Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2011:BU8440

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
14-12-2011
Datum publicatie
16-12-2011
Zaaknummer
HD 200.081.648 E
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Voortzetting van LJN BU8436

Artikel 1: 302 lid 1 BW: voogdij opgedragen aan de stichting, terwijl niet is komen vast te staan dat de moeder door de Oostenrijkse autoriteiten definitief is ontheven of ontzet uit het ouderlijk gezag.

Bij tussenbeschikking van 11 oktober 2011 heeft het hof geoordeeld dat van een Oostenrijkse beslissing dat de moeder definitief is ontheven dan wel is ontzet uit het ouderlijk gezag over het kind niet is gebleken en dat de rechtbank in haar eindbeschikking dan ook geen voogdijvoorziening over het kind had mogen treffen, nu naar Nederlands recht voogdij en gezag niet naast elkaar kunnen bestaan.

Bij eindbeschikking van 14 december 2011 heeft het hof de beschikking van de rechtbank van 10 november 2010 vernietigd en het oorspronkelijk verzoek van de grootmoeder haar alleen te belasten met het gezag over het kind afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

Uitspraak: 14 december 2011

Zaaknummer: HV 200.081.648/01

Zaaknummer eerste aanleg: 84003/ FA RK 08-3

in de zaak in hoger beroep van:

[X.],

wonende te [woonplaats],

appellante in principaal appel,

verweerster in incidenteel appel,

hierna te noemen: de grootmoeder,

advocaat: mr. J.J.J.M. van Ruth,

tegen

[Y.],

wonende te [woonplaats] (Oostenrijk),

verweerster in principaal appel,

appellante in incidenteel appel,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. L.P.H. Hameleers.

5. De beschikking van 11 oktober 2011

Bij die beschikking heeft het hof bepaald dat de behandeling van de zaak wordt aangehouden tot 23 november 2011 te 09.15 uur, teneinde alle betrokkenen, meer in het bijzonder ook de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de raad), in de gelegenheid te stellen te hun standpunt naar voren te brengen ten aanzien van de rechtsoverwegingen 4.2.1. tot en met 4.2.3. van zijn tussenbeschikking van 11 oktober 2011.

6. Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

6.1. De voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 november 2011. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de grootmoeder, bijgestaan door mr. Van Ruth;

- de moeder, bijgestaan door mr. Hameleers, kantoorgenoot van mr. S.H.M. Skrotzki;

- de raad, vertegenwoordigd door mevrouw L.C.M. Willekens;

- Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg (hierna te noemen: de stichting); vertegenwoordigd door mr. Y.C.J. Schmeets;

- de heer A. Stamatiou, tolk in de Duitse taal.

7. De verdere beoordeling

7.1. Het hof volhardt bij hetgeen in de tussenbeschikking van 11 oktober 2011 is overwogen.

Bij die beschikking heeft het hof overwogen dat van een Oostenrijkse beslissing dat de moeder definitief is ontheven dan wel is ontzet uit het ouderlijk gezag over [dochter] niet is gebleken en dat de rechtbank in haar eindbeschikking dan ook geen voogdijvoorziening had mogen treffen over [dochter], nu mede ingevolge de jurisprudentie van de Hoge Raad op dit punt, naar Nederlands recht voogdij en gezag niet naast elkaar kunnen bestaan.

7.2. Hetgeen ter gelegenheid van de mondelinge behandeling naar voren is gebracht, heeft het hof geen andere gezichtspunten dan overwogen in de tussenbeschikking opgeleverd. Wel is het hof gebleken dat de verstandhouding tussen de grootmoeder en de moeder inmiddels aan het verbeteren is, zodat met behulp van de advocaten en in het belang van [dochter], om wie het uiteindelijk allemaal gaat, partijen mogelijk de juridische strijd kunnen beëindigen om zich te richten op afspraken in der minne.

7.3. Al hetgeen in de tussenbeschikking van 11 oktober 2011 en hiervoor is overwogen voert het hof in elk geval tot de slotsom dat de bestreden beschikking moet worden vernietigd en dat het oorspronkelijke verzoek van de grootmoeder aan de Oostenrijkse autoriteiten haar alleen te belasten met het gezag over [dochter] alsnog moet worden afgewezen.

Het verzoek van de moeder haar alleen te belasten met het ouderlijk gezag over [dochter] wijst het hof eveneens af, nu een dergelijk zelfstandig verzoek niet voor het eerst in hoger beroep kan worden gedaan.

8. De beslissing

Het hof:

op het principaal en incidenteel appel:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Roermond van 10 november 2010;

wijst af het oorspronkelijk verzoek van de grootmoeder haar alleen te belasten met het gezag over [dochter], geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] (Oostenrijk);

wijst af het meer of anders verzochte;

Deze beschikking is gegeven door mrs. L.Th.L.G. Pellis, C.E.M. Renckens, en M. van Ham en in het openbaar uitgesproken op 14 december 2011.