Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2011:BR6556

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
30-08-2011
Datum publicatie
02-09-2011
Zaaknummer
HV 200.086.671-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 354 FW – beëindiging schuldsaneringsregeling zonder “schone lei”.

Het Hof is van oordeel dat het plegen van een misdrijf niet verenigbaar is met de doelstellingen van de schuldsaneringsregeling.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 354
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2011/456
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

Uitspraak: 30 augustus 2011

Zaaknummer: HV 200.086.671/01

Zaaknummer eerste aanleg: R 08/175

in de zaak in hoger beroep van:

[X.],

wonende te [woonplaats],

appellante,

hierna te noemen: [X.],

advocaat: mr. R.A. Knopper.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch van 26 april 2011.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 4 mei 2011, heeft [X.] verzocht voormeld vonnis te vernietigen en te bepalen dat de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [X.] zal worden beëindigd met toekenning van de “schone lei”.

2.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 augustus 2011. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- [X.], bijgestaan door mr. R.A. Knopper;

- mevrouw G.A.M. Velter, hierna te noemen: de bewindvoerder.

2.3. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 28 maart 2011;

- het eindverslag inzake de schuldsaneringsregeling van [X.] d.d. 5 januari 2011, overgelegd door de bewindvoerder bij brief d.d. 11 mei 2011;

- de stukken van de eerste aanleg, overgelegd door de advocaat van [X.] bij brief d.d. 20 mei 2011;

- de brief met bijlagen van de advocaat van [X.] d.d. 11 augustus 2011;

- de brief met één bijlage van de bewindvoerder d.d. 17 augustus 2011;

- de brief met één bijlage van de advocaat van [X.] d.d. 19 augustus 2011;

- het op 22 augustus 2011 ambtshalve - met instemming van appellante - bij strafsector opgevraagde arrest van het hof d.d. 13 september 2010;

- het faxbericht met bijlagen van de advocaat van [X.] d.d. 22 augustus 2011.

3. De beoordeling

3.1. Ter terechtzitting en uit de stukken is gebleken dat over de goederen die aan [X.] als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren een bewind is ingesteld.

Uit het faxbericht d.d. 22 augustus 2011 van mevrouw E. Kant, de beschermingsbewindvoerder, overgelegd bij voormeld faxbericht van de advocaat van [X.] d.d. 22 augustus 2011, blijkt dat deze instemt met het hoger beroep dat [X.] heeft ingesteld, zodat [X.] in zoverre ontvankelijk is in het hoger beroep.

3.1. Bij vonnis van 31 maart 2008 is ten aanzien van [X.] de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken.

3.2. Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank op de voet van artikel 354 lid 1 Faillissementswet (Fw) vastgesteld dat [X.] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen. De rechtbank heeft verstaan dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden. Omdat inmiddels de looptijd van de schuldsaneringsregeling was verstreken, heeft de rechtbank tevens haar eindoordeel gegeven. De rechtbank heeft daarbij geen toepassing gegeven aan artikel 354 lid 2 Fw, zodat op grond van artikel 358 lid 2 Fw aan [X.] geen “schone lei” is verleend.

3.3. De rechtbank heeft dit als volgt gemotiveerd.

De rechtbank heeft overwogen dat [X.] op 13 september 2010 bij onherroepelijk arrest van het hof is veroordeeld tot een werkstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met een proeftijd van twee jaren. [X.] is onder meer veroordeeld voor het plegen van gewoontewitwassen en voor medeplegen van valsheid in geschrifte. Uit de bewezenverklaring blijkt dat [X.] een bedrag van ruim € 10.000,- heeft witgewassen. De rechtbank heeft op grond van het voorgaande geconcludeerd dat [X.] inkomsten heeft genoten uit strafbare feiten.

Voorts heeft de rechtbank overwogen dat een op naam van de broer van [X.] ingeschreven horecaonderneming, feitelijk door en voor rekening van [X.] werd gedreven. Volgens de rechtbank was [X.] de enige werknemer in dienst in de functie van bedrijfsleidster. Bij de rechtbank is gerede twijfel ontstaan ten aanzien van de juistheid van het door [X.] opgegeven inkomen. De rechtbank heeft op grond van het voorgaande geconcludeerd dat [X.] essentiële informatie omtrent haar inkomsten heeft verzwegen.

3.4. [X.] kan zich met deze beslissing niet verenigen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen. [X.] voert in het beroepschrift – kort samengevat – het volgende aan.

3.4.1. [X.] erkent dat zij bij voormeld arrest is veroordeeld voor het plegen van gewoontewitwassen en het medeplegen van valsheid in geschrifte en dat haar genoemde straf is opgelegd. Zij ontkent evenwel dat zij uit genoemde strafbare feiten financieel voordeel heeft behaald. Het hof heeft dit in zijn arrest d.d. 13 september 2009 ook niet vastgesteld.

Ter zitting heeft het hof [X.] gewezen op de vaste lijn in de rechtspraak van het hof omtrent het plegen van strafbare feiten gedurende de looptijd van de schuldsaneringsregeling, hetgeen er kort gezegd op neerkomt dat het plegen van misdrijven niet verenigbaar is met de doelstellingen van de schuldsaneringsregeling. [X.] heeft desondanks verzocht rekening te houden met de omstandigheden van het geval, op grond waarvan volgens haar geconcludeerd zou moeten worden dat de strafbare feiten niet aan een doeltreffende uitvoering van de schuldsaneringsregeling in de weg hebben gestaan. Immers, zij heeft geen nieuwe schulden laten ontstaan, bijvoorbeeld in de vorm van een boete, een ontnemingsmaatregel of schadevergoeding. Bovendien heeft zij haar vaste lasten steeds voldaan en heeft zij steeds aan haar afdrachtverplichting in het kader van de schuldsaneringsregeling voldaan. Zij heeft ondanks de voorlopige hechtenis van 23 juni tot 9 juli 2010 haar baan bij [Y.] weten te behouden. Op grond van het voorgaande was [X.] bovendien in de veronderstelling dat zij de bewindvoerder niet op de hoogte hoefde te stellen van de strafbare feiten.

[X.] beroept zich op grond van het voorgaande op het bepaalde in artikel 354 lid 2 Fw, zodat de haar tegengeworpen tekortkoming buiten beschouwing dient te blijven gezien de geringe betekenis daarvan.

3.4.2. Voorts voert [X.] aan dat zij geen essentiële informatie omtrent haar inkomsten heeft verzwegen. Zij heeft gedurende de looptijd van het schuldsaneringsregeling voor Café D’n Herberg en voor [Y.] gewerkt. Eerst na deze periode is [X.] als bedrijfsleidster in het café van haar broer gaan werken. De bewindvoerder was op de hoogte van de plannen van [X.]. [X.] stelt zich op het standpunt dat zij er derhalve op mocht vertrouwen dat zij handelde binnen de grenzen van het toelaatbare in het kader van de schuldsaneringsregeling. Op vragen van het hof heeft [X.] verklaard dat zij sinds januari 2011 drie à vier avonden per week enkele uren arbeid heeft verricht in het café. Zij heeft hiervoor geen vergoeding gevraagd. Uiteindelijk is eerst op 22 april 2011 het café geopend. In juli 2011 is [X.] meer werkzaamheden voor het café gaan verrichten, waarvoor zij nu een kleine bijdrage krijgt.

Over de hoogte van haar salaris als bedrijfsleidster bij het café voert [X.] aan dat met de bewindvoerder was afgesproken dat, wanneer [X.] deze functie gedurende de looptijd van de schuldsaneringsregeling zou aanvaarden, zij een salaris diende te krijgen dat overeenkwam met haar laatst verdiende salaris bij [Y.]. Derhalve heeft [X.] in goed vertrouwen dit salaris aangehouden als bedrijfsleidster in het café van haar broer.

3.5. De bewindvoerder heeft in haar brief d.d. 17 augustus 2011, zoals aangevuld ter zitting – kort samengevat – het volgende aangevoerd.

3.5.1. Voor zover bij de bewindvoerder bekend, heeft [X.] geen voordeel genoten uit het plegen van de strafbare feiten. Voorts is [X.] steeds alle verplichtingen, voortvloeiende uit de schuldsaneringsregeling, naar behoren nagekomen. Zij heeft aan de afdrachtverplichting voldaan en hoewel de looptijd van de schuldsaneringsregeling reeds op 31 maart 2011 is geëindigd, draagt zij nog steeds af aan de boedel. De bewindvoerder concludeert dat haars inziens de boedel niet is geschaad door de criminele activiteiten van [X.].

De bewindvoerder sluit zich voorts aan bij het reclasseringsadvies d.d. 7 juli 2010, voor zover daaruit naar voren komt dat [X.] als enigszins naïef kan worden omschreven en dat de kans op recidive klein is. Zij vermoedt dat [X.] is gebruikt voor criminele activiteiten door de eigenaar van het café.

3.5.2. Volgens de bewindvoerder heeft [X.] haar steeds op de hoogte gehouden van de voorbereidingen die zij tijdens de schuldsaneringsregeling heeft getroffen ten behoeve van het café op naam van haar broer, zoals het zoeken naar een geschikte locatie. De bewindvoerder heeft echter verklaard niet bekend te zijn met de door [X.] in de avonduren verrichte arbeid in het café waarvoor zij geen geldelijke vergoeding zou hebben gevraagd. De vergunningen zijn in ieder geval gedurende de looptijd van de schuldsaneringsregeling op naam van de broer van [X.] aangevraagd, waarbij [X.] als bedrijfsleidster is opgegeven.

3.6. Het hof komt tot de volgende beoordeling.

3.6.1. Bij het einde van de termijn gedurende welke de toepassing van de schuldsaneringsregeling van kracht is, dient op de voet van artikel 354 lid 1 Fw te worden vastgesteld of de schuldenaar toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen. Bij deze vaststelling geldt als maatstaf of een tekortkoming, in het licht van alle omstandigheden van het geval, een duidelijke aanwijzing vormt dat het bij de schuldenaar aan de van hem te vergen medewerking aan een doeltreffende uitvoering van de schuldsaneringsregeling heeft ontbroken. Ingevolge artikel 354 lid 2 Fw dient de rechter voorts na te gaan of er aanleiding bestaat om te bepalen dat een tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis buiten beschouwing blijft.

3.6.2. Het hof is van oordeel dat het plegen van een misdrijf niet verenigbaar is met de doelstellingen van de schuldsaneringsregeling, omdat de saniet daarmee het risico aanvaardt dat hij wordt veroordeeld tot een geldboete, tot het ondergaan van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, tot het verrichten van een taakstraf en tot betalingen van een ontnemingsvordering en een schadevergoeding aan de benadeelde partij. Dat alles kan tot gevolg hebben dat de saniet tijdelijk niet beschikbaar is voor het verrichten van betaalde werkzaamheden, waarmee hij zijn schuldeisers ernstig benadeelt, en dat hij nieuwe schulden laat ontstaan.

3.6.2.1. Het hof overweegt dat het hiervoor omschreven risico zich heeft verwezenlijkt als gevolg van de door [X.] gepleegde strafbare feiten. Immers, het hof heeft bij arrest d.d. 13 september 2011 [X.] een werkstraf van 180 uur opgelegd die [X.] gedurende de looptijd van de schuldsaneringsregeling heeft uitgevoerd. Gedurende genoemd aantal uren is [X.] niet beschikbaar geweest voor het verrichten van betaalde werkzaamheden ten behoeve van haar schuldeisers.

3.6.3. Het hof overweegt voorts dat [X.] ter zitting heeft verklaard dat zij sinds januari 2011 in de avonduren ongeveer tien uren per week heeft besteed aan het verrichten van arbeid (poetsen en dergelijke) in het café op naam van haar broer. Deze uren is [X.] evenmin beschikbaar geweest voor het verrichten van betaalde werkzaamheden ten behoeve van haar schuldeisers, terwijl zij evenmin om een vergoeding voor deze werkzaamheden heeft verzocht.

3.6.4. Naar het oordeel van het hof heeft [X.] door het plegen van de strafbare feiten, alsmede door het onbetaald verrichten van arbeid, haar schuldeisers ernstig benadeeld. Bovendien is de bewindvoerder eerst eind januari 2010 met de strafrechtelijke vervolging en veroordeling via de postblokkade bekend geworden. [X.] heeft nagelaten de bewindvoerder hiervan op de hoogte te stellen, alsmede van de door haar verrichte onbetaalde arbeid in het café sinds januari 2011. Het hof is derhalve tevens van oordeel dat [X.] de op haar rustende informatieverplichting niet naar behoren is nagekomen.

3.6.5. Het hof concludeert dat de rechtbank op andere gronden, maar terecht heeft overwogen dat [X.] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de op haar rustende verplichtingen in het kader van de schuldsaneringsregeling. Mede in aanmerking genomen dat – anders dan [X.] heeft betoogd – het onder 3.6.2. omschreven risico zich wel degelijk heeft verwezenlijkt, ziet het hof geen aanleiding om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 354 lid 2 Fw. Op grond hiervan is het hof van oordeel dat de rechtbank terecht de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [X.] heeft beëindigd zonder toekenning van de “schone lei”.

3.7. Het vonnis waarvan beroep zal - onder aanvulling van de gronden - worden bekrachtigd.

4. De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep.

Dit arrest is gewezen door mrs. O.G.H. Milar, Th.A. Pouw en F.J.M. Walstock en in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2011.