Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2011:BU7977

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
08-11-2011
Datum publicatie
14-12-2011
Zaaknummer
20-000899-10
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSHE:2010:BL3895, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking appel door verdachte, na aanvang onderzoek ter terechtzitting, vóór behandeling zaak ten gronde. Verdachte niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer : 20-000899-10

Uitspraak : 8 november 2011

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 16 februari 2010 in de strafzaak met parketnummer 01/841205-09 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] in [1943],

wonende te [adres en woonplaats].

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Haar vordering strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De verdachte heeft het door haar ingestelde hoger beroep ingetrokken nadat de terechtzitting in hoger beroep is aangevangen, maar voordat het hof aan een behandeling van de zaak ten gronde is toegekomen.

De advocaat-generaal heeft met de intrekking, hoewel deze formeel te laat is, ingestemd.

Nu het belang van de verdachte noch enig ander rechtens te beschermen belang is gediend met een behandeling van het hoger beroep, zal het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in haar hoger beroep.

Aldus gewezen door

mr. O.M.J.J. van de Loo, voorzitter,

mr. J.F. Dekking en mr. M. Rutgers, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R. Dieleman-Dieleman, griffier,

en op 8 november 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.