Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2011:BP8642

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22-03-2011
Datum publicatie
22-03-2011
Zaaknummer
HD 200.084.206
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBBRE:2011:BP7949
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Hoger beroep kort geding.

Ontruiming kraakkerk.

Provisionele ordemaatregel in afwachting van behandeling incidentele vordering door het hof.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.084.206

arrest van de tweede kamer van 22 maart 2011

in de zaak van

[X.],

wonende te [woonplaats],

appellant,

advocaat: mr. M.F. van Hulst,

tegen:

STICHTING WOONZORG NEDERLAND,

gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. A.M. Langeloo,

op het bij exploot van dagvaarding van 18 maart 2011 ingeleide hoger beroep van het door de voorzieningenrechter van de rechtbank Breda gewezen vonnis van 17 maart 2011 tussen appellant - [X.] - als gedaagde sub 4 en geïntimeerde - Woonzorg - als eiseres.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 231415 / KG ZA 11-114)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis. Woonzorg heeft in eerste aanleg gedagvaard: [A.], [B.], [C.] en hen die verblijven in de onroerende zaak of een gedeelte daarvan, gelegen te ([postcode]) [vestigingsplaats] aan de [vestigingsadres], van wie verschenen: [X.].

2. Het geding in hoger beroep

2.1. [X.] heeft van de appeldagvaarding slechts een fotokopie aan het hof overgelegd. Hij zal in de gelegenheid gesteld worden om uiterlijk op de rol van 29 maart 2011 dit verzuim te herstellen.

Bij voormeld exploot (zoals blijkt uit de kopie) heeft [X.] onder meer gevorderd een voorlopig verbod tot ontruiming uit te spreken tot de uitspraak in hoogste instantie in deze zaak, uitvoerbaar bij voorraad.

2.2. Bij brief van 17 maart 2011 heeft [X.] het hof verzocht om toepassing van een afwijkende procesregeling op grond van art. 9.1.14 Rolreglement.

Bij brief van 18 maart 2011 heeft de rolraadsheer van het hof als volgt geantwoord:

‘In bovengenoemde zaak is u bij beschikking van dit hof van 17 maart 2011 (zaaknummer HV 200.084.001) verlof verleend om uw wederpartij Woonzorg Nederland B.V. op verkorte termijn in hoger beroep te dagvaarden inzake het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Breda van 17 maart 2011 (uit ambtshalve verkregen informatie vernam het hof dat het de uitspraak onder zaaknummer 231415 / KG ZA 11-114 betreft), waarbij onder meer uw cliënt tot ontruiming is veroordeeld binnen drie dagen na betekening van het vonnis. Het hof heeft bepaald dat de dagvaarding uiterlijk op 18 maart 2011 te 17.00 uur aan het kantooradres van mr. A.M. Langeloo, de advocaat van Woonzorg in de vorige instantie, moet zijn betekend.

Bij brief van 17 maart 2011 verzoekt u tevens om behandeling van de zaak als een ‘turbospoedappel’, waarbij u het hof verzoekt om eerst te beslissen op de in de (concept)appeldagvaarding op te nemen incidentele vordering strekkende tot - kort gezegd - een voorlopig verbod tot ontruiming. In de aan het hof gezonden conceptdagvaarding is deze vordering niet (volledig) verwoord.

Tevens gaf u aan de grieven nog niet te kunnen formuleren nu u nog niet over het uitgewerkte vonnis van de voorzieningenrechter beschikt.

Gelet op het voorgaande, met inachtneming van art. 9.1.14 Rolreglement en op voorwaarde dat de appeldagvaarding tijdig en op juiste wijze is betekend en tijdig en op juiste wijze zal zijn aangebracht voor de zitting van 22 maart 2011 bepaal ik het volgende:

1. Op 22 maart 2011 zal het hof een voorlopige beslissing nemen omtrent een schorsing ex 351 Rv tot aan de definitieve beslissing op de incidentele vordering. Het hof vertrouwt erop dat Woonzorg voordien niet tot ontruiming over zal gaan.

2. Op 22 maart 2011 zal geïntimeerde een termijn van één week worden gegund voor antwoordmemorie in het incident.

Indien beide partijen in plaats daarvan inzake de incidentele vordering een mondelinge behandeling wensen op 29 maart 2011 dienen zij het hof daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen.

3. Op 29 maart 2011 dienen partijen te fourneren in het incident. Dat geldt ook indien geïntimeerde niet in de procedure verschijnt.

4. Het hof zal zo spoedig mogelijk na het fourneren een beslissing in het incident nemen. Daarbij zal het hof tevens beslissen omtrent de verdere procedure in de hoofdzaak. Partijen dienen daarbij bedacht te zijn op mogelijk korte termijnen voor het nemen van de memorie van grieven en antwoord.

5. Indien partijen in de hoofdzaak pleidooi wensen, dienen zij op 29 maart 2011 verhinderdata voor de komende twee maanden op te geven.

6. Voor het geval in de uitgebrachte appeldagvaarding (net als in het concept) de incidentele vordering (abusievelijk) niet is opgenomen, dient appellant deze vordering uiterlijk op 21 maart 2011 aan het kantooradres van mr. A.M. Langeloo te betekenen.

De griffier stuurt een kopie van deze brief aan mr. A.M. Langeloo te Amsterdam.

Appellant dient tevens per omgaande mr. A.M. Langeloo een afschrift van deze brief te zenden, alsmede een kopie van zijn brief van 17 maart 2011 aan het hof nu uit die brief niet blijkt dat daarvan een afschrift aan de wederpartij is gezonden.

3. De voorlopige beoordeling in het incident

3.1. De voorzieningenrechter is in zijn vonnis van de navolgende feiten uitgegaan:

- Aan de [vestigingsadres] in [vestigingsplaats] bevindt zich het voormalig kerkgebouw en aangebouwde voormalige pastorie met terrein, tuin en verdere aanhorigheden

(verder te noemen de Heilig Hartkerk en de pastorie).

- De Heilig Hartkerk is sinds 1986 niet meer als kerk in gebruik.

- In februari 1986 is de Heilig Hartkerk gekraakt.

- De rechtsvoorganger van Woonzorg is sinds 24 december 1990 eigenaar van de Heilig Hartkerk en de pastorie.

- De rechtsvoorganger van Woonzorg heeft de Heilig Hartkerk en de pastorie aangekocht om deze te slopen, en vervolgens ter plaatse woningbouw te realiseren.

- De staatssecretaris van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft aan de Heilig Hartkerk in 2002 de status van rijksmonument verleend.

- Op 27 december 2007 heeft de gemeente Breda een monumentenvergunning verleend voor de restauratie van het ex- en interieur van de Heilig Hartkerk. Aan de vergunning heeft de gemeente de voorwaarde verbonden dat de gebrekenopnames moeten worden vertaald naar een restauratiebestek, welk bestek ter goedkeuring dient te worden voorgelegd. Tegen het verlenen van de vergunning is geen bezwaar gemaakt.

- In april 2010 heeft Woonzorg overeenstemming bereikt met de gemeente Breda, de Provincie Noord-Brabant en NV Monumenten Fonds Brabant en is besloten over te gaan tot het restaureren van de toren en het voorste gedeelte van de Heilig Hartkerk.

- In het achterste gedeelte van de kerk is Woonzorg voornemens sociale huurwoningen realiseren. Hierover is nog geen overeenstemming met de gemeente.

- De renovatie van de Heilig Hartkerk zal in meerdere fases geschieden. De plannen van Woonzorg zijn als volgt:

Fase 1: het herstel van de toren, de voorgevel en de eerste tien meter vanaf de voorgevel van de kerk.

Fase 2 en fase 3: het slopen van het achterste gedeelte van de kerk (het schip) en het realiseren van seniorenwoningen en gemeenschappelijke voorzieningen.

- In de periode augustus 2010 – december 2010 heeft Woonzorg overleg gevoerd met gedaagden sub 1 en sub 2 over beëindiging van het gebruik van de Heilig Hartkerk als woon- en werkruimte. Partijen hebben over en weer voorstellen voor een schriftelijke vaststellings- danwel gebruiksovereenkomst gedaan. Geen van de voorgestelde versies is uiteindelijk door partijen ondertekend.

- Op 29 november 2010 heeft Woonzorg het restauratiebestek en de tekeningen voor fase 1 bij de gemeente Breda ingediend.

- Bij besluit van 8 december 2010 heeft de gemeente Breda Woonzorg een omgevingsvergunning voor het restaureren van de Heilig Hartkerk, fase 1, verleend. De vergunning is verleend voor het bouwen, slopen en kappen van bomen.

- De krakers hebben bezwaar gemaakt tegen voormeld besluit.

- Bij besluit van 4 februari 2011 heeft de Provincie Noord-Brabant een subsidie van maximaal € 1.982.317,-- toegekend aan de gemeente Breda voor het Project Restauratie Heilig Hartkerk. Onder de subsidievoorwaarden is opgenomen dat het project vóór 1 januari 2011 moet zijn begonnen en dat uiterlijk 1 januari 2011 ook de betreffende financiële verplichtingen zijn aangegaan. Daarnaast moet het project zijn afgerond op uiterlijk 31 december 2013. Tevens is opgenomen dat Provinciale Staten op 4 februari 2011 heeft besloten om voor dit project een uitzondering op deze voorwaarde toe te staan en uitstel te verlenen voor de start van het project.

- Op 17 maart 2011 neemt de gemeente Breda een beslissing over de toewijzing van de subsidie van de Provincie Noord-Brabant aan Woonzorg.

- De aanneemovereenkomst ligt voor ondertekening gereed. Woonzorg is voornemens de aanneemovereenkomst te ondertekenen als de gemeente de subsidie op 17 maart 2011 aan haar toekent.

- Op grond van het Uitvoeringsprogramma C 2011-2012 (Beleid cultuur en cultureel erfgoed) heeft de gemeente Breda in haar begroting een eenmalig investeringsbudget van € 1.000.000,-- opgenomen voor de restauratie van de Heilig Hartkerk.

3.2. De voorzieningenrechter heeft bij het in de hoofdzaak bestreden vonnis onder meer alle gedaagden veroordeeld om op straffe van een dwangsom binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de onroerende zaak, of gedeelte daarvan, gelegen te ([postcode]) [vestigingsadres] aan de [vestigingsadres], te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken tenzij deze zaken van Woonzorg zijn, en de sleutels af te geven aan Woonzorg.

Deze veroordeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

3.3. Het hof overweegt in dit kort geding als volgt. Indien Woonzorg op korte termijn voormelde veroordeling tenuitvoer legt en start met de voorgenomen werkzaamheden dan wordt, zo begrijpt het hof de stellingen van [X.], hetgeen [X.] beoogt te bereiken met zijn incidentele vordering illusoir. Er ontstaat dan een onomkeerbare situatie. Teneinde de behandeling van en de beslissing op de incidentele vordering op zinvolle wijze te kunnen laten plaatsvinden, zal het hof de in het dictum op te nemen ordemaatregel gelasten. Het hof komt tot dit oordeel na afweging van de belangen van partijen. In het bijzonder is daarvoor op dit moment doorslaggevend het feit dat de kerk sinds 1986 gekraakt is, terwijl thans na al die jaren de krakers- uitvoerbaar bij voorraad - slechts een termijn van drie dagen voor ontruiming gegund wordt. Het hof betrekt hierbij mede dat Provinciale Staten op 4 februari 2011 uitstel voor de start van het restauratieproject heeft verleend, terwijl het project aanvankelijk vóór 1 januari 2011 diende te beginnen. Op dit moment is de lengte van het verleende uitstel niet bekend.

In het kader van deze voorlopige beoordeling wegen op dit moment de belangen van Woonzorg, zoals die uit voornoemde door de voorzieningenrechter in ogenschouw genomen feiten volgen, niet op tegen het belang van de krakers tot handhaving van de feitelijke situatie tot op de incidentele vordering door het hof is beslist. Gelet op de uiterste spoed bij het gelasten van deze vandaag gevorderde ordemaatregel is Woonzorg weliswaar nog niet op de vordering gehoord, maar Woonzorg zal op korte termijn voor de definitieve beslissing op de incidentele vordering nog in de gelegenheid gesteld worden haar verdediging te voeren. De omstandigheid dat de vandaag te gelasten ordemaatregel slechts een zeer korte looptijd zal hebben, maakt dat Woonzorg niet onredelijk in haar belangen zal worden geschaad.

3.4. Partijen hebben zich niet uitgelaten over onderdeel 2, tweede zin, van de brief van de rolraadsheer van 18 maart 2011. De zaak zal derhalve naar de rol van 29 maart 2011 worden verwezen voor het nemen door Woonzorg van een memorie van antwoord in het incident. Iedere verdere beslissing in de hoofdzaak en in het incident zal worden aangehouden.

4. De uitspraak

Het hof:

in het incident

schorst de tenuitvoerlegging van het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Breda van 17 maart 2011 (zaaknr. 231415 / KG ZA 11-114) tot dat het hof op de bij appeldagvaarding ingestelde incidentele vordering zal hebben beslist;

verwijst de zaak naar de rol van 29 maart 2011 voor:

- het overleggen van de originele appeldagvaarding door [X.];

- het nemen door Woonzorg van een memorie van antwoord in het incident;

- fourneren door partijen;

verklaart dit arrest in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;

in het incident en in de hoofdzaak

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. Venhuizen, Vriezen en Van Craaikamp en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 22 maart 2011.