Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2011:BP5807

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
03-02-2011
Datum publicatie
25-02-2011
Zaaknummer
HV 200.053.571-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Voldoening door vader van hoge onderhoudsbijdrage kinderen: helft aan de moeder en helft in natura aan de kinderen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 401
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2011/282
RFR 2011/61
FJR 2011/92 met annotatie van I. Pieters
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

Uitspraak: 3 februari 2011

Zaaknummer: HV 200.053.571/01

Zaaknummer eerste aanleg: 130534 / FA RK 08-937

in de zaak in hoger beroep van:

[X.],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. I.F.H. Nelissen,

tegen

[Y.],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. H.J. Heuts-Amsing.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Maastricht van 13 oktober 2009.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 13 januari 2010, heeft de man verzocht voormelde beschikking te vernietigen en zo nodig met of onder aanvulling, wijziging of verbetering van gronden, opnieuw rechtdoende, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te bepalen:

I. de kinderalimentatie voor [kind 1.] vanaf 27 oktober 2007 tot 1 oktober 2008 op nihil te stellen, althans een lager bedrag dan € 300,-- per maand en/of een andere periode door het hof in goede justitie te bepalen;

II. indien en voor zover het hof een door de man aan de vrouw ten behoeve van de minderjarige kinderen te betalen onderhoudsbijdrage geïndiceerd acht, deze bijdrage met ingang van 13 oktober 2009 te bepalen, alsmede te bepalen dat de vrouw het alsdan teveel door de man aan de vrouw betaalde bedrag moet terugbetalen, althans dat de man het teveel betaalde kan verrekenen met de eventueel door de man aan de vrouw verschuldigde alimentatie, althans een andere datum door het hof in goede justitie te bepalen waardoor de man geen of minder alimentatie met terugwerkende kracht is verschuldigd.

III. primair: dat de man met ingang van deze beschikking zelf alle kosten voor de kinderen betaalt;

subsidiair: dat de man met ingang van 13 oktober 2009 een bedrag van € 300,-- per maand per kind aan de vrouw en daarnaast de kosten zoals genoemd in zijn schema onder punt 53 betaalt, althans een lager bedrag per maand en/of met ingang van een andere datum door het hof in goede justitie te bepalen;

meer subsidiair: een lagere onderhoudsbijdrage dan € 600,-- per maand per kind te bepalen die het hof in goede justitie mag vernemen te behoren;

meest subsidiair: te bepalen dat de vrouw maandelijks schriftelijk rekening en verantwoording aflegt aan de man omtrent de uitgaven voor de kinderen, zulks eventueel onder door het hof in goede justitie nader vast te stellen voorwaarden.

2.2. Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 23 februari 2010, heeft de vrouw verzocht voormelde beschikking te bekrachtigen.

2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2010.

Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de man, bijgestaan door mr. Nelissen;

- de vrouw, bijgestaan door mr. Heuts-Amsing.

Ten tijde van deze mondelinge behandeling hebben partijen verklaard het mediationtraject te willen beproeven. Het hof heeft partijen, na toezending van hun persoonlijke gegevens, doorverwezen naar het mediationbureau en iedere verdere beslissing aangehouden.

Van de mondelinge behandeling heeft het hof een verkort proces-verbaal opgemaakt en toegezonden naar partijen.

2.4. Bij faxberichten van 8 en 11 november 2010 hebben respectievelijk de man en de vrouw het hof medegedeeld dat de mediation niet is gelukt en het hof verzocht te beslissen.

2.5 Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 17 februari 2009;

- de brief met bijlagen van de advocaat van de man d.d. 30 september 2010;

- het faxbericht met bijlage van de advocaat van de man d.d. 12 oktober 2010;

- het faxbericht van de advocaat van de vrouw d.d. 13 oktober 2010;

- de ter zitting door overgelegde stukken, te weten: pleitnotities van de advocaat van de man;

- het faxbericht van de advocaat van de vrouw d.d. 15 oktober 2010;

- het faxbericht van de advocaat van de man d.d. 15 oktober 2010.

2.5.1. Het faxbericht met bijlage van de advocaat van de man d.d. 12 oktober 2010 is ingekomen buiten de in het procesreglement verzoekschriftprocedures familiezaken gerechtshoven gestelde termijn. De vrouw heeft hiertegen bij faxbericht van 13 oktober 2010 bezwaar gemaakt, maar heeft haar bezwaar ter zitting van dit hof ingetrokken. Gelet op het feit dat het faxbericht met bijlage kort en eenvoudig te doorgronden zijn, heeft het hof beslist dat het faxbericht met bijlage wordt toegelaten.

3. De beoordeling

3.1. Partijen hebben vanaf 1986 een relatie gehad en zijn op 12 maart 2002 met elkaar een geregistreerd partnerschap aangegaan.

Uit de relatie van partijen zijn geboren:

- [kind 1.], op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats],

- [kind 2.], op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats].

De kinderen hebben het hoofdverblijf bij de vrouw.

3.2. Het partnerschap is op 21 juni 2006 geëindigd door inschrijving van de op 19 juni 2006 vastgestelde beëindigingovereenkomst.

Bij deze beëindigingovereenkomst zijn partijen onder meer overeengekomen dat de man een bedrag van € 300,-- per kind per maand aan de vrouw zal voldoen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind 1.] en [kind 2.].

3.3. Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank, onder wijziging van de beëindigingovereenkomst van 19 juni 2006, de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie:

- ten behoeve van [kind 1.] bepaald op € 300,-- per maand met ingang van 1 juli 2008 en op € 600,-- per maand met ingang van 1 oktober 2008;

- ten behoeve van [kind 2.] bepaald op € 600,-- per maand met ingang van 1 juli 2008.

3.4. De man kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.

3.5. De grieven van de man betreffen - zakelijk weergegeven - :

- het aandeel van de vrouw in de kosten van de kinderen (grief I);

- de behoefte van [kind 1.] in de periode van 27 oktober 2007 tot 1 oktober 2008 (grief II);

- de ingangsdatum van de wijziging (grief III);

- de wijze van betaling van de kinderalimentatie (grief IV en V).

Ingangsdatum wijziging

3.6. Tussen partijen is in geschil op welke datum de wijziging van de onderhoudsbijdrage moet ingaan. Daaromtrent overweegt het hof als volgt.

3.6.1. De man is het er niet mee eens dat de rechtbank de kinderalimentatie met terugwerkende kracht heeft verhoogd, omdat hij naast de verplichte onderhoudsbijdrage ad € 300,-- per kind per maand in de periode van 1 juli 2008 tot 13 oktober 2009 (datum beschikking rechtbank) ook alle overige noodzakelijke kosten voor de kinderen ten bedrage van minimaal € 8.986,37 in totaal (ongeveer € 300,-- per maand per kind) voor zijn rekening heeft genomen.

3.6.2. De vrouw heeft erkend dat de man meer kosten voor zijn rekening heeft genomen dan de vastgestelde kinderalimentatie van € 300,-- per kind per maand, maar zij betwist de door de man gestelde hoogte van deze extra uitgaven.

3.6.3. Het hof is van oordeel dat de man voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de periode van 1 juli 2008 tot 13 oktober 2009 naast de op dat moment verplichte onderhoudsbijdrage van € 300,-- per kind per maand (met uitzondering van de eerste drie maanden dat [kind 1.] uithuis was geplaatst) feitelijk ongeveer € 300,-- per kind per maand extra aan de kinderen heeft besteed. Deze uitgaven passen bij de levensstandaard van de kinderen, nu partijen het erover eens zijn dat de behoefte van de kinderen gelet op het gezinsinkomen ten tijde van de samenleving € 600,-- per kind per maand bedraagt (met uitzondering van de maanden dat [kind 1.] uit huis was geplaatst). Het hof acht derhalve de door de man verzochte ingangsdatum van 13 oktober 2009 redelijk en zal hiervan uitgaan.

Behoefte [kind 1.] en [kind 2.]

3.7. De behoefte van de kinderen aan de onderhoudsbijdrage van € 600,-- per kind per maand is in hoger beroep niet in geschil.

3.7.1. De man stelt echter dat de vrouw in de periode van 27 oktober 2007 tot 1 oktober 2008 toen [kind 1.] vrijwillig (namelijk niet in het kader van een ondertoezichtstelling) uit huis was geplaatst in achtereenvolgens een leefgroep van Xonar te [vestigingsplaats] en de Mikx-groep voor ernstige gedrags- en psychiatrische problemen, geen kosten voor [kind 1.] heeft gehad en verzoekt op die grond over die periode nihilstelling van de voor [kind 1.] verschuldigde kinderbijdrage.

3.7.2. De vrouw heeft gesteld dat zij weliswaar niet de kosten van verblijf van [kind 1.] in de vorm van een ouderbijdrage hoefde te voldoen, maar dat zij verder wel de doorlopende kosten van kleding/schoeisel/woonlasten moest voldoen en dat zij daarnaast in die periode extra kosten heeft gemaakt voor de inrichting van de kamer van [kind 1.], zodat de behoefte van [kind 1.] per saldo nog steeds € 300,-- per maand bedroeg.

3.7.3. Het hof ziet geen reden voor de door de man verzochte nihilstelling, omdat het hof voldoende aannemelijk acht dat er tijdens het verblijf van [kind 1.] bij Xonar en Mikx nog de nodige kosten voor rekening van de vrouw zijn gebleven. Anderzijds acht het hof niet voldoende aannemelijk gemaakt dat de vrouw in die periode € 300,-- per maand aan kosten voor [kind 1.] heeft gehad.

De man heeft gesteld dat hij in die periode op enig moment de bijdrage van € 300,- per maand heeft gestaakt, aangezien de vrouw niet aantoonde welke kosten zij maakte.

Het hof zal de bijdrage voor [kind 1.] over die periode in redelijkheid vaststellen op hetgeen de man in die periode feitelijk heeft betaald danwel hetgeen de vrouw heeft verhaald.

3.7.4. De stellingen van de man over (de uitbreiding van) het verblijf van [kind 1.] bij zijn neef [Z.], leest het hof als een stelling in het kader van de verdiencapaciteit van de vrouw. Het hof gaat er vanuit dat de man met deze grief in ieder geval niet heeft bedoeld dat de behoefte van [kind 1.] door het (uitgebreide) verblijf bij de neef omlaag gaat. Het hof begrijpt voorts dat de mogelijke extra kosten die [kind 1.] tijdens het verblijf bij de neef heeft worden betaald uit zijn persoonsgebonden budget (PGB).

Verdeling van de kosten van de kinderen

3.8.1. De man is van mening dat de vrouw een verdiencapaciteit kan worden toebedeeld, zodat ook zij een aandeel in de kosten van de kinderen kan voldoen. Volgens de man kan de vrouw haar huidige werkzaamheden uitbreiden op de tijden dat de kinderen op school zitten, danwel wanneer [kind 1.] bij neef [Z.] verblijft.

3.8.2. De vrouw heeft dit standpunt van de man bestreden. Omdat zij een eigen woning bezit, heeft zij geen recht op een bijstandsuitkering en zij ontvangt geen partneralimentatie. De vrouw heeft tot op heden geleefd van de het geld dat zij bij de beëindiging van het geregistreerd partnerschap heeft ontvangen, van de inkomsten die zij als hulp in de huishouding verdient en, zo heeft zij ter zitting van dit hof erkend, van een deel van de door de man betaalde kinderalimentatie. Het is voor haar niet mogelijk om een reguliere baan te verwerven in verband met de intensieve zorg voor [kind 1.], die ernstige gedragsproblemen heeft. Zij moet flexibel zijn en altijd in de gelegenheid zijn om [kind 1.] op te vangen.

3.8.3. Het hof oordeelt hieromtrent als volgt.

De extra zorg die de vrouw heeft voor [kind 1.] en in minder mate ook voor [kind 2.], wordt op zich door de man niet betwist. Voor zover de vrouw naast deze zorg al in staat is (geheel) in haar eigen levensonderhoud te voorzien, acht het hof haar niet in staat om daarnaast nog een aandeel in de kosten van de kinderen te voldoen. Indien de situatie ontstaat dat de vrouw méér kan gaan verdienen, kan de man een wijzigingsverzoek indienen bij de rechtbank.

Betalingswijze kinderalimentatie

3.9.1. De man is - kort gezegd- van mening dat de vrouw niet met geld om kan gaan en dat zij de kinderalimentatie niet goed besteedt. De man wil zelf de kosten van de kinderen blijven betalen, zodat hij erop kan toezien dat alle kosten van verzorging en opvoeding ook daadwerkelijk worden betaald en dat het geld dan ook alleen aan de kinderen ten goede komt. Hij verzoekt primair te bepalen dat de man rechtstreeks alle kosten van de kinderen betaalt, subsidiair dat de man een bedrag van € 300,-- per kind per maand aan de vrouw betaalt en daarnaast de kosten zoals genoemd in zijn schema voor zijn rekening neemt.

3.9.2. Het hof is van oordeel dat het primaire verzoek van de man praktisch niet uitvoerbaar is, nu de vrouw de feitelijke verzorger van de kinderen is en zij in ieder geval hun dagelijkse verzorging moet kunnen bekostigen.

Het subsidiaire verzoek van de man zal het hof met ingang van heden wel toewijzen. Gezien het marginale inkomen van de vrouw is het hof voldoende gebleken dat de kinderalimentatie niet geheel wordt bestemd voor de kinderen, maar ook voor het eigen levensonderhoud van de vrouw. Dit heeft zij, zoals reeds hiervoor overwogen, ter zitting ook erkend. De behoefte van de kinderen bij de vrouw komt het hof redelijk voor om op € 300,-- per kind per maand te stellen, terwijl de werkelijke, onweersproken, behoefte van de kinderen € 600,-- per kind per maand bedraagt gelet op de levensstandaard van partijen ten tijde van de samenwoning. Het hof acht het in de onderhavige zaak redelijk om de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie vast te stellen op € 300,-- per kind per maand, en het surplus (voor een bedrag van minimaal € 300,-- per kind per maand) door de man rechtstreeks te laten betalen in natura, te weten de kosten voor de sporten (inclusief kleding en toebehoren), de bijlessen, de kleding en het schoeisel van de kinderen, die uit het door de man overgelegde schema (productie 1 bij productie 8 van het appelschrift) blijken en zoals de man gewend was te doen. De man dient er wel voor te zorgen dat hij alle extra gemaakte kosten kan aantonen.

Gelet op het feit dat de man - zo heeft hij ter zitting bevestigd – wel de door de rechtbank opgelegde hogere bijdrage voldeed, zal het hof de bijdrage met ingang van heden weer op het bedrag conform de beëindigingsovereenkomst vaststellen.

3.10. De beschikking waarvan beroep dient dus te worden vernietigd.

4. De beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Maastricht van 13 oktober 2009,

en opnieuw rechtdoende:

bepaalt, onder wijziging van de beëindigingovereenkomst van 19 juni 2006,

dat de man aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van

- [kind 1.], geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] en

- [kind 2.], geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats],

zal voldoen:

- ten behoeve van [kind 1.] over de periode van 27 oktober 2007 tot 1 oktober 2008 hetgeen de man feitelijk heeft voldaan danwel hetgeen de vrouw heeft verhaald;

- met ingang van 13 oktober 2009 tot heden een bedrag van € 600,-- per kind per maand;

- met ingang van heden een bedrag van € 300,-- per kind per maand voor wat de nog niet verschenen termijnen betreft te voldoen bij vooruitbetaling;

bepaalt dat de man met ingang van heden naast de aan de vrouw verschuldigde bijdrage voor een bedrag van minimaal € 300,-- per kind per maand de kosten voor de sporten (inclusief kleding en toebehoren), de bijlessen, de kleding en het schoeisel van de kinderen, die uit het door de man overgelegde schema (productie 1 bij productie 8 van het appelschrift) blijken, rechtstreeks en in natura voor zijn rekening neemt, met inachtneming van hetgeen hiervoor onder r.o. 3.9.2. is overwogen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Everaars-Katerberg, Van Dijkhuizen en Coster en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2011.