Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2011:BR4236

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
26-07-2011
Datum publicatie
05-08-2011
Zaaknummer
HD 200.083.506
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Betekening appeldagvaarding, art. 14 nieuwe betekeningsverordening (1393/2007), art. 56 lid 3 Rv, postdiensten, koerier, aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging of gelijkwaardige wijze, vrachtbrief, bedrijfsstempel.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 56
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBPR 2012/11 met annotatie van mr. dr. M. Freudenthal
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.083.506

arrest van de tweede kamer van 26 juli 2011

in de zaak van

GEODIS LOGISTICS NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante,

advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven,

tegen:

de vennootschap naar Spaans recht

TRANSCOMMERCE NET SA,

gevestigd te [vestigingsplaats], Spanje,

geïntimeerde,

niet verschenen,

op het bij exploot van dagvaarding van 19 januari 2011 ingeleide hoger beroep van de door de recht¬bank Breda gewezen von¬nissen van 20 oktober 2010 en 1 december 2010 tussen appellante -Geodis- als eiseres en geïntimeerde -Transcommerce- als een der gedaagden.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 222858/HA ZA 10-1457)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij voormeld exploot heeft Geodis Transcommerce opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 29 maart 2011, teneinde op nader aan te voeren gronden te horen eis doen en concluderen zoals in het petitum van de appeldag¬vaarding is vermeld.

2.2. Op de dienende dag is Transcommerce niet verschenen.

2.3. De zaak is daarop aangehouden, waarna de rolraadsheer op de rol van 12 april 2011 heeft beslist dat op basis van de door Geodis overgelegde processtukken geen verstek kan worden verleend tegen Transcommerce.

2.4. Geodis heeft daarna, door indiening van een formulier “H16 Niet geregeld verzoek”,

het hof verzocht alsnog verstek te verlenen tegen Transcommerce en de gedingstukken

overgelegd voor uitspraak.

3. De beoordeling

3.1. Transcommerce is gevestigd in Spanje en heeft geen bekende woonplaats of bekend werkelijk verblijf in Nederland. Dit brengt met zich dat de betekening van de appeldagvaarding dient te geschieden overeenkomstig de Verordening (EG) nr. 1393/2007 van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1348/2000 (EBetVo II) en -ingevolge artikel 56 lid 1 Rv- met inachtneming van het bepaalde in artikel 56 lid 2 tot en met lid 5 Rv.

3.2. Teneinde hoger beroep in te stellen tegen de in eerste aanleg gewezen vonnissen van de rechtbank Breda van 20 oktober 2010 en 1 december 2010 heeft Geodis de appeldagvaarding op 19 januari 2011 laten betekenen.

3.3. Gelet op artikel 9 lid 2 EBetVo II in samenhang met artikel 56 lid 4 Rv is Geodis tijdig in hoger beroep gekomen. Uit deze artikelen volgt immers dat, wanneer naar Nederlands recht de betekening binnen een bepaalde termijn -in casu drie maanden ingevolge artikel 339 lid 1 Rv- moet worden verricht, als datum van betekening ten aanzien van degene op wiens verzoek de betekening geschiedt de datum van verzending door de deurwaarder in aanmerking wordt genomen.

3.4. Geodis heeft de appeldagvaarding zowel op de voet van de artikelen 4 tot en met 11 EBetVo II in samenhang met artikel 56 lid 2 Rv als ook conform artikel 14 EBetVo II in samenhang met artikel 56 lid 3 Rv laten betekenen.

3.5. Vaststaat dat de eerstgenoemde betekening, op formele wijze langs de weg van decentrale verzendende en ontvangende instanties in de lidstaten met gebruikmaking van standaardformulieren, niet is voltooid omdat de Spaanse instantie niet in staat was om de appeldagvaarding uit te reiken aan Transcommerce.

3.6.1. Het hof is van oordeel dat uit de overgelegde stukken niet valt af te leiden dat op de laatstgenoemde wijze, conform artikel 14 EBetVo II in samenhang met artikel 56 lid 3 Rv, rechtsgeldig is betekend.

3.6.2. Krachtens artikel 14 EBetVo II kan elke lidstaat de betekening of kennisgeving

van gerechtelijke stukken aan in een andere lidstaat verblijvende personen rechtstreeks door postdiensten doen verrichten bij aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging of op gelijkwaardige wijze.

Ingevolge artikel 56 lid 3 Rv mag een deurwaarder -aangewezen als verzendende instantie als bedoeld in artikel 2 lid 1 EBetVo II- een afschrift van het te betekenen stuk of een vertaling hiervan -als bedoeld in artikel 8 lid 1 EBetVo II- rechtstreeks verzenden aan een in een andere lidstaat verblijvende gedaagde. De deurwaarder dient in dat stuk melding te maken van de verzending zelf, alsmede van de datum van verzending, de wijze van verzending en het feit of er al dan niet een vertaling is verzonden en zo ja, in welke taal.

Daarenboven dient de deurwaarder in dat stuk, in een van de in artikel 8 lid 1 EBetVo II

bedoelde talen, mede te delen dat de gedaagde het stuk mag weigeren als het niet gesteld is in of niet vergezeld gaat van een vertaling in een van de in artikel 8 lid 1 EBetVo II bedoelde talen en dat geweigerde stukken naar de deurwaarder gezonden moeten worden.

3.6.3. Blijkens de overgelegde stukken heeft de deurwaarder op verzoek van Geodis een afschrift van de appeldagvaarding met een Spaanse vertaling per koerier (DHL) aan het adres van Transcommerce -zoals opgenomen in de Spaanse Kamer van Koophandel- verzonden. Daarna heeft de deurwaarder Geodis een (printscreen van de) samenvatting van de vrachtbrief van de koerier doen toekomen.

3.6.4. Het hof overweegt allereerst dat de in artikel 14 EBetVo II gebezigde term

“postdiensten” diensten omvat die zowel door openbare als door particuliere postexploitanten kunnen worden verstrekt. Derhalve is, naar het oordeel van het hof, onder de in dit artikel bedoelde betekening per post ook de onderhavige verzending per koerier begrepen.

Het hof constateert vervolgens dat uit de overgelegde stukken blijkt dat de hiervoor onder 3.6.2. opgesomde meldingen zijn gedaan, zulks met uitzondering van de laatstgenoemde melding ter zake de mogelijkheid tot weigering van het stuk ingeval van ontbreken van een vertaling. Nu uit de overgelegde stukken is op te maken dat een vertaling in de Spaanse taal is meegezonden, verbindt het hof geen gevolg aan het ontbreken van deze melding.

In zoverre wordt voldaan aan de in artikel 14 EBetVo II en artikel 56 lid 3 Rv gestelde vereisten voor een rechtsgeldige betekening per post.

Naar het oordeel van het hof kan uit de overgelegde stukken echter niet worden opgemaakt dat is voldaan aan het vereiste dat de betekening verricht dient te worden bij aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging of op gelijkwaardige wijze. Hoewel het hof van oordeel is dat de onderhavige verzending per koerier gelijkwaardig is aan verzending bij aangetekend schrijven en het hof een (samenvatting van een) vrachtbrief van een koerier in beginsel gelijkwaardig acht aan een ontvangstbevestiging, ziet het hof reden de door Geodis overgelegde (printscreen van de) samenvatting van de vrachtbrief van de koerier in dit geval niet gelijkwaardig te achten aan een ontvangstbevestiging. Deze reden is gelegen in het feit dat deze samenvatting, voor zover relevant, slechts vermeldt:

“donderdag, Januari 20, 2011 Locatie Tijd Colli

9 Zending afgeleverd -Getekend door: MADRID – SPAIN 11.54

Bedrijfsstempel”.

Nu uit deze samenvatting -en de overige overgelegde stukken- niet blijkt of de genoemde bedrijfsstempel wel of niet van Transcommerce afkomstig is, is -anders dan Geodis kennelijk meent- uit de overgelegde stukken niet eenduidig af te leiden dat de stukken daadwerkelijk door Transcommerce zijn ontvangen. Dit terwijl een ontvangstbevestiging er bij uitstek toe dient de verzender zekerheid te verschaffen over de ontvangst van de betreffende verzonden stukken door de bedoelde ontvanger.

Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen teneinde Geodis in de gelegenheid te stellen bij akte aan te tonen, bij voorkeur door het overleggen van de volledige vrachtbrief van de koerier dan wel ontvangstbevestiging, dat de stukken daadwerkelijk door Transcommerce zijn ontvangen.

3.7. Het hof houdt iedere verdere beslissing aan.

4. De uitspraak

Het hof:

verwijst de zaak naar de rol van 23 augustus 2011 voor akte aan de zijde van Geodis met het

hiervoor onder 3.6.4. vermelde doeleinde;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.A.M. van Schaik-Veltman, H.A.G. Fikkers en

S.M.A.M. Venhuizen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 26 juli 2011.