Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2011:BP8415

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
18-03-2011
Datum publicatie
21-03-2011
Zaaknummer
20-004395-09
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSHE:2009:BK4216, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 326 Sr. Oplichting, vijf feiten bewezen, vijf feiten vrijspraak; niet bewezen dat verdachte (voorafgaand aan de afgifte) met enig oplichtingsmiddel slachtoffers heeft bewogen tot afgifte van enig goed, of wel niet bewezen dat slachtoffer in de ten laste gelegde periode is bewogen tot afgifte van enig goed; beroep op psychische overmacht verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer : 20-004395-09

Uitspraak : 18 maart 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 24 november 2009 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers

01-840067-08 en 01-840288-09, tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1947],

wonende te [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

Verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep moet, blijkens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, worden begrepen als uitdrukkelijk niet te zijn gericht tegen de beslissing van de rechtbank om verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde onder 5. in de zaak met parketnummer 01-840288-09 vrij te spreken. In verband hiermede is ook de met betrekking tot dit feit ingediende vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] in hoger beroep niet meer aan de orde.

Voorts is ook de in eerste aanleg niet-ontvankelijk verklaarde vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] in hoger beroep niet meer aan de orde, nu [benadeelde 2] zich in hoger beroep niet opnieuw heeft gevoegd.

Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens verdachte naar voren is gebracht.

De vordering van de advocaat-generaal houdt in dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat:

• verdachte van de feiten 1. tot en met 4. ten laste gelegd onder parketnummer

01-840067-08 dient te worden vrijgesproken;

• het in de zaak met parketnummer 01-840067-08 onder 5. ten laste gelegde feit kan worden bewezen verklaard, doch dat verdachte op grond van psychische overmacht niet strafbaar is en mitsdien moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging;

• verdachte van de feiten 1., 2., 4. en 5. ten laste gelegd onder parketnummer

01-840288-09 dient te worden vrijgesproken;

• het in de zaak met parketnummer 01-840288-09 onder 3. ten laste gelegde feit kan worden bewezen verklaard, doch dat verdachte op grond van psychische overmacht niet strafbaar is en mitsdien moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging;

• aan verdachte in verband met de door [benadeelde 3] en [benadeelde 2] geleden schade geen schadevergoedingsmaatregel zal worden opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

In onderhavige strafzaak is sprake van een tweetal in eerste aanleg gevoegde strafzaken met de parketnummers 01-840067-08 en 01-840288-09. Uit efficiëncy-overwegingen heeft het hof de in de afzonderlijke tenlasteleggingen van deze strafzaken opgenomen feiten van een dooropende nummering voorzien. Het eerste hierna opgenomen vijftal feiten heeft betrekking op de strafzaak met parketnummer 01-840067-08. Het tweede hierna opgenomen vijftal feiten heeft betrekking op de strafzaak met parketnummer 01-840288-09.

Aan verdachte is -na een tweetal wijzigingen van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- ten laste gelegd dat:

1.

zij op verschillende/een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2006 tot en met 2 maart 2007 te Sambeek, gemeente Boxmeer, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 3] heeft bewogen tot de afgifte van een (aantal) geldbedrag(en) tot een totaalbedrag van 20.312,- euro, in elk geval van enig(e) geldbedrag(en) en/of goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid een vertrouwensband met aangever en zijn gezin opgebouwd en/of aangegeven dat zij kundig was de dochter van aangever te helpen en/of een aantal gesprekken met de dochter van aangever en/of de overige familieleden gevoerd en/of verklaard dat zij een (zeer grote) erfenis zou ontvangen maar dat zij vooralsnog een aantal financiële problemen had en/of verklaard dat zij, verdachte haar auto en/of de auto van haar (overleden) moeder aan een dochter van aangever wilde geven, waardoor voornoemde [benadeelde 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

2.

zij op verschillende/een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 maart 2006 tot en met 3 maart 2007 te Overloon, gemeente Boxmeer, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf van benadeelde 5] en/of [benadeelde 5] te bewegen tot de afgifte van een personenauto (merk [A]), in elk geval van enig goed, met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid een vertrouwensband op te bouwen met voornoemd autobedrijf en/of zich voor te doen als (serieuze) koper van een auto en/of voornoemde auto heeft besteld en/of meermalen althans eenmaal heeft toegezegd de auto te komen betalen en/of ophalen bij voornoemd autobedrijf, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

zij op verschillende/een tijstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 maart 2006 tot en met 24 april 2006 te Overloon, gemeente Boxmeer, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf van benadeelde 6] en/of [benadeelde 6] heeft bewogen tot het aangaan van een schuld en/of de afgifte van een goed te weten tuinontwerpen en/of hovenierswerkzaamheden, bestaande uit het verwijderen van begroeiing in de tuin van verdachte en/of het omzetten van de tuin met een kraan en/of het aanleggen van een beregeningsinstallatie en/of het leveren en/of leggen van bestrating, in elk geval van enige schuld en/of enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als had zij voldoende geld voor betalingen en/of als was zij kredietwaardig en/of aangegeven dat het aan de bank(en) lag dat haar rekening(en) was/waren geblokkeerd en/of dat zulks op een misverstand berustte,

waardoor [bedrijf van benadeelde 6] en/of voornoemde [benadeelde 6] werd bewogen tot het aangaan van bovenomschreven schuld en/of werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

4.

zij op verschillende/een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2006 tot en met 22 maart 2007 te Overloon, gemeente Boxmeer, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf benadeelde 2] en/of [benadeelde 2] heeft bewogen tot het aangaan van een schuld en/of de afgifte van een goed te weten een tuinontwerp en/of een offerte en/of hovenierswerkzaamheden bestaande uit het vernieuwen van leidingen en/of het aanleggen van een beregening en/of het aanleggen van een vijver en/of een carport en/of een terras en/of bestrating en/of beplanting, en/of bloemen (rozen) en/of bloemstukken (voor een bruiloft en/of begrafenis), in elk geval van enige schuld en/of goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid een vertrouwensrelatie opgebouwd en/of zich voorgedaan als had zij voldoende geld voor betalingen en/of als was zij kredietwaardig en/of aangegeven dat het aan de bank(en) lag dat haar rekening(en) was/waren geblokkeerd en/of dat zulks op een misverstand berustte,

waardoor [bedrijf benadeelde 2] en/of [benadeelde 2] werd bewogen tot het aangaan van bovenomschreven schuld en/of werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

5.

zij in of omstreeks de periode van 24 mei 2006 tot en met 28 oktober 2006, althans op of omstreeks 24 mei 2006 te Venray, althans in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf benadeelde 7] en/of [benadeelde 7] te bewegen tot de afgifte van drie althans een (aantal) bril(len), in elk geval van enig goed, met vorenomschreven oogmerk

-zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich heeft voorgedaan als (serieuze) koper van (een) bril(len) en/of voornoemde bril(len) heeft besteld en/of meermalen althans eenmaal toegezegd de bril(len) te komen ophalen bij voornoemde [bedrijf benadeelde 7],

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

zij op verschillende/een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 augustus 2008 tot en met 19 september 2008 te Venray, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 8] heeft bewogen tot het aangaan van een schuld en/of de afgifte van een goed, te weten het aangaan van een huurovereenkomst (met daarin opgenomen het eerste recht op koop) en/of de afgifte van een huissleutel, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als (bonafide) koper van die woning (die in de verkoop stond) en/of (daartoe) heeft aangegeven eerst die woning twee maanden te willen huren en/of (vervolgens) (via een makelaar) een huurovereenkomst heeft afgesloten en/of een stuk van de Postbank aan de makelaar getoond, als ware dat stuk een bewijs van betaling van de huurpenningen en/of (vervolgens) de sleutel van die woning ontvangen,

waardoor [benadeelde 8] werd bewogen tot het aangaan van bovenomschreven schuld en/of werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

7.

zij op verschillende/een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 juni 2008 tot en met 19 september 2008 te Venray, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 9] heeft bewogen tot het aangaan van een schuld en/of de afgifte van een goed, te weten twee/een testament(en) en/of een akte van oprichting van een stichting (Stichting [X]), in elk geval van enige schuld en/of enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als (zeer) vermogende vrouw die een fiscalist/zaakwaarnemer zocht om haar vermogen te beheren en/of (daartoe) die [benadeelde 9] benaderd en/of (aldus) een vertrouwensrelatie opgebouwd met die [benadeelde 9] en/of aan die [benadeelde 9] had verteld, dat zij, verdachte kanker althans een ernstige ziekte had en/of dat zij geopereerd moest worden en/of (met spoed) die [benadeelde 9] voor verdachte twee testament(en) laten beschrijven en/of een stichting op laten richten bij een notaris,

waardoor [benadeelde 9] werd bewogen tot het aangaan van bovenomschreven schuld en/of werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

8

zij op verschillende/een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 28 augustus 2008 tot en met 06 oktober 2008 te Blerick, gemeente Venlo, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 10] heeft bewogen tot het aangaan van een schuld en/of de afgifte van een goed te weten een verhuisovereenkomst en/of een hoeveelheid verhuisdozen, in elk geval van enige schuld en/of enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid een overeenkomst terzake een verhuizing van Overloon naar Venray aangegaan op naam van mevrouw [betrokkene] als ware zij, verdachte die [betrokkene] en/of (een) afspra(a)k(en) gemaakt dat zij, verdachte, de rekening zou (komen) betalen (binnen afzienbare tijd),

waardoor die [benadeelde 10] werd bewogen tot het aangaan van bovenomschreven schuld en/of werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

9.

zij op verschillende/een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 06 februari 2008 tot en met 06 oktober 2008 te Venray, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 4] heeft bewogen tot de afgifte van een (aantal) geldbedrag(en) tot een totaalbedrag van 9.354,09 euro of daaromtrent en/of een auto, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als een vrouw die (tijdelijk) financiële problemen had en/of die een auto wilde huren (als bonafide huurder) en/of gezegd dat zij, verdachte psychologie geleerd had en/of afgestudeerd kinderpsycholoog was en/of accupunctuur en/of natuurgeneeskunde gestudeerd had en/of voedingsdeskundige was en/of dat ze voor Artsen zonder grenzen in het buitenland had gewerkt en/of dat zij, verdachte, voor al die afspraken een (betrouwbare) auto nodig had en/of dat zij, verdachte (zeer snel) terug zou betalen en/of (vervolgens) heeft zij, verdachte zich voorgedaan als (zeer) vermogende vrouw die een beheerder zocht om haar vermogen te beheren en/of (daartoe) die [benadeelde 4] benaderd en/of gezegd dat verdachte de beschikking zou hebben, althans verkrijgen over een (grote) som geld (te weten velen miljarden euro’s) en/of dat zij, verdachte, nu nog niet aan dat vermogen kon komen en/of dat dit vermogen nog niet vrijgegeven was en/of met die [benadeelde 4] en/of zijn vriendin

[benadeelde 11] (verschillende) gesprekken gevoerd en/of tegen die [benadeelde 11] gezegd, dat zij verdachte een arts (Dr. [B] kende en/of daarmee overlegd had en/of daarmee belde en/of dat die [benadeelde 11] niet de ziekte van Crohn had en/of voor die [benadeelde 11] afspraken in het Radboudziekenhuis gemaaakt, welke afspra(a)k(en) (telkens) niet doorgingen en/of (aldus) een vertrouwensrelatie opgebouwd met die [benadeelde 4] en/of [benadeelde 11] en/of,

waardoor die [benadeelde 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

10.

zij op verschillende/een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 31 oktober 2008 tot en met 13 november 2008 te Mechelen, gemeente Gulpen-Wittem, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf van benadeelde 12] en/of [benadeelde 12] heeft bewogen tot het aangaan van een schuld en/of de afgifte van een goed, te weten een huurovereenkomst voor een vakantiewoning en een huissleutel, in elk geval van enige schuld en/of enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als ware zij [betrokkene] en/of als ware zij een bonafide huurder en/of heeft zij, verdachte zich met haar vriendin/partner en/of hond aangediend bij de vakantiewoning en/of de sleutel in ontvangst genomen en/of (vervolgens) meermalen althans eenmaal (een) afspra(a)k(en) gemaakt dat zij, verdachte de rekening zou (komen) betalen en/of heeft zij, verdachte daar (telkens) niet aan voldaan, waardoor [bedrijf van benadeelde 12] en/of [benadeelde 12] werd bewogen tot het aangaan van bovenomschreven schuld en/of werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. Voorts heeft het hof in verband met de leesbaarheid de tekst van de tenlastelegging op enkele plaatsen aangepast. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

1. Het hof acht niet bewezen dat verdachte het onder 3. ten laste gelegde heeft begaan, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.

Het hof overweegt dienaangaande dat blijkens de aangifte van [benadeelde 6] (dossierpagina 96 tot en met 99 van het dossier met dossiernr. PL2152/07-019749) de middelen waarmee verdachte [benadeelde 6] zou hebben bewogen tot afgifte van de in de tenlastelegging genoemde goederen door haar zijn aangewend voorafgaande aan de periode opgenomen in de tenlastelegging, te weten eind februari 2006. Derhalve kan niet worden bewezen dat [benadeelde 6] in de ten laste gelegde periode is bewogen tot afgifte van de in de tenlastelegging genoemde goederen.

2. Het hof acht evenmin bewezen dat verdachte het onder 5. ten laste gelegde heeft begaan, zodat zij ook daarvan zal worden vrijgesproken.

Het hof overweegt dienaangaande dat uit het onderzoek ter terechtzitting niet is gebleken dat verdachte met enig in de tenlastelegging genoemde en aldaar feitelijk weergegeven oplichtingsmiddel heeft gepoogd [bedrijf benadeelde 7] en/of [benadeelde 7] te bewegen tot afgifte van de in de tenlastelegging bedoelde brillen.

3. Het hof acht voorts niet bewezen dat verdachte het onder 6. ten laste gelegde heeft begaan, zodat zij ook daarvan zal worden vrijgesproken. Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is niet gebleken dat verdachte voorafgaande aan de ontvangst van de huissleutel van de door [benadeelde 8] aan verdachte verhuurde woning met enig in de tenlastelegging genoemd oplichtingsmiddel [benadeelde 8] heeft bewogen tot afgifte van deze huissleutel dan wel enig ander goed.

Weliswaar heeft verdachte aan [benadeelde 8] dan wel de makelaar van [benadeelde 8] een stuk van de Postbank getoond, zijnde een zogenoemd “Expresgiro-opdracht particuleren” (dossierpagina 30 van het dossier met dossiernr. PL2352/08-007196), doch gelet op de datum vermeld in hetgeen aan de onderzijde van dit bescheid door de Postbank is geprint, te weten 12/09/08, inhoudende 12 september 2008, moet het ervoor worden gehouden dat verdachte dit bescheid eerst heeft getoond nadat zij de eerdergenoemde huissleutel had ontvangen en zij de door [benadeelde 8] verhuurde woning is gaan bewonen, te weten op 30 augustus 2008.

4. Het hof acht evenmin bewezen dat verdachte het ten laste gelegde onder 8. heeft begaan, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken. Uit het onderzoek ter terechtzitting is niet gebleken dat verdachte door het hanteren van een andere naam, te weten de naam [betrokkene], [benadeelde 10] heeft bewogen tot het aangaan van een verhuisovereenkomst of de afgifte van verhuisdozen. Het hof is evenmin gebleken dat verdachte door enig ander oplichtingsmiddel [benadeelde 10] hiertoe heeft bewogen.

5. Het hof acht tot slot niet bewezen dat verdachte het onder 10. ten laste gelegde heeft begaan, zodat zij ook daarvan zal worden vrijgesproken.

Het hof overweegt dienaangaande dat uit het onderzoek ter terechtzitting niet is gebleken dat verdachte met enig in de tenlastelegging genoemd oplichtingsmiddel [bedrijf van benadeelde 12] en/of [benadeelde 12] heeft bewogen tot afgifte van de huissleutel van een vakantiewoning dan wel enig ander goed.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1., 2., 4., 7. en 9. ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

zij in de periode van 1 december 2006 tot en met 2 maart 2007 te Sambeek, gemeente Boxmeer, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 3] heeft bewogen tot de afgifte van een totaalbedrag van 20.312,- euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en listiglijk en bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid een vertrouwensband met aangever en zijn gezin opgebouwd en aangegeven dat zij kundig was de dochter van aangever te helpen en een aantal gesprekken met de dochter van aangever en de overige familieleden gevoerd en verklaard dat zij een zeer grote erfenis zou ontvangen maar dat zij vooralsnog een aantal financiële problemen had en verklaard dat zij, verdachte haar auto en de auto van haar overleden moeder aan een dochter van aangever wilde geven, waardoor voornoemde [benadeelde 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

zij in de periode van 10 maart 2006 tot en met 3 maart 2007 te Overloon, gemeente Boxmeer, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf van benadeelde 5] en/of [benadeelde 5] te bewegen tot de afgifte van een personenauto (merk [A]), met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk een vertrouwensband op te bouwen met voornoemd autobedrijf en zich voor te doen als serieuze koper van een auto en meermalen heeft toegezegd de auto te komen betalen en /of ophalen bij voornoemd autobedrijf, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

zij in de periode van 1 april 2006 tot en met 22 maart 2007 te Overloon, gemeente Boxmeer, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf benadeelde 2] en/of [benadeelde 2] heeft bewogen tot de afgifte van een goed, te weten bloemen en/of bloemstukken (voor een bruiloft en/of begrafenis), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid een vertrouwensrelatie opgebouwd en zich voorgedaan als had zij voldoende geld voor betalingen waardoor [bedrijf benadeelde 2] en/of [benadeelde 2] werd bewogen tot het aangaan werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

7.

zij in de periode van 25 juni 2008 tot en met 19 september 2008 te Venray met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 9] heeft bewogen tot de afgifte van een goed, te weten een akte van oprichting van een stichting (Stichting [X]), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid zich voorgedaan als (zeer) vermogende vrouw die een fiscalist/zaakwaarnemer zocht om haar vermogen te beheren en daartoe die [benadeelde 9] benaderd en aan die [benadeelde 9] verteld, dat zij, verdachte kanker had en dat zij geopereerd moest worden en (met spoed) die [benadeelde 9] voor verdachte een stichting op laten richten bij een notaris, waardoor [benadeelde 9] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

9.

zij in de periode van 6 februari 2008 tot en met 6 oktober 2008 te Venray met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels,

[benadeelde 4] heeft bewogen tot de afgifte van een aantal geldbedragen en een auto, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

- zich voorgedaan als een vrouw die (tijdelijk) financiële problemen had en die een auto wilde huren als bonafide huurder en gezegd dat zij psychologie geleerd had en afgestudeerd kinderpsycholoog was en accupunctuur en natuurgeneeskunde gestudeerd had en voedingsdeskundige was en dat ze voor Artsen zonder grenzen in het buitenland had gewerkt en dat zij een (betrouwbare) auto nodig had en dat zij (zeer snel) terug zou betalen;

- zich voorgedaan als (zeer) vermogende vrouw, die een beheerder zocht om haar vermogen te beheren, en (daartoe) die [benadeelde 4] benaderd en gezegd dat zij de beschikking zou hebben, althans verkrijgen over een (grote) som geld (te weten: velen miljarden euro’s) en dat zij nu nog niet aan dat vermogen kon komen en dat dit vermogen nog niet vrijgegeven was en met die [benadeelde 4] en/of zijn vriendin [benadeelde 11] (verschillende) gesprekken gevoerd en tegen die [benadeelde 11] gezegd, dat zij verdachte een arts (Dr. [B] kende en daarmee overlegd had en/of daarmee belde en dat die [benadeelde 11] niet de ziekte van Crohn had en voor die [benadeelde 11] afspraken in het Radboudziekenhuis gemaakt, welke afspra(a)k(en) (telkens) niet doorgingen,

en aldus een vertrouwensrelatie opgebouwd met die [benadeelde 4] en [benadeelde 11], waardoor die [benadeelde 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan is bewezen verklaard, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

De door het hof gebruikte bewijsmiddelen worden in het geval van beroep in cassatie vermeld in de aanvulling als bedoeld in artikel 365a van het Wetboek van Strafvordering, welke aanvulling in dat geval aan het arrest wordt gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd

Elk bewijsmiddel wordt -ook in zijn onderdelen- slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen verklaarde onder 1., 4., 7. en 9. is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals dat luidde ten tijde van het bewezenverklaarde.

Het bewezen verklaarde onder 2. is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht, juncto artikel 45 van dat Wetboek, zoals die bepalingen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten worden gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

Strafbaarheid van verdachte

1. Namens verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat verdachte voor het bewezenverklaarde onder 4. niet strafbaar is omdat sprake is van psychische overmacht en zij aldus moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Daartoe is aangevoerd dat het fantasiegedrag van verdachte ten aanzien van dit feit is ontstaan omdat in haar hoofd sprake was van een dusdanig hevige drang dat zij daartegen geen weerstand kon bieden. Ter onderbouwing van deze drang heeft de verdediging gewezen op het voorlichtingsrapport van de reclassering d.d. 13 juli 2009 en het Pro Justitia rapport van drs. [Y], arts, en [Z], psychiater, d.d. 19 september 2009.

2. Het hof overweegt dienaangaande dat psychische overmacht enkel kan worden aangenomen indien sprake is van een van buiten komende dwang waartegen weerstand redelijkerwijs niet kan worden gevergd. In het geval van verdachte is evenwel -aldus de verdediging- sprake van een, overigens verder niet onderbouwde, drang die, zo daar al sprake van is, slechts is gelegen in de psyche van verdachte zelf en niet van een van buiten komende dwang.

Mitsdien verwerpt het hof het verweer.

3. Ook overigens zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

Verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ten aanzien van de ernst van het bewezen verklaarde heeft het hof in het bijzonder gelet op:

- de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- de omstandigheid dat vooral de feiten zoals bewezenverklaarde onder 1. en 5. een tweetal omvangrijke oplichtingen betreft, waarbij verdachte zich gedurende een behoorlijk ruime periode in het leven en het gezin van de gedupeerden heeft binnengewerkt en een vriendschappelijke vertrouwensrelatie heeft opgebouwd, waarvan zij nadien ernstig misbruik heeft gemaakt; daarbij heeft zij zich bediend van verscheidene leugens, zoals waar het gaat om het bewezenverklaarde onder 1. het verhaal dat zij psychologe zou zijn en de dochter van het gezin zou helpen met haar psychische problemen; uiteindelijk hebben deze personen en hun omgeving, afgezien van de omvangrijke materiële schade, ook enorme emotionele schade geleden.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof in het bijzonder gelet op:

- de inhoud van het haar betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d.

31 januari 2011, waaruit blijkt dat zij een aantal malen eerder ter zake van soortgelijke feiten door de strafrechter is veroordeeld;

- de inhoud van het voorlichtingsrapport van de reclassering d.d. 13 juli 2009;

- de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof voorts in het bijzonder gelet op de inhoud van het Pro Justitia rapport van drs. [Y], arts, en [Z], psychiater, d.d. 19 september 2009. Blijkens dit rapport spreekt verdachte zich tegenover de arts en de psychiater op zeer rancuneuze wijze en devaluerende wijze uit over de benadeelden en blijft zij volharden in haar goeder trouw en het onrecht dat haar door anderen is aangedaan. Voorts lijdt verdachte blijkens dit rapport niet aan een ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogen, en was dit evenmin het geval ten tijde van het laste gelegde.

Het hof heeft voor wat betreft de op te leggen strafsoort en hoogte van de straf aansluiting gezocht bij de straffen die gebruikelijk door dit gerechtshof in geval van oplichting worden opgelegd.

Gelet op alle feiten en omstandigheden acht het hof oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar in dit geval passend en geboden.

Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Met de advocaat-generaal, ziet het hof aanleiding om aan de voorwaardelijke gevangenisstraf de bijzondere voorwaarde te verbinden dat verdachte zich gedurende de proeftijd onder het toezicht van de reclassering stelt en zich houdt aan de voorschriften en gedragingen door de reclassering te geven.

Schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f Wetboek van Strafrecht

1. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof gebleken dat door het onder 1. bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [benadeelde 3] is toegebracht tot een bedrag van € 20.312,=, te vermeerderen met de wettelijke rente, voor welke schade verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Het hof ziet aanleiding in verband hiermede de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht te treffen als na te melden.

2. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof gebleken dat door het onder 4. bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [benadeelde 2] is toegebracht tot een bedrag van € 15.000,=, te vermeerderen met de wettelijke rente, voor welke schade verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Het hof ziet aanleiding in verband hiermede de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht te treffen als na te melden.

3. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof gebleken dat door het onder 5. bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer

[benadeelde 4] is toegebracht tot een bedrag van € 2.281,=, voor welke schade verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Het hof zal daarom aan verdachte ter meerdere zekerheid van de hieronder te vermelden betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van € 2.281,= te betalen ten behoeve van het slachtoffer, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Vordering van de benadeelde partij

1.1. Gelet op het feit dat bij vonnis van 4 juni 2007 de door [benadeelde 3] in verband met het bewezenverklaarde onder 1. ingediende vordering door de burgerlijke rechter reeds is toegewezen tot een bedrag van € 21.470,= zijnde een hoger bedrag dan thans door [benadeelde 3] die zich in onderhavige strafzaak als benadeelde partij heeft gevoegd is gevorderd, is het hof van oordeel dat verdachte thans niet nogmaals ter zake van de door haar in verband met deze feiten veroorzaakte schade in rechte kan worden betrokken. Mitsdien kan [benadeelde 3] niet worden ontvangen in de door haar ingediende vordering.

1.2. Het hof zal [benadeelde 3] veroordelen in de kosten van het geding door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

2.1. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde 4] als gevolg van verdachtes onder 9. bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag € 2.281,= (privé lening), te vermeerderen met de wettelijke rente. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

2.2. Het hof is van oordeel dat voor het overige de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren, aangezien voor dit gedeelte thans de vordering niet afdoende met bewijsstukken is onderbouwd. De benadeelde partij kan daarom voor dit deel niet in haar vordering worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het hof zal verdachte tevens veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

En ten aanzien van evengenoemde schadevergoedingsmaatregelen en civiele vordering:

Het hof zal bepalen dat indien en voor zover verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling van de vordering van de benadeelde partij, daarmede de verplichting van verdachte tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer in zoverre komt te vervallen (zulks vice versa, dat wil zeggen: indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer daarmede de verplichting van verdachte tot betaling van de vordering van de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen).

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 36f, 45, 57, 63 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, voorzover aan zijn oordeel onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 3., 5., 6., 8. en 10. ten laste gelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het onder 1., 2., 4., 7. en 9. ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1., 2., 4., 7. en 9. meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt haar daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert:

1. Oplichting, meermalen gepleegd

2. Poging tot oplichting.

3. Oplichting.

4. Oplichting.

5. Oplichting, meermalen gepleegd.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) maanden.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond van het feit dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich gedurende de proeftijd stelt onder het toezicht van de Reclassering Nederland en zich gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen, door deze instelling te geven in het reclasseringsbelang van verdachte, ook als dit inhoudt het volgen van een ambulante behandeling, zolang deze instelling dat noodzakelijk acht.

Geeft deze instelling opdracht verdachte bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [benadeelde 3], aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 20.312,00 (twintigduizend driehonderdtwaalf euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 maart 2007 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 136 (honderdzesendertig) dagen hechtenis.

Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [benadeelde 2], aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 15.000,00 (vijftienduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 maart 2007 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 110 (honderdtien) dagen hechtenis.

Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [benadeelde 4], aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 2.281,00 (tweeduizend tweehonderdeenentachtig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 oktober 2008 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 32 (tweeëndertig) dagen hechtenis.

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde 3], in haar vordering niet-ontvankelijk.

Veroordeelt de benadeelde partij, [benadeelde 3], in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de [benadeelde 3], ter uitvoering van het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van

4 juni 2008, daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de [benadeelde 2], ter uitvoering van het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van van 27 juni 2007, daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4] tot een bedrag van EUR 2.281,00 (tweeduizend tweehonderdeenentachtig euro) toe.

Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd te betalen een bedrag van € 2.281,00 (tweeduizend tweehonderdeenentachtig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 oktober 2008 tot aan de dag der algehele voldoening;.

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde 4], in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 4] in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan deze benadeelde partij daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr. H. Harmsen, voorzitter,

mr. K. van der Meijde en mr. F.P.E. Wiemans,

in tegenwoordigheid van mr. A.R. Veldt, griffier,

en op 18 maart 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. F.P.E. Wiemans is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.