Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2011:BT2864

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-09-2011
Datum publicatie
28-09-2011
Zaaknummer
HD 200.068.374
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beroep op misbruik van omstandigheden bij de totstandkoming van huurovereenkomst afgewezen. Stelplicht en bewijslast bij een vordering van verhuurder op huurder wegens energieverbruik.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 000.068.374

arrest van de zevende kamer van 27 september 2011

in de zaak van

NEBO HIGH-TECH PLASTIC PRODUCTS B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante in principaal appel,

geïntimeerde in incidenteel appel,

hierna te noemen: Nebo,

advocaat: mr. I.K. Kolev,

tegen:

1. EDAS V.O.F.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [X.], vennoot van Edas v.o.f.,

wonende te [woonplaats]

3. [Y.], vennoot van Edas v.o.f.,

wonende te [woonplaats],

geïntimeerden in principaal appel,

appellanten in incidenteel appel,

hierna gezamenlijk te noemen: Edas (enkelvoud),

advocaat: mr. J.W.M. Steenbakkers,

op het bij exploot van dagvaarding van 3 juni 2010 ingeleide hoger beroep van de door de rechtbank ‘s-Hertogenbosch, sector kanton, locatie Eindhoven gewezen vonnissen van 28 mei 2009 en 4 maart 2010 tussen Nebo als eiseres in conventie, verweerster in reconventie en Edas als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 588580 rolnr. 08-9645)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.

2. Het geding in hoger beroep

Bij memorie van grieven heeft Nebo vier grieven aangevoerd en voor haar conclusie verwezen naar de appeldagvaarding. Daarin heeft zij geconcludeerd tot vernietiging van de vonnissen waarvan beroep en tot het alsnog toewijzen van haar vorderingen in eerste aanleg en tot afwijzing van de vorderingen van Edas in eerste aanleg en tot veroordeling van Edas om al hetgeen Nebo ter uitvoering van het eindvonnis van de kantonrechter aan Edas heeft voldaan, aan Nebo terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling tot de dag van terugbetaling.

Bij memorie van antwoord heeft Edas de grieven bestreden. Voorts heeft zij incidenteel appel ingesteld, daarin drie onvoorwaardelijke grieven en één voorwaardelijke grief aangevoerd en geconcludeerd zoals in het petitum van haar memorie van antwoord, tevens van grieven in incidenteel appel is weergegeven.

Nebo heeft in incidenteel appel geantwoord.

Beide partijen hebben vervolgens een akte genomen.

Nebo heeft daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd. In het overgelegde procesdossier ontbrak de memorie van grieven. Het hof heeft van dit stuk kennis genomen via het griffiedossier. Verder ontbraken in het overgelegde procesdossier de griffieraantekeningen van de comparitie bij de kantonrechter en zijn meerdere producties, waaronder de huurovereenkomst tussen partijen, incompleet overgelegd.

3. De gronden van het hoger beroep

Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de beide memories.

4. De beoordeling

in principaal en incidenteel appel

4.1. Het gaat in deze zaak om het volgende.

Nebo drijft in het bedrijfspand aan de [perceel] te [vestigingsplaats] een onderneming in het vervaardigen van plastic producten.

Vanaf 1990 heeft Nebo aan Edas een gedeelte van haar bedrijfspand alsmede een zogenaamde zwartmachine ter beschikking gesteld. In de haar ter beschikking gestelde ruimte hield Edas zich bezig met onder meer het chemisch zwarten van producten. Zij verrichte die werkzaamheden mede in opdracht van Nebo. Nebo ontving hiervoor facturen.

Op 30 oktober 2007 hebben partijen een overeenkomst ondertekend met onder meer de volgende inhoud (blijkens de op dit punt niet weersproken inhoud van het tussenvonnis van de kantonrechter d.d. 28 mei 2009):

1. Nebo stelt Edas ter beschikking de in de considerans genoemde installatie/machine en een gedeelte van de bedrijfsruimte van Nebo alwaar de betreffende machine/installatie is geplaatst groot omstreeks 45 m2.

2. De machine/installatie zal voor 28 uren per werkweek ter beschikking van Edas worden gesteld. De tijden van ter beschikking stelling zullen tussen partijen in onderling overleg worden bepaald waarbij als uitgangspunt dient dat gebruik door Nebo te allen tijde voorrang heeft boven gebruik door Edas. Edas voegt zich naar de bedrijfsomstandigheden van Nebo terzake.

3. Edas zal aan Nebo voor het gebruik als voornoemd een vergoeding zijn verschuldigd van € 1.000,- per maand, exclusief BTW.

4. Ingangsdatum van deze overeenkomst is 1 oktober 2007. De overeenkomst wordt gesloten voor de duur van 1 jaar en loopt derhalve tot 30 september 2008. (…) Opzegging van de overeenkomst kan uitsluitend geschieden tegen het einde van de looptijd van de overeenkomst. Opzegging dient tenminste drie maanden voor het einde van de looptijd van de overeenkomst te geschieden bij aangetekende brief of deurwaardersexploot.

5. (…)

6. (…)

7. (…)

8. Edas verplicht zich een bedrag van € 14.400,- te betalen voor de huur van de machine en fabrieksruimte over de periode 2006 tot en met september 2007.

Edas heeft de voormelde overeenkomst met Nebo op 30 april 2008 opgezegd. Zij heeft op die datum het bedrijfspand ontruimd.

Nebo vorderde in eerste aanleg van Edas een bedrag van in totaal € 11.708,88 exclusief btw wegens door Edas verschuldigde huur over het tweede kwartaal van 2008 ad € 3.000,- en wegens door Edas verschuldigde kosten energieverbruik ad € 8.708,88. Daarnaast vorderde zij buitengerechtelijke kosten.

Edas heeft in eerste aanleg in reconventie de betaling gevorderd van een bedrag van € 24.276,- wegens onverschuldigd betaalde huur, een bedrag van € 6.926,11 wegens nabetaling voor verrichte werkzaamheden en een bedrag van € 4.642,79 wegens twee onbetaald gebleven facturen.

De kantonrechter heeft in het tussenvonnis van 28 mei 2009 aan Nebo een bewijsopdracht gegeven. In het eindvonnis van 4 maart 2010 heeft de kantonrechter de vorderingen van Nebo in conventie toegewezen tot een bedrag van € 8.708,88 exclusief btw met rente. In reconventie heeft de kantonrechter de vorderingen van Edas toegewezen tot een bedrag van € 26.224,63 met rente. Voor het overige heeft de kantonrechter de vorderingen over en weer afgewezen.

Beide partijen hebben grieven aangevoerd tegen het eindvonnis van de kantonrechter. De grieven van Nebo hebben mede betrekking op het tussenvonnis.

4.2. In hoger beroep zijn de volgende kwesties aan de orde gesteld:

a) is Edas huur verschuldigd over de periode van januari 2006 t/m maart 2008 en over het

tweede kwartaal van 2008? (grieven 1, 2 en 3 van Nebo);

b) is Edas een bedrag van € 8.708,88 exclusief btw verschuldigd wegens energieverbruik?

(incidentele grief 1 van Edas);

c) is Nebo gehouden tot betaling van de facturen van Edas met nrs. [factuurnummer A.] en [factuurnummer B.], groot respectievelijk € 1.948,63 en € 2.694,16 inclusief btw? (grief 4 van Nebo en incidentele grief 3 van Edas);

d) heeft Edas recht op een aanvullende betaling op de aan Nebo in het verleden toegezonden

facturen? (voorwaardelijke incidentele grief 4 van Edas);

e) de proceskosten (incidentele grief 2 van Edas).

Het hof zal deze geschilpunten hierna achtereenvolgens beoordelen.

4.3. Ad a) is Edas huur verschuldigd over de periode van januari 2006 t/m maart 2008 en

over het tweede kwartaal van 2008? (grieven 1, 2 en 3 van Nebo)

4.3.1. Nebo vordert de veroordeling van Edas tot betaling van huur over het tweede kwartaal 2008 ten bedrage van € 3.000,- plus btw. Zij baseert zich hierbij op de hiervoor vermelde overeenkomst van 30 oktober 2007.

Edas betwist niet dat de huur over het tweede kwartaal 2008 onbetaald is gebleven, maar zij stelt zich op het standpunt dat de overeenkomst vernietigbaar is omdat deze tot stand is gekomen door misbruik van omstandigheden. Om die reden heeft zij tevens terugbetaling gevorderd van de in haar ogen onverschuldigd betaalde huur over de periode 2006 t/m maart 2008.

De kantonrechter heeft in het tussenvonnis van 28 mei 2009 het vermoeden gerechtvaardigd geacht dat er sprake is geweest van misbruik van omstandigheden bij de totstandkoming van de overeenkomst. De kantonrechter heeft Nebo toegelaten tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit het tegendeel blijkt. In het eindvonnis van 4 maart 2010 heeft de kantonrechter Nebo niet geslaagd geacht in haar bewijsopdracht. De kantonrechter heeft geoordeeld dat Edas niet is gebonden aan de overeenkomst van 30 oktober 2007 en heeft om die reden de vordering van Nebo tot huurbetaling afgewezen en de vordering van Edas tot terugbetaling van reeds betaalde huur over de periode 2006 t/m maart 2008 toegewezen.

Nebo komt met haar grieven 1, 2 en 3 op tegen dit oordeel.

4.3.2. Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Als uitgangspunt heeft te gelden dat Edas gebonden is aan de op 30 oktober 2007 met Nebo gesloten overeenkomst. Ter afwering van de op deze overeenkomst gebaseerde vordering beroept Edas zich op misbruik van omstandigheden. Stelplicht en bewijslast met betrekking tot dit verweer liggen, ingevolge artikel 150 Rv, bij Edas.

Edas heeft aan haar verweer de volgende feiten en omstandigheden ten grondslag gelegd:

- door de vertegenwoordigers van Nebo is aan de heer [X.], de vennoot van Edas, op 30 oktober 2010 te verstaan gegeven dat hij de overeenkomst diezelfde dag diende te ondertekenen of, indien hij daartoe niet bereid was, onmiddellijk diende te vertrekken uit het bedrijfspand;

- de heer [X.] was voor het levensonderhoud van zijn gezin afhankelijk van voortzetting van de activiteiten van Edas in het bedrijfspand van Nebo, aangezien op korte termijn geen vervangende ruimte en machines beschikbaar zouden zijn;

- de overeenkomst was onredelijk bezwarend: de overeengekomen huurprijs was aanmerkelijk hoger dan die van vergelijkbare bedrijfsruimte. Dit geldt temeer aangezien Edas ten behoeve van Nebo werkzaamheden verrichtte tegen gereduceerd tarief;

- voormelde omstandigheden waren bij Nebo bekend.

Nebo heeft de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden gemotiveerd betwist.

Zij heeft weersproken dat de heer [X.] onder druk is gezet om de overeenkomst te tekenen. Zij stelt dat de heer [X.] de overeenkomst pas heeft ondertekend nadat hij deze mee naar huis heeft genomen en zich aldus op de inhoud heeft kunnen beraden. Zij wijst er op dat de heer [X.] dit laatste heeft erkend bij gelegenheid van de comparitie van partijen bij de kantonrechter (rechtsoverweging 2 van het eindvonnis van 4 maart 2010). Volgens Nebo was een schriftelijke overeenkomst noodzakelijk om een einde te maken aan de onduidelijkheid over de betalingsverplichtingen van Edas voor het gebruik van de bedrijfsruimte en de zwartmachine, welke onduidelijkheid tot gevolg had dat Edas in het verleden niet of nauwelijks betaalde voor dat gebruik.

Nebo heeft ook gemotiveerd betwist dat de overeenkomst van 30 oktober 2007 onredelijk bezwarend was voor Edas. Zij wijst erop dat de overeenkomst niet alleen betrekking had op de huur van bedrijfsruimte maar ook op het gebruik van de zwartmachine. Bovendien betrof het gebruik van de bedrijfsruimte niet alleen een gedeelte van de werkplaats (45 m2) maar ook het gebruik van kantoorruimte, toilet, wasruimte, kantine, opslagruimte in de hal, een gedeelte van het opslagterrein en het gebruik van telefoon, fax, kopieermachine en heftruck. Edas heeft deze stellingen van Nebo niet weersproken, met dien verstande dat zij stelt dat zij een eigen telefoon- en faxnummer had en dat zij slechts in beperkte mate gebruik maakte van de heftruck.

Naar het oordeel van het hof kan, gelet op het hiervoor overwogene, niet geconcludeerd worden dat de overeenkomst van 30 oktober 2007 is tot stand gekomen door misbruik van omstandigheden door Nebo.

Aan de inhoud van de getuigenverklaringen die zijn afgelegd ten overstaan van de kantonrechter, kan evenmin toereikend bewijs worden ontleend voor de stellingen van Edas.

Edas biedt in hoger beroep weliswaar bewijs aan van haar stellingen door het doen horen van de heer [X.], maar deze heeft reeds een getuigenverklaring afgelegd en Edas heeft niet toegelicht wat de heer [X.] meer of anders zou kunnen verklaren dan hij reeds heeft gedaan. Het hof ziet om die reden geen aanleiding in te gaan op het bewijsaanbod van Edas.

De conclusie is, dat het verweer van Edas dat de overeenkomst van 30 oktober 2007 tot stand is gekomen door misbruik van omstandigheden, niet kan worden aanvaard en dat de grieven 1, 2 en 3 van Nebo in zoverre gegrond zijn.

Voor zover de grieven van Nebo daarnaast betrekking hebben op het verloop van de procedure in eerste aanleg, heeft zij daarbij geen belang meer.

4.3.3. Edas heeft in eerst aanleg subsidiair aangevoerd dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat zij aan de overeenkomst van 30 oktober 2007 wordt gehouden omdat in die overeenkomst een onredelijk hoge huurprijs is bedongen terwijl zij in feite al een tegenprestatie voor het gebruik van de bedrijfsruimte en de zwartmachine heeft geleverd door aan Nebo gereduceerde tarieven in rekening te brengen. Nebo heeft een en ander gemotiveerd weersproken.

Het hof is van oordeel dat ook deze subsidiaire stelling van Edas niet kan worden aanvaard. Edas heeft ter onderbouwing van haar stelling dat de bedongen huurprijs onredelijk hoog is, verwezen naar huurprijzen per m2 die door andere verhuurders van bedrijfsruimte worden gevraagd. Edas ziet hierbij echter over het hoofd dat door haar niet slechts 45 m2 bedrijfsruimte is gehuurd, maar ook een zwartmachine terwijl zij, zoals hiervoor reeds is overwogen, tevens het gebruik had van kantoorruimte, toilet, wasruimte, kantine, opslagruimte in de hal, een gedeelte van het opslagterrein en in ieder geval het gebruik van een kopieermachine en heftruck. Gelet hierop heeft Edas onvoldoende aangevoerd ter onderbouwing van haar stelling dat de bedongen huurprijs zodanig hoog was dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn om haar aan die huurprijs te houden. Haar stelling dat zij reeds een tegenprestatie heeft geleverd voor het gebruik van de gehuurde ruimte en machine door gereduceerde tarieven in rekening te brengen (zodat in feite een dubbele betaling van haar wordt verlangd), is evenmin toereikend onderbouwd. De enkele overlegging van een aantal facturen ten name van derden waarop een uurtarief van € 40,- is vermeld, terwijl op facturen voor Nebo een uurtarief van € 21,50 is vermeld, acht het hof in dit verband onvoldoende om de stelling van Edas te kunnen aanvaarden.

4.3.4. Edas heeft in eerste aanleg ook nog een beroep gedaan op het feit dat de overeenkomst van 30 oktober 2007 van de zijde van Nebo zou zijn gesloten door een onbevoegd vertegenwoordiger. Het hof verenigt zich met de gronden waarop dit verweer door de kantonrechter is verworpen (rechtsoverwegingen 1 en 2 op blad 5 van het tussenvonnis van 28 mei 2009) en neemt deze over.

4.3.5. De conclusie is dat Edas aan de overeenkomst van 30 oktober 2007 is gebonden en dat de huur over het tweede kwartaal van 2008 (de opzegtermijn van drie maanden) alsnog door haar moet worden voldaan. Inclusief btw gaat het hierbij om een bedrag van € 3.570,-.

Voor terugbetaling van hetgeen zij, ter uitvoering van de overeenkomst van 30 oktober 2007 aan huur heeft betaald, is geen plaats.

Wat haar vordering tot terugbetaling betreft heeft Edas aangevoerd dat zij in ieder geval recht heeft op terugbetaling van een bedrag van € 2.736,-, zijnde de btw over het door haar ingevolge de overeenkomst van 30 oktober 2007 betaalde bedrag van € 14.400,-.

Ook deze subsidiaire vordering tot terugbetaling is naar het oordeel van het hof niet toewijsbaar. Het gaat hier om terugbetaling op grond van onverschuldigde betaling. De stelplicht ten aanzien van de onverschuldigdheid ligt bij Edas. Dat zij btw verschuldigd is over door haar te betalen huur is op zichzelf niet door haar betwist. Zij stelt zich kennelijk op het standpunt dat partijen zijn overeengekomen dat het bedrag van € 14.400,- inclusief btw is. Zij heeft echter onvoldoende aangevoerd om dit standpunt te onderbouwen.

4.3.6. Het voorgaande betekent dat de vonnissen van de kantonrechter op het punt van de huurbetalingen niet in stand kunnen blijven. Het hof zal opnieuw rechtdoende de vordering van Nebo tot betaling van huur over het tweede kwartaal 2008 toewijzen en de reconventionele vordering van Edas tot terugbetaling van huur afwijzen.

4.4. Ad b) is Edas een bedrag van € 8.708,88 exclusief btw verschuldigd wegens energieverbruik? (incidentele grief 1 van Edas)

4.4.1. Nebo vordert van Edas de betaling van € 8.708,88 plus btw wegens elektriciteitskosten met betrekking tot de aan Edas verhuurde zwartmachine. De kantonrechter heeft in het tussenvonnis overwogen dat die vordering moet worden afgewezen. In het eindvonnis is de kantonrechter hier op teruggekomen. De vordering van Nebo is alsnog toegewezen. De eerste incidentele grief van Edas is gericht tegen deze beslissing. Edas betwist dat partijen zijn overeengekomen dat Edas, naast de in de overeenkomst van 30 oktober 2007 genoemde bedragen, ook nog energiekosten verschuldigd zou zijn.

4.4.2. Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

De overeenkomst van 30 oktober 2007 omvat zowel het gebruik van bedrijfsruimte als van een zwartmachine, zulks tegen betaling van de in de overeenkomst genoemde bedragen.

Omtrent de zwartmachine is in de considerans van de overeenkomst opgenomen:

- Dat Edas niet en Nebo wel beschikt over een machine/installatie voor het “zwarten” van materialen.

- Dat Nebo thans de betreffende machine/installatie niet volledig benut en deze voor een aantal uren per week ter beschikking wil stellen aan Edas tegen een tussen partijen bedongen redelijke vergoeding.

Wat die redelijke vergoeding inhoudt is het hof niet duidelijk geworden. Een uitsplitsing van de door Edas te betalen bedragen is niet gemaakt en partijen hebben op dit punt niets aangevoerd.

4.4.3. In een situatie als de onderhavige, waarin het niet alleen om de huur van bedrijfsruimte gaat maar ook om de huur (in de zin van medegebruik voor een beperkt aantal uren) van een machine/ installatie, tegen een vergoeding waarvan de hoogte onbekend is, dient naar het oordeel van het hof als uitgangspunt te gelden dat de huurder voor het (mede)gebruik van de machine/installatie alleen dán naast de gebruiksvergoeding aan de verhuurder een bijdrage in de energiekosten moet betalen, indien partijen dit uitdrukkelijk zijn overeengekomen.

In de schriftelijke overeenkomst van 30 oktober 2007 is omtrent een dergelijke (extra) bijdrage van de huurder, zo begrijpt het hof, niets opgenomen. Nebo stelt weliswaar dat een vergoeding voor het energieverbruik tussen partijen is afgesproken, maar enige toelichting ontbreekt. Met name is niet toegelicht wanneer partijen een dergelijke afspraak zouden hebben gemaakt, welke personen bij het maken van die afspraak betrokken zouden zijn en wat de precieze inhoud van die afspraak zou zijn geweest.

Nu een toereikende onderbouwing van de gestelde afspraak ontbreekt, kunnen de stellingen van Nebo op dit punt niet worden aanvaard. Daarmee ontvalt de grond aan de hier bedoelde vordering van Nebo.

4.4.4. De conclusie is dat de eerste incidentele grief van Edas gegrond is. Het hof zal het eindvonnis van de kantonrechter op dit punt vernietigen en de vordering van Nebo van € 8.708,88 plus btw alsnog afwijzen.

4.5. Ad c) is Nebo gehouden tot betaling van de facturen van Edas met nrs. [factuurnummer A.] en [factuurnummer B.], groot respectievelijk € 1.948,63 en € 2.694,16 inclusief btw? (grief 4 van Nebo en incidentele grief 3 van Edas)

4.5.1. Edas heeft Nebo twee facturen gezonden wegens door Edas ten behoeve van Nebo verrichte werkzaamheden, welke facturen onbetaald zijn gebleven. Het gaat om de factuur met nr. [factuurnummer A.] d.d. 19 april 2008 ten bedrage van € 1.948,63 inclusief btw en de factuur met nr. [factuurnummer B.] d.d. 25 april 2008 ten bedrage van € 2.694,16 inclusief btw.

De kantonrechter heeft het factuurbedrag van € 1.948,63 toegewezen en het factuurbedrag van € 2.694,16 afgewezen. De grief van Nebo richt zich tegen de afwijzende beslissing en de grief van Edas tegen de toewijzing.

4.5.2. Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Uit hetgeen door Nebo omtrent de hier bedoelde facturen naar voren is gebracht leidt het hof af dat Nebo zich op het standpunt stelt dat partijen weliswaar zijn overeengekomen dat Edas de in de facturen bedoelde werkzaamheden voor Nebo zou verrichten, maar dat zij niet gehouden is tot betaling omdat de overeengekomen werkzaamheden niet deugdelijk zijn uitgevoerd. Onder punt 17 van haar akte in conventie tevens conclusie van antwoord in reconventie heeft Nebo dit aldus verwoord: “dat de verschuldigdheid van deze facturen wordt betwist door een onjuiste uitvoering van de overeengekomen werkzaamheden en afkeur”. Op de laatste pagina van haar memorie van grieven stelt Nebo: “Nebo heeft als verweer met betrekking tot deze factuur uitdrukkelijk gesteld dat Edas de betreffende zaken nimmer aan Neba had geleverd, dat Edas deze heeft achtergelaten en dat deze onbruikbaar waren.”Veel meer dan dit zegt Nebo er niet over. Ontbinding van de overeenkomst wordt door haar niet gevorderd. Het hof begrijpt dat Nebo zich op een opschortingsrecht wenst te beroepen omdat Edas niet deugdelijk zou hebben gepresteerd. Stelplicht en bewijslast van die ondeugdelijke prestatie liggen bij Nebo. Naar het oordeel van het hof heeft Nebo op dit punt niet aan haar stelplicht voldaan. Met name is door haar niet aangegeven wat er niet deugde aan de door Edas verrichte werkzaamheden c.q. geleverde producten. Van enige ingebrekestelling is niet gebleken. Aan bewijslevering komt het hof niet toe.

4.5.3. Het voorgaande betekent dat de vordering van Edas tot betaling van beide facturen toewijsbaar is en dat de derde incidentele grief van Edas slaagt terwijl de vierde grief van Nebo faalt. Ten aanzien van de afwijzende beslissing van de kantonrechter kan het eindvonnis niet in stand blijven. Het hof zal opnieuw rechtdoende beide factuurbedragen toewijzen.

4.6. Ad d) heeft Edas recht op een aanvullende betaling op de aan Nebo in het verleden toegezonden facturen? (voorwaardelijke incidentele grief 4 van Edas)

4.6.1. Nu aan de voorwaarde waaronder de vierde incidentele grief van Edas is aangevoerd is voldaan, zal het hof ook die grief beoordelen.

Edas stelt zich op het standpunt dat, indien zij verplicht is om de bedragen te betalen die in de overeenkomst van 30 oktober 2007 zijn vermeld, Nebo geen aanspraak meer kan maken op een gereduceerd tarief voor de werkzaamheden die door Edas ten behoeve van Nebo zijn verricht in de periode 2006 t/m april 2008. Edas heeft om die reden op 30 mei 2008 een factuur aan Nebo gezonden (met nummer [factuurnummer B.] ten bedrage van € 6.926,11 inclusief btw) waarin voor alle in de periode 2006 t/m april 2008 verrichte werkzaamheden een extra bedrag van € 18,50 in rekening is gebracht (het hof begrijpt dat Edas hierbij is uitgegaan van een “normaal” uurtarief van € 40,- en een aan Nebo in rekening gebracht uurtarief van € 21,50).

Nebo heeft betwist dat zij gehouden zou zijn het door Edas gefactureerde bedrag te betalen.

4.6.2. Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Edas beroept zich voor de hier bedoelde nabetaling, blijkens de beschrijving op de factuur met nr. [factuurnummer B.], op een mondelinge afspraak met Nebo. Nebo betwist dat een nabetaling zou zijn overeengekomen. Enige nadere onderbouwing van de gestelde afspraak is door Edas niet gegeven. Zij heeft slechts aangevoerd dat het aan Nebo in rekening gebrachte gereduceerde tarief samenhing met afspraken in het verleden over het gebruik van bedrijfsruimte en zwartmachine en dat die tariefafspraak niet meer zou gelden sinds het sluiten van de overeenkomst van 30 oktober 2007. Niet gesteld of gebleken is echter dat partijen bij het sluiten van de overeenkomst van 30 oktober 2007 een nabetaling van Nebo aan Edas zijn overeengekomen. Van enige andere grond voor de hier bedoelde vordering van Edas is evenmin gebleken.

De conclusie is dat de vierde incidentele grief van Edas faalt.

4.7. Ad e) de proceskosten (incidentele grief 2 van Edas)

Wat de proceskosten betreft ziet het hof aanleiding, nu beide partijen over en weer deels in het ongelijk zijn gesteld, deze te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten dient te dragen. Dit geldt zowel voor de eerste aanleg als voor het hoger beroep.

De tweede incidentele grief van Edas faalt in zoverre.

4.8. Het hof zal de vonnissen waarvan beroep in het geheel vernietigen en opnieuw rechtdoen.

Edas dient aan Nebo de huur over het tweede kwartaal van 2008 te betalen, zijnde € 3.570,- inclusief btw.

Nebo dient aan Edas de facturen met de nrs. [factuurnummer A.] en [factuurnummer B.] te voldoen, in totaal groot € 4.642,79 inclusief btw.

Voor het overige zijn de vorderingen over en weer niet toewijsbaar.

Per saldo dient Nebo aan Edas een bedrag van € 1.072,79 te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 februari 2009, zijnde de datum van de conclusie van eis in reconventie, tot de dag der voldoening.

Nebo heeft in hoger beroep terugbetaling gevorderd van hetgeen zij ter uitvoering van het vonnis van 4 maart 2010 aan Edas heeft betaald, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling tot de dag van terugbetaling. Het hof zal die vordering toewijzen, met dien verstande dat op de door Edas te betalen hoofdsom in mindering dient te worden gebracht: het hiervoor genoemde bedrag van € 1.072,79, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 5 februari 2009 tot aan de dag waarop Nebo aan het eindvonnis van de kantonrechter heeft voldaan.

5. De uitspraak

Het hof:

op het principaal en incidenteel appel

vernietigt de vonnissen waarvan beroep en opnieuw rechtdoende:

veroordeelt Edas tot terugbetaling van hetgeen Nebo ter uitvoering van het vonnis van 4 maart 2010 aan Edas heeft betaald, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf de dag van betaling tot de dag van terugbetaling, met dien verstande dat op het door Edas terug te betalen bedrag in mindering dient te worden gebracht: een bedrag van € 1.072,79, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 5 februari 2009 tot aan de dag waarop Nebo aan het vonnis van 4 maart 2010 heeft voldaan;

verklaart de voormelde veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het over en weer meer of anders gevorderde;

compenseert de kosten van beide instanties aldus dat iedere partij de eigen kosten dient te dragen.

Dit arrest is gewezen door mrs. N.J.M. van Etten, W.H.B. den Hartog Jager en R.R.M. de Moor en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 27 september 2011.