Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2011:BP6064

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28-02-2011
Datum publicatie
28-02-2011
Zaaknummer
20-002219-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak kentekenhouder buitenlands motorvoertuig; onvoldoende bewijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer : 20-002219-10

Uitspraak : 28 februari 2011

VERSTEK

dnip

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Maastricht, sector kanton, locatie Heerlen van 17 mei 2010 in de strafzaak met parketnummer

03-844061-10 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1964],

wonende te [woonplaats] (Bondsrepubliek Duitsland),

[adres].

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde feit zal veroordelen tot een geldboete ter hoogte van EUR 530,00 subsidiair 10 dagen hechtenis.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de kantonrechter kon volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

primair

een bij de ontdekking van het hierna omschreven strafbaar feit onbekend gebleven bestuurder van een motorvoertuig (personenauto), gekentekend [kenteken], op of omstreeks 23 mei 2009, in de gemeente Heerlen, op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Provinciale Weg N281, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers in strijd met een bord A1 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 - op welk bord een maximumsnelheid van 70 kilometer per uur was aangegeven - heeft gereden met een snelheid van ongeveer 116 kilometer per uur, in elk geval de aldaar toegestane maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden, terwijl verdachte toen eigenaar of houder, als bedoeld in artikel 1, derde lid van de Wegenverkeerswet 1994, van dat motorvoertuig was;

subsidiair

hij, op of omstreeks 23 mei 2009, in de gemeente Heerlen, als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Provinciale Weg N281, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers in strijd met een bord A1 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 - op welk bord een maximumsnelheid van

70 kilometer per uur was aangegeven - heeft gereden met een snelheid van ongeveer

116 kilometer per uur, in elk geval de aldaar toegestane maximumsnelheid met meer dan

30 kilometer per uur heeft overschreden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof is van oordeel dat bij gebrek aan voldoende wettige bewijsmiddelen niet kan worden bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde in enige variant heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Ter gelegenheid van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is het hof gebleken dat door de verbalisant in het ambtsedig opgemaakte proces-verbaal van overtreding niet wordt gerelateerd wie als verdachte moet worden aangemerkt. Het hof stelt vast, dat de verbalisant vermeldt dat van het buitenlandse voertuig met het kenteken [kenteken] geen RDW-gegevens beschikbaar zijn. Evenmin kan op grond van andere bewijsmiddelen worden vastgesteld op grond waarvan de verdachte kan worden aangemerkt als de eigenaar of houder van het motorvoertuig met genoemd kenteken. De bij het proces-verbaal gevoegde uitdraai uit het Transactie Informatie en Afhandeling Systeem is daartoe onvoldoende, aangezien dat slechts een ander geschrift is in de zin van artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5°, van het Wetboek van Strafvordering, dat alleen kan gelden in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen. Het hof merkt overigens op, dat in die uitdraai slechts wordt vermeld dat op grond van ”kentekenverificatie” (onduidelijk is hoe en door wie deze is geschied) verdachte de betrokken persoon is.

Er is evenmin wettig bewijs dat de verdachte de bestuurder is geweest van het motorvoertuig toen daarmee op 23 mei 2009 een snelheidsovertreding werd begaan, zodat verdachte eveneens moet worden vrijgesproken van het subsidiair ten laste gelegde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Aldus gewezen door

mr. N.J.L.M. Tuijn, voorzitter,

mr. J.J.H. van Laethem en mr. J.A. van Zon,

in tegenwoordigheid van mr. H.M. Vos, griffier,

en op 28 februari 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. J.J.H. van Laethem en mr. J.A. van Zon zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.