Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2010:BQ5179

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
11-05-2010
Datum publicatie
19-05-2011
Zaaknummer
HD 200.008.238
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Uitleg arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.008.238

arrest van de zesde kamer van 11 mei 2010

in de zaak van

NV INTERPOLIS SCHADE,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante,

advocaat: mr. A.V.M. van Dijk,

tegen:

[X.],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven,

op het bij exploot van dagvaarding van 11 juni 2008 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Breda gewezen vonnis van 16 april 2008 tussen appellante - Interpolis - als gedaagde en geïntimeerde – [X.] – als eiser.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 173173/HA ZA 07-596)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar het beroepen vonnis en het daaraan voorafgegane vonnis van 11 juli 2007.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij memorie van grieven heeft Interpolis onder overlegging van producties twee grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis van 16 april 2008 en, kort gezegd, alsnog afwijzing van de vorderingen van [X.], en veroordeling van [X.] tot (terug) betaling van € 43.589,64, vermeerderd met rente, almede de na 16 april 2008 door Interpolis aan [X.] ten onrechte betaalde uitkeringen.

2.2. Bij memorie van antwoord heeft [X.] de grieven bestreden.

2.3. Vervolgens heeft Interpolis een akte genomen. [X.] heeft hierop bij antwoordakte gereageerd.

2.4. Tot slot hebben partijen de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

3. De gronden van het hoger beroep

Voor de exacte tekst van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.

4. De beoordeling

4.1. Geen grieven zijn gericht tegen de feiten zoals door de rechtbank in rechtsoverweging 3.1 van het bestreden vonnis vastgesteld. Voorts staan nog enkele feiten als enerzijds gesteld en anderzijds onvoldoende gemotiveerd betwist vast. De feiten waarvan het hof uitgaat komen kort gezegd op het volgende neer.

(a) [X.] heeft als exploitant van een agrarisch uitzendbureau een arbeidsongeschiktheidsverzekering bij Interpolis gesloten, ingaande op 30 december 1999.

(b) Op het polisblad van de arbeidsongeschiktheidsverzekering (prod. 1 inl. dagv.) wordt bij (verzekerd) beroep(en) vermeld: “ Exploitant van een agrarisch uitzendbureau, meewerkend ”. Het verzekerd jaarinkomen bedroeg € 28.967,= (geïndexeerd).

(c) In de Voorwaarden InkomensZekerPlan beroepsarbeidsongeschiktheid (hierna: de Voorwaarden; prod. 2 inl. dagv.) wordt onder meer bepaald:

“art. 1 Begrippen

(..)

h beroep of bedrijf

het op het verzekeringsbewijs genoemde beroep of bedrijf van de verzekerde

(..)

Art 5 Arbeidsongeschiktheid

1. Wij stellen de mate van arbeidsongeschiktheid vast aan de hand van de rapportages van door ons aan te wijzen deskundigen.

2. Van arbeidsongeschiktheid is uitsluitend sprake indien er in relatie tot ziekte of ongeval, objectief medisch vast te stellen stoornissen bestaan, waardoor de verzekerde beperkt is in zijn of haar functioneren. Zonder iets af te doen aan het voorgaande is arbeidsongeschiktheid aanwezig als de verzekerde voor tenminste 25% arbeidsongeschikt is voor het verrichten van werkzaamheden die verbonden zijn aan het beroep of bedrijf, of die in het beroep of bedrijf in redelijkheid van de verzekerde verlangd kunnen worden. Bij het vaststellen van de werkzaamheden houden we rekening met mogelijke taakaanpassingen, taakverschuivingen en/of aanpassingen van werkomstandigheden.

3. Wij drukken de mate van arbeidsongeschiktheid uit in een percentage. Dit percentage noemen wij het arbeidsongeschiktheidspercentage.”

(d) [X.] heeft per 29 mei 2002 zijn werk gestaakt en zich op 5 juni 2002 ziek gemeld bij Interpolis. Bij onderzoek werden psychische klachten van depressieve aard geconstateerd. [X.] heeft zijn bedrijf moeten staken. Interpolis heeft een arbeidsongeschiktheidsuitkering van 100% verstrekt op basis van volledige arbeidsongeschiktheid.

(e) Het UWV heeft [X.] op grond van de WAZ met ingang van 27 mei 2003 voor 65-80% arbeidsongeschikt verklaard en een uitkering verstrekt van 50,75%.

(f) Bij brief van 26 november 2004 heeft Interpolis aan [X.] bericht dat hij voor minder dan 25% arbeidsongeschikt wordt geacht en dat op basis van de verzekeringsvoorwaarden de uitkering per 28 november 2004 wordt beëindigd.

(g) Aangezien [X.] zich met deze intrekking niet kon verenigen zijn partijen overeengekomen de kwestie voor te leggen aan een in onderling overleg aan te wijzen onafhankelijke psychiater, te weten de heer [Y.], voor een bindend advies. Op 24 juni 2005 heeft [Y.] daartoe gerapporteerd (prod. 16 inl. dagv.) Op 7 november 2005 heeft [Y.] aanvullend gerapporteerd (prod. 22 inl. dagv.).

(h) [Z.], medisch adviseur van Interpolis, heeft op 14 december 2005 op grond van de rapportages van [Y.] de medische beperkingen vastgesteld, een functionele mogelijkhedenlijst opgesteld, en een arbeidsdeskundig advies met vaststelling van een arbeidsongeschiktheidspercentage aangevraagd (prod. 26 inl. dagv.).

(i) In het rapport van de heer [A.], gecertificeerd register arbeidsdeskundige, van 20 januari 2006 valt onder meer het volgende te lezen (p. 4/5; prod. 29 inl. dagv.):

“INFORMATIE [Z.], medisch adviseur:

(..)

Er is sprake van een gegeneraliseerde angststoornis en aanpassingsstoornis met depressieve stemming grotendeels in remise, bij een man met afhankelijke, vermijdende en theatrale trekken, die bovendien ook nog gehoorsproblemen heeft.

Op basis van deze bevindingen wordt hij door de psychiater vooral beperkt geacht voor de concentratie, hoewel zijn aandacht tijdens het onderzoek goed is. Ik acht hem momenteel bovendien beperkt in de omgang met conflicten , waarbij betrokkene geen fysieke conflicten (het hof: waarschijnlijk wordt “contacten” bedoeld) met personen aan kan, wel schriftelijk of telefonisch.

(..)

Ik denk dat verzekerde gezien zijn beperkingen slechts gedeeltelijk ongeschikt is voor zijn werk zoals hij dit deed voor uitval.

1. Voor de uitvoerende werkzaamheden als plukker van tomaten, komkommers en paprika’s acht ik verzekerde geheel geschikt. Dit is puur fysieke en routinematige arbeid die geen cognitieve vaardigheden vereist. De verminderde belastbaarheid op concentreren, verdelen van aandacht of herinneren vormen dan ook geen beletsel voor dit deel van de functie. Voor het uitvoerende werk hoef je niet met conflicten om te gaan. De slechthorendheid is preëxistent, verzekerde heeft het werk gewoon gedaan met deze handicap.

2. Voor het halen en brengen van het personeel is wel gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid aan te nemen. Verzekerde kan zich immers maximaal een half uur aaneengesloten concentreren en zijn aandacht verdelen. Verzekerde kan deze taak zowel 's ochtends als 's middags een half uur uitvoeren. Dit betekent een prestatieverlies van 50 procent.

3. Bij de taken werven van opdrachten en personeel zijn communicatieve onderhandelingvaardigheden noodzakelijk. Hierbij is een reëel risico op conflicten of meningsverschillen. Aangezien verzekerde deze uitsluitend schriftelijk aankan, is verzekerde op deze taak 100% arbeidsongeschikt.

4. de taak administratie en organisatie vereist een goede cognitieve functie. Aangezien verzekerde hierop beperkt is t.a.v. concentratie en herinneren is een grote mate van arbeidsongeschiktheid op deze taak aannemelijk. 75% is in deze reëel, kortdurend kan verzekerde zich wel concentreren derhalve is geen sprake van een volledige uitval op deze taak.”

Met betrekking tot de arbeidsongeschiktheid per taak en het (gemiddeld) aan die taak per week te besteden uren wordt in het rapport het volgende vermeld (p. 5 rapport):

- uitvoerende werkzaamheden 0% arbeidsongeschikt (40 uur/week)

- halen en brengen van personeel 50% arbeidsongeschikt (10 uur/week)

- werven van opdrachten en personeel 100% arbeidsongeschikt (15 uur/week)

- administratie en organisatie 75% arbeidsongeschikt (15 uur/week)

[A.] concludeert vervolgens dat het arbeidsongeschiktheidspercentage van [X.] voor zijn werk als exploitant van een agrarisch uitzendbureau, meewerkend afgerond op 40% is te stellen.

(j) Bij brief van 27 maart 2006 schrijft Interpolis aan [X.] dat zij hem met terugwerkende kracht vanaf 26 november 2004 voor 40% arbeidsongeschikt beschouwd (prod. 31 inl. dagv.).

(k) Op verzoek van [X.] heeft mevrouw [B.], gecertificeerd arbeidsdeskundige, (dossier) onderzoek gedaan en op 2 oktober 2006 arbeidskundig advies uitgebracht (prod. 40 inl. dagv.). In dit advies wordt onder meer vermeld:

“Ik acht de heer [X.] volledig ongeschikt voor zijn werk als meewerkend exploitant agrarisch uitzendbureau.

Voor het werven van opdrachten en personeel moet de heer [X.] goed kunnen omgaan met conflicten, kunnen onderhandelen om een goede concentratie hebben, zijn aandacht goed kunnen verdelen en zaken goed kunnen herinneren. Ook de arbeidsdeskundige van Interpolis geeft aan dat de heer [X.] deze taak geheel niet kan uitvoeren.

Ik ben van mening dat als je op medische gronden geen opdrachten noch werknemers kan werven je niet in staat bent om een bedrijf te leiden. Dit is namelijk de belangrijkste taak voor een ondernemer. Dat hij mogelijk deeltaken wel kan doen is niet relevant. Het bedrijf kan immers om medische redenen niet bestaan. Als geen opdrachten zijn kan de heer [X.] niets doen. Deze taak is de belangrijkste taak. De andere taken kunnen alleen als deze ook kan worden uitgevoerd.

Hoofdtaken Belangrijkheid

1. Uitvoerend werk bij klanten 5%

2. Halen en brengen van personeel 5%

3. Werven van opdrachten en personeel 80%

4. Administratie en organisatie 10%

Wegens de beperkingen in de belastbaarheid zijn ook de taken administratie en organisatie en vervoer personeel gedeeltelijk beperkt.

In een omgekeerd geval kan je stellen als iemand wel de opdrachten en het personeel kan regelen maar niet kan meewerken hij wel volledig loon kan verdienen als zelfstandige en dus voor de verzekering niet als arbeidsongeschikt kan worden beschouwd.

In deze casus is nu de situatie dat de heer [X.] de belangrijkste taak binnen het bedrijf niet kan verrichten waardoor het bedrijf niet kan bestaan. Ik acht hem dan ook om deze reden volledig arbeidsongeschikt voor zijn verzekerd beroep.”

(l) In het aanvullend advies van [B.] van 21 november 2006 (prod. 43 inl. dagv.) valt onder meer te lezen:

“Gelet op de belastbaarheid van de heer [X.] acht ik hem ongewijzigd niet geschikt voor zijn werk c.q. verzekerd beroep. Hierbij ben ik ook uitgegaan van de daadwerkelijk verrichte taken die door Interpolis zijn vastgesteld. Ik hang in tegenstelling tot Interpolis ook een waarde aan een taak toe. Als een taak niet kan die het belangrijkste is binnen de functie dan is dat een groter handicap dan het aantal uren dat je daaraan besteed. In deze casus is de verzekerde op medische gronden niet in staat om opdrachten en personeel te verwerven. Zonder opdracht en personeel heb je geen uitzendbureau en is er niets om aan mee te werken. Dit is dus de belangrijkste taak binnen dit werk en kan deze man zijn verzekerd beroep niet uitoefenen.”

(m) In een aanvullend rapport van [A.] van 5 december 2006 (prod. 10 cva) wordt als volgt vermeld:

“Er is een wezenlijk verschil tussen "het werven van opdrachten en personeel" en het werven van werk voor zichzelf. Bij het werven van opdrachten waar personeel voor nodig is heeft verzekerde te maken met verschillende krachtenvelden en belangen, namelijk die van de opdrachtgever, die van het te werven personeel en die van zichzelf als ondernemer. Deze belangen kunnen tegenstrijdig zijn en daarmee een mogelijk bron voor conflicten. Aangezien verzekerde slechts beperkt met conflicten kan omgaan acht ik hem niet geschikt voor deze taak.

Bij het verwerven van werk voor zichzelf is er geen sprake van complexe situaties met allerlei verschillende belangen. Er is in die situatie slechts sprake van een enkelvoudige opdrachtgever en opdrachtnemer relatie. Verzekerde kan dan zelf bepalen welk werk hij aanneemt tegen welke voorwaarden zonder dat hij hierbij rekening hoeft te houden met de belangen van personeel of onderaannemer. Conflicten zijn hierbij nagenoeg uitgesloten of goed te voorkomen. Derhalve acht ik verzekerde op basis van de opgestelde beperkingen wel in staat tot het verwerven van werk voor zichzelf en daarmee volledig geschikt voor zijn uitvoerende taken.

(n) Interpolis heeft haar standpunt dat [X.] 40% arbeidsongeschikt wordt geacht gehandhaafd, terwijl [X.] van mening is gebleven dat hij volledig arbeidsongeschikt is.

4.2.1. In eerste aanleg vordert [X.] veroordeling van Interpolis tot betaling van een uitkering op grond van de tussen partijen geldende arbeidsongeschiktheidsverzekering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 100%, vanaf 26 november 2004 totdat de verzekering is beëindigd of de arbeidsongeschiktheid conform de polisvoorwaarden is afgenomen, vermeerderd met rente.

Ter onderbouwing van zijn vorderingen voert [X.] aan dat hij niet meer in staat is zijn bedrijf te leiden. Hierdoor is het feitelijk ook niet mogelijk de uitvoerende werkzaamheden, waartoe hij nog wel in staat is, te verrichten. Dit brengt met zich dat hij voor 100% arbeidsongeschikt is, aldus [X.].

4.2.2. Interpolis voert gemotiveerd verweer.

4.2.3. De rechtbank oordeelt dat – nu [X.] volledig arbeidsongeschikt is om zijn bedrijf te exploiteren - hij zijn hoofdtaak als ondernemer niet kan verrichten. Aangezien [X.] het ondernemerschap dientengevolge heeft moeten opgeven, komt hem een uitkering toe op basis van een arbeidsongeschiktheid van 100%. De vorderingen dienen derhalve te worden toegewezen, aldus de rechtbank.

4.3. Grief I richt zich tegen het oordeel van de rechtbank dat – nu [X.] niet in staat was om zijn bedrijf te exploiteren - hij het ondernemerschap heeft moeten opgeven, zodat hij geen aan het bedrijf verbonden werkzaamheden of in redelijkheid van [X.] in het bedrijf te verlangen - al dan niet aangepaste - werkzaamheden kan verrichten. Grief II richt zich tegen het oordeel dat [X.] recht heeft op een volledige arbeidsongeschiktheidsuitkering.

Het hof zal de grieven gezamenlijk behandelen.

4.4. [X.] vordert betaling van een uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 100%. Ter onderbouwing van deze vordering stelt [X.] onder meer dat het feit dat hij 100% arbeidsongeschikt is voor het werven van opdrachten en personeel en 75% arbeidsongeschikt voor de administratie en organisatie, met zich brengt dat hij recht heeft op een uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 100%. De (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid voor voormelde deeltaken brengt immers met zich dat hij zijn onderneming niet kan leiden. Hij is derhalve 100% arbeidsongeschikt als ondernemer, aldus [X.].

4.5. Interpolis voert onder meer het verweer dat het feit dat [X.] 100% arbeidsongeschikt is voor het werven van opdrachten en personeel en 75% arbeidsongeschikt voor de administratie en organisatie, niet met zich dat hij geen uitvoerende werkzaamheden kan verrichten. [X.] is immers zeer wel in staat werk voor zichzelf te werven (en vervolgens uit te voeren), aldus Interpolis.

4.6. Het hof stelt bij de beoordeling van de grieven voorop dat tussen partijen vaststaat dat [X.] 100% arbeidsongeschikt is voor het werven van opdrachten en personeel (15 uur per week), 75% arbeidsongeschikt voor de administratie en organisatie (15 uur per week), 50% arbeidsongeschikt voor het halen en brengen van personeel (10 uur per week), en niet arbeidsongeschikt voor de uitvoerende werkzaamheden (40 uur per week).

Overigens begrijpt het hof de toelichting op de grieven aldus dat Interpolis wél bezwaar heeft tegen de wijze waarop de rechtbank het rapport van [A.] van 20 januari 2006 heeft geïnterpreteerd, maar geen bezwaar tegen de conclusies in dit rapport betreffende de mate van arbeidsongeschiktheid/het aantal bestede uren per taak, en de conclusie dat [X.] 40% arbeidsongeschikt is (nrs. 6 en 7 mvg). Het hof zal hieronder rekening houden met het bezwaar tegen de interpretatie.

4.7.1. Volgens de polis van de arbeidsongeschiktheidsverzekering is het beroep waarvoor [X.] zich heeft verzekerd dat van “Exploitant van een agrarisch uitzendbureau, meewerkend” (rechtsoverweging 4.1 sub b). Het hof is met Interpolis van oordeel dat deze vermelding in die zin dient te worden uitgelegd dat het verzekerde beroep van [X.] als zelfstandige ondernemer mede omvat het meewerken door [X.] in zijn agrarisch uitzendbureau, en dus ook de door [X.] verrichte uitvoerende werkzaamheden. Voor een andere uitleg heeft [X.] onvoldoende duidelijk en concreet feiten en omstandigheden gesteld. Het feit dat ook de uitvoerende werkzaamheden vallen onder het verzekerde beroep, brengt met zich dat bij de vaststelling van het arbeidsongeschiktheidspercentage de eventuele beperkingen die ten aanzien van deze werkzaamheden gelden en het aantal daaraan bestede uren dienen te worden betrokken. Hieruit volgt dat het enkele feit dat [X.] volledig arbeidsgeschikt is voor de uitvoerende werkzaamheden, terwijl hij de helft van zijn werktijd aan deze werkzaamheden besteedde, reeds met zich brengt dat hij niet 100% arbeidsongeschikt is in de zin van artikel 5 lid 2 van de voorwaarden.

4.7.2. Anders dan [X.] betoogt volgt uit het gegeven dat [X.] volledig arbeidsongeschikt is voor het werven van opdrachten en personeel, terwijl hij 75% arbeidsongeschikt is voor de administratie en organisatie, niet dat [X.] volledig arbeidsongeschikt is als ondernemer. Immers, stelt Interpolis hier terecht tegenover dat de (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid voor het werven van opdrachten en personeel en administratie en organisatie onverlet laat dat [X.] zeer wel in staat is werk te werven voor zichzelf en dit uit te voeren. Ook dan is [X.] immers ondernemer, zij het beperkt tot het werven en uitvoeren van opdrachten voor zichzelf. Wanneer [X.] enkel werk werft voor zichzelf heeft hij - anders dan wanneer hij opdrachten werft voor personeel - in veel mindere mate te maken met complexe situaties met verschillende belangen (opdrachtgever versus uitzendkracht), zodat de kans op conflicten - waartegen [X.] niet goed bestand is - gering is (zie ook het aanvullende rapport van [A.] van 5 december 2006; rechtsoverweging 4.1 sub m). [X.] heeft dit verweer van Interpolis onvoldoende gemotiveerd weersproken. Dat [X.] intussen zijn bedrijf zou hebben beëindigd zodat feitelijk geen aan het bedrijf verbonden werkzaamheden meer kunnen worden verricht, maakt dit oordeel niet anders. Verondersteld dat [X.] zijn bedrijf zou hebben beëindigd, komt dat voor zijn eigen risico.

4.7.3. Overigens wordt de in rechtsoverweging 4.7.1. weergegeven uitleg van hetgeen volgens de polis als verzekerde werkzaamheden moet worden aangemerkt, bevestigd door artikel 5 lid 2 van de Voorwaarden. Hierin wordt immers onder meer bepaald: “(..) is arbeidsongeschiktheid aanwezig als de verzekerde (..) arbeidsongeschikt is voor het verrichten van werkzaamheden die verbonden zijn aan het beroep of bedrijf, of die in het beroep of bedrijf in redelijkheid van de verzekerde verlangd kunnen worden.” Nu de uitvoerende werkzaamheden zijn verbonden aan het beroep van [X.] - en overigens volgens voormelde uitleg van de polis zelfs hieronder vallen – is immers ook op grond van artikel 5 lid 2 de al dan niet arbeidsongeschiktheid voor de uitvoerende werk-zaamheden en het aantal hieraan bestede uren van belang voor de vaststelling van het ar-beidsongeschiktspercentage.

4.7.4. Uit het bovenstaande volgt dat [X.] niet geheel maar slechts gedeeltelijk arbeids-ongeschikt is. De vordering van [X.] tot veroordeling van Interpolis om uitkering te doen op basis van een arbeidsongeschiktheid van 100% dient derhalve te worden afgewezen.

4.8. Aan het door [X.] gedane bewijsaanbod wordt voorbijgegaan nu hij te weinig heeft gesteld om voor bewijslevering in aanmerking te komen, noch daargelaten dat het bewijsaanbod niet is gespecificeerd.

4.9. Uit het voorgaande volgt dat de grieven slagen en dat het bestreden vonnis zal worden vernietigd. Het hof zal de vorderingen van [X.] alsnog afwijzen.

[X.] zal als de in het ongelijk gesteld partij worden veroordeeld in de proceskosten in eerste aanleg en het hoger beroep.

4.10. In het bestreden vonnis is Interpolis veroordeeld aan [X.] uitkering te doen op basis van een arbeidsongeschiktheid van 100%, vermeerderd met wettelijke rente. Interpolis stelt ter uitvoering van het vonnis een bedrag van € 72.649,39 aan [X.] te hebben voldaan. In het petitum van de memorie van grieven vordert Interpolis terugbetaling van € 43.589,64, vermeerderd met rente, almede van de na 16 april 2008 door Interpolis aan [X.] ten onrechte betaalde uitkeringen. Nu Interpolis daarnaast steeds heeft gesteld wel gehouden te zijn tot een uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 40%, gaat het hof ervan uit dat Interpolis het deel van het ter uitvoering van het bestreden vonnis voldane bedrag van € 72.649,39 dat hierop betrekking heeft niet terugvordert (= € 72.649,39 - € 43.589,64). Nu [X.] geen inhoudelijk verweer heeft gevoerd tegen de vorderingen tot terugbetaling van € 43.589,64 (behoudens de in rechtsoverweging 4.7 van dit arrest behandelde stellingen met betrekking tot het arbeidsongeschiktheidspercentage), vermeerderd met rente, alsmede van de na 16 april 2008 door Interpolis aan [X.] ten onrechte betaalde uitkeringen, zal het hof deze vorderingen toewijzen.

5. De uitspraak

Het hof:

vernietigt het bestreden vonnis van de rechtbank Breda d.d. 16 april 2008, en opnieuw rechtdoende:

- wijst de vorderingen van [X.] af;

veroordeelt [X.] tot terugbetaling aan Interpolis van een bedrag van € 43.589,64, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 maart 2009 tot aan de dag de algehele voldoening, en tot terug betaling van de na 16 april 2008 door Interpolis aan [X.] ten onrechte verrichte uitkeringen;

veroordeelt [X.] in de proceskosten van de eerste aanleg en het hoger beroep welke kosten aan de zijde van Interpolis worden begroot op € 251,= aan verschotten en € 904,= aan salaris advocaat in eerste aanleg en op € 2.251,80 aan verschotten en € 1.341,= aan salaris advocaat voor hoger beroep;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. Rothuizen, Antens en Van Harinxma thoe Slooten en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 11 mei 2010.