Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2010:BO3831

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
09-11-2010
Datum publicatie
12-11-2010
Zaaknummer
HD 200.040.668
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Cessie van vordering in geschil. Inhoud van overeenkomst

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.040.668

arrest van de eerste kamer van 9 november 2010

in de zaak van

1. DE MAATSCHAP [X.] CHAMPIGNONS,

gevestigd (geweest) te [vestigingsplaats],

2. [[Y.] CHAMPIGNONS BV,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellanten,

advocaat: mr. B.L.G. Moolhuysen,

tegen:

LUTÈCE BV,

gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven,

op het bij exploot van dagvaarding van 10 augustus 2009 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Roermond op 13 mei 2009 gewezen vonnis tussen appellanten - nader te noemen respectievelijk de maatschap [X.] en [Y.] BV, en gezamenlijk [Z.] - als eiseressen en geïntimeerde - nader te noemen Lutèce - als gedaagde.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 84996/HAZA 08-158)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en het daaraan voorafgegane comparitievonnis van 14 mei 2008.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij dagvaarding in hoger beroep tevens memorie van grieven heeft [Z.] onder overlegging van producties twee grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, kort gezegd, tot het alsnog toewijzing van de vorderingen van [Z.].

2.2. Bij arrest van 29 december 2009 heeft het hof de vordering in het incident tot voeging van [A.] en [B.] afgewezen, en in de hoofdzaak de zaak naar de rol verwezen voor memorie van antwoord.

2.3. Bij memorie van antwoord heeft Lutèce onder overlegging van producties de grieven bestreden.

2.4. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

3. De gronden van het hoger beroep

Voor de grieven verwijst het hof naar de dagvaarding in hoger beroep.

4. De beoordeling

4.1. De grieven richten zich niet tegen de door de rechtbank onder 2.1 van het bestreden vonnis summierlijk vastgestelde feiten. Het hof gaat van dezelfde feiten uit, en zal die hierna opnieuw en uitgebreider relateren.

4.2. Het gaat in dit hoger beroep om het volgende.

(a) Tussen maatschap [X.] (champignonteler) en Lutèce (afnemer) is een, op schrift gestelde en op 15 mei 2003 getekende, overeenkomst gesloten inzake het leveren van champignons door de maatschap [X.] aan Lutèce (productie 1 bij dagvaarding in eerste aanleg). De overeenkomst is voor onbepaalde tijd aangegaan, met ingang van 1 juni 2003.

In de overeenkomst is onder meer bepaald:

"1.1 Teler neemt op zich, behoudens overmacht, te leveren aan afnemer en afnemer verklaart van teler te betrekken, een kwantum champignons per week van de in bijlage 1.2 vermelde kwaliteiten, teeltareaal en teeltschema. Afwijkingen en volume door teeltuitbreiding of -vermindering dient schriftelijk en uitsluitend in overleg en na toestemming met de afnemer plaats te vinden.

( )

4. Hoeveelheid en prijs

4.1 De prijzen volgen het inkoopprijzensysteem van Lutèce BV, zie bijlage 1.1

De gewenste volumes per kwaliteit worden in overleg met Lutèce BV vastgesteld. Vooralsnog wordt wederzijds afgesproken de in bijlage 1.2 vastgestelde verdeling.

4.2 Ieder kwartaal wordt de aanvoer in volume en kwaliteit per teler geëvalueerd en waar nodig, afhankelijk van de marktsituatie, bijgesteld"

(b) In bijlage 1.1 (eveneens productie 1 bij dagvaarding in eerste aanleg), getiteld "Inkoopprijzensysteem" is onder meer bepaald:

"Prijzen per kwaliteit worden vastgesteld op basis van de rendementseis.

Deze prijzen worden uiterlijk per begin van het kalenderjaar bekend gemaakt.

De rendementseis is als volgt gedefinieerd: de winst na belastingen van Lutèce dient 12% van het eigen vermogen van Lutèce te bedragen.

( )

Blijkt gedurende het kalenderjaar dat niet aan de rendementscijfers zal worden voldaan dan worden de uitbetaalprijzen per kwaliteit bijgesteld.

Deze bijstelling kan zowel op- als neerwaarts zijn.

Naar verwachting zal zo'n bijstelling 1 keer per jaar plaatsvinden. Vaker is mogelijk.

Ondanks de tussentijdse bijstelling(en) kan aan het eind van het kalenderjaar blijken dat de rendementseis niet gehaald is.

Wordt de rendementseis onderschreden, dan zijn de negatieve gevolgen voor rekening van Lutèce B.V.

Wordt de rendementseis overschreden, dan komen de positieve gevolgen voor 50% ten gunste van Lutèce BV en voor 50% ten gunste van de telers.( )"

(c) In bijlage 1.2 behorend bij dit contract van [Z.] met Lutèce (eveneens productie 1 bij dagvaarding in eerste aanleg) worden specifieke hoeveelheden en kwaliteiten genoemd met prijzen volgens het Inkoopprijzensysteem. Daaraan is toegevoegd:

"Ieder kwartaal wordt de aanvoer in volume en kwaliteit per teler geëvalueerd en waar nodig, afhankelijk van de marktsituatie bijgesteld."

(d) Bij brief van 16 december 2003 (productie 2 bij dagvaarding in eerste aanleg) heeft Lutèce aan de telers onder meer meegedeeld:

"Zoals afgesproken stuur ik U de getoonde sheets van de presentatie tijdens de telerbijeenkomst van 15 december jongstleden, aangevuld met de gemaakte afspraken.

Gemaakte afspraken (en toezeggingen):

1) De nieuwe inkoopprijzen gelden per 1 januari aanstaande. Er wordt vanaf deze datum op prijs gestuurd. In principe zal het bijsturen van de prijzen hooguit per 3 maanden plaatsvinden. Als er dan al bijsturing plaatsvindt dan wordt dat 1 maand van tevoren bekend gemaakt. Dit bedoelt om de teler de gelegenheid te geven om in te spelen op de wijziging. Omdat per 1.1.2004 het sturen op prijs van start gaat, kan het zijn dat de gekozen prijzen een onbalans veroorzaken in de aanvoer. Een eerdere bijsturing in prijzen dan boven genoemd, zal dan noodzakelijk zijn. ( )"

(e) Bij brief van 3 september 2004 (productie 5 bij dagvaarding in eerste aanleg) heeft Lutèce aan maatschap [X.] meegedeeld:

"Zoals bekend dient Lutèce - na het zwaar verliesgevend 2003 - dit jaar positief af te sluiten.

Tot medio juli lagen we op koers en de verwachting voor geheel 2004 was 142.000 Euro positief. Echter gedurende juni, juli en augustus en naar verwachting ook hierna wijkt het champignonrendement dramatisch af van de gebudgetteerde norm. ()

Inclusief een aantal mee- en tegenvallers voor 2004 prognostiseren we nu 1.0 mio verlies.

Afgelopen donderdag zijn deze ontwikkelingen met de klankbordgroep besproken en moeten we de genoemde 1 mio Euro korten op de inkoopprijzen van de verwachte aanvoer (28.900 ton) over de laatste periode van het jaar. Als gevolg van de relatief korte periode van 3,5 maand waarover het bedrag verdeeld moet worden, is de prijsaanpassing zeer hoog. Na december 2004 worden de inkoopprijzen weer bijgesteld.

Per 20 september aanstaande zullen de prijzen worden gewijzigd conform onderstaande tabel.

[tabel]

Hoewel wij betreuren dat we op het eind van het jaar geconfronteerd worden met een dergelijke prijsaanpassing, zien wij geen andere mogelijkheid. ()"

(f) Bij brief van 10 december 2004 (productie 7 bij dagvaarding in eerste aanleg) heeft Lutèce aan maatschap [X.] meegedeeld:

"Naar aanleiding van de telersbijeenkomst van 9 december jl. en diverse gesprekken heeft Lutèce BV moeten besluiten om, op grond van het met telers/leveranciers afgesproken inkoopprijzensysteem, per maandag 6 december jl. de inkoopprijs tijdelijk te wijzigen volgens onderstaande tabel.

Prijzen per 6 december 2004 per kg per kwaliteit.

[tabel]

Deze maatregel is van tijdelijke aard (t/m 31.12.04) en is bedoeld om een dreigend verlies van Lutèce BV over het boek/kalenderjaar 2004 te compenseren opdat het bedrijfsresultaat van Lutèce BV over 2004 op NUL uitkomt.

De forse prijswijziging vloeit voort uit het feit dat een relatief groot bedrag verrekend dient te worden over een relatief korte (4 weken) periode.

Nadrukkelijk wil ik u erop wijzen dat leveren aan derden, zonder toestemming van Lutèce, niet is toegestaan."

(g) Bij brief van 15 december 2004 (productie 8 bij dagvaarding in eerste aanleg) heeft Lutèce, onder bijvoeging van een door maatschap [X.] te tekenen (akkoord)verklaring tot verrekening, aan maatschap [X.] meegedeeld:

"Tijdens de kringvergadering van 14 december jl. is aan de orde gekomen of Lutèce i.p.v. via lagere uitbetaalprijzen over de resterende periode van 2004 conform het afgesproken inkoopprijzensysteem op een andere wijze het dreigend verlies van 2.1 mio over het boek/kalenderjaar over 2004 kan verrekenen.

Alvorens de brief van 10 december jl. in te trekken, zal Lutèce BV eerst overeenstemming met de afzonderlijke telers/leveranciers moeten bewerkstelligen.

Hiertoe is de bijgaande verklaring opgesteld waarin de bedrijven akkoord gaan met het op andere wijze (strikt volgens het afgesproken Inkoopprijzen- systeem) verrekenen van het voor de afzonderlijke bedrijven vastgestelde bedrag met de nog onbetaalde leveringen.

( )

Teneinde alsnog alles in goede banen te leiden, verzoek ik u bij uw akkoordbevinding bijgaande verklaring te ondertekenen en per ommegaande zowel per fax als per post te retourneren.

Pas nadat de verklaringen ondertekend zijn ontvangen, kan Lutèce de brief van 10 december jl. intrekken en zal verrekening op de geschetste andere wijze kunnen gaan plaatsvinden."

(h) Maatschap [X.] heeft bij brief van 16 december 2004 (productie 9 bij dagvaarding in eerste aanleg) aan Lutèce laten weten niet akkoord te gaan met het voorstel aangaande een eventuele verrekening van het dreigend verlies van Lutèce met de afrekening van door maatschap [X.] geleverde champignons.

4.3. [Z.] heeft in eerste aanleg gevorderd Lutèce te veroordelen tot betaling van € 25.449,10, vermeerderd met wettelijke rente, en met veroordeling van Lutèce in de kosten van het geding. Zij heeft daartoe aangevoerd dat Lutèce de voor het jaar 2004 overeengekomen inkoopprijs voor de door maatschap [X.] te leveren champignons ten onrechte naar beneden heeft bijgesteld, waardoor maatschap [X.] over de maanden september tot en met december 2004 € 25.439,10 te weinig heeft ontvangen en dat bedoeld bedrag dient te worden bijbetaald.

Lutèce heeft de vordering inhoudelijk bestreden en voorts aangevoerd dat maatschap [X.] geen vordering kan indienen omdat zij niet meer bestaat, en dat [Y.] BV niet kan vorderen omdat zij geen rechthebbende is op de vordering. Bij conclusie van repliek heeft [Z.] de overgang van de onderneming toegelicht met overlegging van de desbetreffende notariële akten.

De rechtbank heeft de vordering afgewezen. Zij heeft geoordeeld dat de maatschap niet in haar vordering kan worden ontvangen omdat ze inmiddels is ontbonden, en dat [Y.] BV niet heeft aangetoond dat de vermogensbestanddelen van de maatschap, die volgens [Y.] BV eerst waren ingebracht in [Y.] Beheer BV, vervolgens in het vermogen van [Y.] BV zijn beland.

4.4. Het hof zal eerst grief 2 behandelen. Deze grief houdt in dat de rechtbank de vordering van [Y.] BV ten onrechte heeft afgewezen.

4.4.1Bij de beoordeling van deze grief stelt het hof het volgende voorop. Voor het overdragen van vorderingen op naam is vereist, maar ook voldoende, dat de daartoe vereiste betreffende akte zodanige gegevens bevat dat, eventueel achteraf, aan de hand daarvan kan worden vastgesteld om welke vorderingen het gaat (HR 16 mei 2003, NJ 2004, 183). De vraag hoe specifiek die gegevens dienen te zijn, moet worden beantwoord aan de hand van de omstandigheden van het geval. In een geval waarin volgens de overgelegde akte van oprichting en inbreng, die te dezen als akte van cessie kan gelden, "alle activa van gemelde onderneming", een eenmanszaak, zijn ingebracht in een besloten vennootschap, behoeft het ook bij betwisting door de schuldenaar in beginsel geen nadere motivering dat een in de uitoefening van de eenmanszaak ontstane vordering tot de overgedragen activa behoort. (cf. HR 4 maart 2005, NJ 2005,326).

4.4.2 Volgens het als productie 3 bij de memorie van grieven overgelegde uittreksel ontbinding vof akte van levering d.d. 8 februari 2007 hebben [B.] en [A.] besloten hun vennootschap onder firma (de maatschap [X.]) waarin zij een champignonkwekerij exploiteerden per 1 februari 2006 ontbonden en verklaren zij het vermogen dat hen gezamenlijk toebehoort te willen verdelen. Voorts wordt in deze akte bepaald dat alle bezittingen, schulden en rechtsverhou- dingen van de firma worden geleverd aan de voortzetter van de onderneming, [A.] voornoemd.

4.4.3 Bij akte van dezelfde datum met als opschrift "Oprichting [Y.] Beheer B.V." (productie 5 bij memorie van grieven) heeft [A.] [Y.] Beheer BV opgericht. Op bladzijde 15/16 van deze akte is bepaald dat [A.] de door hem genomen aandelen zal volstorten door inbreng in de vennootschap van de gehele door hem voor eigen rekening onder de naam [Y.] Champignons gedreven onderneming te [vestigingsplaats]. Daarbij wordt opgemerkt dat de inbreng omvat alle activa van deze onderneming.

4.4.4 Bij akte van dezelfde datum met als opschrift "Inbreng in [Y.] Beheer BV" (productie 6 bij memorie van grieven) heeft [A.] voor zichzelf als inbrenger en als zelfstandig bevoegd directeur van [Y.] Beheer BV in laatstgenoemde BV alle tot de onderneming [Y.] Champignons behorende activa ingebracht, waaronder de vorderingen op derden (pagina 3 akte).

4.4.5 Bij akte van dezelfde datum met als opschrift "Oprichting [Y.] Champignons B.V." (productie 7 bij memorie van grieven) heeft [A.] als directeur/ oprichter van [Y.] Beheer B.V. opgericht de besloten vennootschap [Y.] Champignons B.V.

Op bladzijde 15 van deze akte is bepaald dat de oprichter-vennootschap de door haar genomen aandelen zal volstorten door inbreng in de vennootschap van de onderneming [Y.] Champignons te [vestigingsplaats].

4.4.6 Bij akte van dezelfde datum met als opschrift "Inbreng in [Y.] Champignons B.V." (productie 8 bij memorie van grieven) heeft [A.] als directeur van [Y.] Beheer BV, optredend als inbrenger en als zelfstandig bevoegd directeur van [Y.] BV ingebracht onder meer alle activa van de onderneming [Y.] Champignons te [vestigingsplaats] overeenkomstig de inbrengbalans per 1 januari 2007.

4.4.7 Het onderhavige geding heeft betrekking op een vordering inzake beweerdelijk te weinig ontvangen kooppenningen in 2004. Die vordering kwam toe aan de toen bestaande maatschap [X.], die immers pas per 1 februari 2006 is ontbonden. Blijkens de hiervoor geciteerde akten is deze tot de activa van de maatschap [X.] behorende vordering vervolgens eerst overgedragen aan [A.], die de activiteiten van de maatschap als eenmanszaak heeft voortgezet. Daarna zijn de activa van deze eenmanszaak door [A.] overgedragen aan [Y.] Beheer BV en vervolgens door [Y.] Beheer BV aan [Y.] BV, een van de appellanten in dit geding.

Anders dan in de memorie van antwoord wordt gesteld is hier geen sprake van contractsoverneming zodat niet relevant is of Lutèce heeft meegewerkt aan een dergelijke contractsoverneming. Ook is voldaan aan de vereisten voor een geldige cessie, waarvoor het hof verwijst naar het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad van 4 maart 2005. Uit de hiervoor gerelateerde reeks van akten is immers voldoende duidelijk dat in de gegeven omstandig- heden alle activa van de maatschap [X.] - waaronder de vordering van deze champignonkwekende maatschap op haar afnemer Lutèce - uiteindelijk terecht zijn gekomen bij [Y.] Champignons BV.

4.4.8 Grief 2 slaagt.

4.5. Nu grief 2 slaagt, en [Y.] BV dus rechthebbende is op de vordering die de maatschap [X.] pretendeert op Lutèce in verband met leveringen van champignons in 2004, maakt deze vordering niet langer deel uit van het vermogen van maatschap [X.]. Derhalve heeft de rechtbank terecht overwogen dat de maatschap [X.] niet in haar vordering kan worden ontvangen, zodat grief 1 faalt.

4.6. Het hof dient vervolgens - terugverwijzing is immers niet mogelijk - te beoordelen of de vordering van [Y.] BV gegrond is. Daartoe overweegt het hof als volgt.

4.7. Partijen verschillen van mening over de uitleg van de tussen de maatschap [X.] en Lutèce gesloten overeenkomst. [Z.] biedt weliswaar bewijs aan van de interpretatie die zij voorstaat, maar zij heeft onvoldoende onderbouwd dat partijen over en weer andere afspraken hebben gemaakt of toezeggingen hebben gedaan dan in de schriftelijke stukken is neergelegd. Het hof zal dan ook bij de uitleg van de overeenkomst uitgaan van de overgelegde stukken, en voor zover de overeenkomst leemten bevat die aanvullen in overeenstemming met hetgeen met zoveel woorden is overeengekomen. Daarbij gaat het om de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mocht toekennen en op hetgeen ze te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, en daarbij spelen ook redelijkheid en billijkheid een rol.

4.8. In de overeenkomst wordt (blijkens de bijlagen daarbij waarnaar in de overeenkomst wordt verwezen) niet uitgegaan van één gefixeerde prijs voor alle champignons, ongeacht de verschillende maten en kwaliteiten. In de eerste plaats wordt (gelet op de in rechtsoverweging 4.2 onder (c) aangehaalde bijlage 1.2 bij het contract van [Z.]) onderscheid gemaakt naar volume en kwaliteit. Daarnaast wordt in de in rechtsoverweging 4.2 onder (b) aangehaalde bijlage 1.1 wat betreft de te betalen prijs voor de champignons een relatie gelegd met het rendement voor Lutèce. Voor zover [Z.] in haar stellingen dit onderscheid, anders dan Lutèce, miskent gaat het hof daaraan voorbij.

Partijen zijn het erover eens dat Lutèce de prijzen in de loop van het jaar mocht bijstellen. Wel verschillen partijen (in de eerste plaats) van mening over de vraag hoe veel keer per jaar Lutèce de prijzen mocht bijstellen. Uit bijlage 1.1 bij de overeenkomst zelf zoals hiervoor geciteerd blijkt dat de prijzen per kwaliteit in verband met de rendementseis kunnen worden bijgesteld, waarbij in de overeenkomst de verwachting is uitgesproken dat die bijstelling één keer per jaar zou plaatsvinden; daar wordt echter direct aan toegevoegd dat het ook mogelijk is dat dat vaker gebeurt. Volgens [Z.] is de prijs in 2004 zes of zeven keer bijgesteld; volgens Lutèce is er vier keer een prijsaanpassing geweest in verband met bijsturing op volume en kwaliteit, terwijl alleen in september en december een prijsaanpassing heeft plaatsgehad conform bijlage 1.1, dus in verband met het rendement.

Voorts stelt [Z.], met een beroep op de brief van 16 december 2003, dat prijsaanpassing een maand van tevoren moest worden aangekondigd; Lutèce stelt dat deze brief alleen sloeg op bijsturing van volume en kwaliteit, en dat de termijn van een maand alleen gold voor die bijsturing, en niet voor aanpassing van de prijzen in verband met het rendement van Lutèce.

Tenslotte heeft [Z.] aangevoerd dat er in de overeenkomst rekening mee wordt gehouden dat de rendementseis wordt onderschreden, met andere woorden dat Lutèce verlies lijdt, maar dat de aanpassingen die Lutèce wenst er in feite op neer komen dat de verliezen steeds in volle omvang moeten worden gedragen door de telers en niet door Lutèce, terwijl het bedrijfseconomisch juist zou zijn dat dit verlies uiteindelijk in mindering komt op het eigen vermogen van Lutèce.

4.9. Het hof is van oordeel dat uit de overeenkomst niet kan worden afgeleid dat slechts viermaal per jaar een prijsaanpassing mogelijk was, zodat wat dat betreft de stelling van Lutèce wordt gevolgd. Zowel in de oorspronkelijke overeenkomst van Lutèce met [Z.] van 15 mei 2003 als in de aanpassing in de brief van 16 december 2003 wordt het aantal aanpassingen per jaar niet onvoorwaardelijk beperkt tot vier. In beide stukken wordt immers een voorbehoud gemaakt op het daarin genoemde aantal mogelijke aanpassingen: "Naar verwachting zal zo 'n bijstelling een keer per jaar plaatsvinden. Vaker is mogelijk." (bijlage 1.1); "In principe zal het bijsturen van de prijzen hooguit per 3 maanden plaatsvinden." (brief 16 december 2003).

4.10. Wat betreft de vraag of een wijziging een maand van tevoren moest worden aangekondigd verschillen partijen ook van mening. Volgens [Z.] gold dat voor iedere prijsaanpassing, volgens Lutèce alleen voor prijsaanpassingen met betrekking tot volume en kwaliteit zoals in de brief van 16 december 2003 aan de orde.

Naar het oordeel van het hof is in de brief van 16 december 2003 inderdaad het sturen van volume en kwaliteit op prijs aan de orde, en niet de prijsaan- passing in verband met het rendement van Lutèce. De bijsturing via prijzen wordt in die brief immers nadrukkelijk gekoppeld aan onbalans in de aanvoer, en de vooraankondiging van de prijsaanpassing is blijkens de brief bedoeld om de teler in de gelegenheid te stellen in te spelen op die wijziging (naar het hof begrijpt: door aanpassing van de hoeveelheden en kwaliteit van de te telen champignons). Dat alles heeft immers niets te maken met het rendement voor Lutèce.

4.11. Naar het oordeel van het hof betekent evenwel het feit dat bij prijsaanpassing in verband met het rendement van Lutèce geen vooraankondiging is afgesproken niet dat Lutèce die aanpassing steeds op stel en sprong, of zelfs met terugwerkende kracht, mocht doorvoeren. Naar het oordeel van het hof diende Lutèce bij dergelijke prijsaanpassingen een korte wachttermijn in acht te nemen, zodat de teler zich daarop kon instellen.

Uit de brief van Lutèce aan [Z.] van 3 september 2004 blijkt dat Lutèce dat bij die aanpassing ook heeft gedaan: de prijsverlaging ging immers in op maandag 20 september (aan het begin van week 39), dus op een termijn van ruim twee weken.

Daar komt bij dat in de overeenkomst tussen Lutèce en [Z.] rekening wordt gehouden met de mogelijkheid dat Lutèce verlies lijdt, en dat dat verlies dan in volle omvang door haar genomen moet worden, terwijl een eventuele hogere winst dan tot uitgangspunt was genomen (voortvloeiend uit een rendement van 12%) ieder voor de helft ten goede zou komen van de telers en Lutèce. Hoewel partijen dus zijn overeengekomen dat Lutèce bij de prijsstelling rekening mocht houden met haar rendement, en dat dat tot tussentijdse prijsaanpassingen mocht leiden, ging dat kennelijk niet zover dat die prijsaanpassing alle verlies aan de kant van Lutèce zou moeten voorkomen. De mogelijkheid van een lager rendement dan voorzien was daarmee in de overeenkomst ingecalculeerd, zoals [Z.] terecht heeft opgemerkt.

De doelstelling die uit de brief van 10 december 2004 blijkt - te weten dat om door de in die brief bedoelde prijsaanpassing een dreigend verlies van Lutèce te compenseren - is gelet daarop onvoldoende om een zo rigoureuze, en met terugwerkende kracht ingaande, prijsaanpassing door te voeren als in die brief aan de orde.

Het valt overigens ook niet in te zien dat het verslechteren van de markt voor champignons alleen ten laste van de telers zou moeten komen; dat zou slechts anders zijn als partijen dat uitdrukkelijk waren overeengekomen.

4.12. Het voorgaande leidt het hof tot de slotsom dat de tussen partijen gesloten overeenkomst in die zin moet worden aangevuld dat Lutèce de prijs van de van [Z.] af te nemen champignons mocht aanpassen, maar dat dat niet met onmiddellijke ingang mocht, doch met inachtneming van een redelijke termijn. Dat geldt zowel voor de aanpassing van september als voor die van december.

Het hof acht de in september aangehouden termijn van ruim twee weken redelijk, zodat het verwijt van [Z.] ten aanzien van de prijsaanpassing in september niet opgaat. (Het hof constateert overigens dat de door [Z.] gevraagde schadevergoeding ook niet betrekking heeft op de aanpassingen in september).

De prijsaanpassing in december 2004, aangekondigd in de brief van vrijdag 10 december 2004 (dus aan het eind van week 50), mocht derhalve pas van kracht worden met in achtneming van een redelijke termijn, waarvoor het hof, gelet op de in september aangehouden termijn, een termijn van twee weken zal aanhouden, dus met ingang van de leveranties in de week 53. Over de weken daarvoor, dus ook over de weken 50, 51 en 52 voor welke weken Lutèce volgens de naar beneden aangepaste prijzen aan [Z.] heeft uitbetaald, heeft [Z.] dus recht op de prijzen zoals die in september 2004 waren vastgesteld.

4.13. Lutèce gaat op de gevorderde schadevergoeding in in de paragrafen 4.26 en 4.27 van de conclusie van antwoord. Anders dan daar door Lutèce wordt verondersteld, acht het hof het dus juist dat de prijsstelling in december 2004 niet mocht worden doorgevoerd, althans niet eerder dan voor de leveranties in week 53. Dat dat tot gevolg heeft dat het rendement van Lutèce lager wordt dan de 12% die in de overeenkomst tussen Lutèce en [Z.] tot uitgangspunt wordt genomen kan zoals reeds overwogen niet tot een ander oordeel leiden, nu de overeenkomst zelf rekening houdt met de mogelijkheid dat het rendement lager kan zijn.

Lutèce betwist overigens de berekening van [Z.] (gevoegd bij de dagvaarding in eerste aanleg als productie 11) op zichzelf niet, zodat het hof daarvan uitgaat. De in dit overzicht genoemde "contractprijs" komt overeen met de verlaagde prijzen zoals opgenomen in de brief van 3 september 2004; de in het overzicht genoemde "prijs Lutèce" komt overeen met de prijzen genoemd in de brief van 10 december 2004. Deze berekening correspondeert met hetgeen hiervoor is overwogen: Lutèce mocht die prijsaanpassing in september doorvoeren, en die nieuwe prijzen bleven gelden tot week 53 van 2004.

Dat betekent dat aan [Z.] overeenkomstig haar berekeningen toekomt

inzake week 50 € 6.669,64

inzake week 51 € 5.137,17

inzake week 52 € 7.809,58

in totaal € 19.616,39

De vordering inzake week 53 (€ 5.822,72) wordt dus afgewezen.

4.14. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat aan [Y.] BV alsnog een bedrag van € 19.616,39 moet worden toegewezen. Gelet op het feit dat het hier om een handelsovereenkomst gaat is de gevorderde wettelijke rente de rente bedoeld in artikel 6:119a BW.

Als in het ongelijk gestelde partij zal Lutèce in de kosten van het geding tussen [Y.] Champignons BV en Lutèce worden veroordeeld, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep.

4.15. Het vonnis in het geding tussen maatschap [X.] en Lutèce BV zal worden bekrachtigd. De maatschap [X.] zal als in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dat geding worden veroordeeld. Lutèce heeft in dat geding echter geen andere conclusies genomen dan de conclusies in het geding met [Y.] BV. Daarom zal het hof de door de maatschap [X.] aan Lutèce te vergoeden kosten op nihil stellen.

5. De uitspraak

Het hof:

inzake het hoger beroep van maatschap [X.] Champignons:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Roermond van 13 mei 2009 voor zover daarbij de maatschap [X.] Champignons niet-ontvankelijk is verklaard in haar vordering;

veroordeelt de maatschap [X.] Champignons in de kosten van het geding, aan de zijde van Lutèce tot aan deze uitspraak begroot op nihil;

inzake het hoger beroep van [Y.] Champignons BV:

vernietigt het vonnis van de rechtbank Roermond van 13 mei 2009 voor zover daarbij [Y.] Champignons BV niet-ontvankelijk is verklaard in haar vordering;

en opnieuw rechtdoende:

veroordeelt Lutèce BV tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [Y.] Champignons BV te betalen de somma van € 19.616,39 (negentienduizend zeshonderdzestien euro en negenendertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente van artikel 119a BW over dit bedrag vanaf 29 november 2006;

veroordeelt Lutèce in de proceskosten van de eerste aanleg en het hoger beroep, welke kosten aan de zijde van [Y.] Champignons BV worden begroot op € 634,80 aan verschotten en € 1737 aan salaris advocaat in eerste aanleg en op € 837,25 aan verschotten en € 1158 aan salaris advocaat voor het hoger beroep;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit arrest is gewezen door mrs. Begheyn, Hendriks-Jansen en Riemens en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 9 november 2010.