Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2011:BR4242

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
02-08-2011
Datum publicatie
05-08-2011
Zaaknummer
HD 200.040.932 T
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2012:BX9282, Overig
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Eiswijziging na tussenarrest, bewijsopdracht schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.040.932

arrest van de eerste kamer van 2 augustus 2011

in de zaak van

[X.],

wonende te [woonplaats],

appellant,

advocaat: mr. B.M.E. Drykoningen,

tegen:

[Y.],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 21 december 2010 in het hoger beroep van de door de rechtbank Roermond onder nummer 74022/ HA ZA 06-416 gewezen vonnis van 13 mei 2009.

Het hof zal de nummering van het tussenarrest voortzetten.

6. Het tussenarrest van 21 december 2010

Bij genoemd arrest is [X.] in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de in rov. 4.8. vermelde doeleinden, en is iedere verdere beslissing aangehouden.

7. Het verdere verloop van de procedure

7.1. [X.] heeft een akte na tussenarrest, tevens houdende wijziging/aanvulling eis genomen. [Y.] heeft bij antwoordakte gereageerd.

7.2. Partijen hebben vervolgens de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

7.3. In het dossier van [Y.] ontbreken wederom de in rov. 2.3. genoemde stukken, terwijl het hof partijen in rov. 4.8. partijen uitdrukkelijk had verzocht het volledige procesdossier, inclusief de ontbrekende producties, te fourneren.

Het hof zal derhalve recht doen op het door [X.] gefourneerde dossier. In dit dossier ontbreken de producties 10 en 11 bij conclusie na enquête zijdens [X.]. Het hof heeft derhalve geen kennis kunnen nemen van de verklaring van de directeur van de Penitentiaire Inrichting te Spanje, alwaar [X.] zou hebben verbleven, en de vertaling van die verklaring.

8. De verdere beoordeling

8.1. Bij voormeld tussenarrest is [X.] in de gelegenheid gesteld te reageren op het door [Y.] bij memorie van antwoord gevoerde verweer dat hij de woning c.a., waarvan [X.] pretendeert rechthebbende te zijn, op 2 juni 2009, dat wil zeggen na het door de rechtbank gewezen eindvonnis van 13 mei 2009, heeft verkocht aan Scaramouche Beleggen Wonen B.V., dat de koopovereenkomst op 5 juni 2009 is ingeschreven in de openbare registers en dat de woning bij transportakte van 17 december 2009 aan Scaramouche B.V. in eigendom is overgedragen, en dat de vordering van [X.] tot teruglevering van de woning reeds daarom niet kan worden toegewezen.

8.2. [X.] heeft bij akte na tussenarrest verzocht zijn eis te mogen wijzigen in die zin dat hij onder handhaving van hetgeen hij bij memorie van grieven heeft gevorderd, thans tevens subsidiair vordert:

- een verklaring voor recht dat de rechtshandelingen(en) strekkende tot levering van de woning c.a. door [X.] aan [Y.] nietig is (zijn), danwel deze rechtshandeling(en) te vernietigen danwel te ontbinden;

- een verklaring voor recht dat [X.] van de woning c.a. eigenaar was tot aan het moment van levering aan Scaramouche B.V. op 17 december 2009;

- veroordeling van [Y.] tot vergoeding van de schade die [X.] als gevolg van onrechtmatig/onbevoegd handelen van [Y.] door de aankoop van de woning c.a. van [X.] en de (door) verkoop hiervan aan Scaramouche B.V. heeft geleden, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

8.3. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Nu met deze eisverandering is beoogd aan het eerst na memorie van antwoord aan [X.] gebleken feit dat [Y.] de woning c.a. inmiddels aan een derde heeft verkocht en geleverd, [Y.] gelet op het door hem bij antwoordakte gevoerde verweer kennelijk ondubbelzinnig erin heeft toegestemd dat de eisverandering plaatsvindt, terwijl de eisverandering bovendien niet in strijd komt met de eisen van een goede procesorde, wordt de eisverandering toegelaten (HR 19 juni 2009, NJ 2010, 154). Het hof zal aldus op de gewijzigde eis recht doen.

8.4. [X.] heeft in zijn akte na tussenarrest met betrekking tot verkoop van de woning aan Scaramouche Beleggen Wonen B.V en de levering aan Scaramouche B.V. aangevoerd dat deze feiten niet aan toewijzing van zijn oorspronkelijke vordering in de weg staan, aangezien verkoper en koper niet te goeder trouw waren. [X.] heeft hiertoe gewezen op het feit dat blijkens de koopakte van 2 juni 2009 [Z.] bestuurder was van Scaramouche Beleggen Wonen B.V., dat deze [Z.] en [Y.] bestuurder en aandeelhouder waren van Sheep Houses B.V., en dat deze vennootschap aanvankelijk de woning in 2005 zou kopen.

8.5. Het hof overweegt als volgt. De vraag welke rechtsgevolgen moeten worden verbonden aan de (door)verkoop en overdracht van de woning c.a. door [Y.] aan Scaramouche B.V. komt eerst aan de orde indien in rechte niet komt vast te staan dat [Y.] op grond van een verklaring of gedraging van [X.] heeft mogen aannemen en onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht aannemen dat een toereikende volmacht was verleend, en tussen de pseudo-principaal [X.] en [Y.] aldus geen koopovereenkomst tot stand is gekomen (artikel 3:61 lid 2 BW). De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 19 februari 2010, NJ 2010, 115 geoordeeld dat voor toerekening van schijn van volmachtverlening aan de vertegenwoordigde ook plaats is ingeval de wederpartij gerechtvaardigd heeft vertrouwd op volmachtverlening aan de pseudo-gevolmachtigde op grond van feiten en omstandigheden die voor risico van de vertegenwoordigde komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid. Op [Y.] rust terzake de stelplicht en de bewijslast.

8.6. De rechtbank heeft, na bewijslevering door middel van getuigen, [Y.] geslaagd geacht in zijn bewijsvoering en aldus geoordeeld dat tussen partijen een rechtsgeldige koopovereenkomst tot stand is gekomen.

[X.] heeft tegen dit oordeel gegriefd en voorts uitdrukkelijk aangeven dat hij als getuige wil worden gehoord om onder ede te kunnen verklaren dat hij tijdens zijn detentie in Spanje nimmer op enigerlei wijze telefonisch of anderszins contact heeft gehad met makelaar [A.], [Z.] of met wie dan ook over de koop van zijn woning aan Sheep Houses B.V. of [Y.].

[Y.] heeft aangeboden de door hem in eerste aanleg voorgebrachte getuigen alsmede de heer [A.], die destijds als makelaar bij de koop/verkoop was betrokken, (opnieuw) als getuige te doen horen.

8.7. Het hof acht het aangewezen om, alvorens tot bewijswaardering over te gaan, de in eerste aanleg door [Y.] in voorgebrachte getuigen (behoudens oud-notaris [C.] en notaris [D.], wier in eerste aanleg afgelegde verklaring het hof voldoende acht), alsmede [A.], de door [X.] in eerste aanleg voorgebrachte getuigen evenals [X.] zelf als getuige te horen. Het staat partijen uiteraard vrij om ook andere getuigen voor te brengen. Het hof zal de door de rechtbank gegeven bewijsopdracht herformuleren.

8.8. De partij die de bewijslast heeft, in casu [Y.], dient te zijner tijd, op de wijze als in het dictum van dit arrest is bepaald, een kopie van het procesdossier over te leggen. Het hof wijst er nogmaals op dat het in het kader van het getuigenverhoor over een volledig dossier, inclusief alle producties, wenst te beschikken en dat het hof er vanuit gaat dat [Y.] thans aan dit nadrukkelijke verzoek van het hof zal voldoen.

8.9. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

9. De uitspraak

Het hof:

in conventie:

laat [Y.] toe door middel van getuigen te bewijzen:

feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat [Y.] door een verklaring of gedraging van [X.] heeft aangenomen en onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs heeft mogen aannemen dat aan [B.] een toereikende volmacht was verleend, althans feiten en omstandigheden die voor risico van [X.] komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid;

bepaalt dat de getuigen zullen worden gehoord ten overstaan van mr. S. Riemens als raadsheer-commissaris, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch op een door deze te bepalen datum;

verwijst de zaak naar de rolzitting van 30 augustus 2011 voor opgave van het aantal getuigen en van de verhinderdata van partijen zelf, hun raadslieden en de getuige(n) op dinsdagen en donderdagen in de periode van 8 tot 14 weken na de datum van dit arrest;

bepaalt dat de raadsheer-commissaris na genoemde rolzitting dag en uur van het getuigenverhoor zal vaststellen;

bepaalt dat de advocaat van [Y.] bij zijn opgave op genoemde rolzitting een fotokopie van het volledige procesdossier zal overleggen;

bepaalt dat de advocaat van [Y.] tenminste zeven dagen voor het verhoor de namen en woonplaatsen van de te horen getuigen zal opgeven aan de wederpartij en aan de civiele griffie;

in conventie en in reconventie:

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.Th. Begheyn, S. Riemens en M.J. van Laarhoven en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 2 augustus 2011.