Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2011:BU8628

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
13-12-2011
Datum publicatie
20-12-2011
Zaaknummer
20-002614-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot 30 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf in verband met plegen tien woninginbraken en vijf autodiefstallen. Het hof komt tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten en neemt daarbij in aanmerking dat bij alle gepleegde inbraken door middel van een zelfde modus operandi gehandeld is. Bij de aanhouding van verdachte zijn in zijn kleding gereedschappen aangetroffen die zeer geschikt zijn voor het verkrijgen van toegang tot woningen op de wijze als bij de ten laste gelegde inbraken is geschied en goed passen in de beschreven modus operandi. Verdachte had bij zijn aanhouding een jas aan die bij één van de ten laste gelegde woninginbraken was gestolen, en droeg in zijn jaszak een horloge dat bij een ander ten laste gelegde woninginbraak was gestolen. Verdachte wordt in één van de gestolen auto’s aangetroffen en in de andere gestolen auto’s wordt DNA-materiaal aangetroffen dat matcht met verdachte. Bij een aantal van de ten laste gelegde woninginbraken wordt een zelfde schoenspoor aangetroffen. Bij één van de woningen waar ingebroken is wordt een bierflesje gestolen dat naast de woning wordt aangetroffen. Op dit flesje wordt DNA aangetroffen dat matcht met het DNA van verdachte. Het hof acht gelet op al deze omstandigheden, alles in onderlinge samenhang en (tijds)verband bezien en beschouwd, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte degene is geweest die de diefstallen zoals ten laste gelegd, heeft gepleegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer : 20-002614-11

Uitspraak : 13 december 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 7 juni 2011, parketnummer 01-845463-10 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, parketnummer 20-002874-08, in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1988],

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans verblijvende in [adres detentie].

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep moet, blijkens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, worden begrepen als uitdrukkelijk te zijn beperkt tot de veroordeling ter zake van hetgeen aan de verdachte onder 1, onder 2, onder 3, onder 5, onder 7, voor zover het betreft de zaken 4 en 19, onder 8 en onder 9 voor zover het betreft zaak 10, is ten laste gelegd.

Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Bij vonnis, waarvan beroep, is geen beslissing genomen op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde], omdat de rechtbank van oordeel is dat geen vordering is ingediend. De benadeelde partij heeft zich niet opnieuw in hoger beroep gevoegd. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde] is derhalve niet aan het oordeel van het hof onderworpen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen.

Namens verdachte is bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – en met de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft de opgelegde straf, de strafmotivering en de bewijsvoering.

Hetgeen hierna is overwogen komt in plaats van de bewijsvoering zoals door de rechtbank is overwogen.

Bewijsvoering

A1

Op 16 november 2010 is door de heer [benadeelde] aangifte gedaan van inbraak in zijn woning aan de [adres] te [woonplaats] en diefstal van de auto, type Toyota Yaris met kenteken [kenteken]. (feit 1, zaak 5) [benadeelde] verklaarde dat hij had gezien dat er in het raam van de keuken een gaatje was geboord ter hoogte van de sluiting van het raam en in de achterdeur een gaatje was geboord ter hoogte van het slot en de klink. De sleutels van genoemde Toyota en de auto zelf, die op de parkeerplaats naast de woning stond, bleken te zijn weg genomen.

A2

De weggenomen Toyota Yaris werd op 17 november 2010 aangetroffen in een winkelcentrum in [woonplaats] Er werd een peilbaken op de auto geplaatst ten einde de mogelijke gebruiker te achterhalen. Nadat het signaal was verkregen dat de auto was gaan rijden, is op woensdag 17 november 2010 om 22.30 uur te [woonplaats], verdachte in de Toyota Yaris met het kenteken [kenteken] aangetroffen en vervolgens aangehouden.

A3

Verdachte werd vervolgens naar het politiebureau overgebracht en gefouilleerd. In de broeksband van verdachte werd een boor in een verpakking aangetroffen. Deze boor had een diameter van 10 millimeter. In de jas die verdachte ten tijde van de aanhouding droeg stond de naam [naam] geschreven. In de zakken van de jas die verdachte droeg werden een zaklampje, een tangetje, een stuk ijzer/beugel, twee batterijen, een wringijzer en een boor aangetroffen. In de jaszak van verdachte werd verder een dameshorloge van het merk Esprit aangetroffen. In de Toyota Yaris waarin verdachte was aangetroffen werd een lang ongebogen draadijzer en een kort gebogen draadijzer aangetroffen.

A4

Naar aanleiding van de inbraak die heeft plaatsgevonden in de woning van [benadeelde] (zie A1) is door de politie sporenonderzoek verricht. Uit dit onderzoek is gebleken dat in de toegangsdeur in de achtergevel van de woning, een gat direct naast de cilinder was geboord, welke na meting een doorsnede had van 10 millimeter. Middels een voorwerp werd vermoedelijk de toegangssleutel in het cilinder bediend waardoor de deur kon worden geopend en de woning kon worden betreden.

A5

Op 16 november 2010 heeft er ook een inbraak plaatsgevonden bij de woning aan de [adres] te [woonplaats]. (feit 1, zaak 6) Hiervan is aangifte gedaan door [benadeelde]. [benadeelde]verklaarde dat bij de inbraak een bruin horloge van Esprit, toebehorende aan zijn dochter, ringen, een geldbedrag en een pakje sigaretten waren weggenomen. Door de verbalisant die de aangifte heeft opgenomen werd geconstateerd dat er meerdere gaatjes geboord zaten rondom het slot in de buitendeur van de keuken.

A6

Naar aanleiding van de inbraak in de woning van [benadeelde], is door de politie sporenonderzoek verricht. Uit dit onderzoek is gebleken dat in de achterdeur van de woning naast de schildplaat van het slot een gat met een doorsnede van 10 millimeter was geboord. Aan de bovenzijde van de deur ter hoogte van de insteekgrendel werden ook twee gaten aangetroffen met een diameter van 10 millimeter. De toegang tot de woning werd vermoedelijk verkregen doordat een voorwerp door de geboorde gaten werd gestoken waardoor de toegangssleutel aan de binnenzijde kon worden bediend en de deur kon worden geopend.

A7

Door aangever [benadeelde] is een foto waarop zijn dochter met het genoemde Esprit-horloge te zien is, verstrekt aan de politie. Aan de hand van deze foto en de omschrijving van het horloge zoals door [benadeelde] gegeven, is gebleken dat de uiterlijke kenmerken van het horloge dat op 18 november 2010 werd aangetroffen in de fouillering van verdachte (A3), geheel overeen kwam met het horloge dat op 16 november 2010 bij de inbraak in de woning van [benadeelde] werd weggenomen.

A8

Op 9 juni 2010 is door de heer [benadeelde] aangifte gedaan van inbraak in zijn woning aan de [adres] te [woonplaats]en diefstal van de auto, type Audi A4 met kenteken [kenteken]. (feit 2) [benadeelde] verklaarde dat hij had gezien dat er in het raam van de woonkamer aan de achterkant gaatjes waren geboord en men door dat raam de woning was ingekomen. De sleutels van genoemde Audi en de auto zelf, die voor de garage van de woning geparkeerd stond, alsmede een mobiele telefoon bleken te zijn weg genomen.

A9

Naar aanleiding van de inbraak in de woning van [benadeelde], is door de politie sporenonderzoek verricht. Uit dit onderzoek is gebleken dat met een boor gaten onder de hefboomsluitingen van het raam waren geboord. De gaten hadden een diameter van 10,2 millimeter. Door de geboorde gaten konden met behulp van een voorwerp de hefboomsluitingen omhoog worden geduwd, waardoor het raam kon worden geopend.

A10

Op 17 juni 2010 zien verbalisanten in [woonplaats] een Audi A4 met kenteken [kenteken] rijden. De bestuurder viel op door zijn rijgedrag en de verbalisanten hebben de bestuurder daarop een stopteken gegeven. De bestuurder, een manspersoon, bracht het voertuig hierop tot stilstand en is vervolgens hard weggerend. Na een achtervolging zijn verbalisanten de bestuurder uit het oog verloren. Omdat de auto als gestolen stond geregistreerd, is de auto vervolgens in beslag genomen.

A11

Aan de in beslag genomen Audi A4 is sporenonderzoek verricht. Op de middenconsole in het voertuig lag een mobiele telefoon van het merk LG. Deze mobiele telefoon was middels een laadsnoer ingeschakeld aangesloten op de sigarettenaansteker van het voertuig. Het stuurwiel, de versnellingspook en de mobiele telefoon werden ten behoeve van nader onderzoek bemonsterd op de aanwezigheid van huidepitheel.

A12

De telefoon die was aangetroffen in de Audi A4 is nader onderzocht. Op de foto’s die waren opgeslagen in het geheugen van de telefoon werd verdachte herkend. Op één van de foto’s was te zien dat verdachte een foto van zichzelf maakte. Verdachte heeft verklaard dat dit zijn telefoon betreft.

A13

Uit de bemonstering van de telefoon, de versnellingspook en het stuur is een DNA-profiel verkregen dat matcht met het DNA-profiel van verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met het DNA-profiel dat op de telefoon, het stuur en de versnellingspook is aangetroffen, is kleiner dan één op één miljard.

A14

Op 19 juni 2010 is door de heer [benadeelde] aangifte gedaan van inbraak in zijn woning aan de [adres] te [woonplaats] en diefstal van de auto, type Volvo V70, met kenteken [kenteken]. (feit 3) [benadeelde] verklaarde dat hij had gezien dat er in het raam aan de achterzijde van de woning een viertal gaatjes waren geboord en men door dat raam de woning was ingekomen. De sleutels van genoemde Volvo V70 en de auto zelf, die voor de garage van de woning geparkeerd stond, bleken te zijn weg genomen. Uit de woning waren een geldbedrag en een [GSM] weg genomen.

A15

Naar aanleiding van de inbraak in de woning van [benadeelde], is door de politie sporenonderzoek verricht. Uit dit onderzoek is gebleken dat het raam aan de achterzijde van de woning was geopend door middel van geboorde gaatjes. Aan de binnenzijde van de woning stond onder het inklimraam een tweezitsbank. Hierop stond een schoenspoor soortgelijk als het schoenspoor dat onder het inklimraam aan de buitenzijde van het raam was aangetroffen. Onder het inklimraam werd verder een boor aangetroffen met een diameter van 10 millimeter.

A16

Op 7 juli 2010 treffen verbalisanten aan het [adres] te [woonplaats] een groene Volvo met kenteken [kenteken] aan. Omdat de auto als gestolen stond geregistreerd, is de auto vervolgens in beslag genomen. Aan de auto werden geen sporen van braak of verbreking aan getroffen.

A17

Aan de in beslag genomen Volvo is vervolgens sporenonderzoek verricht. Het stuurwiel en de versnellingspook werden ten behoeve van nader onderzoek bemonsterd op de aanwezigheid van huidepitheel.

A18

Uit de bemonstering van de versnellingspook is een DNA-profiel verkregen dat matcht met het DNA-profiel van verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met het DNA-profiel dat op de telefoon, het stuur en de versnellingspook is aangetroffen, is kleiner dan één op één miljard.

A19

Op 23 juli 2010 is door mevrouw [benadeelde] aangifte gedaan van inbraak in haar woning aan de [adres] te [woonplaats] in de nacht van 6 juli 2010. (feit 5, zaak 2) Uit de woning zijn twee flesjes Bavaria en een fotocamera gestolen. [benadeelde] verklaarde dat zij had gezien dat er een gaatje was geboord in het raamkozijn van een raam in de garage. Dit gaatje was geboord nabij het hefboompje. De woning was vanuit de garage via een tussendeur toegankelijk. Eén van de twee gestolen bierflesjes Bavaria was door

[benadeelde] naast haar tuin op de hoek van de straat aangetroffen.

A20

Naar aanleiding van de inbraak in de woning van [benadeelde], is door de politie sporenonderzoek verricht. Uit dit onderzoek is gebleken dat toegang tot de woning was verkregen door het voorste draairaam van de inpandige garage. Hierbij was gebruik gemaakt van een boor en een hengelvoorwerp. Door middel van boren was er aan de onderzijde van de raamboom een gat in het draairaam geboord. Dit boorgat had horizontaal een doorsnede van 10 millimeter en verticaal een doorsnede van 10,6 millimeter. De eerder genoemde fles Bavariabier die door [benadeelde] naast haar woning was aangetroffen werd bemonsterd op speeksel.

A21

Uit de bemonstering van het Bavariaflesje is een DNA-profiel verkregen dat matcht met het DNA-profiel van verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met het DNA-profiel dat op het bierflesje is aangetroffen, is kleiner dan één op één miljard.

A22

In dezelfde nacht van 6 juli 2010 wordt een inbraak gepleegd in de woning aan de [adres] te [woonplaats]. Hiervan is aangifte gedaan door [benadeelde] op 6 juli 2010. (feit 5, zaak 14) [benadeelde] verklaarde dat bij de inbraak een geldbedrag, een gouden armband, toebehorende aan zijn dochter, een identiteitskaart en een paspoort waren weggenomen. [benadeelde] verklaarde verder dat de achterdeur open was en dat hij zag dat er twee gaatjes in de achterdeur waren geboord.

A23

Naar aanleiding van de inbraak in de woning van [benadeelde], is door de politie sporenonderzoek verricht. Uit dit onderzoek is gebleken dat door middel van boren een gat was gemaakt in de achterdeur ter hoogte van het cilinderslot. Het geboorde gat had een diameter van 10 millimeter. De toegang tot de woning werd vermoedelijk verkregen doordat een voorwerp door het geboorde gat werd gestoken waardoor de toegangssleutel aan de binnenzijde kon worden bediend en de deur kon worden geopend.

A24

Ter terechtzitting in eerste aanleg is door de officier van justitie een uitdraai overhandigd van een plattegrond afkomstig van Google Maps waarop te zien is dat de [adres] en de [adres] te [woonplaats] aan elkaar grenzen. Ze staan haaks op elkaar.

A25

Op 12 november 2010 heeft er een inbraak plaatsgevonden bij de woning aan de

[adres] te [woonplaats] gemeente [woonplaats] (feit 7, zaak 4) Hiervan is aangifte gedaan door [benadeelde]. [benadeelde] verklaarde dat bij de inbraak een jas, een geldbedrag, een paar handschoenen, een fotocamera en een flesje parfum waren weggenomen. Tevens zag [benadeelde] dat er een gaatje zat in het kozijn van het klapraam in de woonkamer, ter hoogte van het hefboompje. Door de verbalisant die de aangifte heeft opgenomen wordt bevestigd dat een tweetal gaatjes waren geboord in het kozijn van het draairaam.

A26

Naar aanleiding van de inbraak in de woning van [benadeelde], is door de politie sporenonderzoek verricht. Uit dit onderzoek is gebleken dat de toegang tot de woning was verkregen door het draairaam aan de rechtergevel van de aanbouw. Door middel van boren was er onder elke raamboom een gat in het draairaam geboord. Vervolgens konden met behulp van een voorwerp de raambomen worden ontsloten. De boorgaten zijn opgemeten en hadden een diameter van 9,6 millimeter.

A27

In de jas die verdachte ten tijde van de aanhouding droeg, stond de naam [naam] geschreven (zie A3). Verbalisanten hebben vervolgens [naam] deze jas getoond en [naam] herkende deze jas voor 100% als zijn gestolen jas.

A28

In de nacht van 12 november 2010 wordt er tevens een inbraak gepleegd in de woning aan de [adres] te [woonplaats]. (feit 7, zaak 19) Hiervan is op 12 november 2010 door de heer [benadeelde] aangifte gedaan alsmede van diefstal van zijn auto, type Volkswagen Touareg met het kenteken [kenteken]. In de auto lagen nog diverse goederen zoals een kentekenbewijs, een fotocamera, een bankpas, een tankpas, verzekeringspapieren, een rijbewijs en gereedschap welke derhalve ook waren weggenomen.[benadeelde] verklaarde dat er in de openslaande deuren aan de achterzijde van de woning een tweetal gaatjes waren geboord. De sleutels van genoemde Volkswagen Touareg en de auto zelf, die voor de woning geparkeerd stond, alsmede geld en sieraden, bleken te zijn weg genomen.

A29

Naar aanleiding van de inbraak in de woning van [benadeelde], is door de politie sporenonderzoek verricht. Uit dit onderzoek is gebleken dat de toegang tot de woning via de tuindeur was verkregen. In de tuindeur waren ter hoogte van de kanonsluitingen gaten geboord. De gaten waren 9,4 en 9,6 millimeter groot. Vermoedelijk konden de kanonsluitingen met behulp van een voorwerp via de ontstane gaten worden ontsloten. Aan de achterzijde van het perceel werden schoensporen aangetroffen.

A30

De gestolen Volkswagen Touareg met het kenteken [kenteken] werd terug gevonden bij [naam] te [woonplaats] Hierin werden verschillende goederen aangetroffen die van [benadeelde] afkomstig waren. Aan de auto werd vervolgens sporenonderzoek verricht. Het stuurwiel en de versnellingspook werden ten behoeve van nader onderzoek bemonsterd op de aanwezigheid van huidepitheel.

A31

Uit de bemonstering van het stuur is een onvolledig DNA-mengprofiel verkregen dat matcht met het DNA-profiel van verdachte.

A32

In de nacht van 6 november 2010 wordt er een inbraak gepleegd in de woning aan de [adres] te [woonplaats]. (feit 8) Hiervan is op 6 november 2010 door de heer

[benadeelde] aangifte gedaan alsmede van diefstal van zijn auto, type Audi A4, met het kenteken [kenteken]. In de auto lagen nog diverse goederen zoals een navigatiesysteem, een Blackberry-headset, een radio/cd-speler, cd’s en geld. [benadeelde] verklaarde dat er in het raam aan de linkerzijde van de woning onder de klink een gaatje was geboord. De sleutels van genoemde Audi A4 en de auto zelf, die op de oprit aan de linkerzijde van de woning geparkeerd stond, bleken te zijn weg genomen.

A33

Naar aanleiding van de inbraak in de woning van [benadeelde], is door de politie sporenonderzoek verricht. Uit dit onderzoek is gebleken dat in een raam ter hoogte van de espagnolethendel een gat van 9 millimeter was geboord. Vermoedelijk kon door het geboorde gat met behulp van een voorwerp de hendel van de espagnoletsluiting worden bedien, waardoor het raam kon worden ontsloten en kon worden geopend.

A34

De gestolen Audi A4 met het kenteken [kenteken] werd op 14 november 2010 terug gevonden in [woonplaats]. De auto vertoonde geen sporen van braak of verbreking. Aan de auto werd vervolgens sporenonderzoek verricht. Het stuur en de deurklink werden ten behoeve van nader onderzoek bemonsterd op de aanwezigheid van biologische sporen.

A35

Uit de bemonstering van het stuur is een DNA-profiel verkregen dat matcht met het DNA-profiel van verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met het DNA-profiel dat op het stuur is aangetroffen, is kleiner dan één op één miljard. Uit de bemonstering van het stuur is een onvolledig DNA-mengprofiel verkregen dat matcht met het DNA-profiel van verdachte.

A36

In de nacht van 9 november 2010 wordt er een inbraak gepleegd in de woning aan de [adres] te [woonplaats] (feit 9) Hiervan is op 9 november 2010 door de heer [benadeelde] aangifte gedaan alsmede van diefstal van zijn auto, type Ford Fusion met het kenteken [kenteken]. Uit de woning zijn een ring en een horloge weggenomen. [benadeelde] verklaarde dat de tuindeur open stond en dat hij zag dat er een klein gaatje rechts naast het slot zat. De genoemde Ford Fusion, die op de oprit van de woning geparkeerd stond, bleek te zijn weg genomen.

A37

Naar aanleiding van de inbraak in de woning van [benadeelde], is door de politie sporenonderzoek verricht. Uit dit onderzoek is gebleken dat naast het cilinderslot van de tuindeur een gat was geboord met een diameter van 10 millimeter Vermoedelijk is met behulp van een voorwerp middels het geboorde gat de toegangssleutel bediend en kon zo de deur worden geopend.

A38

De gestolen Ford Fusion met het kenteken [kenteken] werd op 12 november 2010 terug gevonden in [woonplaats]. De auto was dicht maar niet afgesloten. De sleutels zaten niet in het contact. Aan de auto werd vervolgens sporenonderzoek verricht. Het stuurwiel en de versnellingspook werden ten behoeve van nader onderzoek bemonsterd op de aanwezigheid van biologische sporen.

A39

Uit de bemonstering van het stuur is een onvolledig DNA-mengprofiel verkregen dat matcht met het DNA-profiel van verdachte.

A40

Bij het nader vergelijken van met name schoensporen werd een specifiek profiel van een schoen onderkend. Dit profiel is aangetroffen bij woninginbraken binnen de regio waar bovengenoemde inbraken hebben plaatsgevonden en alleen aangetroffen bij inbraken die hebben plaatsgevonden in de periode van 31 mei 2010 tot en met 6 juli 2010 en de periode van 6 november 2010 tot en met 18 november 2010. Het betreffende schoenspoor, voorzien van de koppelingscode [naam] is aangetroffen bij de inbraak aan de

[adres] te [woonplaats] op 19 juni 2010 (feit 3, A14, A15), de [adres] te [woonplaats] op 12 november 2010 (feit 7, A28, A29) en de [adres] te [woonplaats] op 6 juli 2010(feit 5, A19, A20).

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

B1

De raadsvrouwe heeft namens verdachte bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten (voor zover thans nog aan het oordeel van het hof onderworpen). Zij heeft hiertoe – kort samengevat – aangevoerd dat het enkele feit dat verdachte in de gestolen auto heeft gereden of in de buurt van de woning waar de inbraak is gepleegd is geweest, onvoldoende ondersteunend bewijs oplevert, op grond waarvan bewezen kan worden dat verdachte betrokken is geweest bij de ten laste gelegde inbraken. De aangetroffen schoensporen kunnen – aldus de verdediging – niet leiden tot verdachte en de bij verdachte aangetroffen gereedschappen kunnen ook niet tot de conclusie leiden dat verdachte de inbraken heeft gepleegd. De raadsvrouwe komt op grond hiervan tot de conclusie dat zolang niet uitgesloten kan worden dat een andere persoon degene is geweest die de inbraken heeft gepleegd, verdachte dient te worden vrijgesproken.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

B2.1

Op grond van de hiervoor onder A weergegeven bewijsmiddelen stelt het hof het volgende vast.

a. Bij alle gepleegde inbraken (A1, A5, A8, A14, A19, A22, A25, A28, A32, A36), is door middel van het boren van gaatjes in het kozijn van een raam of deur en kennelijk door het steken van een voorwerp door deze gaatjes ten einde het raam of de deur te openen, toegang verkregen tot de woning. Alle geboorde gaatjes hadden een doorsnede van ongeveer 10 millimeter. Bij de aanhouding van verdachte zijn in zijn kleding een nieuwe boor met een diameter van 10 millimeter, een zaklampje, een tangetje, een stuk ijzer/beugel, een wringijzer en een boor aangetroffen. (A3) Deze gereedschappen zijn zeer geschikt voor het verkrijgen van toegang tot woningen op de wijze als bij de ten laste gelegde inbraken is geschied en passen derhalve zeer goed in de hiervoor beschreven modus operandi.

b. Verdachte had bij zijn aanhouding op 17 november 2010 een jas aan die op 12 november 2010 gestolen is uit de woning [adres] te [woonplaats] (feit 7, A3 en A27). Verdachte heeft geen geloofwaardige verklaring gegeven voor het feit dat hij deze gestolen jas droeg.

c. Verdachte had bij zijn aanhouding op 17 november 2010 in zijn jaszak een Esprithorloge dat op 16 november 2010 gestolen is uit de woning aan de [adres] te

[woonplaats] (feit 1, A3 en A7). Verdachte heeft geen geloofwaardige verklaring gegeven voor het feit dat hij dit gestolen horloge in zijn zak had zitten.

d. Verdachte werd op 17 november 2010 aangetroffen in een auto (Toyota Yaris), in eigendom van [benadeelde], die op 16 november 2010 gestolen is bij de woning aan de [adres] te [woonplaats]. (feit 1, A1 en A2) Verdachte heeft geen geloofwaardige verklaring gegeven voor het feit dat hij in deze gestolen auto reed. De verklaring van verdachte dat hij de auto moest wegbrengen voor een kennis is op geen enkele wijze aannemelijk geworden.

e. In de Audi A4 die op 9 juni 2010 is gestolen bij de woning aan de [adres] te [woonplaats] (feit 2, A8) wordt de telefoon van verdachte (ingeschakeld op de laadsnoer) aangetroffen. Het aangetroffen DNA-materiaal op het stuur en de versnellingspook van deze auto matcht met verdachte. (A11, A12, A13). Verdachte heeft geen geloofwaardige verklaring gegeven voor het feit dat hij deze gestolen auto heeft gereden. De verklaring dat hij zijn telefoon al lange tijd kwijt was, acht het hof gelet op de in het geheugen van de telefoon aangetroffen foto’s en het feit dat de telefoon ingeschakeld was op de laadsnoer volstrekt onaannemelijk.

f. Het aangetroffen DNA-materiaal op de versnellingspook van de Volvo die op

19 juni 2010 gestolen is bij de woning aan de [adres] te [woonplaats] matcht met verdachte. (feit 3, A14, A18). Verdachte heeft geen geloofwaardige verklaring gegeven voor het feit dat zijn DNA in de auto is aangetroffen. Het schoenspoor dat is aangetroffen bij deze inbraak komt overeen met het schoenspoor dat is aangetroffen bij de inbraak gepleegd op 6 juli 2010 aan de [adres] te [woonplaats] (feit 5) en de inbraak gepleegd op 12 november 2010 aan de [adres] te [woonplaats] (feit 7).

g. Bij de inbraak die op 6 juli 2010 wordt gepleegd in de woning aan de [adres] te [woonplaats] wordt (onder meer) een flesje Bavaria gestolen dat naast de woning wordt aangetroffen. Op dit flesje wordt DNA aangetroffen dat matcht met het DNA van verdachte. (feit 5, A19, A21) Verdachte heeft geen geloofwaardige verklaring gegeven voor het feit dat er een bierflesje met zijn DNA is aangetroffen bij deze woning. Zoals hiervoor weergegeven wordt er een schoenspoor aangetroffen dat overeenkomt met inbraken gepleegd op 19 juni 2010 en 12 november 2010 (feiten 3 en 7). In dezelfde nacht wordt in de woning aan de

[adres] te [woonplaats], welke woning vlakbij de woning aan de [adres] te [woonplaats] is gelegen, ingebroken. (feit 5, A22, A23, A24)

h. In dezelfde nacht (12 november 2010) dat wordt ingebroken in de woning aan de

[adres] te [woonplaats] waarbij de jas wordt gestolen waarin verdachte is aangetroffen, wordt ingebroken in de woning aan de [adres] te [woonplaats] en wordt de bij de woning geparkeerde Volkwagen Touareg gestolen. Op het stuur van deze Touareg wordt DNA-materiaal aangetroffen dat matcht met het DNA-profiel van verdachte. (feit 7, A28, A31) Verdachte heeft hiervoor geen geloofwaardige verklaring kunnen geven. Bij deze inbraak wordt zoals hiervoor weergegeven ook weer hetzelfde schoenspoor aangetroffen.

i. In de nacht van 6 november 2010 en de nacht van 9 november 2010 worden inbraken gepleegd op respectievelijk de adressen [adres] te [woonplaats] en [adres] te [woonplaats] (feiten 8 en 9, A32, A36) In de auto’s die hierbij gestolen zijn (Audi A4 en Ford Fusion) wordt op het stuur DNA-materiaal aangetroffen dat matcht met het DNA-profiel van verdachte. (A35, A39)

B2.2.

Het hof acht gelet op hetgeen hiervoor onder a tot en met i is overwogen, alles in onderlinge samenhang en (tijds)verband bezien en beschouwd, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte degene is geweest die de diefstallen zoals onder 1, onder 2 primair, onder 3, onder 5, onder 7, onder 8 en onder 9 door de rechtbank bewezen verklaard, heeft gepleegd.

Het verweer wordt in al zijn onderdelen verworpen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ten aanzien van de ernst van het bewezen verklaarde heeft het hof in het bijzonder gelet op:

- de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals

onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- de professionele opzet en het stelselmatige karakter van het bewezen verklaarde;

- de mate waarin het bewezen verklaarde materiële schade, onrust en het gevoel van onveiligheid bij de slachtoffers teweeg heeft gebracht.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof in het bijzonder gelet op het verdachte betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 29 november 2011. Hieruit blijkt dat verdachte in 2009 ook veroordeeld is in verband met het plegen van een groot aantal vermogensdelicten.

Gelet op het vorenstaande kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf wil het hof enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking brengen en anderzijds de strafoplegging dienstbaar maken aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Het hof acht geen termen aanwezig het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis toe te wijzen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de bewijsvoering, de opgelegde straf en de strafmotivering en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Wijst af het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor al het overige (inclusief de beslissing over de inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen en de beslissing op de vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf), voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Aldus gewezen door

mr. K. van der Meijde, voorzitter,

mr. H. Harmsen en mr. M. Bakhuis, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. C.A. Blokx- van Roosmalen, griffier,

en op 13 december 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. K. van der Meijde en mr. M. Bakhuis zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.