Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2011:BU3355

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
01-11-2011
Datum publicatie
04-11-2011
Zaaknummer
HD 200.093.317
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Incidentele vordering bij brief voorafgaande aan de eerste roldatum?

Problemen Digitaal loket verhinderden niet het indienen incidentele conclusie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2011/510

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.093.317

arrest van de eerste enkelvoudige kamer van 1 november 2011

in de zaak van

BO TE TECHNISCHE DIENST B.V. h.o.d.n. [X.] PROJECTEN,

gevestigd en kantoorhoudende te [vestigings- en kantoorplaats],

appellante,

advocaat: mr. I.J.A.J. Hanssen,

tegen:

[Y.] ONDERWATERBETON B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te [vestigings- en kantoorplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. H.A.H.W. Meijer,

op het bij exploot van dagvaarding van 27 april 2011 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank ’s-Hertogenbosch in reconventie gewezen vonnis van 9 februari 2011 (zaaknr. 210806 / HA ZA 10-1004) tussen appellante - [X.] - als eiseres in reconventie en geïntimeerde - [Y.] - als verweerster in reconventie.

1. Het geding in hoger beroep

Het geding in hoger beroep in zaaknummer 200.093.317 blijkt uit het navolgende.

a. [X.] heeft de zaak ingeschreven op de rol van 6 september 2011. Zij heeft de dagvaarding ter inschrijving op de rol aan de griffie aangeboden bij brief van 2 september 2011. De tekst van die brief luidt onder meer:

‘ Als gevolg van een ernstige technische storing binnen het roljournaal (…) treft u hierbij twee nieuwe appeldagvaardingen [1] op 27 april 2011 betekende appèldagvaarding aan [Y.] Onderwaterbeton BV [2] op 5 juli 2011 aan [Y.] Onderwaterbeton BV betekende dagvaarding] ten behoeve van de rolzitting van dinsdag 6 september 2011.

Ik verzoek u beleefd boven opgemelde procedures te voegen (…)’

b. Op de rol van 6 september 2011 is tegen [Y.] verstek verleend.

c. De rolkaart vermeldt dat appellante op 6 september 2011 een incident tot voeging met HD 200.093.324 heeft geopend. De zaak is vervolgens aangehouden voor antwoordconclusie in het incident tot 20 september 2011.

d. Op 20 september 2011 heeft [Y.] het verstek gezuiverd. De zaak is aangehouden voor antwoordconclusie in het incident tot 4 oktober 2011.

e. Op 4 oktober 2011 heeft [Y.] geen proceshandeling verricht. De zaak is vervolgens aangehouden tot 18 oktober 2011 voor fourneren in het incident.

f. Op 18 oktober 2011 heeft [X.] gefourneerd in het incident.

2. De verdere procedure in hoger beroep

Het hof overweegt dat in deze zaak op de rol ten onrechte ervan is uitgegaan dat [X.] een incident tot voeging heeft geopend.

2.1. Ingevolge het bepaalde in art. 208 Rv, dat ingevolge art. 353 lid 1 Rv ook in hoger beroep geldt, worden incidentele vorderingen ingesteld bij dagvaarding of bij met redenen omklede conclusie. In de appeldagvaarding van 27 april 2011 maakt [X.] geen melding van een incidentele vordering. Dat was uiteraard ook nog niet mogelijk nu de appeldagvaarding in de zaak met nummer 200.093.31724 eerst op 5 juli 2011 is uitgebracht. Ook in laatstgenoemde appeldagvaarding is geen incidentele vordering ingesteld.

2.2. De voorafgaande aan de eerste roldatum door [X.] aan de griffie gezonden brief van 2 september 2011 kan niet als een incidentele conclusie worden aangemerkt. Niet alleen heeft [X.] op de rolzitting geen conclusie genomen, maar bovendien ontbreekt in de brief van 2 september 2011 een onderbouwing voor de mededeling: ‘Ik verzoek u beleefd boven opgemelde procedures te voegen’. Aldus is het verzoek van [X.] niet met redenen omkleed. Daar komt bij dat uit de brief van 2 september 2011 van [X.] niet blijkt dat een afschrift daarvan aan [Y.] is gezonden.

2.3. De omstandigheid dat rond de zitting van 6 september 2011 geen toegang tot de digitale diensten, waaronder het roljournaal, mogelijk was, brengt het hof niet tot een ander oordeel. Door die technische problemen werd het aanmaken van H-formulieren en het digitaal verzenden van rolinstructies beperkt of onmogelijk gemaakt. Ingevolge art. 2.1 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven diende de incidentele conclusie ter griffie worden ingediend door verzending per post of door afgifte aan de centrale balie. Gesteld noch gebleken is dat deze wijze van indiening voor [X.] niet mogelijk was.

2.4. Het verzoek tot voeging, naar het hof begrijpt, op grond van art. 222 Rv kan derhalve thans niet in behandeling worden genomen.

Het hof zal evenwel op grond van de kennelijke bedoeling van [X.] de zaken via een informele rolvoeging trachten bijeen te houden. Nu de zaak onder nummer 200.093.317324 op de rol van 29 november 2011 staat voor het nemen van een memorie van grieven door [X.] zal ook de onderhavige zaak naar die rolzitting worden verwezen.

3. De uitspraak

Het hof:

3.1. gelast de rolvoeging van deze zaak met nummer 200.093.317 met de zaak tussen dezelfde partijen onder nummer HD 200.093.324;

3.2. verwijst de zaak met nummer HD 200.093.317 naar de rol van 29 november 2011 voor memorie van grieven aan de zijde van [X.].

Dit arrest is gewezen door mr. S.M.A.M. Venhuizen, rolraadsheer, en door hem in het openbaar uitgesproken op 1 november 2011.