Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2011:BR1525

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
08-02-2011
Datum publicatie
13-07-2011
Zaaknummer
HD 200.010.088 T4
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Voortzetting van LJN BR1519; LJN BR1521; LJN BR1522;

Hoogte voorschot deskundige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.010.088

arrest van de eerste kamer van 8 februari 2011

in de zaak van

1. [X.] BEHEER B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [Y.],

wonende te [woonplaats],

appellanten in principaal appel,

geïntimeerden in incidenteel appel,

advocaat: mr. P.J.L. Tacx,

tegen:

WIMA STUKADOORSWERKEN B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerde in principaal appel,

appellante in incidenteel appel,

advocaat: mr. G.A. van Gorcom,

als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 3 november 2009, 30 maart 2010 en 21 september 2010 in het hoger beroep van de door de rechtbank ‘s-Hertogenbosch onder nummer 154665/HA ZA 07-340 gewezen vonnissen van 25 april 2007, 10 oktober 2007 en 21 mei 2008. Het hof zal hierna de nummering van de tussenarresten voortzetten.

14. Het tussenarrest van 21 september 2010

Bij gemeld tussenarrest heeft het hof een deskundigenonderzoek bevolen en is het voor de deskundige M. Hommes RA RE te betalen voorschot bepaald op een bedrag van € 17.183,60 inclusief btw, tenzij partij/partijen binnen veertien dagen na uitspraak bezwaar maken tegen de hoogte van het voorschot. Bepaald is voorts dat dit voorschot ten laste komt van Wima. De termijn van inzending van het rapport van de deskundige is bepaald op een termijn van drie maanden nadat de griffier de deskundige heeft bericht dat het voorschot is ontvangen. Iedere verdere beslissing is aangehouden.

15. Het verdere verloop van de procedure

Bij brief van 7 oktober 2010 heeft mr. G.A. van Gorcom, behandelend advocaat van Wima, bezwaar gemaakt tegen de omvang van het door de deskundige begrote voorschot.

Mr. G. Goorts, behandelend advocaat van [Z.] c.s. heeft hierop bij brief van 14 oktober 2010 gereageerd.

Vervolgens heeft de griffier van het hof de deskundige bij brief van 4 november 2010 in de gelegenheid gesteld om op het bezwaar van mr. Van Gorcom te reageren.

De deskundige heeft bij brief van 19 november 2010 een nadere toelichting op zijn begroting en een specificatie van de kosten van het onderzoek gegeven. Deze brief is op 9 december 2010 door de griffier van het hof aan partijen verzonden.

Mr. Goorts heeft bij brief van 21 december 2010 bericht dat zijn cliënten naar aanleiding van de toelichting van de deskundige geen aanleiding zien tot het maken van opmerkingen.

Mr. Van Gorcom heeft bij brief van 23 december 2010 zijn bezwaren gehandhaafd en aangevuld.

16. De verdere beoordeling

16.1. De bezwaren van mr. Van Gorcom komen er - kort gezegd - op neer dat de door de deskundige gehanteerde tarieven te hoog zijn, en het aantal door hem begrote uren te ruim wordt geacht. Mr. Van Gorcom voert aan dat Wima de door de deskundige begrote kosten niet of nauwelijks zal kunnen opbrengen. Bij zijn brief van 23 december 2010 heeft mr. Van Gorcom voorts in reactie op de specificatie van de deskundige gesteld dat er in deze zaak geen sprake is van middelgrote bedrijven, zodat het door de deskundige gehanteerde partnertarief voor de markt van middelgrote bedrijven niet gerechtvaardigd is. Namens partij Wima verzoekt mr. Van Gorcom het hof om een andere deskundige te benoemen (bij voorkeur van een middelgroot kantoor waar een lager uurtarief voor minder uren gerealiseerd kan worden.)

16.2. Mr. Goorts heeft zich namens [Z.] c.s. verzet tegen het inschakelen (vanwege de kosten) van een andere dan de door het hof reeds benoemde deskundige.

16.3. Het hof overweegt allereerst (onder verwijzing naar r.o. 12.7. van het arrest van 21 september 2010) dat beide partijen destijds te kennen hebben gegeven c.q. ermee hebben ingestemd dat bij voorkeur een accountant bij een van de grote(re) accountantskantoren zou worden benoemd, welke voorkeur door het hof is gevolgd door de benoeming van dhr. M. Hommes RA RE, verbonden aan [E.] Accountants BV te [vestigingsplaats]. Partijen hebben er destijds rekening mee moeten en kunnen houden dat de tarieven bij de grotere accountantskantoren doorgaans hoger liggen dan die van middelgrote of kleinere kantoren. Het enkele feit dat de begroting van de heer Hommes voor het door hem te verrichten onderzoek op een aanzienlijk bedrag uitkomt, kan er dan ook niet toe leiden dat de benoeming van de heer Hommes niet in stand kan blijven. Dat vanwege het financieel belang van beide partijen (op basis van interne kwaliteitsregels, zoals blijkt uit de brief van de deskundige van 19 november 2010) de tariefstelling is vastgesteld op het partnertarief voor de markt van middelgrote bedrijven stond ter beslissing van de deskundige, en acht het hof geenszins onredelijk. Het hof gaat daarom voorbij aan de stelling van mr. Van Gorcom dat, nu er in deze zaak geen sprake is van middelgrote bedrijven, het gehanteerde tarief niet gerechtvaardigd was.

16.4. Het hof is van oordeel dat het door de heer Hommes gehanteerde tarief niet bovenmatig voorkomt, en acht de door de deskundige begrote uren gezien aard en omvang van de werkzaamheden en de ter beantwoording voorgelegde vragen evenmin bovenmatig.

16.5. Gezien het vorenstaande wordt het bezwaar van mr. Van Gorcom niet gegrond geoordeeld, en het verzoek tot benoeming van een andere deskundige afgewezen.

Het hof volhardt derhalve bij de beslissing in het arrest van 21 september 2010 gegeven.

Voor de duidelijkheid zal het hof het dictum van dit tussenarrest in aangepaste vorm herhalen.

16.6. In afwachting van het deskundigenbericht zal het hof elke verdere beslissing aanhouden.

17. De uitspraak

Het hof:

bevestigt de beslissing dat een onderzoek zal worden verricht naar de in onderdeel 12.8.3 van het arrest d.d. 21 september 2010 geformuleerde vragen;

bevestigt de benoeming tot deskundige ter beantwoording van deze vragen van:

dhr. M. (in het arrest van 21 september 2010 abusievelijk: R) Hommes RA RE

[E.] Accountants BV

[postadres]

[vestigingsplaats],

tel. [telefoonnummer];

bevestigt dat voor de kosten van de deskundige een voorschot dient te worden voldaan van € 17.183,60 inclusief btw;

bepaalt dat Wima dit bedrag binnen 4 weken na heden zal overmaken naar rekeningnummer 56.99.90.572 ten name van Arrondissement 536 ’s-Hertogenbosch, onder vermelding van HD 200.010.088;

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zal aanvangen nadat de griffier van dit hof heeft bericht dat het voorschot is ontvangen;

bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd op drie maanden nadat door de griffier is bericht dat het voorschot is ontvangen en dat met het onderzoek kan worden aangevangen;

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige zal toezenden;

bepaalt dat partijen binnen één week na de datum van dit arrest (een afschrift van) de verdere processtukken aan de deskundige ter beschikking zullen stellen en alle door deze gewenste inlichtingen zullen verstrekken;

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding dient te worden gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;

benoemt mr. Th.C.M. Hendriks-Jansen tot raadsheer-commissaris, tot wie de deskundige zich, door tussenkomst van de griffie, dient te wenden met (procedurele) vragen en verzoeken indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft;

verwijst de zaak naar de rol van 5 juli 2011 voor memorie na deskundigenonderzoek, aan de zijde van Wima;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. Begheyn, Hendriks-Jansen en Riemens en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 8 februari 2011.