Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2010:BQ3005

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
20-07-2010
Datum publicatie
29-04-2011
Zaaknummer
HD 200.018.411 E
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolg op de tussenuitspraak van 9 februari 2010, LJN BQ3003

Schadestaatprocedure varkenshouder tegen gemeente, na eerdere veroordeling van de gemeente tot schadevergoeding op te maken bij staat aan de varkenshouder wegens onrechtmatig handelen, bestaande uit het verstrekken van onjuiste informatie over de mogelijkheid tot vestiging van een varkensbedrijf op het perceel van de varkenshouder. Afwikkeling laatste schadepost na eerder tussenarrest van 9 februari 2010.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.018.411

arrest van de zevende kamer van 20 juli 2010

in de zaak van

[X.],

wonende te [woonplaats],

appellant,

advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven,

tegen:

de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE ‘S-HERTOGENBOSCH,

zetelende te ‘s-Hertogenbosch,

geïntimeerde,

advocaat: mr. J.P.F.W. van Eijck,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 9 februari 2010 in het hoger beroep van het door de rechtbank ‘s-Hertogenbosch onder nummer 164406/HA ZA 07-1848 gewezen vonnis van 23 juli 2008.

6. Het tussenarrest van 9 februari 2010

Bij genoemd arrest heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor een akte aan de zijde van [X.] en is iedere verdere beslissing aangehouden.

7. Het verdere verloop van de procedure

[X.] heeft een akte genomen en daarbij twee producties overgelegd.

De gemeente heeft hierna een akte tot referte genomen.

Tot slot hebben de partijen de gedingstukken wederom overgelegd en uitspraak gevraagd.

8. De verdere beoordeling

8.1.1. De onderhavige procedure is een schadestaatprocedure. [X.] vordert in deze schadestaatprocedure vergoeding van een aantal schadeposten. Het hof heeft die schadeposten in r.o. 4.2.2 van het tussenarrest aangeduid met de letters A tot en met H.

8.1.2. Het hof heeft in r.o. 4.5.7 van het tussenarrest geoordeeld dat de posten E tot en met H niet toewijsbaar zijn. Daarnaast heeft het hof in r.o. 4.9 geconstateerd dat ter zake post D geen concreet bedrag gevorderd is, zodat die post geen verdere bespreking behoeft.

Het hof heeft verder in r.o. 4.11 geconcludeerd dat aan [X.] moeten worden toegewezen:

- € 49.567,-- ter zake post A;

- € 20.460,-- aan rente over post A tot 1 juli 2004;

- € 126.500,-- ter zake post B;

- € 58.085,-- rente over post B tot 1 juli 2004.

8.1.3. Schadepost C betreft een door [X.] gevorderd bedrag van € 46.557,89 ter zake gemaakte advieskosten/voorbereidingskosten. Het hof heeft geoordeeld dat deze kosten toewijsbaar zijn voor zover zij gemaakt zijn in de periode van december 1994 tot en met januari 1998. Het hof heeft de zaak naar de rol verwezen teneinde [X.] in de gelegenheid te stellen bij akte aan te geven welk deel van het bedrag van € 46.557,89 betrekking heeft op kosten die gemaakt zijn in de periode van december 1994 tot en met januari 1998.

8.2. [X.] heeft in zijn akte gesteld dat slechts een nota van 30 september 1997 ten bedrage van € 111,97 in aanmerking komt als vallend onder post C in de aangegeven periode. Nu de gemeente hier geen bezwaar tegen heeft gemaakt zal het hof ter zake post C het bedrag van € 111,97 toewijzen.

8.3. Het hof heeft [X.] tevens opgedragen om aan te geven welk bedrag aan wettelijke rente verschuldigd is geworden over het ter zake post C toewijsbare bedrag in de periode tot 1 juli 2004. [X.] heeft in zijn akte gesteld dat dit rentebedrag € 56,63 bedraagt. Nu de gemeente ook hiertegen geen bezwaar heeft gemaakt zal het hof ook dat bedrag toewijzen.

8.4. Uit het voorgaande volgt dat het beroepen vonnis, waarbij een bedrag van € 63.333,11 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 augustus 2004 is toegewezen, vernietigd moet worden. Het hof zal, opnieuw rechtdoende, de vordering van [X.] toewijzen tot een bedrag van € 254.780,60 (het totaal van de zes bedragen die genoemd zijn in r.o. 8.1.2, r.o. 8.2 en r.o. 8.3). Over het bedrag van € 254.780,60 is de gemeente, zoals gevorderd, de wettelijke rente verschuldigd vanaf 19 augustus 2004.

8.5. Nu van de door [X.] in eerste aanleg gevorderde hoofdsom van meer dan tweemiljoen euro slechts een relatief gering deel is toegewezen, acht het hof evenals de rechtbank termen aanwezig om de kosten van het geding in eerste aanleg tussen partijen te compenseren, aldus dat elke partij de eigen kosten dient te dragen.

8.6. Het hoger beroep van [X.] heeft ten dele doel getroffen. Het hof zal de gemeente daarom veroordelen in de kosten van het hoger beroep, voor wat betreft het salaris uitgaande van het tarief behorend bij de toegewezen hoofdsom (en dus niet van het tarief behorend bij de hogere gevorderde hoofdsom).

8.7. Het hof zal dit arrest, zoals door [X.] gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

9. De uitspraak

Het hof:

vernietigt het door de rechtbank ’s-Hertogenbosch onder nummer 164406/HA ZA 07-1848 tussen partijen gewezen vonnis van 23 juli 2008, waarvan beroep, en opnieuw rechtdoende:

- veroordeelt de gemeente om aan [X.] een bedrag te betalen van € 254.780,60, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 19 augustus 2004;

- wijst het meer of anders gevorderde af;

- compenseert de kosten van het geding in eerste aanleg tussen partijen, aldus dat elke partij de eigen kosten dient te dragen;

veroordeelt de gemeente in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van [X.] tot op heden begroot op € 71,80 voor de appeldagvaarding, € 5.981,-- aan vast recht en € 4.894,50 aan salaris advocaat;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. Brandenburg, Keizer en Wabeke en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 20 juli 2010.