Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2010:BT2492

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
12-01-2010
Datum publicatie
23-09-2011
Zaaknummer
HD 103.005.210 T2
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROE:2007:BA7784
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Voortzetting van tussenuitspraak van 4 augustus 2009, LJN BT2489

Was er sprake van “economische eigendom"?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HD 103.005.210

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

sector civiel recht,

eerste kamer, van 12 januari 2010,

gewezen in het incident tot voeging in de zaak van:

mrs. M. Vanbuul, F. Ruysschaert en M. Bernaerts te Tongeren, België, in hun hoedanigheid van curatoren in het faillissement van de vennootschap naar Belgisch recht [X.] B.V.B.A. (thans genaamd: [B.] B.V.B.A),

gevestigd te [vestigingsplaats] (België),

appellante bij exploot van dagvaarding van 21 maart 2007,

advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven,

tegen:

1. de besloten vennootschap [Y.] B.V.,

2. de besloten vennootschap TELSTAR B.V.,

beide gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerden bij gemeld exploot,

advocaat: mr. E.H.H. Schelhaas,

in vervolg op het tussenarrest in het incident van 4 augustus 2009 in het hoger beroep van het door de rechtbank Roermond gewezen vonnis van 7 maart 2007 tussen appellante – [X.] BVBA - als gedaagde in conventie sub 1, eiser in (voorwaardelijke) reconventie sub 1 en geïntimeerden – [Y.] c.s. - als eiseressen in conventie, verweersters in (voorwaardelijke) reconventie.

5. Het tussenarrest in het incident van 4 augustus 2009

5.1. In genoemd tussenarrest is vermeld dat het hof kennis heeft genomen van het door de rechtbank van Koophandel te Tongeren (België) op 29 maart 2007 uitgesproken faillissement van [X.] BVBA, waarbij als curatoren zijn aangesteld mrs. M. Vanbuul, F. Ruysschaert en M. Bernaerts te Tongeren, België (hierna: de curatoren).

5.2. Het hof heeft bij genoemd tussenarrest:

(i) geconstateerd dat het geding in conventie voor wat betreft de in 3.1. van het tussenarrest onder 1. genoemde vordering niet van rechtswege is geschorst. Curatoren stellen in punt 7 van hun akte van 15 september 2009 dat het hof op deze vordering ten onrechte artikel 29 Fw heeft toegepast, maar dit gaat uit van een onjuiste lezing van het tussenarrest. Het hof heeft juist overwogen dat deze vordering een niet verifieerbare vordering in de zin van art. 25 Fw is en dat het geding op dit punt derhalve niet geschorst is ex art. 29 Fw (zoals de rolraadsheer ten onrechte had geconstateerd). Het hof heeft [Y.] c.s. in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de voortgang van het geding in conventie voor wat betreft de in 3.1. van het tussenarrest onder 1. genoemde vordering.

(ii) geconstateerd dat het geding in conventie, voor wat betreft de in 3.1. van het tussenarrest onder 2. tot en met 8. genoemde vorderingen, van rechtswege is geschorst ex artikel 15 Europese Insolventieverordening jo artikel 32 en 29 Fw.

(iii) geconstateerd dat de curatoren het geding in (voorwaardelijke) reconventie (dat op verzoek van [Y.] c.s. was geschorst) hebben overgenomen, nadat zij daartoe door [Y.] c.s. waren opgeroepen.

5.3. Het onderhavige incident betreft de door curatoren – in het door hen overgenomen geding in (voorwaardelijke) reconventie – ingestelde incidentele vordering tot (naar het hof begrijpt) gevoegde c.q. gelijktijdige behandeling van het geding in conventie en het geding in (voorwaardelijke) reconventie.

5.4. Het hof heeft bij voormeld tussenarrest overwogen dat de voorwaardelijke eis in reconventie afhankelijk is van de vorderingen in conventie. De vorderingen in conventie en in reconventie zijn derhalve zodanig verweven dat de band tussen beide vorderingen niet zonder noodzaak dient te worden verbroken. Naar Nederlands recht mag een curator in een (in Nederland uitgesproken) faillissement, die ervoor kiest het geding in reconventie op de voet van artikel 27 Fw over te nemen, de voortgang van de procedure niet belemmeren door deze afhankelijk te stellen van de schorsing in conventie. Wanneer het vanwege de samenhang tussen conventie en reconventie noodzakelijk is een verificatievergadering te houden om het lot van de vordering in conventie te bepalen, is de curator in een dergelijk geval tot het beleggen van een verificatievergadering gehouden. Nu in dit geval sprake is van een in België uitgesproken faillissement heeft het hof bij voormeld tussenarrest curatoren in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over, kort gezegd, het Belgisch faillissementsrecht en de regeling daarin van de betwisting of erkenning van vorderingen en de wijze waarop het Belgisch faillissementsrecht voorziet in de afwikkeling van betwiste vorderingen.

6. Het verdere verloop van het geding

6.1. Bij akte van 15 september 2009 hebben [Y.] c.s. het hof verzocht het geding in conventie voor wat betreft de in 3.1. van het tussenarrest onder 1. genoemde vordering te schorsen ten einde hen in de gelegenheid te stellen de curatoren op te roepen het geding in conventie in zoverre over te nemen. Bij antwoordakte van 13 oktober 2009 hebben curatoren zich daartegen niet verzet en aangekondigd, na oproeping, het geding in conventie voor wat betreft de in 3.1. van het tussenarrest onder 1. genoemde vordering te zullen overnemen.

6.2. Bij akte van 15 september 2009 hebben de curatoren inlichtingen verschaft betreffende het Belgische faillissementsrecht en de stand van zaken met betrekking tot de verificatie van de in 3.1. van het tussenarrest onder 2. tot en met 8. genoemde vorderingen.

7. De verdere beoordeling van de incidentele vordering tot gevoegde behandeling

7.1. De curatoren hebben gesteld dat [Y.] c.s. de in 3.1. van het tussenarrest onder 2. tot en met 8. genoemde vorderingen ter verificatie hebben ingediend in het Belgische faillissement. Zij hebben ter onderbouwing van die stelling een aangifte van schuldvordering met bijlagen overgelegd (productie 1 bij akte van 15 september 2009). Uit deze stukken maakt het hof op dat [Y.] c.s. de in 3.1. van het tussenarrest onder 2, 5, 7 en 8 genoemde vorderingen hebben ingediend; het betreft de vorderingen die bij het bestreden vonnis van 7 maart 2007 (jegens [X.] BVBA) zijn toegewezen. Uit de overgelegde stukken blijkt niet dat [Y.] c.s. de in 3.1. van het tussenarrest onder 3, 4 en 6 genoemde vorderingen hebben ingediend in het faillissement. Laatstgenoemde vorderingen zijn bij het bestreden vonnis afgewezen en het hof gaat ervan uit dat het hoger beroep van [X.] BVBA zich niet richt tegen de afwijzing van deze vorderingen, zodat het geding in conventie in hoger beroep (vooralsnog) beperkt is tot de in 3.1. van het tussenarrest onder 1, 2, 5, 7 en 8 genoemde vorderingen.

7.2. Curatoren stellen dat zij de door [Y.] c.s. ingediende vorderingen hebben betwist en verwijzen naar het door hen overgelegde ‘proces-verbaal nazicht der schuldvorderingen nr. 5’ d.d. 10 september 2008 (productie 2 bij akte van 15 september 2009). Volgens curatoren heeft de rechter-commissaris in het Belgische faillissement de betwiste vorderingen vervolgens verwezen naar de rechtbank van Koophandel te Tongeren (vgl. de naar Nederlands recht bestaande renvooiprocedure), voor welke procedure [Y.] c.s. zijn opgeroepen (productie 3 bij akte van 15 september 2009). Curatoren hebben voorts gesteld dat de rechtbank van Koophandel te Tongeren de procedure heeft geschorst in afwachting van de uitkomst van de procedure(s) in Nederland.

7.3. Het hof overweegt dat, nu de curatoren de in 3.1. van het tussenarrest onder 2, 5, 7 en 8 genoemde vorderingen hebben betwist, het geding in conventie voor wat betreft deze vorderingen op de voet van artikel 29 Fw kan worden voortgezet, waarbij de curatoren in de plaats van [X.] BVBA partij in het geding zijn.

7.4. Gelet op het voorgaande kan ook de gevorderde gevoegde c.q. gelijktijdige behandeling van het geding in conventie en (voorwaardelijke) reconventie worden toegewezen. Het hof zal de incidentele vordering derhalve toewijzen.

7.5. Nu curatoren in het geding in voorwaardelijke reconventie voor memorie van grieven ambtshalve peremptoir royement stonden, en de door hen ingestelde incidentele vordering tot gelijktijdige behandeling zal worden toegewezen, gaat het hof ervan uit dat curatoren op de rol van 23 februari 2010 een memorie van grieven wensen te nemen betreffende zowel het geding in conventie als het geding in (voorwaardelijke) reconventie. Het hof zal het peremptoir derhalve handhaven.

8. De beslissing

Het hof:

in het incident en in de hoofdzaak:

schorst het geding in conventie voor wat betreft de in overweging 3.1. van het tussenarrest onder 1. genoemde vordering, teneinde [Y.] c.s. in de gelegenheid te stellen binnen drie weken na dagtekening van dit arrest curatoren in zoverre in het geding te roepen;

in het incident:

wijst de incidentele vordering tot gevoegde/gelijktijdige behandeling van het geding in conventie en in reconventie toe;

houdt de proceskostenveroordeling in het incident aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak;

in de hoofdzaak:

verwijst de zaak naar de rol van 23 februari 2010 voor memorie van grieven aan de zijde van de curatoren van [X.] BVBA, ambtshalve peremptoir royement.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. Begheyn, Hendriks-Jansen en Feddes en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 12 januari 2010.