Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2011:BU3303

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
01-11-2011
Datum publicatie
04-11-2011
Zaaknummer
HD 200.083.818 E
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Voortzetting van tussenarrest van 12 juli 2011, LJN BU3301

Naar het oordeel van het hof zijn de feiten en omstandigheden in onderhavige procedure van dien aard dat er in dit geval geen reden is voor compensatie van de proceskosten.

De non-coöperatieve opstelling van de vrouw en de verslechterende gezondheidstoestand van de man hebben er toe geleid dat de man genoodzaakt was om opnieuw een kortgeding te entameren, welk geding echter is ingehaald door zijn overlijden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2011/501

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.083.818/01

Arrest van de dertiende kamer van 1 november 2011

in de zaak van

[X.],

wonende te [woonplaats],

appellante,

advocaat: mr. W.H.F.L. Rademakers,

tegen:

wijlen [Y.],

gewoond hebbende te [woonplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. R. Paardekooper,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 12 juli 2011 in het hoger beroep van het door de rechtbank ‘s-Hertogenbosch onder nummer 226125 / KG ZA 11-88 gewezen vonnis van 17 februari 2011.

6. Het tussenarrest van 12 juli 2011

Bij genoemd arrest heeft het hof de zaak verwezen naar de rol van 26 juli 2011 voor akte uitlating zijdens appellante en is iedere verdere beslissing aangehouden.

7. Het verdere verloop van de procedure

7.1. Ieder van partijen heeft een akte genomen.

7.2. Vervolgens is uitspraak gevraagd.

8. De verdere beoordeling

8.1. [X.] is bij het tussenarrest in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten omtrent het overlijden van [Y.] en de gevolgen daarvan voor de onderhavige procedure. In dat verband heeft [X.] aangevoerd dat zij door het overlijden van [Y.] geen ander belang meer heeft bij de bestrijding van voormeld vonnis van 17 februari 2011, dan dat de daarin opgenomen proceskostenveroordeling wordt vernietigd, met compensatie van de proceskosten in eerste aanleg en in hoger beroep, aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

8.2. Het hof overweegt als volgt. Door het overlijden van [Y.] heeft [X.] thans alleen nog belang bij een beoordeling van de proceskostenveroordeling. Krachtens artikel 237 lid 1 Rv geldt ten aanzien van de kostenveroordeling in dagvaardingsprocedures in eerste aanleg dat de partij die bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld in beginsel in de kosten wordt veroordeeld. De kosten mogen echter geheel of gedeeltelijk worden gecompenseerd indien tussen partijen een familie-, huwelijkse of soortgelijke relatie bestaat. Het vorenstaande is ook van toepassing op gewezen echtgenoten voor zover het geding voortspruit uit de vroegere echtelijke verhouding. Daarnaast en onafhankelijk van de vorige grond kunnen de kosten worden gecompenseerd indien partijen over en weer op enkele punten in het ongelijk zijn gesteld. Ook kan de rechter de kosten die nodeloos werden aangewend of veroorzaakt, voor rekening laten van de partij die deze kosten aanwendde of veroorzaakte. Op grond van artikel 353 lid 1 Rv geldt artikel 237 Rv eveneens voor de procedure in hoger beroep.

8.3. Naar het oordeel van het hof zijn de feiten en omstandigheden in onderhavige procedure van dien aard dat er in dit geval geen reden is voor compensatie van de proceskosten. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat uit de stukken is gebleken dat [X.] tot twee keer toe niet heeft voldaan aan het door de voorzieningenrechter bij tussenvonnis van 17 januari 2011 en bij vonnis van 31 januari 2011 aan partijen gegeven bevel gevolg te geven aan de oproep van Horizon Rotterdamse Omgangsbegeleiding om in overleg te treden over de concrete uitwerking van de begeleide omgangsregeling, ondanks dat [X.] bij het vonnis van 31 januari 2011 zelfs is veroordeeld tot betaling van een dwangsom van € 500,- voor iedere keer dat [X.] weigert de door Horizon Rotterdamse Omgangsbegeleiding te bepalen begeleide omgang te laten plaatsvinden. In dit verband is met name van belang dat [Y.] terminaal ziek was en het niet alleen voor hem, maar vooral ook voor de kinderen, zulks met het oog op het verwerkingsproces, van groot belang was dat zij afscheid van elkaar konden nemen. Door de omgang te laten begeleiden door het omgangshuis werd tegemoet gekomen aan de bezwaren van [X.] tegen omgang van [Y.] met de kinderen. De non-coöperatieve opstelling van [X.] en de verslechterende gezondheidstoestand van [Y.] hebben er toe geleid dat [Y.] genoodzaakt was om opnieuw een kortgeding te entameren, welk geding echter is ingehaald door zijn overlijden. Gelet op deze omstandigheden is er geen reden de proceskosten te compenseren.

8.4. Het vorenstaande brengt mee dat het vonnis waarvan beroep, waarbij [X.] in de kosten van de procedure is veroordeeld, zal worden bekrachtigd. Op grond van het voorgaande ziet het hof voorts aanleiding om [X.] ook in hoger beroep te veroordelen in de proceskosten, zoals door wijlen[Y.] gevorderd.

9. De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt [X.] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van [Y.] tot op heden begroot op € 1625,- waarvan € 1341,- aan salaris van zijn advocaat en € 284,- aan verschotten.

Dit arrest is gewezen door mrs. W.Th.M. Raab, M.C. van Dijkhuizen en M. Breur en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 1 november 2011.