Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2010:BP6039

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-10-2010
Datum publicatie
28-02-2011
Zaaknummer
09/00687
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBBRE:2009:BK1990, Bekrachtiging/bevestiging
Cassatie: ECLI:NL:HR:2012:BV6722, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Belanghebbende is aansprakelijk gesteld voor het niet betalen van belastingschulden van een bv. In geschil is of het niet betalen te wijten is aan onbehoorlijk bestuur van belanghebbende. De rechtbank (NTFR 2010/59) heeft geoordeeld dat belanghebbende er bewust voor heeft gekozen de concurrente crediteuren te betalen, maar de belastingdienst niet. De onderneming van de bv wordt in feite door de belastingdienst gefinancierd. Aldus heeft belanghebbende de belastingdienst structureel benadeeld. De rechtbank acht dan ook sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Belanghebbende is terecht aansprakelijk gesteld voor de belastingschulden en ook voor de renten en kosten. In hoger beroep oordeel het hof dat de rechtbank op goede gronden een juiste beslissing heeft genomen. Volgens het hof behoeft dit geen nadere motivering nu belanghebbende in hoger beroep geen enkel argument heeft gegeven voor zijn stelling dat de rechtbank zijn uitspraak onvoldoende heeft gemotiveerd en dat de rechtbank de omstandigheden waaronder de belastingschulden zijn ontstaan niet zou hebben meegewogen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2011/15.2.3
FutD 2011-0549
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Sector belastingrecht

Eerste meervoudige Belastingkamer

Kenmerk: 09/00687

Uitspraak op het hoger beroep van

de heer X,

wonende te Y (België),

hierna: belanghebbende,

tegen de schriftelijke uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 19 oktober 2009, nummer AWB 08/5433 in het geding tussen

belanghebbende

en

de voorzitter van het managementteam van het onderdeel Belastingdienst/Oost-Brabant van de rijksbelastingdienst,

hierna: de Ontvanger,

betreffende na te noemen beschikking aansprakelijkstelling.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. De Ontvanger heeft belanghebbende bij beschikking van 11 april 2008 als (feitelijk) bestuurder van A B.V. (hierna: de BV) aansprakelijk gesteld voor belastingschulden van de BV, inclusief renten en kosten, tot een bedrag van in totaal € 245.922 (hierna: de beschikking). Het betreft de volgende belastingaanslagen en kosten:

Middel Aanslagnr. 0000.00.000 Tijdvak Datum Bedrag Kosten

Omzetbelasting 0000.00.000.F.017080 aug-07 25-okt-07 7.351 362

Omzetbelasting 0000.00.000.F.017090 sep-07 27-nov-07 9.799 696

Omzetbelasting 0000.00.000.F.017100 okt-07 29-dec-07 4.178 322

Omzetbelasting 0000.00.000.F.017110 nov-07 25-jan-08 10.582 751

Omzetbelasting 0000.00.000.F.018010 jan-08 31-mrt-08 400 0

Loonheffing 0000.00.000.A016500 2006 24-mei-07 60.304 4.105

Loonheffing 0000.00.000.A016507 2006 27-nov-06 350 13

Loonheffing 0000.00.000.A017010 jan-07 12-apr-07 10.963 773

Loonheffing 0000.00.000.A017020 feb-07 25-jul-07 11.598 0

Loonheffing 0000.00.000.A017030 mrt-07 5-okt-07 9.968 707

Loonheffing 0000.00.000.A017040 apr-07 25-okt-07 10.558 746

Loonheffing 0000.00.000.A017050 mei-07 19-nov-07 21.925 1.506

Loonheffing 0000.00.000.A017060 jun-07 6-dec-07 11.916 838

Loonheffing 0000.00.000.A017070 jul-07 28-dec-07 11.792 832

Loonheffing 0000.00.000.A017080 aug-07 17-jan-08 11.776 829

Loonheffing 0000.00.000.A017090 sep-07 15-feb-08 12.289 865

Loonheffing 0000.00.000.A017100 okt-07 11-mrt-08 13.614 14

Loonheffing 0000.00.000.A017110 nov-07 4-apr-08 13.200 0

Totaal 232.563 13.359

Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de Ontvanger bij uitspraak van 14 oktober 2008 de beschikking gehandhaafd.

1.2. Belanghebbende is van deze uitspraak in beroep gekomen bij de Rechtbank. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van de Rechtbank van belanghebbende een griffierecht geheven van € 39.

Bij schriftelijke uitspraak heeft de Rechtbank het beroep ongegrond verklaard.

1.3. Tegen deze uitspraak heeft belanghebbende hoger beroep ingesteld bij het Hof. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van € 110.

De Ontvanger heeft een verweerschrift ingediend.

1.4. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgehad op 26 augustus 2010 te 's-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede de Ontvanger.

1.5. Belanghebbende en de Ontvanger hebben te dezer zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan het Hof en aan de wederpartij.

1.6. De Ontvanger heeft ter zitting, zonder bezwaar van de wederpartij, een kopie overgelegd van het overzicht van de bedragen van de in 1.1 genoemde belastingaanslagen en kosten die op 26 augustus 2010 nog niet zijn voldaan.

1.7. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat in afschrift aan partijen is verzonden.

1.8. Het Hof heeft vervolgens het onderzoek gesloten.

1.9. Op 1 september 2010 is bij het Hof een brief met 3 bijlagen van belanghebbende binnengekomen. De brief met bijlagen geeft het Hof op de hierna onder 4.1 vermelde gronden geen reden tot heropening van het onderzoek.

2. Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het Hof komen vast te staan.

2.1. Belanghebbende is bestuurder van B BV, die bestuurder is van de BV.

2.2. Op 13 september 2007 heeft belanghebbende namens de BV de betalingsonmacht gemeld voor de bedragen die verschuldigd zijn op de aangiften omzetbelasting en loonheffing die op 31 juli 2007 zijn ingediend. Niet langer in geschil is dat belanghebbende deze melding rechtsgeldig heeft gedaan.

2.3. Bij brief van 28 januari 2008 heeft de Ontvanger aan belanghebbende een aankondiging bestuurdersaansprakelijkheid gezonden. Daarop heeft belanghebbende bij brief van 15 februari 2008 gereageerd.

2.4. Bij de beschikking is belanghebbende vervolgens aansprakelijk gesteld voor de 1.1 genoemde belastingschulden, inclusief renten en kosten.

3. Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen

3.1. Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen:

3.1.1. Is het niet betalen van de belastingschulden te wijten aan onbehoorlijk bestuur van belanghebbende?

3.1.2. Is belanghebbende terecht ook aansprakelijk gesteld voor de ter zake van de aanslagen belopen renten en kosten?

Belanghebbende beantwoordt de vragen ontkennend. De Ontvanger is de tegenovergestelde opvatting toegedaan.

3.2. Partijen doen hun standpunten in hoger beroep steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, van al welke stukken de inhoud als hier ingevoegd moet worden aangemerkt.

Voor hetgeen partijen hieraan ter zitting hebben toegevoegd, wordt verwezen naar het van deze zitting opgemaakte proces-verbaal.

3.3. Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het hoger beroep, tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank behoudens de beslissing dat de melding betalingsonmacht door belanghebbende rechtsgeldig is gedaan, van de uitspraak van de Ontvanger en van de beschikking behoudens voor zover betreft de aansprakelijkheid voor de belastingschulden, renten en kosten van vóór juli 2007. De Ontvanger concludeert tot ongegrondverklaring van het hoger beroep en tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

4. Gronden

Vooraf en ambtshalve

4.1. Bij de onder 1.6 omschreven brief met bijlagen heeft belanghebbende niet verzocht om heropening van het onderzoek, als voorzien in artikel 8:68 van de Algemene wet bestuursrecht. Het Hof laat de in de brief van belanghebbende opgenomen inhoudelijke opmerkingen dan ook buiten beschouwing.

Ten aanzien van het geschil

4.2. Naar het oordeel van het Hof heeft de Rechtbank met betrekking tot de geschilpunten vermeld onder 3.1.1 en 3.1.2 op goede gronden een juiste beslissing genomen.

Dit behoeft geen nadere motivering nu belanghebbende in hoger beroep geen enkel argument heeft gegeven voor zijn stelling, dat de Rechtbank zijn uitspraak onvoldoende heeft gemotiveerd en dat de Rechtbank de omstandigheden waaronder de belastingschulden zijn ontstaan niet zou hebben meegewogen.

4.3. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep van belanghebbende ongegrond is.

Ten aanzien van het griffierecht

4.4. Het Hof is van oordeel, dat er geen redenen aanwezig zijn om te gelasten dat de Ontvanger aan belanghebbende het door hem betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoedt.

Ten aanzien van de proceskosten

4.5. Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

5. Beslissing

Het Hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.

Aldus gedaan op 15 oktober 2010 door P.A.G.M. Cools, voorzitter, J.W.J. Huige en J.C.K.W. Bartel, in tegenwoordigheid van A.W.J. Strik, griffier. De beslissing is op die datum ter openbare zitting uitgesproken en afschriften van de uitspraak zijn op die datum aangetekend aan partijen verzonden.

Het aanwenden van een rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH 's-Gravenhage. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen.

1. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a) de naam en het adres van de indiener;

b) een dagtekening;

c) een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d) de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.