Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2011:BU3093

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
01-11-2011
Datum publicatie
02-11-2011
Zaaknummer
HV 200.085.542
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

art. 1:377B BW

Belast verleden informatiegerechtigde;

Informatie via derden;

Geen foto

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘S-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

Uitspraak: 1 november 2011

Zaaknummer: HV 200.085.542/01

Zaaknummer eerste aanleg: 216745/FA RK 10-4585

in de zaak in hoger beroep van:

[X.],

wonende te [woonplaats],

appellante,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. N.A.P. Heesterbeek,

tegen

[Y.],

thans verblijvende te [verblijfplaats],

verweerder,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. A.M. Jongerman.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 14 januari 2011.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 12 april 2011, heeft de moeder verzocht bij beschikking, voormelde beschikking te vernietigen en het verzoek tot een informatieverplichting af te wijzen, en de vader te veroordelen in de kosten die de moeder in verband met de behandeling van dit hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

2.2. Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 26 mei 2011, heeft de vader verzocht - voor zover mogelijk - uitvoerbaar bij voorraad: de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar hoger beroep, dan wel het beroep van de moeder tegen de bestreden beschikking ongegrond te verklaren en de moeder te veroordelen in de kosten van deze procedure.

2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 september 2011. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de moeder, bijgestaan door mr. N.A.P. Heesterbeek;

- mr. A.M. Jongerman namens de vader;

- de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de raad), vertegenwoordigd door mevrouw V.J.M. Boermans.

2.3.1. De vader is met bericht van afwezigheid niet ter zitting verschenen.

2.3.2. Het hof heeft de hierna te noemen minderjarige [B.] in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken.

Hij heeft hiervan gebruik gemaakt en is voorafgaand aan de mondelinge behandeling ter zitting buiten aanwezigheid van partijen en overige belanghebbenden gehoord. Ter zitting heeft de voorzitter de inhoud van dit verhoor zakelijk weergegeven, waarna alle aanwezigen de gelegenheid hebben gekregen daarop te reageren.

2.4. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 14 december 2010;

- de brief met bijlage d.d. 23 mei 2011 van de advocaat van de moeder;

- de brief met bijlagen d.d. 31 mei 2011 en het faxbericht van de advocaat van de vader d.d. 19 september 2011.

3. De beoordeling

3.1. Partijen zijn op 31 augustus 1990 met elkaar gehuwd.

Uit het huwelijk van partijen zijn geboren:

- [dochter] (hierna: [A.]), op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats];

- [zoon] (hierna: [B.]), op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats].

De kinderen hebben het hoofdverblijf bij de moeder.

3.2. Bij beschikking van 4 juni 2004 heeft de rechtbank ’s-Hertogenbosch tussen partijen de echtscheiding uitgesproken, welke beschikking op 21 september 2004 is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

Bij deze beschikking heeft de rechtbank voorts, voor zover thans van belang, bepaald dat het gezag over [B.] alleen aan de moeder toekomt.

3.3. Bij de bestreden - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking heeft de rechtbank bepaald dat de moeder eenmaal per kwartaal gehouden is om de vader - eventueel geanonimiseerd - schriftelijk op de hoogte te stellen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van de minderjarige [B.], zoals bijvoorbeeld zijn gezondheid, schoolgegevens en vrijetijdsbesteding. Hierbij dient tevens ten minste eenmaal per jaar een recente foto van de minderjarige gevoegd te worden, en het meer of anders verzochte afgewezen.

3.4. De moeder kan zich met deze beslissing niet verenigen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen.

3.5. De moeder voert, kort samengevat, het volgende aan.

De rechtbank overweegt ten onrechte en onvoldoende gemotiveerd dat niet is gebleken dat het belang van [B.] tevens vereist dat het verzoek van de vader tot het opleggen van een informatieplicht wordt afgewezen. De rechtbank heeft onvoldoende waarde toegekend aan de in de eerste aanleg overgelegde verklaring van [B.]. Uit deze verklaring valt niet alleen op te maken dat [B.] vooral bang is dat de vader een concreet contactverzoek zal doen, maar eveneens dat [B.] niet wil dat er informatie over hem of een foto van hem aan zijn vader wordt verstrekt. Het aan voornoemde verklaring voorbij gaan en het niet horen van [B.] is ook in strijd met de vereiste zorgvuldigheid. Indien de vader een foto van [B.] krijgt, weet de moeder ook niet wat de vader met die foto zal gaan doen. Het belang van [B.] - de bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer - verzet zich tegen het verschaffen van informatie aan de vader. De vader kan schoolinformatie over [B.] bij zijn school opvragen. Verder gaat de rechtbank er ten onrechte aan voorbij dat de verplichting tot informatieverstrekking zonder [B.] hierbij te betrekken, een onaanvaardbare druk op de vertrouwensband tussen de moeder en [B.] zal leggen. Een informatievoorziening heeft bovendien zijn weerslag op het hele gezin. Ter zitting heeft de moeder haar standpunt ten aanzien van de proceskosten gewijzigd in die zin dat zij heeft verklaard geen aanleiding te zien tot een proceskostenveroordeling.

3.6. De vader voert, kort samengevat, het volgende aan.

De rechtbank heeft terecht een informatievoorziening bepaald zoals beschreven in de bestreden beschikking. Immers, niet is gebleken dat het belang van [B.] vereist dat het verzoek van de vader tot het opleggen van een informatievoorziening dient te worden afgewezen. De vader sluit zich aan bij het standpunt van de raad. Wanneer op een duidelijke manier, eventueel met begeleiding, aan [B.] wordt uitgelegd wat de summiere informatievoorziening inhoudt, dan zijn er geen bezwaren tegen een dergelijke regeling. [B.] weet dan immers dat het slechts om beperkte informatie gaat en dat er absoluut geen sprake zal zijn van contact. De vader wil enkel algemene informatie zoals informatie over hoe het met [B.] gaat en welke vakken hij op school leuk vindt. Ook wil de vader een foto van [B.] om te zien hoe [B.] opgroeit. Nu de vader niet mede met het gezag over [B.] is belast, kan hij geen informatie over [B.] op school opvragen. Het is bovendien nog maar de vraag of er daadwerkelijk angst heerst bij [B.] over het verschaffen van informatie. De verklaring van [B.] komt immers over als ‘napraten’. Overigens is [B.] wel degelijk opgeroepen voor verhoor. Voorts betwist de vader dat de informatievoorziening een onaanvaardbare druk op de vertrouwensband tussen de moeder en [B.] of het gezinsleven zal leggen. [B.] wordt immers niet direct bij de informatieverplichting betrokken. De daadwerkelijke uitvoering zal bij de moeder liggen. De moeder heeft deze plicht ook op grond van de wet. Ter zitting is zijdens de vader aangevoerd dat de proceskosten kunnen worden gecompenseerd.

3.7. De raad heeft ter zitting verklaard het tegenstrijdig te vinden dat enerzijds de moeder geen informatie wenst te verstrekken aan de vader over [B.], maar dat anderzijds de vader wel toestemming van de moeder heeft om informatie over [B.] op school op te vragen. De raad heeft niet de indruk dat de vader weet op welke school [B.] zit. De raad heeft ook het gevoel dat de moeder vindt dat de vader zijn kansen heeft verspeeld. De raad is echter van mening dat een informatieregeling niet indruist tegen de belangen van [B.]. Zowel de vader als [B.] zijn nieuwsgierig naar elkaar. Het punt met betrekking tot de foto van [B.] lijkt oplosbaar. De foto van [B.] kan in TBS-kliniek de Rooyse Wissel (hierna: de Rooyse Wissel) - waar de vader verblijft -, in het dossier van de vader worden bewaard.

3.8. Het hof komt tot de volgende beoordeling.

3.8.1. Ingevolge artikel 1:377b lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is de ouder die met het gezag is belast gehouden de niet met het gezag belaste ouder op de hoogte te stellen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind en deze te raadplegen - zo nodig door tussenkomst van derden - over daaromtrent te nemen beslissingen. Op verzoek van een ouder kan de rechter ter zake een regeling vaststellen.

Ingevolge het tweede lid van dit artikel kan de rechter indien het belang van het kind zulks vereist, zowel op verzoek van de met het gezag belaste ouder als ambtshalve bepalen dat het eerste lid van dit artikel buiten toepassing blijft.

3.8.2. Naar het oordeel van het hof blijkt uit hetgeen de moeder heeft aangevoerd c.q. in het geding heeft gebracht niet dat het belang van [B.] zich verzet tegen vaststelling van een informatieregeling waarbij de moeder de vader dient te informeren omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van [B.]. De moeder heeft weliswaar naar voren gebracht dat - zoals uit de in eerste aanleg overgelegde verklaring van [B.] onder meer blijkt - [B.] bang is dat de vader een concreet contactverzoek zal doen en dat [B.] niet wil dat er informatie over hem aan de vader wordt verstrekt, maar het hof is eveneens gebleken dat de vader meerdere malen heeft benadrukt geen contact te zullen zoeken met [B.]. De vader wil enkel eenmaal per kwartaal wat algemene informatie over [B.] ontvangen en jaarlijks een recente foto van hem. Het is de vader bovendien verboden om, in verband met de gepleegde pedoseksuele delicten, in [plaatsnaam 1.], [plaatsnaam 2.] of [plaatsnaam 3.] te komen. Het hof is dan ook van oordeel dat de angst van [B.] dat de vader contact met hem zal opnemen, niet is gebaseerd op een waarschijnlijk te realiseren risico. Het is bovendien nog maar de vraag of er daadwerkelijk angst heerst bij [B.] over het verschaffen van informatie over hem. Tijdens het minderjarigenverhoor voorafgaand aan de zitting heeft [B.] immers verklaard dat hij het geen probleem had gevonden indien hij voor de zitting zijn vader zou zijn tegengekomen. [B.] wil zijn vader zelfs eigenlijk wel zien, mits zijn vader hem maar niet ziet.

De moeder heeft verder nog aangevoerd dat de rechtbank er ten onrechte aan voorbij gaat dat de verplichting tot informatieverstrekking zonder [B.] hierbij te betrekken, een onaanvaardbare druk op de vertrouwensband tussen de moeder en [B.] zal leggen. Naar het hof verwacht kunnen deze zorgen voldoende worden weggenomen door [B.] eventueel met hulp van begeleiding duidelijk uit te leggen wat de informatieregeling inhoudt. [B.] hoeft vervolgens bij de uitvoering van de informatieregeling niet direct betrokken te worden. Het opleggen van een informatieverplichting heeft ook niet zijn weerslag op het hele gezin, nu de daadwerkelijke uitvoering bij de moeder zal liggen.

Het hof is op grond van vorenstaande van oordeel dat het belang van [B.] niet vereist dat het verzoek van de vader tot vaststelling van een informatieregeling dient te worden afgewezen.

3.8.3. Het hof acht het in afwijking van de rechtbank echter redelijk - mede gezien de belaste voorgeschiedenis - om een informatieregeling vast te stellen waarbij de moeder slechts eenmaal per half jaar gehouden is om de vader - eventueel geanonimiseerd - schriftelijk op de hoogte te stellen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van de minderjarige [B.]. Deze informatie mag bovendien van algemene aard zijn. De moeder kan deze informatie door tussenkomst van een maatschappelijk werker c.q. begeleider van de vader in de Rooyse Wissel aan de vader verstrekken, zodat rechtstreeks contact vermeden kan worden. Het hof merkt hierbij nog op dat de moeder weliswaar heeft aangegeven dat de vader schoolinformatie over [B.] zelf rechtstreeks bij de school van [B.] kan opvragen, maar naar het oordeel van het hof is de school hiertoe niet bevoegd nu de vader niet mede met het gezag over [B.] is belast. Het lijkt er bovendien op dat de vader niet eens bekend is met naar welke school [B.] gaat.

3.8.4. Het hof zal overigens het verzoek van de vader voor zover dat betreft het aan hem eenmaal per jaar verstrekken van een recente foto van [B.], afwijzen, nu het hof tijdens het minderjarigenverhoor van [B.] is gebleken dat [B.] hiertegen grote weerstand heeft. [B.] is namelijk lid van enkele verenigingen en hij heeft verklaard dat hij niet wil dat zijn vader hem aan de hand van een foto bij deze verenigingen kan gaan opzoeken. Het belang van [B.] bij het niet verstrekken van een foto aan zijn vader dient naar het oordeel van het hof zwaarder te wegen dan het belang van de vader om aan de hand van foto’s te zien hoe [B.] opgroeit.

3.8.5. Op grond van het vorenstaande zal het hof de bestreden beschikking vernietigen en beslissen zoals hierna in het dictum is weergegeven.

3.9. Het hof zal de proceskosten in hoger beroep compenseren, nu partijen gewezen echtgenoten zijn.

4. De beslissing

Het hof:

vernietigt de tussen partijen gegeven beschikking van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 14 januari 2011;

en opnieuw rechtdoende:

bepaalt dat de moeder eenmaal per half jaar gehouden is om de vader - eventueel geanonimiseerd - schriftelijk op de hoogte te stellen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van de minderjarige [B.], zoals bijvoorbeeld zijn gezondheid, schoolgegevens en vrijetijdsbesteding;

wijst af het meer of anders verzochte;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten in hoger beroep, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mrs. P.C.G. Brants, M.C. van Dijkhuizen en A.J.F. Manders in het openbaar uitgesproken op 1 november 2011.