Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2010:BO7536

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
20-08-2010
Datum publicatie
16-12-2010
Zaaknummer
09/00226
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De inspecteur heeft aan belanghebbende een formulier "Opgaaf wereldinkomen 2006" uitgereikt. Belanghebbende heeft hiertegen bezwaar aangetekend. Het Hof neemt de gronden van de rechtbank over:

Artikel 26 AWR beperkt in deze artikel 8:1 Awb: beroep kan slechts tegen de in de wet als zodanig aangeduide beschikkingen. Het besluit om een formulier als bedoeld uit te reiken is niet een voor bezwaar vatbaar besluit; het bezwaar moet dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2011/68 met annotatie van van derVegt
FutD 2010-2905
V-N 2011/2.18.9

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Sector belastingrecht

Tweede meervoudige Belastingkamer

Kenmerk: 09/00226

Uitspraak op het hoger beroep van

mevrouw X, wonende te Y (Zweden), hierna: belanghebbende,

tegen de schriftelijke uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 30 maart 2009, nummer AWB 08/2652, in het geding tussen

belanghebbende

en

de voorzitter van het managementteam van het onderdeel Belastingdienst/Z, van de rijksbelastingdienst,

hierna: de Inspecteur,

betreffende na te noemen besluit.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Aan belanghebbende is op 23 februari 2007 een formulier "Opgaaf wereldinkomen 2006" toegezonden. Belanghebbende heeft daartegen bezwaar ingediend.

1.2. Belanghebbende is tegen het uitblijven van een uitspraak op bezwaar in beroep gekomen bij de Rechtbank. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van de Rechtbank van belanghebbende een griffierecht geheven van € 39.

Bij schriftelijke uitspraak heeft de Rechtbank het beroep gegrond verklaard, en het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard onder teruggave van het griffierecht.

1.3. Tegen deze uitspraak heeft belanghebbende hoger beroep ingesteld bij het Hof. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van € 110.

De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.4. De zitting heeft plaatsgehad op 11 maart 2010 te 's-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede de Inspecteur.

1.5. Belanghebbende heeft te dezer zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan het Hof en aan de wederpartij.

1.6. Het Hof heeft het onderzoek ter zitting geschorst en daarbij bepaald dat het vooronderzoek wordt hervat. Het Hof heeft partijen verzocht schriftelijk inlichtingen te geven, aan welk verzoek zij hebben voldaan.

1.7. De nadere zitting heeft plaatsgehad op 8 juli 2010 te 's-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede de Inspecteur.

1.8. Belanghebbende heeft te dezer zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan het Hof en aan de wederpartij.

1.9. Van beide zittingen is een proces-verbaal opgemaakt, dat in afschrift aan partijen is verzonden.

2. Feiten

De Rechtbank heeft de volgende, in hoger beroep niet bestreden, feiten vastgesteld, welke feiten het Hof als vaststaand overneemt:

"2.1. Belanghebbende is gehuwd met A en woonde het hele jaar 2006 in Zweden. Belanghebbende geniet in het onderhavige jaar enkel een AOW-uitkering en een pensioen uit Nederland. Belanghebbende verrichtte in het onderhavige jaar geen werkzaamheden in het economische verkeer."

3. Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen

3.1. Het geschil betreft het antwoord op de vragen of het besluit van de Inspecteur tot uitreiking van een formulier "Opgaaf wereldinkomen 2006" een voor bezwaar vatbare beschikking is en zo ja, of de Inspecteur deze beschikking mocht nemen.

Belanghebbende is van mening dat de eerste vraag bevestigend en de tweede vraag ontkennend moet worden beantwoord. De Inspecteur is de tegenovergestelde opvatting toegedaan.

3.2. Partijen doen hun standpunten in hoger beroep steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, van al welke stukken de inhoud als hier ingevoegd moet worden aangemerkt.

Voor hetgeen zij hieraan ter zittingen hebben toegevoegd wordt verwezen naar de van deze zittingen opgemaakte

processen-verbaal.

3.3. Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het hoger beroep, vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank en gegrondverklaring van het bezwaar. De Inspecteur concludeert tot ongegrondverklaring van het hoger beroep.

4. Gronden

4.1. De Rechtbank heeft als volgt overwogen:

"4.4. Ingevolge artikel 26 van de AWR is het in afwijking van artikel 8:1 van de Awb, enkel mogelijk in beroep te gaan tegen een beschikking van de inspecteur indien die beschikking, voorzover te dezen van belang, een in de wet als zodanig aangeduide voor bezwaar vatbare beschikking is. De vraag of het besluit een besluit of beschikking is in de zin van artikel 1:3 van de Awb is dan niet meer van belang. Het besluit tot uitreiking van een formulier opgaaf wereldinkomen is in de AWIR noch in enige andere wet aangewezen als een voor bezwaar vatbare beschikking. Hierdoor staat tegen dat besluit niet het rechtsmiddel beroep open en mitsdien evenmin het rechtsmiddel bezwaar. De eerste in geschil zijnde vraag moet derhalve ontkennend worden beantwoord. Aan beantwoording van de tweede in geschil zijnde vraag komt de rechtbank dan niet meer toe.

4.5. De inspecteur heeft niet beslist op het bezwaarschrift van belanghebbende terwijl hij dit wel had moeten doen op grond van het bepaalde in artikel 7:10 van de Awb. Nu het rechtsmiddel bezwaar niet open staat tegen het besluit van de inspecteur om belanghebbende het formulier toe te zenden, had de inspecteur het bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren. Nu de inspecteur dat heeft nagelaten zal de rechtbank doen wat de inspecteur had moeten doen.

4.6. Op grond van al het vorenstaande is het beroep gegrond en moet het bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard."

4.2. Naar het oordeel van het Hof heeft de Rechtbank op goede gronden een juiste beslissing genomen. Het hoger beroep is dan ook ongegrond.

Ten aanzien van het griffierecht

4.3. Het Hof is van oordeel dat er geen redenen aanwezig zijn om te gelasten dat de Inspecteur aan belanghebbende het door hem betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoedt.

Ten aanzien van de proceskosten

4.4. Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

5. Beslissing

Het Hof,

- verklaart het hoger beroep ongegrond;

- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.

Aldus gedaan op 20 augustus 2010 door P.J.M. Bongaarts, voorzitter, J. Swinkels en V.M. van Daalen-Mannaerts, in tegenwoordigheid van A.W.J. Strik, griffier. De beslissing is op die datum ter openbare zitting uitgesproken en afschriften van de uitspraak zijn op die datum aangetekend aan partijen verzonden.

Het aanwenden van een rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH 's-Gravenhage. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen.

1. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a) de naam en het adres van de indiener;

b) een dagtekening;

c) een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d) de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.