Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2011:BP5072

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
17-02-2011
Datum publicatie
18-02-2011
Zaaknummer
HV 200.070.515
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkheid in het door de man ingestelde hoger beroep wegens processuele redenen komt het hof niet toe aan inhoudelijke behandeling van het beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

Uitspraak: 17 februari 2011

Zaaknummer: HV 200.070.515/01

Zaaknummer eerste aanleg: 188121 FA RK 08-1703

in de zaak in hoger beroep van:

[X.],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. C.J.A.P. Rameckers,

tegen

[Y.],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. R. Mastenbroek.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikkingen van de rechtbank Breda van 17 maart 2009 en 20 april 2010.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Op 20 juli 2010 is per faxbericht ter griffie ingekomen het door de man ingediende beroepschrift. Hierbij zijn als bijlagen slechts overgelegd voormelde beschikkingen.

2.2. Bij brief van 27 juli 2010 heeft de griffier van het hof aan de advocaat van de man onder meer bericht dat het beroepschrift van de man niet voldoet aan de gestelde voorwaarden in het in deze zaak geldende landelijke Procesreglement verzoekschriftprocedures familiezaken gerechtshoven (hierna: Procesreglement), met een verzoek per omgaande, doch uiterlijk 10 augustus 2010 aan te vullen door in zesvoud het hoger beroepschrift, inclusief in zesvoud het procesdossier in eerste aanleg, over te leggen. Het hof heeft hierop niets ontvangen.

2.3. Bij brief van 25 augustus 2010 heeft de griffier van het hof de advocaat van de man nogmaals verwezen naar de brief van de griffie d.d. 27 juli 2010 en onder meer bericht dat het beroepschrift van de man niet voldoet aan de voorwaarden gesteld in het in deze zaak geldende landelijke Procesreglement, met een verzoek uiterlijk 8 september 2010 het beroepschrift aan te vullen door in zesvoud het hoger beroepschrift, inclusief in zesvoud het procesdossier van eerste aanleg, over te leggen.

2.4. Bij brief van 3 september 2010 met bijlage heeft de advocaat van de man aan het hof te kennen gegeven dat hij wegens ziekte niet in staat is het beroepschrift in zesvoud over te leggen. Als bijlage bij de brief heeft de advocaat van de man het procesdossier in enkelvoud overgelegd.

2.5. Bij brief van 2 november 2010 heeft de griffier van het hof aan de advocaat van de man nogmaals verzocht om per omgaande doch uiterlijk 11 november 2010 het procesdossier in eerste aanleg in zesvoud aan te leveren en bericht dat dit tevens het laatste uitstel is.

2.6. Bij brief en bij e-mail van 24 november 2010, heeft de griffier van het hof de advocaat van de man bericht dat hij meerdere malen uitstel heeft gekregen om de stukken in eerste aanleg in te dienen, maar dat de griffier tot op heden geen nadere stukken heeft ontvangen. In deze brief en e-mail is de advocaat van de man door de griffier nog in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 29 november 2010 de stukken alsnog over te leggen, met de mededeling dat indien de stukken niet zijn ontvangen door de griffie, dag en uur voor een mondelinge behandeling zal worden bepaald om de ontvankelijkheid te bespreken.

2.7. Bij brief van 9 december 2010 heeft de griffier van het hof de advocaat van de man en de vrouw opgeroepen om op 13 januari 2011 te 14.00 uur te verschijnen ter zitting van het hof en bericht dat ter zitting eerst de ontvankelijkheid zal worden bepaald.

2.8. Partijen zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting van 13 januari 2011 verschenen.

3. De beoordeling

3.1. Ingevolge artikel 1.1.3. van voornoemd Procesreglement, dat recht vormt in de zin van artikel 79 lid 1 aanhef en sub b van de wet op de rechterlijke organisatie (HR 14-01-2005, NJ 2005, 481), dient het beroepschrift te worden ingediend door toezending per post aan de griffie van het hof, door afgifte aan de balie van de griffie van het hof, of door toezending per fax aan de griffie van het hof, mits het faxbericht, voor zover het niet het beroepschrift of verweerschrift in hoger beroep zelf betreft, in totaal niet meer dan twintig pagina’s omvat. Na indiening per fax worden de stukken per omgaande nagezonden per post of afgegeven aan de balie.

3.2. Conform artikel 1.2.7. van voornoemd Procesreglement wordt de zaak niet eerder in behandeling genomen dan nadat een beroepschrift in het vereiste aantal is overgelegd en compleet is, dat wil zeggen voorzien van de stukken uit de eerste aanleg.

3.3. Het hof is van oordeel dat de advocaat van de man niet aan voormelde voorwaarden in het Procesreglement heeft voldaan aangezien hij slechts in enkelvoud afschriften van de procedure in eerste aanleg in het geding heeft gebracht en slechts in tweevoud het beroepschrift. De door het hof geboden gelegenheden om alsnog te voldoen aan de gestelde voorwaarden en het verzuim te herstellen, zijn onbenut gelaten. De griffier van het hof heeft vervolgens een dag en tijdstip voor de mondelinge behandeling bepaald en partijen opgeroepen om ter zitting te verschijnen. Bij die gelegenheid zijn partijen zonder bericht niet verschenen.

Nu de advocaat van de man ondanks herhaald rappel niet heeft voldaan aan de in het Procesreglement gestelde voorwaarden en niet ter zitting is verschenen, is het hof onvoldoende geïnformeerd en niet, althans onvoldoende in staat het hoger beroep van de man te beoordelen. Wegens voormelde processuele redenen kan het hof niet toekomen aan de inhoudelijke behandeling van het beroep. Dit leidt tot niet-ontvankelijk verklaring van de man (HR 09-07-2010, LJN: BM2337).

4. De beslissing

Het hof:

verklaart de man niet-ontvankelijk in het door hem ingestelde hoger beroep tegen de beschikkingen van de rechtbank Breda van 17 maart 2009 en 20 april 2010.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Milar, Van Dijkhuizen en Everaars-Katerberg en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2011.