Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2011:BT7306

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
06-10-2011
Datum publicatie
12-10-2011
Zaaknummer
HV 200.090.719
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 29b Wet op de jeugdzorg (Wjz).

Uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg.

ODD problematiek (oppositioneel-opstandige gedragsstoornis).

De minderjarige heeft ter zitting in hoger beroep verklaard dat hij binnen een accommodatie voor gesloten jeugdzorg niet wil laten zien dat hij - zoals hij stelt - een ander iemand is geworden. De minderjarige zegt alleen met zijn vader en moeder te maken te hebben.

Indien de minderjarige niet bereid is zich buiten het ouderlijk huis te conformeren aan de regels in de samenleving (zoals school, vrienden), zal hij niet in staat zijn in deze samenleving te functioneren.

Gezien het vorenstaande acht het hof termen aanwezig voor de opname en het verblijf van de minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg voor de duur als door de rechtbank bepaald.

Wetsverwijzingen
Wet op de jeugdzorg 29b
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

Uitspraak: 6 oktober 2011

Zaaknummer: HV 200.090.719/01

Zaaknummer eerste aanleg: 232875 JE RK 11-484

in de zaak in hoger beroep van:

[X.],

wonende te [woonplaats],

verblijvende in de accommodatie voor gesloten jeugdzorg Icarus te Cadier en Keer, gemeente Eijsden-Margraten,

appellant,

hierna te noemen: [X.],

advocaat: mr. G.J.P.M. Mooren,

tegen

Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant,gevestigd te Eindhoven, tevens kantoorhoudende te Tilburg,

verweerster,

hierna te noemen: de stichting.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Breda van 18 april 2011.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift met productie, ingekomen ter griffie op 15 juli 2011, heeft [X.] verzocht voormelde beschikking te vernietigen voor zover daarbij aan de stichting een machtiging is verleend om [X.] te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg tot het einde van zijn ondertoezichtstelling, doch uiterlijk tot 21 april 2012,

en, opnieuw rechtdoende, het verzoek van de stichting tot het verlenen van een dergelijke machtiging af te wijzen, althans voor een beperkte(re) dan de huidige duur toe te wijzen, althans een beslissing te nemen in goede justitie.

2.2. Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 11 augustus 2011, heeft de stichting verzocht het hoger beroep van [X.] af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.

2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 september 2011. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- [X.], bijgestaan door mr. Mooren;

- de heer [Y.], de vader van [X.];

- de stichting, vertegenwoordigd door mevrouw N. Knip.

2.3.1. De Raad voor de Kinderbescherming is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

Mevrouw [Z.], de moeder van [X.], is, hoewel behoorlijk opgeroepen, eveneens niet ter zitting verschenen.

2.4. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- de stukken van de stichting (dossier eerste aanleg), ingekomen ter griffie op 20 juli 2011;

- de brief met bijlage van de stichting d.d. 16 augustus 2011.

3. De beoordeling

3.1. Op [geboortedatum] 1994 is te [geboorteplaats] uit het huwelijk van de moeder en de vader, [X.] geboren.

3.2. [X.] staat sinds 21 april 2010 onder toezicht van de stichting en is op grond van een daartoe strekkende machtiging sinds 12 november 2010 uithuisgeplaatst.

Bij beschikking van 25 maart 2011 heeft de rechtbank machtiging verleend om [X.] te doen opnemen en verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg met ingang van 25 maart 2011 tot uiterlijk 21 april 2011.

3.3. Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank de ondertoezichtstelling met ingang van 21 april 2011 voor de duur van een jaar verlengd tot 21 april 2012 en machtiging verleend aan de stichting om [X.] te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg met ingang van 18 april 2011 tot het einde van zijn ondertoezichtstelling, doch uiterlijk tot 21 april 2012.

3.4. [X.] kan zich met deze beslissing, voor zover het betreft de verleende machtiging, niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.

3.5. [X.] voert in het beroepschrift, zoals aangevuld ter zitting, - kort samengevat - aan dat hij binnen Icarus niet naar school kan gaan, terwijl hij in (de omgeving van) zijn woonplaats onderwijs kan volgen dat aansluit bij zijn niveau. Het is voor zijn toekomst van groot belang dat hij zijn schooldiploma behaalt. De rechtbank heeft de machtiging gesloten jeugdzorg voor [X.] hoofdzakelijk voor twaalf maanden verleend omdat er geen advies van een gedragsdeskundige voorhanden was. Inmiddels heeft een gedragsdeskundige [X.] geobserveerd en een advies uitgebracht. De machtiging gesloten jeugdzorg dient alleen al in duur te worden beperkt omdat de rechtbank (ten onrechte) op het door de gedragsdeskundige uit te brengen advies heeft geanticipeerd door te oordelen dat binnen een periode van zes maanden geen passende behandeling aan [X.] kan worden geboden. Het laatste redmiddel van plaatsing in een gesloten jeugdzorginstelling, is in de situatie van [X.] niet nodig. [X.] wil thuis worden behandeld, zo nodig onder professionele begeleiding. Zijn aandeel in het incident bij Paljas Plus dat tot zijn overplaatsing naar Icarus heeft geleid, wordt overdreven.

3.6. De stichting voert in het verweerschrift, zoals aangevuld ter zitting, - kort samengevat - aan dat het niet de bedoeling van de stichting is om [X.] zo lang mogelijk in een instelling voor gesloten jeugdzorg te doen verblijven. Het verzoek in eerste aanleg heeft de stichting gedaan met het oogmerk [X.], in zijn belang, aan te zetten tot behandeling en begeleiding. Tevens heeft de stichting de intentie openheid te krijgen over [X.]’ functioneren, het gedrag van [X.] bij te schaven en hem gewenst gedrag te leren, teneinde hem de beste kansen en mogelijkheden in de maatschappij te bieden. De stichting acht het van belang de korte tijd die rest tot [X.]’ meerderjarigheid, goed te gebruiken. [X.] dient in zijn belang in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg te verblijven, omdat de kans anders groot is dat hij in oude conflictsituaties en oude patronen vervalt. Op de afdeling Zikos van Alexandra in Almelo heeft [X.] zich in positieve zin ontwikkeld. Het is jammer dat hij zich bij Paljas Plus niet verder in die richting heeft ontwikkeld of in ieder geval zo positief is blijven functioneren als hij deed bij Alexandra. In de tijd dat hij bij Paljas Plus verbleef, is hij bij een aantal opeenvolgende incidenten betrokken geweest. Ongeacht de setting komt er telkens een moment dat [X.] geen gezag meer accepteert. Dat [X.] zich op sommige momenten agressief gedraagt, komt niet louter door zijn suikerziekte of verwaarlozing door [X.] van zijn ziekte. Nu [X.] weigert zich te laten diagnosticeren, is onbekend waardoor dit dan wèl wordt veroorzaakt.

3.7. De vader van [X.] heeft ter zitting - kort samengevat - naar voren gebracht dat het hem zorgen baart dat [X.] niet naar school gaat. Als [X.] weer thuis komt wonen, kan de vader ervoor zorgen dat [X.] weer naar school kan gaan.

3.8. Het hof overweegt het volgende.

3.8.1. Vaststaat dat de verlenging van de ondertoezichtstelling niet in geschil is.

3.8.2. Gelet op artikel 29b Wjz staat ter beoordeling de vraag of er bij [X.] sprake is van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die zijn ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren en die maken dat de opneming en het verblijf in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg noodzakelijk zijn om te voorkomen dat [X.] zich aan de zorg die hij nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken.

3.8.3. Het hof overweegt dat, gelet op hetgeen in de stukken en ter zitting naar voren is gebracht, aan de wettelijke criteria voor uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg is voldaan.

3.8.4. [X.] is op grond van een daartoe strekkende (crisis)machtiging op 1 maart 2011 in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg opgenomen en sindsdien driemaal overgeplaatst, telkens naar een andere accommodatie voor gesloten jeugdzorg, de laatste twee keer vanwege ernstige incidenten en gedragsproblematiek bij [X.].

3.8.5. Bij [X.] is sprake van ODD problematiek (oppositioneel-opstandige gedragsstoornis). [X.] wilde van zijn ouders geen gezag accepteren, evenmin als van de leid(st)ers van de leef-/behandelgroepen waar hij verbleef nadat hij uithuis was geplaatst, noch van zijn leraren op school. [X.] gedroeg zich zelfbepalend en respectloos naar volwassenen en toonde zich fysiek en verbaal zeer agressief. Hij weigerde enige behandeling te ondergaan en verzette zich tegen elke vorm van hulpverlening. Daarnaast ging [X.] op onverantwoorde wijze met zijn suikerziekte om, waarmee hij niet alleen zijn gezondheid, maar zelfs tot tweemaal toe zijn leven ernstig in gevaar bracht. Ook wendde hij zijn suikerziekte aan om dingen voor elkaar te krijgen. [X.] kwam met regelmaat op negatieve wijze in contact met de politie. [X.] moet zich tegenover de strafrechter nog verantwoorden terzake poging tot woning-inbraak en bedreigingen, zo heeft hij ter zitting van het hof desgevraagd verklaard.

3.8.6. Tijdens het verblijf van [X.] op de afdeling Zikos van Alexandra in Almelo leek [X.] gedragsmatig sterk vooruit te zijn gegaan. [X.] is daarom op 28 juli 2011 naar Paljas Plus, een instelling met een minder gesloten karakter dan Alexandra, overgeplaatst. Binnen Paljas Plus heeft [X.] een forse terugval in zijn gedrag laten zien, met als gevolg dat hij - na een tussentijds verblijf (ter correctie van zijn gedrag) van één week bij Otto Gerhard Heldring Stichting in Zetten, waar het beeld hetzelfde was als bij Paljas Plus -, op 9 september 2011 is opgenomen binnen Icarus, de gesloten setting waar hij momenteel verblijft.

3.8.7. Naar het oordeel van het hof staat buiten kijf dat het voor de toekomst van [X.] van groot belang is dat hij naar school gaat en een schooldiploma behaalt. De stichting heeft ter zitting van het hof verklaard dat het zeer zeker de bedoeling is dat [X.] aan de interne school van Icarus onderwijs gaat volgen. [X.] gaat nu niet naar school, omdat hij pas één week binnen Icarus verblijft.

3.8.8. Minstens zo belangrijk als het volgen en afronden van een schoolopleiding acht het hof dat [X.] bij terugkeer in de maatschappij, als volwaardig lid daarvan zal kunnen functioneren.

3.8.9. [X.] heeft ter zitting van het hof gesteld dat hij als persoon veranderd is. Hij is gaan inzien dat hij in het verleden dingen verkeerd heeft gedaan, althans anders had moeten doen. Ook is [X.] gaan beseffen hoe belangrijk zijn gezondheid is. Hij neemt nu trouw de medicijnen voor zijn suikerziekte, zo heeft hij ter zitting in hoger beroep verklaard.

3.8.10. [X.] heeft ter zitting in hoger beroep echter tevens verklaard dat hij binnen Icarus of welke andere accommodatie voor gesloten jeugdzorg dan ook, niet wil laten zien dat hij - zoals hij stelt - een ander iemand is geworden. Hij heeft, zo zegt hij, alleen met zijn vader en moeder te maken.

[X.] geeft daarmee aan dat hij alleen het gezag van zijn ouders wil aanvaarden, maar dat hij niet bereid is zich aan de regels van de maatschappij (zoals school, vrienden) te conformeren. [X.] geeft er met zijn visie - alleen aan zijn ouders verantwoording schuldig te zijn - tevens blijk van geen inzicht te hebben in (de ernst en implicaties van) zijn problematiek, noch in (de ernst en implicaties van) hetgeen is voorgevallen in het verleden en tot zijn opname en (voortgezet) verblijf in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg heeft geleid. Indien [X.] niet bereid is zich buiten het ouderlijk huis te conformeren aan de regels in de samenleving, zal hij niet in staat zijn in deze samenleving te functioneren. Daaraan doet het behalen van een schooldiploma niet af.

3.8.11. Gezien het vorenstaande acht het hof termen aanwezig voor de opname en het verblijf van [X.] in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg voor de duur als door de rechtbank bepaald.

3.9. De bestreden beschikking dient derhalve te worden bekrachtigd, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, behalve ten aanzien van de ingangsdatum nu deze parallel dient te lopen met de datum waarop de verlenging van de ondertoezichtstelling ingaat, zijnde 21 april 2011. Tot die datum was het verblijf van [X.] in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg gebaseerd op de bij beschikking van 25 maart 2011 verleende machtiging.

4. De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Breda van 18 april 2011, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, met dien verstande dat de machtiging tot plaatsing van [X.], geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats], in een instelling van gesloten jeugdzorg wordt verleend met ingang van 21 april 2011.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M.C. van Dijkhuizen, R.R. Everaars-Katerberg en W.Th.M. Raab en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2011.