Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2011:BU8182

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
13-12-2011
Datum publicatie
16-12-2011
Zaaknummer
HD 200.074.175 T
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

bewijs prijsafspraak, aanneming van werk . . . . .

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.074.175

arrest van de vierde kamer van 13 december 2011

in de zaak van

[X.] BEPLANTINGSWERKEN B.V. h.o.d.n. [Y.] HOVENIERS & GROENVOORZIENERS,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellant,

advocaat: mr. S.M.J. Heeren,

tegen:

1. [Z.],

2. [A.],

beiden wonende te [woonplaats],

geïntimeerden,

advocaat: mr. A.J.M. van der Borst,

op het bij exploot van dagvaarding van 10 september 2010 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Breda gewezen tussenvonnis van 14 april 2010 en eindvonnis van 30 juni 2010 tussen appellant - [X.] - als eiseres in conventie, gedaagde in voorwaardelijke reconventie en geïntimeerden - [Z.] c.s. - als gedaagden in conventie en eisers in voorwaardelijke reconventie.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 213055/HA ZA 09-2320)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld tussenvonnis en eindvonnis.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij memorie van grieven heeft [X.] zes grieven aangevoerd, vijftien producties overgelegd, bewijs aangeboden en geconcludeerd tot vernietiging van het tussenvonnis en het eindvonnis waarvan beroep in conventie en, kort gezegd, tot hoofdelijke veroordeling van [Z.] c.s. om aan [X.] te betalen: € 14.675,18 inclusief btw, met rente; € 902,00

te vermeerderen met btw ter zake van buitengerechtelijke kosten, met rente; de proceskosten in beide instanties en de na kosten zijnde € 131,00 en tot vernietiging van het tussenvonnis en eindvonnis waarvan beroep in voorwaardelijke reconventie en, kort gezegd, afwijzing van de vordering in voorwaardelijke reconventie, met veroordeling van Vissers

c.s. in de kosten.

2.2. Bij memorie van antwoord hebben [Z.] c.s. de grieven bestreden, bewijs aangeboden en geconcludeerd tot bekrachtiging van het vonnis waarvan beroep, met veroordeling van [X.] in de kosten.

2.3. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

3. De gronden van het hoger beroep

Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.

4. De beoordeling

4.1. Het gaat in deze zaak om het volgende:

4.1.1. [X.] heeft in 2007 voor [Z.] c.s. werkzaamheden verricht. Deze werkzaamheden betreffen de aanleg c.q. inrichting van de (voor-, zij en/of achter) tuin van [Z.] c.s. Ter zake van deze werkzaamheden heeft [X.] een aantal facturen aan [Z.] c.s. toegezonden, namelijk factuurnummer [factuurnummer 1.] ad totaal € 10.562,55 inclusief btw, factuurnummer [factuurnummer 2.] ad totaal € 1.768,59 inclusief btw, factuurnummer [factuurnummer 3.] ad totaal € 16.402,73 inclusief btw, factuurnummer [factuurnummer 4.] ad totaal € 1.740,38 inclusief btw, factuurnummer [factuurnummer 5.] ad totaal € 6.382,98 inclusief btw, factuurnummer [factuurnummer 6.] ad totaal € 8.292,20 inclusief btw. Twee facturen - factuurnummer [factuurnummer 5.] ad € 6.382,98 inclusief btw en factuurnummer [factuurnummer 6.] ad € 8.292,20 inclusief btw - zijn onbetaald gebleven.

4.2.1. Bij exploot van 15 december 2009 heeft [X.] [Z.] c.s. gedagvaard en hoofdelijke veroordeling van [Z.] c.s. gevorderd tot betaling van factuurnummer [factuurnummer 5.] ad € 6.382,98 inclusief btw en factuurnummer [factuurnummer 6.] ad € 8.292,20 inclusief btw, zijnde in totaal € 14.675,18 inclusief btw, met rente; en voorts heeft zij gevorderd de hoofdelijke veroordeling van [Z.] c.s. tot betaling van € 902,00 te vermeerderen met btw ter zake van buitengerechtelijke kosten, met rente en de hoofdelijke veroordeling van [Z.] c.s. in de proceskosten te vermeerderen met de nakosten zijnde € 131,00, met rente.

4.2.2. [Z.] c.s. hebben in conventie betwist de gevorderde bedragen verschuldigd te zijn, aangezien een vaste aanneemsom van circa € 30.000,00 inclusief btw zou zijn overeengekomen. In voorwaardelijke reconventie hebben [Z.] c.s. gevorderd, kort gezegd, betaling aan [Z.] c.s. van € 3.686,44 en subsidiair: te verklaren voor recht dat [X.] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst met [Z.] c.s.; te verklaren voor recht dat [X.] ter zake van die tekortkoming tot schadevergoeding het primair gevorderde bedrag verschuldigd is; de overeenkomst tussen partijen op grond van tekortkoming door [X.] te ontbinden; te verklaren voor recht dat de door [Z.] c.s. gevorderde schadevergoeding dient te worden verrekend met hetgeen waartoe [Z.] c.s. mochten worden veroordeeld.

4.2.3. De rechtbank heeft de vorderingen van [X.] afgewezen omdat [X.] niet aan haar stelplicht met betrekking tot de vordering tot betaling van € 14.675,18 zou hebben voldaan, te meer daar het gevorderde bedrag niet in overeenstemming is met het verschil tussen: het volgens de rechtbank door partijen ter uitvoering van de werkzaamheden overeengekomen bedrag van € 42.718,62 inclusief btw en het door [Z.] c.s. betaalde bedrag van € 30.474,25, zijnde, aldus de rechtbank € 12.667,75. Daarnaast heeft [X.] niet gesteld [Z.] c.s. als bedoeld in artikel 7:755 BW te hebben gewezen op de noodzaak van een prijsverhoging in verband met door [Z.] c.s. gewenste toevoegingen in het overeengekomen werk. Aan het door [Z.] c.s. in voorwaardelijke reconventie gevorderde komt de rechtbank niet meer toe nu aan de voorwaarde waaronder deze is ingesteld niet is voldaan.

4.3.1. In hoger beroep heeft [X.] aan haar vordering tot betaling van beide genoemde facturen expliciet ten grondslag gelegd dat sprake is van een overeenkomst van opdracht c.q een overeenkomst van aanneming van werk tussen haar en [Z.] c.s.. [X.] stelt zich op het standpunt dat er ten aanzien van de in factuurnummers [factuurnummer 1.], [factuurnummer 2.], [factuurnummer 3.], [factuurnummer 4.], [factuurnummer 5.], [factuurnummer 6.] gefactureerde posten, geen (totale) aanneemsom is afgesproken, zoals [Z.] c.s. stellen.

Met betrekking tot factuurnummer [factuurnummer 5.] heeft [X.] voorts gesteld: primair dat tussen partijen overeenstemming is bereikt over de (met betrekking tot de in de factuur genoemde posten) te verrichten werkzaamheden en de daaromtrent te factureren prijzen en subsidiair dat wanneer in rechte aangenomen zou worden dat geen overeenstemming is bereikt over de te factureren prijzen, [X.] aanspraak maakt op een redelijke prijs in de zin van artikel 7:752 BW. [X.] stelt zich daarbij op het standpunt dat de door haar gefactureerde prijzen kwalificeren als redelijke prijs als bedoeld in artikel 7:752 BW.

Met betrekking tot factuur [factuurnummer 6.] heeft [X.] voorts gesteld dat voor zover in rechte geoordeeld zou worden dat er geen overeenstemming zou zijn bereikt over de te factureren prijzen, zij aanspraak heeft op een redelijke prijs als bedoeld in artikel 7:752 BW. [X.] stelt zich daarbij op het standpunt dat het door haar gefactureerde kwalificeert als een redelijke prijs in de zin van artikel 7:752 BW.

4.3.2. [Z.] c.s. stellen zich op het standpunt dat is overeengekomen dat alle werkzaamheden voor een bedrag van (circa) € 30.000,00 inclusief btw zouden worden verricht en dat [Z.] c.s. nu zij € 30.474, 25 inclusief btw aan [X.] hebben voldaan aan [X.] niets meer verschuldigd zijn. [Z.] c.s. nemen het oordeel van de rechtbank dat ingevolge artikel 7:755 BW een opdrachtnemer alleen een verhoging van de prijs kan vorderen indien hij de opdrachtgever op de noodzaak van een prijsverhoging in verband met door deze gewenste toevoegingen in het overeengekomen werk heeft gewezen, over. Voorts betwisten [Z.] c.s. dat de prijzen van de facturen [factuurnummer 5.] en [factuurnummer 6.] redelijk zijn en dat zij voor de werkzaamheden op deze facturen afzonderlijk opdracht hebben gegeven.

4.3.3. Met de grieven I, II en III in onderling verband betoogt [X.] dat de vordering van [X.] niet gebaseerd is op een vast overeengekomen (totale) aanneemsom van € 42.718,62, maar op de door [X.] in opdracht en voor rekening van [Z.] c.s. verrichte werkzaamheden die door [X.] aan [Z.] c.s. zijn gefactureerd in zes facturen, waarvan twee facturen, namelijk [factuurnummer 5.] en [factuurnummer 6.] onbetaald zijn gebleven. Ter onderbouwing van haar stelling heeft [X.] in hoger beroep vier prijsopgaven en zes facturen in het geding gebracht, die het hof hieronder zal weergeven.

Het betreft de volgende prijsopgaven:

a) prijsopgave d.d. 16-1-2007 betreffende de zijtuin waarin verschillende werkzaamheden en leveranties afzonderlijk zijn geprijsd met als totaalbedrag € 13.889, 35 inclusief btw;

b) prijsopgave d.d. 16-1-2007 betreffende de zijtuin waarin verschillende werkzaamheden en leveranties afzonderlijk zijn geprijsd met als totaalbedrag € 7.844,40;

c) prijsopgave 16-1-2007 betreffende aanleg achtertuin, waarin verschillende werkzaamheden en leveranties afzonderlijk zijn geprijsd met als totaalbedrag € 19.889,07 inclusief btw;

d) prijsopgave d.d. 5-3-2007 betreffende inplanten laurier, waarin verschillende werkzaamheden en leveranties afzonderlijk zijn geprijsd met als totaalbedrag € 1.768,59.

Ten aanzien van de prijsopgaven a, b en c geldt dat bepaalde posten later zijn geschrapt.

Het betreft de volgende facturen:

factuurnummer [factuurnummer 1.] ad totaal € 10.562,55 inclusief btw;

factuurnummer [factuurnummer 2.] ad totaal € 1.768,59 incl. btw;

factuurnummer [factuurnummer 3.] ad totaal € 16.402,73 inclusief btw.

Deze drie facturen zijn betaald, in factuurnummer [factuurnummer 1.] zijn niet-geschrapte posten uit prijsopgaven a en b opgenomen, in factuurnummer [factuurnummer 3.] zijn niet-geschrapte posten uit prijsopgave c opgenomen en in factuurnummer [factuurnummer 2.] zijn de posten uit prijsopgave d opgenomen. In factuurnummer [factuurnummer 1.] en [factuurnummer 3.] zijn bovendien nog enige extra, niet op de prijsopgaven gebaseerde, posten opgenomen.

factuurnummer [factuurnummer 4.] ad totaal € 1.740,38 inclusief btw. Aan deze factuur ligt geen in het geding overgelegde prijsopgave ten grondslag. De factuur is betaald.

factuurnummer [factuurnummer 5.] ad totaal € 6.382,98, inclusief btw.

In deze factuur zijn niet-geschrapte posten uit prijsopgaven a en c opgenomen. Deze factuur is niet betaald.

factuurnummer [factuurnummer 6.] ad totaal € 8.292,20, inclusief btw betreffende meerwerk t.b.v. tuinaanleg. Aan deze factuur ligt geen in dit geding overgelegde prijsopgave ten grondslag. De factuur is niet betaald.

4.4.1. Het hof oordeelt als volgt: de posten van factuurnummer [factuurnummer 5.] zijn niet in andere facturen opgenomen en zijn niet betaald. De prijsopgaven waarop deze posten zijn gebaseerd zijn weliswaar niet ondertekend, maar nu niet is betwist dat deze werkzaamheden zijn verricht en [Z.] c.s. de andere facturen, die op deze prijsopgaven waren gebaseerd, zonder protest hebben behouden en betaald, dient er naar het oordeel van het hof van te worden uitgegaan dat [Z.] c.s. deze factuur verschuldigd zijn, tenzij [Z.] c.s. bewijzen dat zij met [X.] een vaste aanneemsom zijn overeengekomen voor alle werkzaamheden, zoals [Z.] c.s. hebben gesteld. De bewijslast van die stelling rust op [Z.] c.s.

4.4.2. Ten aanzien van factuurnummer [factuurnummer 6.] geldt dat aan de daarin opgenomen posten geen prijsopgave ten grondslag ligt en dat [Z.] c.s. hebben gesteld voor de gefactureerde werkzaamheden geen opdracht te hebben gegeven. Voorts nemen [Z.] c.s. ook ten aanzien van deze factuur het standpunt in dat deze niet hoeft te worden voldaan, daar is overeengekomen dat alle werkzaamheden voor een bedrag van (circa) € 30.000,00 inclusief btw zouden worden verricht.

4.4.3. Het hof zal [Z.] c.s., bij wie de bewijslast ten aanzien van een prijsafspraak ligt (HR 21 juni 1968, NJ 1968, 290), toelaten tot het door hen aangeboden bewijs dat een vaste prijsafspraak van circa € 30.000,00 is gemaakt en dat deze ook betrekking heeft op de onbetaald gebleven facturen met factuurnummers: [factuurnummer 5.] en [factuurnummer 6.].

4.4.4. Wanneer niet komt vast te staat dat een vaste prijsafspraak is gemaakt dient te worden beoordeeld of het door [X.] in factuurnummer [factuurnummer 5.] in rekening gebrachte bedrag redelijk is. Ten aanzien van de bedragen in factuurnummer [factuurnummer 5.] gaat het hof er bij gebreke van concrete betwisting door [Z.] c.s. van de redelijkheid van de in de desbetreffende prijsopgave genoemde bedragen van uit dat zulks het geval is.

Ten aanzien van het in factuurnummer [factuurnummer 6.] opgenomen meerwerk geldt dat moet worden beoordeeld of [Z.] c.s. [X.] opdracht hebben gegeven voor het in deze factuur opgenomen meerwerk en of de in deze factuur opgenomen prijzen redelijk zijn.

Het hof zal [X.] toelaten tot het door haar aangeboden bewijs dat [Z.] c.s. opdracht hebben gegeven voor het in de factuurnummer [factuurnummer 6.] opgenomen meerwerk. Ten aanzien van de in deze factuur genoemde bedragen gaat het hof er bij gebreke van concrete betwisting door [Z.] c.s. van uit dat deze redelijk zijn.

4.4.5. De vordering in voorwaardelijke reconventie zal na de bewijslevering aan de orde komen.

5. De uitspraak

Het hof:

laat [Z.] c.s. toe te bewijzen dat door partijen een vaste prijsafspraak van circa € 30.000,00 is gemaakt en dat deze ook betrekking heeft op de onbetaald gebleven facturen met factuurnummers [factuurnummer 5.] en [factuurnummer 6.];

laat [X.] toe te bewijzen dat [Z.] c.s. opdracht hebben gegeven voor het meerwerk ten behoeve van de tuinaanleg als genoemd in de posten van factuurnummer [factuurnummer 6.];

bepaalt, voor het geval partijen of één van hen bewijs door getuigen wil leveren, dat getuigen zullen worden gehoord ten overstaan van mr. Y.L.L.A.M. Delfos-Roy als raadsheer-commissaris, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch op een door deze te bepalen datum;

verwijst de zaak naar de rol van 27 december 2011 voor opgave van het aantal getuigen en van de verhinderdata van partijen zelf, hun advocaten en de getuige(n) op maandagen, dinsdagen en vrijdagen in de periode van 4 tot 12 weken na de datum van dit arrest;

bepaalt dat de advocaat van [Z.] c.s. en de advocaat van [X.] bij zijn opgave op genoemde roldatum een fotokopie van het procesdossier zal overleggen;

bepaalt dat de raadsheer-commissaris na genoemde roldatum dag en uur van het getuigenverhoor zal vaststellen;

verstaat dat partijen tevoren overleg plegen over het aantal en de persoon van de getuigen dat tegen deze datum zal worden opgeroepen en de volgorde waarin de getuigen zullen worden voorgebracht;

bepaalt dat de advocaten tenminste zeven dagen voor het verhoor de namen en woonplaatsen van de te horen getuigen zullen opgeven aan de wederpartij en aan de civiele griffie;

bepaalt dat beide partijen schriftelijke bewijsstukken op voorhand aan de raadsheer-commissaris en de wederpartij dienen toe te zenden;

houdt iedere verdere beslissing aan;

Dit arrest is gewezen door mrs. J.M. Brandenburg, P.M.A. de Groot-van Dijken en Y.L.L.A.M. Delfos-Roy en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 13 december 2011.