Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ8915

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-06-2011
Datum publicatie
22-06-2011
Zaaknummer
20-003604-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof verenigt zich weliswaar met de conclusies van de psycholoog en de psychiater van het Pieter Baan Centrum maar het legt, anders dan hun advies, aan verdachte de maatregel van TBS met dwangverpleging op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer : 20-003604-09

Uitspraak : 15 juni 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 20 oktober 2009 in de strafzaak met parketnummer 01-825601-08 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats][geboorteland verdachte][geboorteplaats] op [1986],

wonende te [woonplaats][woonplaats verdachte], [adres],

thans verblijvende in P.I. Vught - Nieuw Vosseveld 2 HVB te Vught,

waarbij, zakelijke weergegeven de verdachte is veroordeeld wegens:

1. subsidiair: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en mishandeling;

2. subsidiair: mishandeling;

3. opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd;

4. subsidiair: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

5. mishandeling, meermalen gepleegd;

tot een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht en waarbij tevens de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging werd opgelegd;

- met toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] tot een bedrag van EUR 1.100,00, met niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij voor het overige, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ter zake van EUR 1.100,00 subsidiair 22 dagen hechtenis;

- met toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] tot een bedrag van EUR 300,00, met niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij voor het overige, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ter zake van EUR 300,00 subsidiair 6 dagen hechtenis;

en ten aanzien van beide benadeelde partijen met veroordeling van verdachte in de kosten van beide benadeelde partijen.

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal,

mr. P.A.P. van Hilten en van hetgeen door en namens de verdachte door zijn raadsvrouwe,

mr. C.M. Peeperkorn, naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de eerste rechter zal vernietigen en opnieuw rechtdoende verdachte zal veroordelen tot 2 jaar gevangenisstraf met aftrek van het voorarrest, alsmede met last dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en van overheidswege wordt verpleegd.

De raadsvrouwe heeft primair bepleit alleen bewezen te verklaren hetgeen onder feit 1 subsidiair eerste deel, ten laste is gelegd en subsidiair verdachte, conform het vonnis van de rechtbank, vrij te spreken voor de feiten 1 primair, 2 primair en 4 primair.

Met betrekking tot de strafoplegging heeft de raadsvrouwe primair gepleit voor oplegging van terbeschikkingstelling met voorwaarden, bij voorkeur in een klinische setting met een ‘open deur’ beleid en subsidiair voor oplegging van terbeschikkingstelling met voorwaarden waarbij verdachte aanvankelijk in een gesloten klinische setting wordt behandeld.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat in hoger beroep de tenlastelegging - en aldus de grondslag van het onderzoek - is gewijzigd.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 06 oktober 2008 te [pleegplaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet een (geladen) vuurwapen (pistool met demper), althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] gezet en/of dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer 1] gericht en/of gericht gehouden en/of (vervolgens) dat vuurwapen en/of dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp doorgeladen, althans soortgelijke bewegingen gemaakt en/of dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het hoofd, althans lichaam, in elk geval in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 1] gezet en/of gehouden en/of (vervolgens) de trekker van dat vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft overgehaald, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

1. subsidiair:

hij op of omstreeks 06 oktober 2008 te [pleegplaats][slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een vuurwapen (pistool met demper), althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] gezet en/of dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer 1] gericht en/of gericht gehouden en/of (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd: "Vertel de waarheid anders schiet ik je dood" en/of "Als je niet met het juiste antwoord komt, dan schiet ik je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of (vervolgens) dat vuurwapen en/of dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp doorgeladen, althans soortgelijke bewegingen gemaakt en/of dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het hoofd, althans lichaam, in elk geval in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 1] gezet en/of gehouden en/of (vervolgens) de trekker van dat vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft overgehaald en/of (vervolgens) een mes, althans een scherp voorwerp, in zijn hand gehouden en/of (daarbij) deze [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik snij je ballen eraf" en/of "Ik geef jou vijf minuten om de waarheid te vertellen, anders knip ik je ballen eraf", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

en/of

hij op of omstreeks 06 oktober 2008 te [pleegplaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet (terwijl verdachte een vuurwapen (pistool met demper), althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn hand vast had) (met kracht) (met voornoemd wapen) in/tegen het gezicht, althans het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair:

hij op of omstreeks 6 oktober 2008 te [pleegplaats] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 1]) (met kracht) (terwijl verdachte een vuurwapen (pistool met demper), althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn hand vast had) (met voornoemd wapen) in/tegen het gezicht, althans het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 06 oktober 2008 te [pleegplaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 3], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met zijn, verdachtes, (geschoeide) voet tegen het hoofd, althans het lichaam van die [slachtoffer 3] heeft geschopt en/of die [slachtoffer 3] (meermalen) heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2. subsidiair:

hij op of omstreeks 06 oktober 2008 te [pleegplaats] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 3]), (meermalen) heeft geschopt en/of geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3.

hij op of omstreeks 06 oktober 2008 te [pleegplaats] opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [benadeelde 1] en/of [slachtoffer 2] [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [benadeelde 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door toen en daar in (en/of nabij) (een kamer) van een woning gelegen aan de [adres benadeelde 1]

- voornoemde [slachtoffer 1] en/of [benadeelde 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [benadeelde 2] opzettelijk en wederrechtelijk met een vuurwapen (pistool met demper), althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp onder schot te houden en/of op hen, een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te richten en/of gericht te houden en/of

– (in vorenbedoelde kamer) in aanwezigheid van en/of zichtbaar voor die [slachtoffer 1] en/of [benadeelde 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [benadeelde 2] dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, vast te houden en/of

- voor de (toegangs)deur van die kamer te gaan zitten met in zijn, verdachtes, hand(en) dat vuurwapen, althans op dat vuurwapen gelijkend voorwerp en/of een mes, althans een scherp voorwerp en/of (vervolgens)

- de mobiele toestel(len) van die [benadeelde 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [benadeelde 2] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] af te pakken en/of (onder dreiging van dat vuurwapen, althans van dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp) te laten afstaan en/of

- die [benadeelde 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [benadeelde 2] en/of [slachtoffer 1] en/[slachtoffer 2] (daarbij) dreigend de woorden toe te voegen: "Als jullie de politie vertellen wat er is gebeurd dan vermoord ik jullie" en/of "Als jullie de politie bellen dan kom ik jullie na de gevangenisstraf weer opzoeken en kapot maken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

4.

hij op of omstreeks 6 oktober 2008 te [pleegplaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [benadeelde 1] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet (op korte afstand) een (geladen) vuurwapen (pistool voorzien van een demper) op die [benadeelde 1] heeft gericht en/of gericht gehouden en/of (vervolgens) de trekker van voornoemd vuurwapen heeft overgehaald, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4. subsidiair:

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 06 oktober 2008 te [pleegplaats]

[benadeelde 1] (telkens) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend die [benadeelde 1] een vuurwapen (pistool voorzien van een demper), althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op haar hoofd gezet, althans op haar lichaam gericht en/of (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd: "Ik schiet je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of (kort hierna) dat vuurwapen (pistool voorzien van demper), althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het lichaam van die [benadeelde 1] gericht en/of (vervolgens) de trekker van dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft overgehaald en/of (vervolgens) dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft doorgeladen, althans soortgelijke bewegingen heeft gemaakt en/of (vervolgens) in nabijheid van die [benadeelde 1] (uit) het vuurwapen, althans het op een vuurwapen gelijkend voorwerp, (een kogel) heeft afgevuurd in de richting van nabijgelegen struiken en/of het vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp (opnieuw) heeft gericht op het lichaam van die [benadeelde 1] en/of haar (daarbij) dreigend de woorden toegevoegd: "Je haalt de ochtend niet, we gaan allebei dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

5.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 6 oktober 2008 tot en met

07 oktober 2008 te [pleegplaats] (telkens) opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [benadeelde 1]),

- op 6 oktober 2008 te [pleegplaats] die [benadeelde 1] (terwijl verdachte een vuurwapen, althans eenop een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn hand vast hield) met die/zijn hand die [benadeelde 1] (met kracht) in haar gezicht heeft geslagen en/of gestompt en/of

- op 7 oktober 2008 te [pleegplaats] die [benadeelde 1] (met kracht) bij haar arm heeft vastgepakt en/of aan haar arm heeft getrokken en/of (met kracht) aan haar haren heeft getrokken, waardoor (telkens) deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair en

4 primair ten laste gelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewijs

• Vastgestelde feiten en omstandigheden

Op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, waarnaar in de voetnoten bij dit arrest wordt verwezen, stelt het hof de volgende feiten en omstandigheden vast.

Ten aanzien van feit 1 subsidiair:

1.1

[slachtoffer 1] heeft tegenover de politie het volgende verklaard.

Op 6 oktober 2008 omstreeks 18.00 uur was ik bij een vriendin van mij, genaamd [benadeelde 1]. Haar kamer ligt aan de [adres benadeelde 1] in [pleegplaats]. Op een gegeven moment waren er nog een paar vrienden van mij, genaamd [slachtoffer 3], [benadeelde 2] en [slachtoffer 2]. Toen kwam de vriend van [benadeelde 1] binnen. Zijn naam is [voornaam verdachte] of zoiets. Op het moment dat ik alleen met hem boven was begon hij ruzie met mij te zoeken. Hij vroeg de hele tijd op een dreigende manier of ik een relatie had met [benadeelde 1]. Ik vertelde hem dat dat niet zo was. Hij begon mij toen te bedreigen. Hierbij trok hij een vuurwapen. Het was een zwart klein vuurwapen met een demper erop. Hij richtte het vuurwapen op mij. Ik werd tussendoor ook geslagen door hem. (noot verbalisant [verbalisant 1]: bij de aangever is een blauw en gezwollen rechteroog waarneembaar).

Ik ben door hem geslagen maar niet met de hand waarin hij het pistool had. Hij heeft het pistool tegen mijn hoofd gezet. Ik zag dat hij de bovenkant van het pistool naar achteren haalde. Ik zag dat het een pistool betrof met een – ik dacht – geluiddemper.

1.2

[slachtoffer 2] heeft hierover het volgende verklaard.

Op 6 oktober 2008 vroeg mijn vriend [slachtoffer 3] mij of ik met hem mee wilde gaan naar het huis van [benadeelde 1]. Ook [benadeelde 2], dat is ook een vriend, kwam daar. [slachtoffer 1] was daar ook. Op een gegeven moment kwam de vriend van [benadeelde 1] binnen. Hij komt uit [geboorteland verdachte]. [slachtoffer 3] en ik waren even samen met [benadeelde 1] naar de kamer van haar zus gegaan. We hoorden toen gestommel boven en we hoorden dat er iets aan de hand was. Ik ben toen naar boven gelopen samen met [benadeelde 2], [slachtoffer 3] en [benadeelde 1]. Daar zagen wij dat die vriend van [benadeelde 1][slachtoffer 1] onder schot hield met een pistool. Na enige tijd dreigen zei hij dat hij [slachtoffer 1] nog 5 minuten de tijd gaf om met het juiste antwoord te komen. Als dat niet zo was zou hij [slachtoffer 1] doodschieten. Ik zag dat hij hierbij het wapen laadde door het naar achter te trekken. Ik zag ook dat het wapen toen in de achterste stand bleef staan. Na ongeveer 5 minuten richtte hij het wapen op [slachtoffer 1] zijn hoofd. Hij zette het wapen op het hoofd van [slachtoffer 1]. Het wapen stond tegen het voorhoofd van [slachtoffer 1] aan. Ik zag dat [slachtoffer 1] zijn hoofd wegdraaide en dat die jongen de trekker over haalde. Ik hoorde een klik en ik zag dat hij de vinger aan de trekker had en naar achter haalde. Er gebeurde niets. Toen sloeg hij [slachtoffer 1] hard op zijn gezicht. Ik zag dat de neus van [slachtoffer 1] kapot ging en dat hij een blauw oog kreeg.

1.3

[slachtoffer 3] heeft met betrekking tot dit feit het volgende verklaard.

Op 6 oktober 2008 ben ik samen met [slachtoffer 1] naar de woning van [benadeelde 1] gegaan. Er kwamen nog twee andere vrienden van ons, genaamd [slachtoffer 2] en [benadeelde 2] naar de woning van [benadeelde 1]. Omstreeks 19.00 uur kwam de ex-vriend van [benadeelde 1].

Ik zat in een andere kamer in hetzelfde pand toen ik veel geschreeuw hoorde. De muren trilden. Ik stond direct op en rende naar de kamer van [benadeelde 1]. Ik zag dat de ex-vriend van [benadeelde 1] boven aan de trap stond. Ik zag dat hij in zijn rechterhand een vuurwapen vast hield. Ik zag dat hij in zijn linkerhand een mes vast hield.

Ik zag dat de ex-vriend naar [slachtoffer 1] liep en ik hoorde dat hij tegen hem zei:“Ik wil de waarheid weten anders schiet ik jou.” “Ik geef jou 5 minuten om de waarheid te spreken anders knip ik je ballen eraf.” “Ik ga jouw ballen afknippen, jouw vrienden moeten zien hoe ik jouw ballen afknip.” Na 5 minuten zag ik dat hij met zijn linkerhand de bovenkant van het vuurwapen vastpakte dat hij de onderkant van het wapen in zijn rechterhand vast hield. Ik zag vervolgens dat hij met zijn linkerhand de bovenkant naar achteren trok. Ik zag vervolgens dat de ex-vriend aan de rechterzijde van [slachtoffer 1] ging staan. Ik zag dat hij met zijn rechterhand op het gezicht van [slachtoffer 1] sloeg. Ik zag dat de rechterwijsvinger van de ex-vriend om de trekker van het wapen zat. Ik zag vervolgens dat de ex-vriend kracht op die wijsvinger begon uit te oefenen en de trekker van het vuurwapen naar achteren bewoog. Ik hoorde vervolgens een klik.

1.4

[benadeelde 2] heeft tegenover de politie als volgt verklaard.

Ik wil graag een verklaring afleggen over wat er op 6 oktober 2008 is gebeurd in de kamer van [benadeelde 1]. Zij woont in [pleegplaats]. Ik was samen met [slachtoffer 2] daar naar toe gegaan. Toen ik in die kamer binnen kwam zag ik de mij bekende [slachtoffer 3], [slachtoffer 1], [benadeelde 1] en haar ex-vriend. Die ex-vriend sloeg [slachtoffer 1] in zijn gezicht. Vervolgens zette hij het uiteinde van de loop van het pistool tegen het hoofd van [slachtoffer 1]. Ik hoorde de ex-vriend tegen [benadeelde 1] zeggen dat zij de waarheid moest zeggen anders zou hij [slachtoffer 1] dood schieten.

Ten aanzien van feit 2 subsidiair:

2.1

Op 11 oktober 2008 heeft [slachtoffer 3] verklaard dat hij op 6 oktober 2008 in [pleegplaats] was samen met [slachtoffer 1]. Hij is samen met [slachtoffer 1] naar de woning van [benadeelde 1] gegaan. Ook [slachtoffer 2] en [benadeelde 2] kwamen naar de woning van [benadeelde 1]. De ex-vriend van [benadeelde 1] kwam de woning binnen gelopen.

Hij komt uit [geboorteland verdachte] en woont in [woonplaats verdachte] De ex-vriend kwam in zijn richting gelopen. [slachtoffer 3] zat op dat moment op de grond. [slachtoffer 3] zag dat de ex-vriend met zijn rechterbeen en met zijn geschoeide rechtervoet een trappende beweging maakte in de richting van zijn, [slachtoffer 3]’s, hoofd .Vervolgens voelde [slachtoffer 3] een stekende pijn aan de rechterzijde van zijn gezicht.

2.2

Tijdens zijn verhoor bij de rechter-commissaris heeft [slachtoffer 2] verklaard dat

hij op 6 oktober 2008 rond 20.00 uur bij de woning van [benadeelde 1] kwam. In die woning waren [slachtoffer 3], [slachtoffer 1], [benadeelde 2] , [benadeelde 1] en [voornaam verdachte].

Toen [voornaam verdachte] zijn pistool even op het tafeltje had neergelegd hebben [slachtoffer 3] ( het hof begrijpt [slachtoffer 3])en hij, [slachtoffer 2], geprobeerd zijn pistool te pakken maar dat hij (het hof begrijpt [voornaam verdachte]) [slachtoffer 3] schopte.

Ten aanzien van feit 3:

3.1

Met betrekking tot dit feit heeft [slachtoffer 1] het volgende verklaard.

Op 6 oktober 2008 was hij bij een vriendin genaamd [benadeelde 1]. Haar kamer ligt aan de [adres benadeelde 1] in [pleegplaats]. Op een gegeven moment waren er nog een paar vrienden genaamd [slachtoffer 3], [benadeelde 2] en [slachtoffer 3]. Zijn echte naam is [slachtoffer 2]. Toen kwam de vriend van [benadeelde 1] binnen. Zijn naam is [voornaam verdachte] of zoiets. Hij begon [slachtoffer 1] te bedreigen. Hierbij trok hij toen een vuurwapen. Op het moment dat die jongen het vuurwapen op [slachtoffer 1] richtte, kwam [benadeelde 2] naar boven gelopen. Hij deed het wapen toen even weg maar voordat zij iets konden doen, richtte hij het wapen op [benadeelde 2] en dwong hem binnen te komen. Ook de anderen kwamen toen weer binnen en werden door [voornaam verdachte] onder schot gehouden. Zij werden allemaal tegen hun wil vastgehouden op de kamer. [verdachte][voornaam verdachte] ging toen voor de deur zitten met het pistool in zijn hand en een mes. Hij heeft hen zo ongeveer twee uur vast gehouden.

3.2

[slachtoffer 3] heeft het volgende verklaard.

Op 6 oktober 2008 in [pleegplaats] was ik samen met [slachtoffer 1]. Ik ben samen met [slachtoffer 1] naar de woning van [benadeelde 1] gegaan. Ook [slachtoffer 2] en [benadeelde 2] kwamen naar de woning van [benadeelde 1]. De ex-vriend van [benadeelde 1] kwam de woning binnen gelopen.

Ik zag dat de ex-vriend het vuurwapen op mij richtte en dat hij de loop naar mijn hoofd richtte. Ik hoorde dat hij tegen mij zei: “Naar binnen of ik schiet hier iemand dood, een van jullie.” Ik ben vervolgens de kamer van [benadeelde 1] op gelopen. Vervolgens liepen [slachtoffer 2] en [benadeelde 2] ook de kamer op. Ik zag dat [slachtoffer 1] en [benadeelde 1] ook op de kamer van [benadeelde 1] zaten. Ik hoorde dat de ex-vriend zei: “Geef jullie telefoon allemaal”. Vervolgens pakte de ex-vriend al onze telefoons af. Ik zag vervolgens dat de ex-vriend voor de kamerdeur van [benadeelde 1] ging zitten. Dit was de enige deur die toegang geeft tot die kamer. Ik hoorde dat de ex-vriend tegen ons zei: “Als een van jullie aangifte gaat doen bij de politie en ik kom er achter, dan gaan jullie zien wat er gaat gebeuren.

3.3

Met betrekking tot dit feit heeft [benadeelde 2] het volgende verklaard.

Ik wil graag een verklaring afleggen over wat er op 6 oktober 2008 is gebeurd in de kamer van een vriend van mij. Zij is genaamd [benadeelde 1]. Zij woont in [pleegplaats]. Ik ben samen met [slachtoffer 2] meegegaan naar de kamer van [benadeelde 1]. Toen ik daar binnen kwam zag ik de mij bekende [slachtoffer 3], [slachtoffer 1], [benadeelde 1] en haar ex-vriend. Ik wilde naar de ex-vriend toe lopen. Ik zag dat hij een pistool uit een tasje haalde dat aan zijn nek hing, voor zijn borst. ik zag dat hij het pistool tegen mijn hoofd aanzette. Vervolgens voelde ik dat hij met zijn pistool hard tegen mijn hoofd aan sloeg. Vervolgens moesten [slachtoffer 1] en ik in de hoek van de kamer gaan staan. Door het tumult kwam [slachtoffer 3] naar boven, gevolgd door [benadeelde 1] en [slachtoffer 3]. We moesten allemaal, onder bedreiging van het pistool, in de hoek op de grond gaan zitten.

3.4

[slachtoffer 2] heeft hieromtrent als volgt verklaard.

Op 6 oktober 2008 ben ik met mijn vriend [slachtoffer 3] meegegaan naar het huis van [benadeelde 1]. Ook [benadeelde 2] kwam daar ook. [slachtoffer 1] was er ook. Op een gegeven moment kwam de vriend van [benadeelde 1] binnen. Hij komt uit [geboorteland verdachte]. Hij richtte het wapen op ons en we moesten de kamer in gaan. We moesten tegen de muur gaan staan en hij ging voor de deur staan. Hij had ook nog een mes vast. We moesten van hem onze GSM’s afgeven om te voorkomen dat wij de politie zouden bellen. Ook zei hij dat, als we de politie zouden bellen of tegen de politie zouden vertellen wat er gebeurd was, hij ons zou vermoorden. De [verdachte] wist waar [slachtoffer 1] woonde en hij had gedreigd hem te vermoorden als we iets tegen de politie vertelden.

3.5

[benadeelde 1] heeft verklaard dat zij op 6 oktober 2008 in haar nieuwe kamer was te [pleegplaats] samen met vier jongens. Eén van hen was een goede vriend van school. [verdachte] kwam ook. [voornaam verdachte] kreeg ruzie met die schoolvriend. Hij dacht dat deze een relatie met haar had. Zij zag dat [voornaam verdachte] een pistool pakte. De loop was lang, er zat een demper op. Hij zette de loop van het pistool tegen het hoofd van de schoolvriend. De andere jongens kwamen naar boven. Zij waren toen met zijn zessen in haar

kamer. [voornaam verdachte] duwde de jongens de kamer in en pakte van iedereen de GSM af. [voornaam verdachte] had de hele tijd het pistool vast. [voornaam verdachte] bleef maar dreigen. Na een tijd gaf hij de GSM’s terug aan de jongens. Hij vroeg of [benadeelde 1] met hem mee wilde gaan dan mochten de jongens ook weg. Hij zei tegen de jongens dat als ze de politie zouden bellen dan zou hij na de gevangenisstraf hen komen opzoeken en kapot maken. Hij pakte het pistool weer en richtte dat weer op de schoolvriend van [benadeelde 1]. Zij is toen voor [voornaam verdachte] gaan staan. Hij liet het pistool zakken. Hij zei dat zij mee moest komen en zij liepen naar buiten.

Ten aanzien van feit 4 subsidiair:

4.1

[benadeelde 1] heeft op 8 oktober 2008 aangifte gedaan en onder meer het volgende verklaard.

Ik was op 6 oktober 2008 in mijn nieuwe kamer in [pleegplaats]. Ik liep met [voornaam verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte]) mee naar buiten. Halverwege het [straatnaam pleegplaats feit 4] zette hij het pistool op mijn hoofd. Hij zei tegen mij dat hij mij zou doodschieten. Die avond zouden we allebei doodgaan. Ik dacht dat hij mij zou doodschieten. Ik moest doorlopen. We kwamen bij een hekwerk dat aan de zijkant van het pad stond. Hij richtte het pistool op mij. Hij trok aan de trekker maar het pistool ging niet af. Ik wendde mijn gezicht af. Hij richtte het pistool niet meer op mij en haalde de bovenkant van het pistool een paar keer naar achteren toe. Hij schoot hierna. Ik hoorde het pistool af gaan. Hij schoot de struiken in. Toen hij had geschoten begon hij op de grond naar iets te zoeken. Ik vroeg wat hij zocht . Hij zei dat hij de kogel zocht. Hij stopte na een tijd en zei dat het ding weg was. We liepen verder.

We hebben daar toen ergens in een bos gelopen. Hij heeft mij daar weer bedreigd. Hij richtte het pistool weer op mij en zei dat ik de ochtend niet zou halen en dat we allebei dood zouden gaan.

4.2

Op 9 oktober 2008 hebben verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] een onderzoek ingesteld op het voetpad dat gelegen is aan de [straatnaam pleegplaats feit 4] te [pleegplaats]. De aanleiding was een schietincident dat plaatsvond in de nacht van 6 op 7 oktober 2008 op genoemd voetpad. Hen was verzocht een onderzoek in te stellen naar een eventueel uit het vuurwapen uitgeworpen patroonhuls, die op het voetpad of de daarnaast gelegen bosschages zou kunnen zijn achtergebleven. Direct nadat verbalisant [verbalisant 2] zijn speurhond had ingezet, zag hij dat de hond reageerde op een hoop bladeren die zich op het voetpad bevond. Vervolgens zag verbalisant [verbalisant 2] dat de hond melding maakte op een koperkleurige patroonhuls die tussen de bladeren lag. [verbalisant 3] stelde de patroonhuls voor verder onderzoek veilig.

4.3

De patroonhuls kreeg het sporenidentificatienummer (SIN) AACE0166NL.

4.4

Ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 20 januari 2009, heeft verdachte het volgende verklaard: “Toen we buiten waren zei ik tegen die jongens: “Ik heb een mes, kom niet in mijn buurt.” Ik pakte [benadeelde 1] vast en zei: “Laat ons gaan.” Op 6 oktober 2008 liepen wij van haar huis weg. Wij liepen verder bij het bos. Er werd toen geschoten. Ik heb buiten nog naar de kogel gezocht, maar niet gevonden.”

4.5

De afvuursporen van de, op het voetpad gelegen aan de [straatnaam pleegplaats feit 4] te [pleegplaats], aangetroffen huls, merk Selllier and Bellot, kaliber 6.35 met nummer SIN AACE0166NL, passen volgens de deskundige van het Nederlands Forensisch Instituut bij de afvuursporen veroorzaakt door een pistool en niet bij de afvuursporen veroorzaakt door een revolver.

Ten aanzien van feit 5:

5.1

[benadeelde 1] heeft bij gelegenheid van haar aangifte over dit feit het volgende verklaard. Ik was op 6 oktober 2008 in mijn nieuwe kamer in [pleegplaats]

Ik probeerde met [voornaam verdachte] (het hof begrijpt : [verdachte]) te praten maar hij bleef maar vragen of ik iets met de schoolvriend had. Hij richtte het pistool weer op hem. Ik duwde het pistool weg en probeerde de demper los te draaien. Ik dacht dat het pistool dan niet meer zou werken. [voornaam verdachte] sloeg mij hard in het gezicht, wat pijn deed, waardoor ik het pistool los liet en naar mijn gezicht greep en naar achteren stapte.

De volgende dag, 7 oktober 2008, kwam [voornaam verdachte] mij tegen op het station van [woonplaats verdachte] en hij liep met mij mee. Ik zei dat ik niet wilde dat hij mee naar [pleegplaats] ging. Dit deed hij toch.

Op station [pleegplaats] bleef hij achter mij aan lopen. Ik rende weg en hij rende achter mij aan. Ik rende naar andere mensen. Hij pakte mij vast en mijn leren jas scheurde bij de rechterschouder. Ik viel toen op de grond, wat pijn deed.

5.2

Met betrekking tot de mishandeling van [benadeelde 1] heeft [slachtoffer 2] het volgende verklaard.

Op 6 oktober 2008 ben ik met mijn vriend [slachtoffer 3] meegegaan naar het huis van [benadeelde 1]. Ook [benadeelde 2] kwam daar ook. [slachtoffer 1] was er ook. Op een gegeven moment kwam de vriend van [benadeelde 1] binnen. Hij komt uit [geboorteland verdachte]

De vriend van [benadeelde 1] hield [slachtoffer 1] onder schot met een pistool. [benadeelde 1] probeerde het wapen af te pakken maar dat lukte niet. Hij sloeg [benadeelde 1] hard op haar hoofd .

5.3

[slachtoffer 3] heeft verklaard: op 6 oktober 2008 in [pleegplaats] was ik samen met [slachtoffer 1]. Ik ben samen met [slachtoffer 1] naar de woning van [benadeelde 1] gegaan. Ook [slachtoffer 2] en [benadeelde 2] kwamen naar de woning van [benadeelde 1].

De ex-vriend van [benadeelde 1] kwam de woning binnen gelopen. Ik zag dat de ex-vriend [benadeelde 1] opzettelijk en met kracht in haar gezicht sloeg. Ik zag dat het gezicht van [benadeelde 1] rood was.

5.4

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij op 6 oktober 2008 bij een vriendin genaamd [benadeelde 1] was. Haar kamer ligt aan de [adres benadeelde 1] in [pleegplaats]. Op een gegeven moment waren er nog een paar vrienden genaamd [slachtoffer 3], [benadeelde 2] en [slachtoffer 3].

Zijn echte naam is [slachtoffer 2]. Toen kwam de vriend van [benadeelde 1] binnen. Zijn naam is [voornaam verdachte] of zoiets. [voornaam verdachte] heeft [benadeelde 1] een aantal keren geslagen. Hij sloeg met platte hand en ook met vuist. Hij sloeg zo hard dat [benadeelde 1] achteruit viel door de klappen.

5.5

Getuige [getuige] heeft verklaard dat zij op 7 oktober 2008 omstreeks 19.15 uur of 19.30 uur te [pleegplaats] een meisje zag rennen en dat ongeveer 3 meter achter haar een jongen rende. Toen het meisje was gevallen zag de getuige dat de jongen meteen bij haar was en haar bij haar jas pakte ter hoogte van de rechterschouder en haar mee trok. Hij trok haar al slepend over de grond aan haar jas terug in de richting van waar ze vandaan kwamen. [getuige] zag dat het meisje op kon staan en dat zij zich los wrong van die jongen. [getuige] zag dat die jongen haar toen aan haar haren terug naar hem toe trok. Toen er andere mensen bij kwamen liet de jongen het meisje los en liep weg. [getuige] is toen naar het meisje gelopen en heeft met haar gesproken. Dat meisje was aan het huilen. [getuige] zag dat haar zwarte leren jas kapot was aan de mouw van haar rechterschouder. Ze vertelde dat ze [benadeelde 1] heette en dat haar ex haar achtervolgde en dat hij haar dood wilde maken. Ze noemde de naam [voornaam verdachte] of zoiets, aldus [getuige].

5.6

De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 20 januari 2009 verklaard dat hij op 7 oktober 2008 te [pleegplaats][benadeelde 1] bij de haren heeft vastgepakt.

• Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De raadsvrouwe heeft het hof verzocht uit te gaan van de verklaring van verdachte, die consistent heeft verklaard, en alleen bewezen te verklaren de bedreiging van [slachtoffer 1] met een mes (feit 1).

Het hof overweegt het volgende.

Bij de politie heeft verdachte geen vragen willen beantwoorden en heeft hij zich beroepen op zijn zwijgrecht. Hij heeft eerst ter terechtzitting in eerste aanleg, maanden na de ten laste gelegde feiten en na kennisname van het gehele dossier, een verklaring willen afleggen. Zijn verklaringen vinden geen steun in de verklaringen of bevindingen van de aangevers, getuigen en politie. De feitelijke gang van zaken die uit hun verklaringen naar voren komt is een gehele andere dan die door verdachte wordt geschetst.

Het hof acht de verklaringen van verdachte dan ook niet geloofwaardig en het zal bij de bewezenverklaring uitgaan van hetgeen de aangevers en getuigen hebben verklaard.

Voorts overweegt het hof dat het hof uit de wijze waarop verdachte op 7 oktober 2008 [benadeelde 1] bij haar arm heeft vastgepakt en bij haar arm heeft getrokken en de wijze waarop hij aan haar haren heeft getrokken afleidt dat dit pijn heeft veroorzaakt bij die [benadeelde 1].

Bewezenverklaring

Op grond van de hiervoor vermelde feiten en omstandigheden en de daaraan ten grondslag liggende bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3, 4 subsidiair en 5 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1. subsidiair:

hij omstreeks 06 oktober 2008 te [pleegplaats][slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een vuurwapen (pistool met demper), tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] gezet en dat vuurwapen, op het hoofd en lichaam van die [slachtoffer 1] gericht en/of gericht gehouden en (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd: "Vertel de waarheid anders schiet ik je dood" en "Als je niet met het juiste antwoord komt, dan schiet ik je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en (vervolgens) dat vuurwapen doorgeladen, althans soortgelijke bewegingen gemaakt en (vervolgens) (daarbij) deze [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik snij je ballen eraf" en "Ik geef jou vijf minuten om de waarheid te vertellen, anders knip ik je ballen eraf", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,

en

op 06 oktober 2008 te [pleegplaats] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 1]) met kracht in het gezicht heeft geslagen, waardoor deze pijn heeft ondervonden;

2. subsidiair:

hij op 06 oktober 2008 te [pleegplaats] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 3]), heeft geschopt, waardoor deze pijn heeft ondervonden;

3.

hij op 06 oktober 2008 te [pleegplaats] opzettelijk [slachtoffer 1] en [benadeelde 1] en

[slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [benadeelde 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door toen en daar in een kamer van een woning gelegen aan de [adres benadeelde 1]

- voornoemde [slachtoffer 1] opzettelijk en wederrechtelijk met een vuurwapen (pistool met demper), onder schot te houden en

- voor de (toegangs)deur van die kamer te gaan zitten met in zijn, verdachtes, hand(en) dat vuurwapen en een mes, en

- de mobiele toestellen van die [benadeelde 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [benadeelde 2] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] af te pakken en

- die [benadeelde 1] en [slachtoffer 3] en [benadeelde 2] en [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] (daarbij) dreigend de woorden toe te voegen: "Als jullie de politie vertellen wat er is gebeurd dan vermoord ik jullie" en "Als jullie de politie bellen dan kom ik jullie na de gevangenisstraf weer opzoeken en kapot maken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

4. subsidiair:

hij op tijdstippen omstreeks 06 oktober 2008 te [pleegplaats][benadeelde 1] telkens heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend die [benadeelde 1] een vuurwapen (pistool), op haar hoofd gezet, en daarbij deze dreigend de woorden toegevoegd : "Ik schiet je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en vervolgens in de nabijheid van die [benadeelde 1] uit het vuurwapen een kogel heeft afgevuurd in de richting van nabijgelegen struiken en haar daarbij dreigend de woorden toegevoegd: "Je haalt de ochtend niet, we gaan allebei dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

5.

hij op tijdstippen in de periode van 6 oktober 2008 tot en met 07 oktober 2008 te [pleegplaats] telkens opzettelijk een persoon (te weten [benadeelde 1]) heeft mishandeld door,

- op 6 oktober 2008 te [pleegplaats] die [benadeelde 1] met kracht in haar gezicht te slaan

en

- op 7 oktober 2008 te [pleegplaats] die [benadeelde 1] met kracht bij haar arm vast te pakken en aan haar arm te trekken en met kracht aan haar haren te trekken, waardoor zij telkens pijn heeft ondervonden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

en

mishandeling.

het onder 2 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

mishandeling.

het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden,

meermalen gepleegd.

het onder 4 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

het onder 5 bewezen verklaarde levert op:

mishandeling, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf en maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft in twee dagen tijd achtereenvolgens met een vuurwapen in de hand een persoon met de dood bedreigd en hem en een ander mishandeld, vervolgens vijf personen onder bedreiging met een vuurwapen van hun vrijheid beroofd, zijn ex-vriendin dreigend een vuurwapen op het hoofd gezet en haar meermalen mishandeld.

Ten aanzien van de op te leggen gevangenisstraf

De rechtbank heeft aan verdachte een gevangenisstraf van 18 maanden opgelegd, alsmede terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege gelast.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 2 jaar en de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege zal opleggen.

De verdediging heeft naar voren gebracht dat verdachte de in eerste aanleg opgelegde gevangenisstraf al heeft uitgezeten. De raadsvrouwe heeft, indien het ten laste gelegde bewezen zou worden verklaard, primair gepleit voor oplegging van terbeschikkingstelling met voorwaarden, bij voorkeur in een klinische setting met een ‘open deur’-beleid en subsidiair voor oplegging van terbeschikkingstelling met voorwaarden waarbij verdachte aanvankelijk in een gesloten klinische setting wordt behandeld.

Naar het oordeel van het hof kan, gelet op de ernst van de bewezen verklaarde feiten in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

Het hof heeft daarbij gelet op:

- de omstandigheid dat verdachte in een tijdsbestek van ruim één etmaal, vijf zeer ernstige delicten, die gepaard zijn gegaan met grof geweld c.q. geweldsdreiging jegens personen, waarbij een wapen is gebruikt, heeft gepleegd;

- de mate waarin het bewezen verklaarde persoonlijk leed teweeg heeft gebracht bij de slachtoffers en het feit dat algemeen bekend is dat slachtoffers nog gedurende lange tijd psychische klachten aan hetgeen hen is overkomen kunnen hebben;

- het uittreksel justitiële documentatie de verdachte betreffend d.d. 22 maart 2011, waaruit blijkt dat verdachte, reeds eerder ter zake van een fors geweldsdelict (poging doodslag) is veroordeeld.

Voorts wordt het volgende overwogen:

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de rapportage omtrent de persoon van verdachte d.d. 4 februari 2011, opgemaakt door [naam psycholoog PBC], psycholoog en [naam psychiater PBC], psychiater, verbonden aan het Pieter Baan Centrum (PBC) te Utrecht, welk rapport – onder meer – inhoudt als conclusie van genoemde rapporteurs:

Betrokkene komt uit het onderzoek naar voren als een man die mogelijk als gevolg van vroege traumatische ervaringen en wisseling van verzorgers niet geleerd heeft dat hij op anderen en op zichzelf kan vertrouwen (hetgeen een onveilige hechting wordt genoemd).

Hechtingsproblematiek zou ten grondslag kunnen liggen aan sociale en emotionele achterstand en gedragsproblemen die voor zijn omgeving zichtbaar werden vanaf zijn 12e levensjaar. In de daaropvolgende jaren was er sprake van een scheefgroei van zijn persoonlijkheid waarbij antisociaal gedrag (grensoverschrijdend gedrag, ondernemen van antisociale en criminele activiteiten, weinig verantwoordelijkheid dragen voor eigen leven) op de voorgrond staat. Later komt de narcistische problematiek (egocentrisme, krenkbaarheid en beperkte inlevingsvermogens) steeds meer naar voren.

Tijdens de huidige observatieperiode valt betrokkenes narcistische dynamiek op, waarbij hij zich vooral richt op het imago (het ideale beeld van zichzelf) en veel minder op zijn gevoel. Momenteel bereiken zijn antisociale en narcistische trekken het pathologische niveau van een persoonlijkheidsstoornis. Betrokkene wordt door zijn stoornis ernstig belemmerd in zijn functioneren op meerdere gebieden. Volgens het DSM-IV-classificatiesysteem wordt voldaan aan de criteria van een persoonlijkheidsstoornis niet anderszins omschreven (NAO) met narcistische en antisociale trekken. Op de psychopathiechecklist (PCL-R) is er sprake van psychopathietrekken maar het gedragskundig significante niveau van psychopathie wordt niet bereikt. Het scoreprofiel wijst vooral op emotionele defecten (weinig emotionele diepgang, beperkte empathie, geen schuldgevoelens). De forensisch relevante problematiek van betrokkene betreft vooral zijn relationele kant. De PIJ-maatregel werd in 2003 opgelegd naar aanleiding van ernstige (herhaaldelijke) mishandeling van zijn tante. Hoewel betrokkene, blijkens de verslagen, in de klinieken aan de behandeling goed heeft meegewerkt, kan hij nog steeds, gedurende het huidige onderzoek, nauwelijks reflecteren op zijn (delict)gedrag. Betrokkene lijkt in onze inhoudelijke gesprekken de beperkingen van zijn persoonlijkheid te ontkennen en gevoelens van boosheid en gekrenktheid sterk af te weren. In situaties, waarin hij in het verleden geraakt werd op zijn zwakke plek (instabiel zelfbeeld, krenkbaarheid en kwetsbaarheid op het terrein van relaties en intimiteit) kwam, al dan niet onder invloed van alcohol, zijn agressie op een explosieve wijze tot uiting. Het incident uit 2005 was (mede) aanleiding om de PIJ-maatregel met een jaar te verlengen.

Ten tijde van het ten laste gelegde was er sprake van bovengenoemde persoonlijkheidsstoornis.

Relatieproblemen en een recente relatiebreuk met één van de slachtoffers kunnen met grote zekerheid beschouwd worden als een aanleiding tot het ten laste gelegde. In zijn gedrag werd hij beïnvloed door snel opkomende gevoelens van achterdocht en boosheid.

Ten tijde van het ten laste gelegde (en ook in de periode ervoor) werd betrokkene geraakt op zijn kwetsbare plek (relationeel onvermogen). In het ten laste gelegde, indien bewezen, is dan ook doorwerking van zijn antisociale (weinig remming door gebrekkige gewetensvorming) en narcistische (krenkbaarheid) persoonlijkheidspathologie te zien. Derhalve adviseren wij betrokkene hiervoor verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

De kans op herhaling van geweldsdelicten in de toekomst is groot. Gebleken is dat betrokkene bij afwijzing, verlating, of dreigende verlating, in relationele sfeer zich angstig en afgewezen voelt. Hij wordt dan geraakt in de kern van zijn pathologie. Dit leidt tot stress en verlies van overzicht, waarbij betrokkene agressie inzet om controle over de situatie te behouden en het in zijn beleving hem aangedane onrecht te herstellen. Het klinisch oordeel wordt ondersteund door actuariële risicotaxatie. Volgens de risicotaxatie met behulp van de HCR-20 scoort betrokkene, naast de historische items, hoog op risicohanteringsitems (hoog niveau van ervaren van stress, blootstelling aan destabiliserende factoren en beperkt sociaal netwerk) buiten de gestructureerde setting.

Het feit dat betrokkene ondanks een langdurige intensieve behandeling in het kader van de PIJ-maatregel in onze onderzoeksgesprekken niet kan reflecteren op zijn eerdere delictsgedrag is zorgelijk.

Het hof verenigt zich met voornoemde conclusies en maakt deze tot de zijne.

Het hof overweegt het volgende.

Betrokkene heeft een zeer langdurige voorgeschiedenis waarin ernstige geweldsdelicten zijn gepleegd. De agressieregulatie is gestoord en betrokkene heeft in zijn leven nooit echt verantwoordelijkheid voor zijn geweldsgedrag genomen. Hij presenteert zich als slachtoffer eerder dan als dader. Bij verdachte was ten tijde van het begaan van het feit sprake van een persoonlijkheidsstoornis NAO met narcistische en antisociale trekken.

Een in het verleden opgelegde PIJ-maatregel heeft niet de beoogde gedragsverandering bij verdachte teweeg kunnen brengen. In tegendeel; verdachte is relatief kort nadat hij een jarenlange behandeling heeft beëindigd ernstig gerecidiveerd. De ten laste gelegde feiten betreffen ernstige geweldsdelicten, waarbij ook gebruik van een wapen aan de orde is

De kans op herhaling van geweldsdelicten in de toekomst is groot.

Het hof is van oordeel dat aan de wettelijk eisen als genoemd in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht is voldaan. Er bestond ten tijde van het begaan van het feit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijk stoornis van de geestvermogens, de door verdachte begane feiten zijn voor een deel misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van meer dan vier jaren is gesteld en voor een ander deel worden genoemd in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht, terwijl de algemene veiligheid van personen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling eist en het misdrijven betreft die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Het hof dient vervolgens de vraag te beantwoorden of deze ter beschikkingstelling als een TBS met voorwaarden kan worden opgelegd dan wel als TBS met dwangverpleging moet worden opgelegd.

Op grond van hetgeen de deskundigen verbonden aan het Pieter Baan Centrum omtrent de persoonlijkheid van verdachte in hun rapport en ter terechtzitting hebben gerapporteerd, is het hof van oordeel dat een behandeling in een ambulant kader/ klinische setting met “open deur beleid”, onvoldoende waarborgen biedt voor de algemene veiligheid van personen. Zij hebben immers aangegeven dat een klinische behandeling noodzakelijk wordt geacht. De deskundige [naam psycholoog PBC] heeft ter terechtzitting daar nog aan toegevoegd dat die klinische behandeling zeker één à twee jaar zal gaan duren voordat verdachte buiten het gedwongen intramurale kader zou kunnen worden behandeld.

Het hof is tevens van oordeel, dat, gelet op de persoonlijkheidsproblematiek van verdachte,

de noodzakelijk geachte langduriger klinische behandeling, de grote vrees voor herhaling van geweldsdelicten, de omstandigheid dat een eerdere PIJ-maatregel niet tot de gewenste gedragverandering heeft geleid en de zeer snelle en ernstige recidive ( met een wapen) die na beëindiging van die PIJ heeft plaatsgevonden, een TBS met voorwaarden eveneens onvoldoende waarborgen biedt voor de algemene veiligheid van personen. Het hof betrekt daarbij tevens dat volgens de rapporteurs van het PBC rapport een onontkoombare externe controle neergezet dient te worden om te zorgen dat verdachte zich conformeert en meewerkt. Zodra die wegvalt, is de kans groot dat zijn motivatie stopt.

Het hof is op grond van het vorenstaande van oordeel dat een TBS met dwangverpleging

waardoor een intensieve gestructureerde intramurale behandeling kan plaatsvinden en een verantwoord gefaseerde en gecontroleerde terugkeer in de maatschappij kan plaatsvinden, gelet op de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen, vereist is om het recidive gevaar te verminderen en op een verantwoorde wijze de persoonlijkheidsstoornis te beïnvloeden

Het hof zal derhalve een TBS met dwangverpleging opleggen.

Benadeelde partijen

1. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde 1] als gevolg van verdachtes onder 3, 4 subsidiair en onder 5 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof is van oordeel dat voor het overige de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. De benadeelde partij kan daarom in zoverre in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door de strafbare feiten is toegebracht.

2. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde 2] als gevolg van verdachtes onder 3 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof is van oordeel dat voor het overige de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. De benadeelde partij kan daarom in zoverre in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 24c, 37b, 57, 63, 282, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 4 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair,

2 subsidiair, 3, 4 subsidiair en 5 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3, 4 subsidiair en 5 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde, [benadeelde 1], ter zake van het onder 3, 4 subsidiair en 5 bewezen verklaarde tot het bedrag van

EUR 1.100,00 (duizend honderd euro) bestaande uit EUR 100,00 (honderd euro) materiële schade en EUR 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1], een bedrag te betalen van EUR 1.100,00 (duizend honderd euro) bestaande uit EUR 100,00 (honderd euro) materiële schade en EUR 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door

22 (tweeëntwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde, [benadeelde 2], ter zake van het onder 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 300,00 (driehonderd euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2], een bedrag te betalen van EUR 300,00 (driehonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr. O.M.J.J. van de Loo, voorzitter,

mr. J.M.W.M. van den Elzen en mr. J.F. Dekking, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mw. J.G.M. van Zandbeek, griffier,

en op 15 juni 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.