Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2011:BP4547

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-02-2011
Datum publicatie
15-02-2011
Zaaknummer
20-004635-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van handelen in strijd met artikel 3, onder B van de Opiumwet en deelname aan een criminele organisatie in softdrugs. Niet onomstotelijk kan worden vastgesteld of bezoeken van deelnemers van een criminele organisatie in softdrugs aan het bedrijf van verdachte verband hielden met het wegbrengen van (te drogen/voor opslag bestemde) hennep. Gelet op deze vrijspraak kan naar het oordeel van het hof evenmin wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte als deelnemer betrokken is geweest bij de genoemde criminele organisatie. Verdachte had in het kader van zijn bedrijf weliswaar contact met personen uit deze organisatie en heeft aan deze personen c.q. organisatie wellicht diensten geleverd en/of goederen heeft verkocht, maar het hof is niet gebleken dat verdachte een zodanige betrokkenheid bij die organisatie had dat van het opzettelijk ‘deelnemen’ daaraan in de zin van art. 11 van de Opiumwet kan worden gesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 20-004635-09

Uitspraak : 15 februari 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 16 december 2009 in de strafzaak met parketnummer 01-845447-08 tegen:

[verdachte],

geboren te [woonplaats] op [1968],

wonende te [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en te dien aanzien opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen ten aanzien van het onder 1 en onder 2, primair ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

Namens verdachte is bepleit dat verdachte, bij gebrek aan bewijs, dient te worden vrijgesproken van het onder 1 en onder 2 ten laste gelegde.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd reeds omdat in hoger beroep de tenlastelegging - en aldus de grondslag van het onderzoek - is gewijzigd. Daarnaast is door de eerste rechter niet voldaan aan het voorschrift als bedoeld in artikel 359, derde lid, eerste volzin van het Wetboek van Strafvordering.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 augustus 2007 tot en met 19 januari 2009 te [woonplaats] en/of een of meer andere plaats(en) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, in -ondermeer- het perceel [adres] te [woonplaats],

(een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, zulks terwijl hij,verdachte, en/of zijn mededader(s) voormeld opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken heeft/hebben gepleegd in de uitoefening van een beroep of bedrijf;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2007 tot en met 19 januari 2009 te [woonplaats] en/of Schaijk en/of Uden en/of een of meer andere plaatsen in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke bestond uit een samenwerkingsverband van een of meer natuurlijke perso(o)n(en), te weten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [mededader] en/of [medeverdachte 5] en/of [bedrijf] en/of een of meer andere perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten het - al dan niet - in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of het buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, terwijl dit betrekking had op een of meer grote hoeveelhe(i)d(en) hennep;

Subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 01 augustus 2007 tot en met 19 januari 2009 te [woonplaats] en/of Schaijk en/of Uden en/of een of meer plaatsen in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke bestond uit een samenwerkingsverband van een of meer natuurlijke perso(o)n(en), te weten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [mededader] en/of [medeverdachte 5] en/of [bedrijf] en/of een of meer andere perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of het buiten het grondgebied van Nederland brengen van hennep;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze

verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

A1.

Het hof stelt op grond van het dossier alsmede het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep het volgende vast.

- In april 2008 werd op grond van een gerezen verdenking tegen [medeverdachte 1] bestaande uit het aan het hoofd staan van een criminele organisatie die zich bezig houdt met bedrijfsmatige teelt, (in)verkoop en handel in softdrugs, gestart met het onderzoek genaamd [naam]. Er werden op grond hiervan opsporingsmiddelen ingezet op (onder meer) genoemde [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3].

- Uit de opsporingsmiddelen ingezet op [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] bleek dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] regelmatig (vanuit kniplocaties) een bezoek brachten aan de [bedrijf] gelegen aan [adres] te [woonplaats]. Dit bedrijf betreft een groothandel in tuinbouwartikelen waarvan verdachte en medeverdachte [mededader] eigenaar zijn. [bedrijf] levert artikelen aan – onder meer – hennepkwekerijen zoals voedingsproducten, kabels, knipmachines en drogerijen.

- Uit de opsporingsmiddelen bleek verder dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] in het kader van hennepgerelateerde werkzaamheden contacten onderhielden met onder meer medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] en met een groep personen welke zij gebruikten voor het verwerken (knippen) van hennepplanten, waaronder medeverdachte [medeverdachte 5].

- Bij het onderzoeksteam ontstond op grond van informatie die uit tapgesprekken tussen [medeverdachte 1]/[medeverdachte 3] en verdachte en/of [mededader] naar voren kwam, alsmede uit de bezoeken van [medeverdachte 3] aan [bedrijf], het vermoeden dat het bedrijfspand van [bedrijf], door de vermeende criminele organisatie van [medeverdachte 1] gebruikt werd als opslag/drogerij van (de kort tevoren geknipte) hennep.

- Uit observaties en tapgesprekken in de periode mei - augustus 2008 blijkt dat hennep is geknipt – onder meer –:

o op 22 mei 2008, 4 juni 2008, 2, 3 en 5 juli 2008 en 7 augustus 2008 op de [locatie 1];

o op 14 en 16 juni 2008 op de [locatie 2];

o op 11 juli 2008 op de [locatie 3];

o op 28 juli 2008 op de [locatie 4];

- Uit de opgenomen telefoongesprekken blijkt dat er op en/of rond de knipdagen

22 mei, 16 juni, 2 juli, 3 juli, 5 juli, 11 juli en 28 juli telefonisch contact is tussen [medeverdachte 3] en verdachte en/of [mededader]. Daarnaast blijkt uit observaties en bakengegevens dat [medeverdachte 3] op een aantal knipdata (meerdere keren) een bezoek bracht aan [bedrijf].

- In de periode 9 -12 juli 2008 heeft [mededader] contact met [medeverdachte 1] waarbij het gaat over “spullen” die [mededader][medeverdachte 1] krijgt. [mededader] zegt vervolgens dat het ‘te grof’ is en dat het moet worden omgewisseld.

- In de nacht van 21 op 22 augustus 2008 wordt door de politie een zogenoemde inkijkoperatie in het pand [adres] te [woonplaats] uitgevoerd. Hierbij werd vastgesteld dat in de loods van [adres] een witte zeecontainer stond en dat er materialen lagen toebehorend aan een zogenoemde growshop.

- In de nacht van 26 op 27 augustus 2008 wordt er melding gedaan van een inbraakalarm bij het bedrijf [bedrijf] te [woonplaats]. Als de politie ter plaatse komt, treffen zij medeverdachte [mededader] aan. Op grond van het waarnemen van hennepgeur wordt vervolgens het pand doorzocht en wordt in een container een droogruimte aangetroffen waarop henneptoppen liggen te drogen. Verder worden diverse hoeveelheden verpakte hennep en hennepresten aangetroffen. In totaal is er een hoeveelheid van ruim 33 kilogram henneptoppen aangetroffen en in beslag genomen. [mededader] heeft verklaard dat de aangetroffen hennep van hem is.

- Verdachte is in verband met een operatie in het ziekenhuis op 22 augustus 2008 in de periode 21 augustus 2008 – 27 augustus 2008 niet op het bedrijf [bedrijf] geweest.

A2.1

Anders dan de advocaat-generaal kan naar het oordeel van het hof, tegen de achtergrond van hetgeen hiervoor is weergegeven, niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

Ten aanzien van het telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken

Op grond van de bewijsmiddelen in het dossier kan enkel worden vastgesteld dat er op zogenoemde knipdagen telefonisch contact is geweest tussen [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 1] en verdachte en/of [mededader] en dat [medeverdachte 3] op een aantal knipdagen een bezoek bracht aan[adres] te [woonplaats]. Echter kan niet onomstotelijk worden vastgesteld of die bezoeken van [medeverdachte 3] aan [adres] verband hielden met het wegbrengen van (te drogen/voor opslag bestemde) hennep. Ook uit de inhoud van de telefoongesprekken kan hieromtrent onvoldoende worden afgeleid. Het hof overweegt in dit verband in het bijzonder dat, gelet op de aard van het bedrijf [bedrijf], namelijk het verhandelen van Growshop materialen en het verhuren van knipmachines, het niet uitgesloten kan worden dat [medeverdachte 3] contact had met verdachte en/of [mededader] in verband met door [bedrijf] te leveren (aanverwante) tuinbouwproducten en/of in verband met de huur van een knipmachine.

Uit het telefoongesprek met [medeverdachte 1] omtrent de geleverde spullen en het omwisselen omdat het ‘te grof’ was, kan het hof, mede gelet op de aannemelijke verklaring van [mededader] en medeverdachte [medeverdachte 1] hierover, ook niet afleiden dat het in dat geval om geleverde hennep gaat. Hetgeen is aangetroffen tijdens de inkijkoperatie in de nacht van 21 op 22 augustus 2008 kan ten aanzien van verdachte evenmin leiden tot bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde.

Ten aanzien van het aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennep op 27 augustus 2008

Verdachte is blijkens zijn verklaring en de verklaring van medeverdachte [mededader] in de periode 21 augustus 2008 tot en met 27 augustus 2008 niet op het bedrijf [bedrijf] geweest in verband met een operatie van verdachte in het ziekenhuis op 22 augustus 2008. Eén en ander wordt bevestigd door een computeruitdraai uit het systeem van de huisarts van verdachte. Uit de overige bewijsmiddelen in het dossier blijkt dat verdachte in de genoemde periode op het bedrijf [bedrijf] te [woonplaats] is geweest, noch dat verdachte op de hoogte was van het feit dat er hennep aanwezig was op het bedrijf op 27 augustus 2008.

Nu bovendien niet kan worden vastgesteld dat de aangetroffen hennep er al vóór

22 augustus 2008 lag – integendeel tijdens de inkijkoperatie op 21 augustus 2008 is kennelijk geen hennep aangetroffen – is het hof van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte al dan niet opzettelijk een grote hoeveelheid hennep aanwezig heeft gehad op 27 augustus 2008.

A2.2

Gelet op het vorenstaande kan naar het oordeel van het hof evenmin wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte als deelnemer betrokken is geweest bij de criminele organisatie van [medeverdachte 1], [medeverdachte 3], [medeverdachte 2], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] zoals onder 2 ten laste is gelegd.

Op grond van de telefonische contacten die er zijn geweest tussen verdachte en/of [mededader] en leden van de genoemde criminele organisatie en de bezoeken afgelegd door leden van de criminele organisatie aan het bedrijf van verdachte en [mededader], kan niet meer worden vastgesteld dan dat verdachte contact had met personen van die organisatie en dat zijn bedrijf (op knipdagen) werd bezocht door personen van die organisatie, hetgeen gelet op de aard van het bedrijf [bedrijf], niet vreemd hoeft te zijn. Verdachte en [mededader] hebben immers ook verklaard dat hun bedrijf zeer regelmatig werd gebeld en bezocht in verband met levering van gemalen erwten, potaarde, kabeltjes of voor de verhuur van een knipmachine. Het hof is niet gebleken dat deze verklaringen onjuist of onbetrouwbaar zijn. Derhalve stelt het hof vast dat verdachte in het kader van zijn bedrijf weliswaar contact had met personen uit de voornoemde organisatie en aan deze personen c.q. organisatie wellicht diensten heeft geleverd en /of goederen heeft verkocht, maar dat het hof overigens niet is gebleken dat verdachte een zodanige betrokkenheid bij die organisatie had dat van het opzettelijk ‘deelnemen’ daaraan in de zin van art. 11 van de Opiumwet kan worden gesproken

A3.

Gelet op het vorenstaande acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan en acht het hof evenmin wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deelnemer is geweest van een criminele organisatie zoals onder 2 primair en subsidiair ten laste is gelegd, zodat verdachte van het onder 1 en onder 2 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 en onder 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Aldus gewezen door

mr. H. Harmsen, voorzitter,

mr. K. van der Meijde en mr. F.P.E. Wiemans,

in tegenwoordigheid van mr. C.A. Blokx- van Roosmalen, griffier,

en op 15 februari 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.