Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2011:BU2038

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
20-10-2011
Datum publicatie
27-10-2011
Zaaknummer
HV 200.051.525 E
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Voortzetting van tussenuitspraken van 13 juli 2010, LJN BU2035, respectievelijk 31 mei 2011, LJN BU2036.

Vast staat dat de man bij zijn echtscheidingsverzoek geen ouderschapsplan heeft overgelegd.

Nu de man in hoger beroep zijn verzuim heeft hersteld door alsnog een eenzijdig ouderschapsplan over te leggen en een gemeenschappelijk ouderschapsplan niet mogelijk is gebleken, is voldaan aan de bepaling zoals deze is opgenomen in het zesde lid van artikel 815 Rv, zodat er thans geen redenen meer zijn om de man alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek tot echtscheiding.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering 815
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

Uitspraak: 20 oktober 2011

Zaaknummer: HV 200.051.525/01

Zaaknummer eerste aanleg: 204424 FA RK 09-2249

in de zaak in hoger beroep van:

[X.],

wonende te [woonplaats],

appellante,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. O.R.M. Veldhuijzen-Wennekers,

tegen

[Y.],

wonende te [woonplaats],

verweerder,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. E.C.M. van Waes.

9. De beschikking d.d. 31 mei 2011

Bij die beschikking heeft het hof:

- de man verzocht schriftelijk zijn ouderschapsplan aan te vullen, zoals overwogen in rechtsoverweging 7.3.2;

- de vrouw in de gelegenheid gesteld daarop schriftelijk te reageren;

- [Z.] in de gelegenheid gesteld haar mening te geven, zoals overwogen in rechtsoverweging 7.3.3;

- iedere verdere beslissing aangehouden.

10. Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

10.1. Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van:

- de brieven met bijlagen van de advocaat van de man d.d. 10 juni 2011, 1 juli 2011 en 26 augustus 2011;

- de brieven met bijlagen van de vrouw d.d. 27 juni 2011 en 26 augustus 2011;

- de brief van [Z.], ingekomen d.d. 4 augustus 2011.

11. De verdere beoordeling

11.1. Bij voormelde brief van 10 juni 2011 heeft de man eenzijdig zijn ouderschapsplan aangevuld, zodat het ouderschapsplan thans als compleet kan worden aangemerkt. Bij voormelde brief van 27 juni 2011 heeft de vrouw aangegeven zich niet te kunnen verenigen met de volledige inhoud van het ouderschapsplan. Op verzoek van het hof heeft ook [Z.] schriftelijk haar mening kenbaar gemaakt over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, de wijze waarop informatie door de ouders over haar wordt verschaft en de wijze waarop de ouders elkaar raadplegen met betrekking tot gewichtige aangelegenheden ten aanzien van haar persoon en haar vermogen. Partijen hebben beiden bij brief van 26 augustus 2011 gereageerd op de verklaring van [Z.].

11.2. Het hof overweegt het volgende.

11.2.1. Op grond van artikel 815 lid 2 sub a Rv dient een verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan te bevatten ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen. In dat kader dienen partijen in ieder geval afspraken te maken omtrent – kort gezegd – de wijze van verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, de wijze waarop partijen elkaar informatie verschaffen en raadplegen met betrekking tot de kinderen en over de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen. Indien het ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd, kan op grond van het zesde lid van genoemd artikel worden volstaan met overlegging van andere stukken of kan op andere wijze daarin worden voorzien, een en ander ter beoordeling van de rechter.

11.2.2. Vast staat dat de man bij zijn echtscheidingsverzoek geen ouderschapsplan heeft overgelegd. Volgens de vrouw heeft de man daarmee niet voldaan aan het bepaalde in artikel 815 Rv lid 2, 3 en 6, zodat het verzoek tot echtscheiding niet had mogen worden toegewezen.

Wat daar ook van zij, het hof is van oordeel dat nu de man in hoger beroep zijn verzuim heeft hersteld door alsnog een eenzijdig ouderschapsplan over te leggen en een gemeenschappelijk ouderschapsplan niet mogelijk is gebleken, voldaan is aan de bepaling zoals deze is opgenomen in het zesde lid van artikel 815 Rv, zodat er thans geen redenen meer zijn om de man alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek tot echtscheiding.

11.2.3. Nu de grieven worden verworpen en niet is weersproken dat het huwelijk van partijen duurzaam is ontwricht, is het hof van oordeel dat het inleidend verzoek van de man om de echtscheiding tussen partijen uit te spreken terecht door de rechtbank is toegewezen.

11.3. Op grond van het vorenstaande zal het hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigen.

12. De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de tussen partijen gegeven beschikking van de rechtbank Breda van 22 september 2009.

Deze beschikking is gegeven door mrs. O.G.H. Milar, C.D.M. Lamers en P.C.G. Brants en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2011.