer 7];

- [verdachte C] het telefoonnummer [telefoonnummer 4];

- [F] het telefoonnummer [telefoonnummer 6];

- [verdachte B] het telefoonnummer [telefoonnummer 2].

E.1

Om 19.29 uur werd met de telefoon van [F] gebeld naar [verdachte B]. Gelet op de verklaring van [F] dat [verdachte C] bij het Eindhovens Dagblad en onderweg naar [autoverhuurbedrijf] heeft gebeld met de telefoon van [F], het tijdstip van het telefoongesprek in verhouding tot het na te melden tijdstip waarop [F] en [verdachte D] binnen kwamen bij [autoverhuurbedrijf] en de omstandigheid dat uit het onderzoek ter terechtzitting niet aannemelijk is geworden dat [F] [verdachte B] kende, kan het naar het oordeel van het hof niet anders zijn dan dat [verdachte C] [verdachte B] heeft gebeld.

E.2

[verdachte D] is op 17 januari 2011 bij [autoverhuurbedrijf] afgezet in een zilverkleurige Volkswagen Golf 6. Bij [autoverhuurbedrijf] stond een Golf toen [F] en [verdachte C] daar aankwamen. Door [verdachte B] werd op 17 januari 2011 een Volkswagen Golf 6 met kenteken [00-CC-00] gehuurd. Het hof trekt hieruit alsmede uit het telefoongesprek tussen [verdachte C] en [verdachte B] het gevolg dat [verdachte D] door [verdachte B] bij [autoverhuurbedrijf] is afgezet.

E.3

Op 19 januari 2011 omstreeks 11.10 uur bevond de bakwagen voorzien van het kenteken [00-AA-00] zich blijkens GPS-gegevens op de Kuilenhurk te Eersel. Omstreeks 11.35 uur arriveerden de verbalisanten bij de Mortel 5 te Eersel. Zij zagen toen dat de bakwagen geparkeerd stond in een parkeervak ter hoogte van de aldaar gelegen sporthal.

Het hof acht het een feit van algemene bekendheid dat deze sporthal hemelsbreed ongeveer één kilometer is verwijderd van de Hertstraat te Eersel.

F.1

Het hof leidt uit de gebezigde bewijsmiddelen alsmede uit het hiervoor overwogene af dat:

- om 03.34 uur door de telefoon van [verdachte A] een mast op de A67-1 (parkeerplaats Oeienbosch) te Veldhoven werd aangestraald, terwijl de diefstal tussen 02.55 uur en 03.20 uur op die parkeerplaats werd gepleegd;

- om 03.40 uur door de telefoon van [verdachte A] een mast op de Hertstraat te Eersel werd aangestraald, terwijl die mast is gelegen op ongeveer één kilometer van de plaats waar de bij de diefstal gebruikte bakwagen om 11.35 uur is aangetroffen;

- [verdachte A] circa 8,5 uur na de diefstal de bakwagen waarin zich de buit van de diefstal bevond, heeft opgehaald in Eersel;

- [verdachte A], toen de door hem bestuurde bakwagen tot stilstand werd gemaand door een opvallend politievoertuig, fors uitweek en vervolgens spookrijdend een afrit van de autosnelweg is opgereden, de bakwagen heeft stilgezet halverwege de afrit op de vluchtstrook en vervolgens is weggerend.

Deze omstandigheden zijn in samenhang met de hierboven aangehaalde bewijsmiddelen in sterke mate redengevend voor het bewijs, mede vanwege het feit dat [verdachte A] voor deze omstandigheden geen aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft gegeven. Gelet daarop is het hof van oordeel dat het er, bezien in onderling verband met die bewijsmiddelen, voor moet worden gehouden dat [verdachte A] een van de daders is geweest van de ten laste gelegde diefstal.

F.2

Daarnaast leidt het hof uit de gebezigde bewijsmiddelen alsmede uit het hiervoor overwogene af dat:

- [verdachte D] de huur van de bij de diefstal gebruikte bakwagen heeft betaald en op

17 januari 2011 bij [autoverhuurbedrijf] als bestuurder is weggereden in deze bakwagen;

- om 03.10 en 03.44 uur door de telefoon van [verdachte D] een mast op de A67-1 (parkeerplaats Oeienbosch) te Veldhoven werd aangestraald, terwijl de diefstal tussen 02.55 uur en 03.20 uur op die parkeerplaats werd gepleegd;

- [verdachte D] circa 8,5 uur na de diefstal [verdachte A] heeft gebracht naar de bakwagen waarin zich de buit van de diefstal bevond.

Deze omstandigheden zijn in samenhang met de hierboven aangehaalde bewijsmiddelen in sterke mate redengevend voor het bewijs, mede vanwege het feit dat [verdachte D] voor deze omstandigheden geen enkele andere, die redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft gegeven. Gelet daarop is het hof van oordeel dat het er, bezien in onderling verband met die bewijsmiddelen, voor moet worden gehouden dat [verdachte D] een van de daders is geweest van de ten laste gelegde diefstal.

F.3

Voorts leidt het hof uit het hiervoor overwogene alsmede de gebezigde bewijsmiddelen af dat:

- op 19 januari 2011 om 02.24, 03.16, 03.20 en 03.24 uur door de telefoon van [verdachte B] de mast Rijksweg A67-1 te Veldhoven (parkeerplaats Oeienbosch te Veldhoven) werd aangestraald, terwijl de diefstal tussen 02.55 uur en 03.20 uur op die parkeerplaats werd gepleegd;

- op 19 januari 2011 tussen 03.40 uur en 03.44 uur de telefoon van [verdachte B] aanwezig was onder het dekkingsgebied van de mast aan de Hertstraat 31 te Eersel, terwijl die mast is gelegen op ongeveer één kilometer van de plaats waar de bij de diefstal gebruikte bakwagen om 11.35 uur is aangetroffen;

- [verdachte C] en [verdachte A] op 19 januari tussen 12.01 uur en 12.10 uur telefonisch contact hadden met [verdachte B], terwijl omstreeks die tijd [verdachte A] door [verdachte C] en [verdachte D] was afgezet in Eersel bij de bakwagen waarin zich de buit van de diefstal bevond en [verdachte A] met die bakwagen was weggereden.

Deze omstandigheden zijn in samenhang met de hierboven aangehaalde bewijsmiddelen in sterke mate redengevend voor het bewijs, mede vanwege het feit dat [verdachte B] voor deze omstandigheden geen enkele andere, die redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft gegeven. Gelet daarop is het hof van oordeel dat het er, bezien in onderling verband met die bewijsmiddelen, voor moet worden gehouden dat [verdachte B] een van de daders is geweest van de ten laste gelegde diefstal.

F.4

Ten slotte leidt het hof uit de gebezigde bewijsmiddelen alsmede uit het hiervoor overwogene af dat:

- [verdachte C] [F] gevraagd heeft om de bakwagen die bij de diefstal is gebruikt te huren, waarbij hij tegen [F] heeft gezegd dat een ander, zijnde [verdachte D], het busje zou betalen en dat die ander het busje zelf niet kon huren omdat hij geen legitimatiebewijs had, terwijl [verdachte D] op 18 januari 2011 zelf de Renault heeft gehuurd;

- [verdachte C] en [verdachte B] op 19 januari 2011 tussen 01.22 uur en 03.05 uur zes keer telefonisch contact hadden;

- [verdachte C] zich in de auto bevond waarmee op 19 januari 2011 omstreeks 12.00 uur [verdachte A] is afgezet in Eersel bij de bakwagen waarin zich de buit van de diefstal bevond en [verdachte C] tussen 12.01 uur en 12.10 uur telefonisch contact had met [verdachte B].

Deze omstandigheden zijn in samenhang met de hierboven aangehaalde bewijsmiddelen in sterke mate redengevend voor het bewijs, mede vanwege het feit dat [verdachte C] voor deze omstandigheden geen enkele andere, die redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft gegeven. Gelet daarop is het hof van oordeel dat het er, bezien in onderling verband met die bewijsmiddelen, voor moet worden gehouden dat [verdachte C] een van de daders is geweest van de ten laste gelegde diefstal.

F.5

Gelet op het vorenoverwogene acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte A], [verdachte D], [verdachte C] en [verdachte B] tezamen en in vereniging de primair ten laste gelegde diefstal hebben begaan. Naar het oordeel van het hof hebben zij zowel bij de voorbereiding van de diefstal als het plegen van die diefstal bewust en nauw samengewerkt.

G.1

Het hof is uit het onderzoek ter terechtzitting gebleken dat [E] op onderdelen wisselende verklaringen heeft afgelegd. Naar het oordeel van het hof zijn de verklaringen van [E], voor zover het deze heeft gebezigd tot het bewijs, in de kern evenwel consistent. Voorts is uit het onderzoek ter terechtzitting niet van feiten en omstandigheden gebleken op grond waarvan aan de geloofwaardigheid van de tot het bewijs gebezigde onderdelen van de verklaringen van [E] zou moeten worden getwijfeld. Het hof bezigt deze dan ook tot het bewijs.

G.2

Hoewel het hof op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet heeft kunnen vaststellen door wie specifiek het geweld en de bedreiging met geweld zijn gepleegd, rekent het hof het bij de diefstal gepleegde geweld en de bedreiging met geweld toe aan zowel [verdachte A], [verdachte D], [verdachte C] als [verdachte B].

Omstreeks 03.00 uur gingen ten minste [verdachte A], [verdachte D], en [verdachte B] naar een op een parkeerplaats langs een autosnelweg geparkeerde vrachtwagen. De ervaring leert dat chauffeurs van dergelijke vrachtwagens vaak de nacht doorbrengen in het slaapgedeelte van de cabine. Nadat de chauffeur wakker was geworden, verliet hij de vrachtauto en rende weg. Twee van de bij de diefstal aanwezige daders zijn de chauffeur achterna gerend en hebben vervolgens geweld gepleegd tegen de chauffeur en deze bedreigd met geweld. De overige aanwezige daders hebben van dit geweld en van deze bedreiging met geweld geprofiteerd zodat zij de diefstal konden voltooien nadat de chauffeur met geweld werd belet om alarm te slaan en aansluitend onder bedwang werd gehouden. Die daders hebben voorts, nadat het geweld werd uitgeoefend, zich niet van dat geweld gedistantieerd door zich onmiddellijk van de plaats delict te verwijderen.

Bovendien hebben de mededaders, waaronder [verdachte C], gelet op al het vorenstaande bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat door een ander geweld zou worden gepleegd tegen de chauffeur of daarmee zou worden gedreigd.

Bij het vorenstaande heeft het hof in aanmerking genomen dat indien er, gelijk hier, mededaders zijn, ieder van hen aansprakelijk is voor het misdrijf in zijn geheel, ook dus voor die daden, welke niet hijzelf, maar zijn mededader heeft verricht.

H.

Het hof verwerpt het verweer in al zijn onderdelen.

Bewezenverklaring

Op grond van de hiervoor vermelde redengevende feiten en omstandigheden en de daaraan ten grondslag liggende bewijsmiddelen (als hierboven genoemd), in onderling verband en samenhang beschouwd, acht het hof het aan verdachte primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij op 19 januari 2011 te Veldhoven tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een op een parkeerterrein langs de A67 geparkeerde vrachtauto, 65 dozen met scheermesjes toebehorende aan

Procter & Gamble, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak, te weten het opensnijden van een zeil van die vrachtauto, en inklimming, en welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [E], chauffeur van voormelde vrachtauto, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen achter die wegrennende [E] is aangerend, en, nadat die [E] was gevallen, die [E] heeft vastgepakt en tegen de grond heeft gedrukt en dreigend naar die [E] een gebaar en een geluid heeft gemaakt dat hij stil moest zijn, en de mond van die [E] heeft dichtgehouden en een jas over het hoofd van die [E] heeft getrokken en die [E] bij zijn armen heeft vastgehouden en vervolgens met die [E] is teruggelopen naar die vrachtauto en bij die vrachtauto die [E] in bedwang heeft gehouden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het primair bewezen verklaarde levert op:

diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken , en om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

Het hof heeft bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan – kort weergegeven – diefstal van de lading van een vrachtwagen door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming, welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen de chauffeur van de vrachtwagen.

De eerste rechter heeft de verdachte ter zake van dat feit veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het

Wetboek van Strafrecht, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat het hof aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht zal opleggen.

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ten aanzien van de ernst van het bewezen verklaarde heeft het hof in het bijzonder gelet op:

- de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- de omstandigheid dat het gaat om een brutale diefstal van de lading van een vrachtwagen gedurende de nachtelijke uren op een parkeerplaats naast de autosnelweg, welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen de chauffeur van de vrachtwagen;

- de omstandigheid dat slachtoffers als gevolg van feiten als het bewezen verklaarde nog langdurig last kunnen hebben van nadelige psychische gevolgen, zoals gevoelens van angst en onveiligheid;

- de omstandigheid dat door gewelddadige feiten als bewezen verklaard de rechtsorde ernstig wordt geschokt en dat dergelijke feiten in de maatschappij gevoelens van onrust en onveiligheid te weeg brengen;

- de mate waarin het bewezen verklaarde feit heeft geleid tot financiële schade;

één en ander in samenhang met het gegeven dat verdachte zich van evengenoemde omstandigheden geen enkele rekenschap heeft gegeven en kennelijk slechts heeft gehandeld met het oog op eigen financieel gewin.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof gelet op:

- de omstandigheid dat verdachte, blijkens het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 9 november 2011, reeds meermalen ter zake van vermogensdelicten door de strafrechter is veroordeeld;

- de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Gelet op het vorenstaande kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Bij het bepalen van de duur van deze straf heeft het hof aansluiting gezocht bij de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde oriëntatiepunten, dienende als uitgangspunt voor een gebruikelijk rechterlijk straftoemetingsbeleid ten aanzien van een overval op een vrachtwagen in geval van licht geweld of bedreiging.

Genoemde oriëntatiepunten geven als indicatie voor de op te leggen straf, een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is niet van feiten en omstandigheden gebleken die aanleiding geven om van de oriëntatiepunten af te wijken. Gelet daarop kan niet worden volstaan met straffen als opgelegd door de eerste rechter en gevorderd door de

advocaat-generaal.

Beslag

Het hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is met behulp waarvan het ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan en/of voorbereid.

Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 24, 33, 33a, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

een mobiele telefoon, merk Nokia, kleur zwart (goednr. 325701).

Aldus gewezen door

mr. H. Harmsen, voorzitter,

mr. K.J. van Dijk en mr. J.W.A. Nieuwenhuijsen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.F.S. ter Heide, griffier,

en op 23 december 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. J.W.A. Nieuwenhuijsen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.