Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2011:BU3809

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
08-11-2011
Datum publicatie
09-11-2011
Zaaknummer
20-003213-11
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2013:2031, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

art. 6.51, lid 1, Wet Luchtvaart: Feit strafbaar o.g.v. daaraan voorafgaande wettelijke strafbepaling. Specifieke systematiek ICAO-TI. Nederlandse vertaling ICAO-TI 2007-2008 beschikbaar en Engelse vertaling ICAO-TI 2009-2010 reeds voorhanden, dus voorzienbaar dat betreffende voorschriften uit de ICAO-TI 2009-2010 materieel geen wijzigingen hadden ondergaand t.o.v. ICAO-TI 2007-2008. Dat ten tijde van het delict nog geen Nederlandse vertaling van de ICAO-TI 2009-2010 bekend was, doet hieraan niet af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer : 20/003213-11

Uitspraak : 8 november 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de economische kamer van het gerechtshof Amsterdam, zittinghoudende te 's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Haarlem van 17 juni 2010 in de strafzaak met parketnummer 15/994681-09 tegen:

[verdachte]B.V.,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats], [adres].

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de economische politierechter zal vernietigen en opnieuw rechtdoende de verdachte zal ontslaan van alle rechtsvervolging.

De verdediging heeft eveneens ontslag van alle rechtsvervolging bepleit.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

zij op of omstreeks 09 januari 2009 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, al dan niet opzettelijk, (een) gevaarlijke stof(fen) zoals aangewezen in artikel 2 Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht, te weten Magnetized material (UN 2807), welke stof(fen) tevens genoemd is/zijn in de gevaarlijke stoffenlijst (tabel 3-1) van de ICAO-TI 2009-2010, met een luchtvaartuig heeft vervoerd en/of ten vervoer met een luchtvaartuig heeft aangeboden en/of aangenomen en/of heeft geladen in of gelost uit een luchtvaartuig en/of tijdens het vervoer neergelegd of heeft doen of laten neerleggen, terwijl daarbij Annex 18 en de Technische Voorschriften niet in acht zijn genomen,

immers heeft zij in strijd met de ICAO-TI 2009-2010 gehandeld door:

- in strijd met voorschrift 5;4.1.1. geen vervoersdocument voor gevaarlijke stoffen van het collo bij te voegen;

2.

zij op of omstreeks 22 januari 2009 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, al dan niet opzettelijk, (een) gevaarlijke stof(fen) zoals aangewezen in artikel 2 Besluit vervoer gevaarlijke stof(fen) door de lucht, te weten Lithium batterijen (UN 3090), welke stof(fen) (tevens) genoemd is/zijn in de gevaarlijke stoffenlijst (tabel 3-1) van de ICAO-TI 2009-2010, met een luchtvaartuig heeft vervoerd en/of ten vervoer met een luchtvaartuig heeft aangeboden en/of aangenomen en/of heeft geladen in of gelost uit een luchtvaartuig en/of tijdens het vervoer neergelegd en/of heeft doen of laten neerleggen, terwijl daarbij Annex 18 en de Technische Voorschriften niet in acht zijn genomen,

immers heeft zij in strijd met de ICAO-TI 2009-2010 gehandeld door:

- in strijd met voorschrift 5;2.4.1.1. niet op elke collo de juiste vervoersnaam van de gevaarlijke stof(fen) en/of de juiste UN-nummers te vermelden

en/of

- in strijd met voorschrift 5;2.4.2 de namen en de adressen van de aanbieder en van de ontvanger niet op elke collo aan te geven.

Vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde

A.1

Als feit 1 is aan de verdachte – kort gezegd – tenlastegelegd dat zij heeft gehandeld in strijd met voorschrift 5;4.1.1. in de ICAO-TI 2009-2010 door van het collo geen vervoersdocument voor gevaarlijke stoffen bij te voegen.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

A.2.1

In de versie voorafgaand aan de ICAO-TI voor de jaren 2009-2010, de ICAO-TI voor

2007-2008, luidde voorschrift 5;4.1.1. (d.w.z. artikel 4.1.1. in hoofdstuk 4 van deel 5 van die ICAO-TI) als volgt:

4.1.1. Algemeen

Degene die gevaarlijke stoffen voor vervoer door de lucht aanbiedt moet de vervoerder twee exemplaren verschaffen van het vervoerdocument voor gevaarlijke stoffen, ingevuld en ondertekend zoals in deze paragraaf vereist.

A.2.2

In de ICAO-TI 2009-2010 is dit voorschrift gewijzigd in die zin dat voorschrift 5;4.1.1. nog slechts luidt:

4.1.1 Algemeen

A.2.2.1

Hierna is opgenomen het voorschrift 4.1.1.1 dat inhoudt:

4.1.1.1 Degene die gevaarlijke stoffen voor vervoer door de lucht aanbiedt, moet de operator de op de zending van toepassing zijnde informatie verstrekken, zoals in deze paragraaf wordt uiteengezet. De informatie mag worden verstrekt op een papieren document of, in gevallen waarin met de operator een overeenkomst bestaat, door middel van EDP- of EDI-technieken.

A.2.2.2

Daarna is opgenomen het voorschrift 4.1.1.2 inhoudende:

4.1.1.2 In gevallen waarin een papieren document wordt gebruikt, moet degene die gevaarlijke stoffen voor vervoer door de lucht aanbiedt, de vervoerder twee exemplaren verschaffen van het vervoerdocument voor gevaarlijke stoffen, ingevuld en ondertekend zoals in deze paragraaf vereist.

A.3

Nu voorschrift 5;4.1.1. in de ICAO-TI 2009-2010 derhalve enkel inhoudt het woord ‘algemeen’ en niet het tenlastegelegde voorschrift dat van het collo een vervoersdocument voor gevaarlijke stoffen dient te worden bijgevoegd, kan naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 ten laste gelegde, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

2.

zij op 22 januari 2009 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk, gevaarlijke stoffen zoals aangewezen in artikel 2 Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht, te weten Lithium batterijen (UN 3090), welke stoffen tevens genoemd zijn in de gevaarlijke stoffenlijst (tabel 3-1) van de ICAO-TI 2009-2010, ten vervoer met een luchtvaartuig heeft aangeboden, terwijl daarbij Annex 18 en de Technische Voorschriften niet in acht zijn genomen,

immers heeft zij in strijd met de ICAO-TI 2009-2010 gehandeld door

- in strijd met voorschrift 5;2.4.1.1. niet op elke collo de juiste vervoersnaam van de gevaarlijke stof(fen) en de juiste UN-nummers te vermelden

en

- in strijd met voorschrift 5;2.4.2 de namen en de adressen van de aanbieder en van de ontvanger niet op elke collo aan te geven.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit of die bewezen verklaarde feiten waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

B.1

Zowel de verdediging als de advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Daartoe is – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat bij veroordeling sprake zou zijn van schending van het legaliteitsbeginsel, zoals opgenomen in artikel 1, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, omdat het op 22 januari 2009 (nog) niet strafbaar was om in strijd met de bewezen verklaarde voorschriften te handelen, omdat pas op 14 april 2009 in de Staatscourant

(Stcrt. 2009, nr. 70) bekend is gemaakt dat er een Nederlandse vertaling van de ICAO-TI versie voor 2009-2010 beschikbaar was.

Volgens de verdediging en de advocaat-generaal doet aan het vorenstaande niet af dat voorafgaand aan de gewijzigde ICAO-TI versie voor 2009-2010 reeds een versie van de ICAO-TI bestond voor de jaren 2007-2008.

Het hof overweegt als volgt.

B.2

Artikel 16 van de Grondwet, alsook artikel 1, eerste lid, van het Wetboek van strafrecht, bepaalt – zakelijk weergegeven – dat geen feit strafbaar is dan uit kracht van een daaraan voorafgaande wettelijke strafbepaling.

Artikel 93 van de Grondwet bepaalt – zakelijk weergegeven – dat bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, die naar hun inhoud een ieder kunnen verbinden, verbindende kracht hebben nadat zij zijn bekend gemaakt.

B.2.1

De strekking van de waarborg van artikel 16 van de Grondwet brengt naar het oordeel van het hof mee dat het begrip “wettelijke strafbepaling” aldus moet worden verstaan dat daarmee uitsluitend wordt gedoeld op van een strafbedreiging voorziene normen die in de Nederlandse taal zijn gesteld en bekend gemaakt.

B.2.2

Naar het oordeel van het hof kan als vaststaand worden aangenomen dat op 14 april 2009 in de Staatcourant bekend is gemaakt dat er een Nederlandse vertaling van de ICAO-TI

2009-2010 kan worden ingezien bij de betreffende ministeries. De vraag is of de ICAO-TI 2009-2010 dientengevolge pas van kracht zijn geworden na deze bekendmaking in de Staatscourant. Het hof beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt hieromtrent in het bijzonder als volgt.

B.3

Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de ICAO-TI elke twee jaren worden aangepast. De gewijzigde set bepalingen worden elke twee jaren integraal en voorzien van de wijzigingen opnieuw afgekondigd.

Voorafgaand aan de ICAO-TI 2009-2010 waren de ICAO-TI 2007-2008 van kracht, waarvan het bestaan van een Nederlandse vertaling bekend is gemaakt in de Staatscourant van 24 oktober 2007. In het voorwoord van de ICAO-TI 2007-2008 is – onder meer – opgenomen dat de globale uitgangspunten die bepalend zijn voor het internationale vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht zijn vervat in Annex 18 bij het Internationale burgerluchtvaartverdrag – The Safe Transport of Dangerous Goods bij Air (Het veilige vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht). Dit verdrag is ook bekend onder de naam ‘het Verdrag van Chicago’ (7 december 1944) en Nederland is partij bij dit verdrag.

De Nederlandse vertaling van het Verdrag van Chicago is bij Koninklijk besluit van 3 juni 1947 bekendgemaakt in het Staatsblad.

B.3.1

In het voorwoord van de ICAO-TI 2007-2008 is daarnaast opgenomen dat de ICAO-TI de elementaire bepalingen van Annex 18 uitbreiden en gedetailleerde voorschriften bevatten die voor het veilige internationale vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht noodzakelijk zijn. Tevens is erin opgenomen dat het de bedoeling is dat de Technische Voorschriften door een groep deskundigen van ICAO actueel worden gehouden en dat wijzigingen beschikbaar zullen worden gesteld op www.icao.int/anb/fls/dangerousgoods.

B.4.1

In de ICAO-TI 2007-2008 hield voorschrift 5;2.4.1.1. het volgende in:

2.4.1.1 Tenzij in deze voorschriften anders is aangegeven, moeten de juiste vervoersnaam van gevaarlijke stoffen (aangevuld met de technische benaming(en), indien van toepassing, zie deel 3, hoofdstuk 1) en, indien toegewezen, het overeenkomstige UN-nummer, voorafgegaan door de letters “UN”, op elk collo zichtbaar zijn. In het geval van onverpakte voorwerpen, moet de kenmerking zichtbaar zijn op het voorwerp, op de draagconstructie, of op de behandelings-, opslag- of lanceer-inrichting ervan. Een typische collo-kenmerking zou zijn:

“Corrosive liquid, acidic, organic, n.o.s. (caprylyl chloride) UN 3265”.

Bij colli die gelimiteerde hoeveelheden gevaarlijke stoffen bevatten, mag het

UN-nummer (voorafgegaan door de letters “UN”) binnen een ruit worden geplaatst. Indien de kenmerking met een ruit wordt toegepast, moet aan de volgende voorschriften worden voldaan. De dikte van de lijn die de ruit vorm geeft, moet ten minste 2 mm zijn; cijfers moeten ten minste 6 mm hoog zijn. Indien meer dan één stof in het collo is opgenomen en aan de stoffen verschillende UN-nummers zijn toegewezen, moet de ruit groot genoeg zijn om elk toepasselijk UN-nummer te omvatten.

Opmerking. Er wordt verwacht dat het zichtbaar voeren van het UN-nummer binnen een ruit met ingang van 1 januari 2009 verplicht zal zijn voor colli die gelimiteerde hoeveelheden gevaarlijke stoffen bevatten.

B.4.2

In de ICAO-TI 2009-2010 houdt voorschrift 5;2.4.1.1. het volgende in:

2.4.1.1 Tenzij in deze voorschriften anders is aangegeven, moeten de juiste vervoersnaam van gevaarlijke stoffen (aangevuld met de technische benaming(en), indien van toepassing, zie deel 3, hoofdstuk 1) en, indien toegewezen, het overeenkomstige UN-nummer, voorafgegaan door de letters “UN”, op elk collo zichtbaar zijn. In het geval van onverpakte voorwerpen, moet de kenmerking zichtbaar zijn op het voorwerp, op de draagconstructie, of op de behandelings-, opslag- of lanceer-inrichting ervan. Een typische collo-kenmerking zou zijn:

“Corrosive liquid, acidic, organic, n.o.s. (caprylyl chloride) UN 3265”.

Bij colli die gelimiteerde hoeveelheden gevaarlijke stoffen bevatten, moet (cursivering hof) het UN-nummer (voorafgegaan door de letters “UN”) binnen een ruit worden geplaatst. Indien de kenmerking met een ruit wordt toegepast, moet aan de volgende voorschriften worden voldaan. De dikte van de lijn die de ruit vorm geeft, moet ten minste 2 mm zijn; cijfers moeten ten minste 6 mm hoog zijn. Indien meer dan één stof in het collo is opgenomen en aan de stoffen verschillende UN-nummers zijn toegewezen, moet de ruit groot genoeg zijn om elk toepasselijk UN-nummer te omvatten.

Opmerking. Er wordt verwacht dat het zichtbaar voeren van het UN-nummer binnen een ruit met ingang van 1 januari 2011 verplicht zal zijn voor colli die gelimiteerde hoeveelheden gevaarlijke stoffen bevatten.

B.4.3

De enige wijziging van voorschrift 5;2.4.1.1 in de versie van de ICAO-TI 2009-2010 ten opzichte van de versie van de ICAO-TI 2007-2008 is derhalve dat bij colli die gelimiteerde hoeveelheden gevaarlijke stoffen het UN-nummer binnen een ruit moet zijn geplaatst in plaats van mag zijn geplaatst.

Het eerste gedeelte van het voorschrift – zoals opgenomen in de tenlastelegging – dat op elke collo de juiste vervoersnaam van de gevaarlijke stof(fen) en de juiste UN-nummers dienen te worden vermeld, is in beide versies van de ICAO-TI gelijkluidend.

B.5.1

In de ICAO-TI 2007-2008 hield voorschrift 5;2.4.2 het volgende in:

2.4.2 Afzender- en ontvangstaanduiding

De naam en het adres van de persoon die de gevaarlijke stoffen voor vervoer door de lucht aanbiedt en van de ontvanger moeten op elk collo zijn aangegeven.

B.5.2

In de ICAO-TI 2009-2010 houdt voorschrift 5;2.4.2 het volgende in:

2.4.2 Afzender- en ontvangstaanduiding

De naam en het adres van de persoon die de gevaarlijke stoffen voor vervoer door de lucht aanbiedt en van de ontvanger moeten op elk collo zijn aangegeven.

B.5.3

Dit tenlastegelegde voorschrift is derhalve in de beide versies van de ICAO-TI identiek.

B.6

Ten tijde van het onderhavige delict op 22 januari 2009 was een Nederlandse vertaling van de ICAO-TI 2007-2008 beschikbaar en was een – in onder andere – Engelse vertaling van de ICAO-TI 2009-2010 reeds voorhanden. Voor een internationaal georiënteerd bedrijf als [verdachte]BV was derhalve toen voorzienbaar dat de voorschriften 5;2.4.1.1 en 5;2.4.2 materieel geen wijzigingen hadden ondergaan in de versie van de ICAO-TI 2009-2010. Gelet op deze omstandigheid alsmede gelet op de specifieke systematiek van de ICAO-TI – meer in het bijzonder dat tweejaarlijks een nieuwe versie van de ICAO-TI wordt uitgebracht en dat tussentijdse wijzigingen kenbaar worden gemaakt op de website van de ICAO – , is het hof van oordeel dat in het onderhavige geval sprake was van een ‘daaraan voorafgaande wettelijke strafbepaling’, zoals bedoeld in artikel 16 van de Grondwet en artikel 1, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

B.7

Anders dan de verdediging en de advocaat-generaal, is het hof derhalve van oordeel dat het handelen in strijd met de ten laste gelegde technische voorschriften zoals opgenomen in de ICAO-TI 2009-2010 strafbaar was op 22 januari 2009 en doet de omstandigheid dat op dat moment formeel nog geen Nederlandse vertaling van de ICAO-TI 2009-2010 bekend was gemaakt hieraan niet af.

Ook overigens zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezen verklaarde levert op:

Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 6.51, eerste lid, van de

Wet luchtvaart, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Het hof acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de aard en hoedanigheid van de verdachte rechtspersoon en haar draagkracht, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 23, 24, 51 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 6.51 van de Wet luchtvaart en artikel 2 van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht juncto artikel 5;2.4.1.1 en 5;2.4.2 van de Technische Voorschriften voor het veilige vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht (ICAO-TI), versie 2009-2010, zoals deze bepalingen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van EUR 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro).

Aldus gewezen door

mr. H. Harmsen, voorzitter,

mr. K. van der Meijde en mr. T.A. de Roos, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J.A.G.W.M. van der Vleuten, griffier,

en op 8 november 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.