Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ2450

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22-04-2011
Datum publicatie
22-04-2011
Zaaknummer
20-001406-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak art. 261 van het Wetboek van Strafrecht. Vrijspraak omdat niet is voldaan aan het bestanddeel “met het kennelijke doel daaraan ruchtbaarheid te geven”.

Het hof stelt voorop dat het gebruik van een chatprogramma als MSN of een ander digitaal netwerk (als Hyves of Facebook) op een wijze als door verdachte gedaan in beginsel kan leiden tot het plegen van het delict als ten laste gelegd. Immers, ook langs deze weg kan een grotere groep personen, bestaande uit willekeurige derden, bereikt worden. Zodoende kan ruchtbaarheid worden gegeven als bedoeld in artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht. In de onderhavige zaak is door de politie geen nader onderzoek verricht naar de omvang van de groep van personen (“vriendenkring”) die verdachte tot haar MSN-account had toegelaten en evenmin is er onderzoek verricht naar de samenstelling van deze groep. Ook ontbreekt verdere informatie omtrent de vraag hoe lang de teksten op MSN voor anderen zichtbaar zijn geweest. Niet kan worden vastgesteld dat de teksten kenbaar zijn geworden voor een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2011/151
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 20-001406-10

Uitspraak : 22 april 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch van 23 maart 2010 in de strafzaak met parketnummer 01-090393-09 tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [1972],

wonende te [woonplaats], [adres],

bij welk vonnis verdachte wegens smaad is veroordeeld tot een geldboete van EUR 240,--, subsidiair 4 dagen hechtenis en waarbij de benadeelde partij niet-ontvankelijk is verklaard in haar vordering.

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de eerste rechter zal vernietigen, opnieuw rechtdoende bewezen zal verklaren hetgeen ten laste is gelegd en verdachte deswege zal veroordelen tot een geldboete van EUR 150,--, subsidiair 3 dagen hechtenis. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof deze zal afwijzen.

Namens verdachte is primair vrijspraak bepleit en is subsidiair een strafmaatverweer gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

zij op enig(e) tijdstip(pen) op of omstreeks de periode van 27 juli 2009 tot en met 2 augustus 2009 te Eindhoven opzettelijk (telkens) door middel van verspreiding van (een) (elektronisch) geschrift(en) door plaatsing van een (elektronisch) werk te weten middels vermelding in een (zogenaamde) msn-naam de eer en/of de goede naam van [slachtoffer] heeft aangerand door telastlegging van een of meer bepaalde feiten, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft zij met voormeld doel (een) (elektronische) geschrift(en), met de tekst: - 'mensen pas op met klusjes door [slachtoffer] want hij licht iedereen op met materiaal halen en zegt een bedrag dat het niet is' en/of - '[slachtoffer] moet wel oplichten met zo'n duur wijf die alles moet hebben, anders is ze chagarijnig als ze niks heeft' en/of - 'mensen pas op met [slachtoffer] hij licht mensen op voor duizenden Euro's met klussen, trap er niet in', verspreid.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof is van oordeel dat bij gebrek aan voldoende wettige bewijsmiddelen niet kan worden bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.

Het hof komt tot die conclusie op grond van het volgende.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bekend dat zij in de ten laste gelegde periode berichten met een inhoud als in de tenlastelegging opgenomen op MSN heeft achtergelaten die waren gericht tegen [slachtoffer].

De verdediging stelt zich echter op het standpunt dat de verdachte hiermee niet het doel heeft gehad om aan die uitlatingen ruchtbaarheid te geven. In dit verband is aangevoerd dat de berichten slechts konden worden gelezen door een beperkte groep van personen die de verdachte tot haar MSN-account had toegelaten. Deze zogenaamde “vriendengroep” bestond uit ongeveer tien personen, allen afkomstig uit haar directe omgeving (familie). Voorts is door de verdachte aangevoerd dat de berichten slechts korte tijd op MSN hebben gestaan, zodat niemand de berichten gelezen kon hebben. Het was in ieder geval niet de bedoeling dat iedereen de berichten kon lezen.

Het hof overweegt als volgt.

Onder "ruchtbaarheid geven" als bedoeld in artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht dient te worden verstaan "het ter kennis van het publiek brengen" (zie onder meer Hoge Raad 8 juli 2008, LJN BC9186). Met zodanig "publiek" is een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden bedoeld.

Het hof stelt voorop dat het gebruik van een chatprogramma als MSN of een ander digitaal netwerk (als Hyves of Facebook) op een wijze als door verdachte gedaan in beginsel kan leiden tot het plegen van het delict als ten laste gelegd. Immers, ook langs deze weg kan een grotere groep personen, bestaande uit willekeurige derden, bereikt worden. Zodoende kan ruchtbaarheid worden gegeven als bedoeld in artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht.

In de onderhavige zaak is door de politie geen nader onderzoek verricht naar de omvang van de groep van personen (“vriendenkring”) die verdachte tot haar MSN-account had toegelaten en evenmin is er onderzoek verricht naar de samenstelling van deze groep. Ook ontbreekt verdere informatie omtrent de vraag hoe lang de teksten op MSN voor anderen zichtbaar zijn geweest.

Een en ander leidt het hof tot de conclusie dat, nu de stelling van verdachte door de voorhanden zijnde bewijsmiddelen niet kan worden weerlegd, niet kan worden vastgesteld dat de teksten kenbaar zijn geworden voor een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden. Aan het bestanddeel “met het kennelijke doel daaraan ruchtbaarheid te geven” is derhalve niet voldaan en om die reden dient verdachte te worden vrijgesproken van hetgeen ten laste is gelegd.

Schadevergoeding

De benadeelde partij [benadeelde] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 1.025,--. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep niet toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd ter zake van de niet toegewezen vordering.

Nu aan verdachte ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade veroorzaakt zou zijn, geen straf of maatregel wordt opgelegd en evenmin toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, kan de benadeelde partij [benadeelde] in haar vordering niet worden ontvangen.

De proceskosten van de verdachte worden ten laste van de benadeelde partij gebracht, doch zijn tot op heden begroot op nihil.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij.

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde], in haar vordering niet-ontvankelijk.

Veroordeelt de benadeelde partij, [benadeelde], in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Aldus gewezen door

mr. J.F. Dekking, voorzitter,

mr. O.M.J.J. van de Loo en mr. J.A. van Zon,

in tegenwoordigheid van mr. N. van der Velden, griffier,

en op 22 april 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. J.A. van Zon is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.