Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2011:BU8936

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
20-12-2011
Datum publicatie
23-12-2011
Zaaknummer
HD 200.070.712 T
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Burengeschil.

Volgens appellanten heeft geïntimeerde het gebruik van een erfdienstbaarheid van weg onmogelijk gemaakt. Appellanten vorderen herstel in oorspronkelijke toestand, zodat zij weer in staat zullen zijn om gebruik te maken van de erfdienstbaarheid. Geïntimeerde vordert in incidenteel appel opheffing van de erfdienstbaarheid, aangezien - aldus geïntimeerde - een redelijk belang bij de uitoefening hiervan ontbreekt, en vordert voorts aanpassing van de oprit van appellanten, daar deze over het perceel van geïntimeerde loopt. De beoordeling van de grieven hangt ten nauwste samen met de feitelijke situatie ter plaatse. Een duidelijke uiteenzetting hiervan ontbreekt, zodat het hof een comparitie van partijen gelast tot het verstrekken van inlichtingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.070.712

arrest van de tweede kamer van 20 december 2011

in de zaak van

1. [X.],

2. [Y.],

beiden wonende te [woonplaats],

appellanten in principaal appel,

geïntimeerden in incidenteel appel,

advocaat: mr. R.Ph.E.M. Cratsborn,

tegen:

[Z.],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde in principaal appel,

appellant in incidenteel appel,

advocaat: mr. S. Salvador Muller,

op het bij exploot van dagvaarding van 12 juli 2010 ingeleide hoger beroep van de door de rechtbank Maastricht gewezen vonnissen van 14 januari 2009 en 14 april 2010 tussen principaal appellanten - [X.] c.s. - als eisers in conventie, verweerders in reconventie en principaal geïntimeerde - [Z.] - als gedaagde in conventie, eiser in reconventie.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 134607/HA ZA 08-1206)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij memorie van grieven hebben [X.] c.s. één grief aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis van 14 april 2010 voor zover gewezen in conventie en, kort gezegd, tot het alsnog toewijzen van de vordering in conventie om [Z.] te gebieden en te veroordelen tot het herstel en het hersteld houden in de oorspronkelijke toestand, althans zodanig dat de oorspronkelijke toegankelijkheid van de schuur volledig wordt hersteld en hersteld wordt gehouden, van het deel van het erf gelegen voor zijn huis, waarop [X.] c.s. moeten insteken om de schuur met vrachten te kunnen bereiken, op straffe van een dwangsom, en met veroordeling van [Z.] in de kosten van beide instanties.

2.2. Bij memorie van antwoord heeft [Z.] de grief bestreden. Voorts heeft [Z.] incidenteel appel ingesteld en daarin twee grieven aangevoerd. [Z.] heeft geconcludeerd - in principaal en incidenteel appel - tot vernietiging van het vonnis van 14 april 2010 voor zover daarbij enige vordering van [X.] c.s. is toegewezen, met bevestiging van dit vonnis voor het overige en - in incidenteel appel - tot vernietiging van het vonnis van 14 april 2010 en het alsnog opheffen van de erfdienstbaarheid (door [Z.] gevorderd in reconventie, toevoeging hof), een en ander met veroordeling van [X.] c.s. in de kosten van beide instanties. Uit grief 2 in incidenteel appel leidt het hof voorts af dat [Z.] ook beoogt te concluderen tot aanpassing van de oprit van [X.] c.s.

2.3. [X.] c.s. hebben in incidenteel appel geantwoord.

2.4. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

(In het procesdossier van [X.] c.s. ontbreken pagina 5 van productie 2 bij de appeldagvaarding en de memorie van antwoord in incidenteel appel. In het dossier van [Z.] ontbreken het tabblad bij productie 4 bij de dagvaarding in eerste aanleg, alsmede de tweede pagina van de bij deze productie overgelegde bescheiden en de producties bij de conclusie van antwoord tevens houdende een eis in reconventie. Het hof heeft van deze stukken kennis genomen uit het dossier van de andere partij. Verder bevindt de kopie van de akte d.d. 26 mei 1860, bevattende bepalingen ter zake een afscheiding van een boomgaard, zich niet - zoals aangekondigd - bij productie 4 bij de dagvaarding in eerste aanleg, maar bij productie 3 bij de dagvaarding in eerste aanleg, tezamen met de overige bij deze productie behorende stukken. Achter het tabblad van productie 4 is in het dossier van [X.] c.s. overgelegd een kopie van de akte houdende vestiging van erfdienstbaarheid van weg d.d. 6 december 1928, welke kopie - met uitzondering van de tweede pagina als hiervoor vermeld - zich ook bevindt in het dossier van [Z.]. Deze akte is in de inleidende dagvaarding in eerste aanleg weliswaar niet als productie aangekondigd, maar over de tekst van deze erfdienstbaarheid bestaat tussen partijen geen discussie.)

3. De gronden van het hoger beroep

Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de beide memories.

4. De beoordeling

in principaal en incidenteel appel

4.1.Tegen het tussenvonnis van 14 januari 2009, waarbij een comparitie van partijen is gelast, zijn geen grieven gericht, zodat [X.] c.s. in het beroep daarvan niet-ontvankelijk zullen worden verklaard en het in hoger beroep alleen gaat om het op 14 april 2010 uitgesproken eindvonnis.

4.2. De rechtbank heeft geen feiten vastgesteld; het hof zal dat alsnog doen.

4.3.Het gaat in deze zaak om het volgende.

a.[X.] c.s. en [Z.] zijn buren. [X.] c.s. wonen op het aan hen - sinds 1972 - in eigendom toebehorende perceel aan het adres [perceel 1.] te [plaatsnaam]. [Z.] woont op het hem in eigendom toebehorende perceel aan het adres [perceel 2.] te [plaatsnaam].

b.Voor de toegang tot het perceel van [X.] c.s. vanaf de openbare weg wordt gebruik gemaakt van een deel van het perceel van [Z.].

c.Tot het perceel van [X.] c.s. behoort een schuur. Deze schuur heeft twee toegangspoorten. Een kleine poort, gelegen op het perceel van [X.] c.s. en bereikbaar als hiervoor onder b. vermeld, en een grote poort, grenzend aan en uitsluitend bereikbaar via de oprit van [Z.].

d.Ten behoeve van het perceel dat thans in eigendom behoort aan [X.] c.s. is ten laste van het perceel dat thans in eigendom toebehoort aan [Z.] in 1928 een erfdienstbaarheid van weg gevestigd, luidende als volgt: “Gevestigd wordt ten behoeve van het aangrenzende perceel Vaals [sectieletter sub 1.] [sectienummer sub 1.] en ten laste van het perceel Vaals [sectieletter sub 2.] [sectienummer sub 2.] het zakelijk recht van erfdienstbaarheid van weg, dat wil zeggen teneinde vrachten voor de schuur te brengen of te halen, van en naar den openbaren weg op de thans bestaande wijze over een breedte van ongeveer acht meter”.

e.Tussen partijen zijn geschillen gerezen betreffende een aantal kwesties samenhangend met het nabuurschap, in verband waarmee [Z.] [X.] c.s. in rechte heeft betrokken. Op 7 december 2001 is door de rechtbank Maastricht in voormelde procedure ter plaatse een comparitie na antwoord gehouden, waarvan proces-verbaal is opgemaakt (productie 1 bij de dagvaarding in eerste aanleg). Op 6 april 2005 is deze zaak vanwege het uitblijven van verdere proceshandelingen ambtshalve doorgehaald (productie 2 bij de dagvaarding in eerste aanleg).

f.Over voormelde kwesties is vanaf 2004 over en weer tussen de advocaat van [X.] c.s. en [Z.] enige correspondentie gevoerd (producties 3, 6 en 7 bij de dagvaarding in eerste aanleg), waarin beide partijen bij hun verschillende standpunten zijn gebleven.

4.4.Vervolgens hebben [X.] c.s. bij inleidende dagvaarding d.d. 21 oktober 2008 [Z.] opnieuw in rechte betrokken en, naast veroordeling van [Z.] tot beëindiging van een aantal volgens [X.] c.s. in strijd met hun rechten zijnde burenrechtelijke situaties, gevorderd, kort gezegd en voor zover in hoger beroep nog van belang, [Z.] te gebieden en te veroordelen tot het herstel en het hersteld houden in de oorspronkelijke toestand, althans zodanig dat de oorspronkelijke toegankelijkheid van de schuur volledig wordt hersteld en hersteld wordt gehouden, van het deel van het erf gelegen voor zijn huis, waarop [X.] c.s. moeten insteken om de schuur met vrachten te kunnen bereiken, op straffe van een dwangsom, een en ander met veroordeling van [Z.] in de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten.

4.5.[Z.] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. In reconventie heeft [Z.] gevorderd, kort gezegd, de erfdienstbaarheid van weg op te heffen, met inschrijving van het te wijzen vonnis in het kadastrale register, en voorts [X.] c.s. te veroordelen om binnen drie maanden na betekening van het vonnis hun oprit zodanig aan te passen dat deze niet meer over het perceel van [Z.] loopt, op straffe van een dwangsom, een en ander met veroordeling van [X.] c.s. in de proceskosten.

4.6.[X.] c.s. hebben in reconventie gemotiveerd verweer gevoerd.

4.7.Bij tussenvonnis van 14 januari 2009 heeft de rechtbank een comparitie van partijen bepaald, die heeft plaatsgevonden op 8 mei 2009. Bij gelegenheid van die comparitie, die deels ter plaatse van de percelen van partijen heeft plaatsgevonden, hebben partijen een regeling getroffen ten aanzien van een groot aantal geschilpunten die onderwerp van geschil waren in het geding in conventie. Van deze comparitie is proces-verbaal opgemaakt, dat zich bij de processtukken bevindt.

4.8.[X.] c.s. hebben vervolgens een akte na comparitie genomen. [Z.] heeft daarna een antwoordakte genomen.

4.9.De rechtbank heeft bij bestreden eindvonnis - na vermindering van de eis in conventie door [X.] c.s. - zowel de nog resterende vordering in conventie tot herstel van het deel van het erf gelegen voor het huis van [Z.], waarop [X.] c.s. moeten insteken om de schuur met vrachten te kunnen bereiken, neerkomende op verwijdering van een bloembak en stenen, als ook de vorderingen in reconventie tot opheffing van de erfdienstbaarheid van weg en de aanpassing van de oprit van [X.] c.s. afgewezen en zowel in conventie als in reconventie de proceskosten aldus gecompenseerd dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4.10.Het hof stelt allereerst vast dat [X.] c.s. in hun grief de beslissing van de rechtbank ter zake hun vordering tot herstel van het deel van het erf gelegen voor het huis van [Z.], waarop [X.] c.s. moeten insteken om de schuur met vrachten te kunnen bereiken, aan de orde stellen en dat [X.] c.s. geen grief hebben gericht tegen de afwijzing van hun vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Het hof constateert voorts dat grief 1 in incidenteel appel eveneens het geschil tussen partijen over de erfdienstbaarheid betreft en dat grief 2 in incidenteel appel gericht is tegen de afwijzing van de vordering van [Z.] tot aanpassing van de oprit van [X.] c.s. Het hof zal de grief in het principaal appel en de grieven in het incidenteel appel gezamenlijk behandelen. Hierna zal waar nodig op de afzonderlijke grieven worden ingegaan.

4.11.Het hof overweegt als volgt. De beoordeling van de grieven hangt ten nauwste samen met de feitelijke situatie ter plaatse. Noch de stellingen van partijen, noch het proces-verbaal van comparitie in eerste aanleg, noch het vonnis van 14 april 2010 houden een duidelijke uiteenzetting van de situatie ter plaatse in en bij de processtukken bevindt zich slechts één enkele kopie van een “veldwerk” (productie 5 bij de dagvaarding in eerste aanleg) welke enige informatie over de feitelijke situatie verschaft. Het hof merkt hierbij op dat, anders dan partijen wellicht veronderstellen, het hof - tenzij door partijen in het geding gebracht - niet de beschikking heeft over de stukken uit de ambtshalve doorgehaalde procedure, welke stukken wellicht meer duidelijkheid hadden kunnen bieden. Bij het hof bestaat dan ook onvoldoende duidelijkheid over de feitelijke situatie ter plaatse, zodat het hof van partijen nadere inlichtingen behoeft. Zo wenst het hof onder meer duidelijkheid te krijgen over de ligging van de percelen en wel met name over de ligging van de schuur, de oprit van [Z.] - alsook de breedte hiervan - en de oprit van [X.] c.s., zowel afzonderlijk als ook in onderling verband. In het bijzonder wenst het hof verder duidelijkheid te krijgen over de toegang tot de beide percelen vanaf de openbare weg, de toegang tot de schuur vanaf beide percelen en de in de processtukken genoemde hoogteverschillen tussen het perceel van [X.] c.s. en de openbare weg, alsmede tussen de kleine poort van de schuur en de rest van het perceel van [X.] c.s. Het hof zal voor het verstrekken van die - en eventuele andere - inlichtingen een comparitie van partijen bevelen.

4.12.Het hof verzoekt partijen voorafgaand aan deze comparitie in ieder geval een plattegrond van de beide percelen en naaste omgeving - met aanduiding van maten - en kaarten, foto’s en andere bescheiden waaruit een helder beeld van de feitelijke situatie ter plaatse kan worden verkregen toe te zenden aan de advocaat van de wederpartij en aan de raadsheer-commissaris.

Partijen dienen voornoemde bescheiden, alsmede overige bescheiden waarop zij ter comparitie een beroep wensen te doen, uiterlijk twee weken voor de zittingsdatum toe te zenden aan de advocaat van de wederpartij en aan de raadsheer-commissaris.

4.13.Indien en voor zover het verloop van de comparitie daartoe aanleiding geeft, zal de comparitie tevens kunnen worden benut om te bezien of partijen op een of meer punten met elkaar kunnen worden verenigd. [Z.] heeft in diens memorie van antwoord tevens houdende incidenteel appel een aanbod gedaan tot schadeloosstelling voor eventuele waardevermindering bij opheffing van de erfdienstbaarheid van weg en heeft voorts aangeboden een bijdrage in de kosten voor aanpassing van de oprit van [X.] c.s. te leveren. Het hof verzoekt partijen om, voor het geval deze aanbiedingen ter comparitie ter sprake komen, zich tevoren te bezinnen op een eventuele hoogte van een eventueel voor hen acceptabele schadeloosstelling en bijdrage in de kosten.

4.14.Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5. De uitspraak

Het hof:

in het principaal en incidenteel appel

verklaart [X.] c.s. niet-ontvankelijk in hun beroep tegen het tussenvonnis van de rechtbank Maastricht van 14 januari 2009;

bepaalt dat partijen in persoon zullen verschijnen voor mr. J.A.M. van Schaik-Veltman als raadsheer-commissaris, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch op een door deze te bepalen datum, met de hiervoor onder 4.11. en 4.13. vermelde doeleinden;

verwijst de zaak naar de rol van 3 januari 2012 voor opgave van de verhinderdata van partijen zelf en hun raadslieden op maandagen, donderdagen en vrijdagen in de periode van 4 tot 12 weken na de datum van dit arrest;

bepaalt dat de advocaat van [X.] c.s. bij zijn opgave op genoemde roldatum een fotokopie van het procesdossier zal overleggen;

bepaalt dat de raadsheer-commissaris na genoemde roldatum dag en uur van de comparitie zal vaststellen;

verzoekt partijen de hiervoor onder 4.12. bedoelde informatie en andere bescheiden waarop zij zich ter comparitie willen beroepen uiterlijk twee weken voor de comparitie te doen toekomen aan de wederpartij en aan de raadsheer-commissaris;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.A.M. van Schaik-Veltman, H.A.G. Fikkers en C.W.T. Vriezen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 20 december 2011.