Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2010:BO1438

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-10-2010
Datum publicatie
22-10-2010
Zaaknummer
HD 200.033.049
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verlenging arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd mondeling overeengekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0840
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.033.049

arrest van de achtste kamer van 19 oktober 2010

in de zaak van

TAXI-, TOURINGCAR-, AUTOVERHUURBEDRIJF [X.] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante in principaal appel,

geïntimeerde in incidenteel appel,

advocaat: mr. M.J.M. Strijbosch,

tegen:

[Y.],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde in principaal appel,

appellante in incidenteel appel,

advocaat: mr. A.H.M. van den Broek,

op het bij exploot van dagvaarding van 7 mei 2009 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Roermond, sector kanton, locatie Roermond, gewezen vonnis van 7 april 2009 tussen principaal appellante – [X.] - als gedaagde en principaal geïntimeerde – [Y.] - als eiseres.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 231088 \ CV EXPL 08-5678)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis, alsmede naar het tussenvonnis van 3 februari 2009.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij memorie van grieven heeft [X.] vijf grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, kort gezegd, tot afwijzing van de vorderingen van [Y.].

2.2. Bij memorie van antwoord heeft [Y.] de grieven bestreden. Voorts heeft [Y.] incidenteel appel ingesteld, daarin twee grieven aangevoerd en geconcludeerd kort gezegd, tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en tot veroordeling van [X.] om aan [Y.] te betalen:

- € 3.605,12 bruto aan loon over de periode van 1 oktober 2008 tot en met 31 januari 2009;

- de wettelijke verhoging over bedoeld bedrag;

- beide bedragen vermeerderd met de wettelijke rente;

- de buitengerechtelijke incassokosten ad € 300,=.

2.3. [X.] heeft in incidenteel appel geantwoord.

2.4. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

3. De gronden van het hoger beroep

De grieven van [X.] in principaal appel komen er in hoofdzaak op neer dat de kantonrechter, uitgaande van een overeengekomen arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot en met 31 december 2008, ten onrechte de loonvordering c.a. van [Y.] over de periode 1 oktober tot en met 31 december 2008 heeft toegewezen.

De grieven van [Y.] in incidenteel appel komen er in hoofdzaak op neer dat de kantonrechter ervan uit had moeten gaan dat [Y.] na 18 september 2008 voor de periode van een jaar dan wel voor onbepaalde tijd bij [X.] in dienst is geweest en dat om die reden de loonvordering c.a. van [Y.] tot 1 februari 2009, de datum waarop de arbeidsovereenkomst is ontbonden, toegewezen had moeten worden.

4. De beoordeling

in principaal en incidenteel appel

4.1. De feiten

Het gaat in dit hoger beroep om het volgende.

- [Y.] is op 19 maart 2007 voor de duur van zes maanden voor 15 uur per week in dienst getreden van [X.] als administratief medewerkster. Aansluitend is door partijen een arbeidsovereenkomst gesloten voor de duur van een jaar voor 15 uur per week tot en met 18 september 2008. Op de arbeidsovereenkomst(en) is de CAO voor Taxivervoer (hierna: de CAO) van toepassing verklaard (prod. 1 en 2 inl dgv). Het laatst verdiende salaris bedroeg gemiddeld € 901,28 bruto per maand op basis van een werkweek van (gemiddeld) 19,64 uur (prod. 3 inl dgv).

- Op 18 september 2008 heeft [X.] in de persoon van mevrouw [Z.] (medewerkster personeelszaken) mondeling aan [Y.] voorgesteld om de arbeidsovereenkomst per 19 september 2008 te verlengen tot en met 31 december 2008.

- Op maandag 22 en dinsdag 23 september 2008 heeft [Y.] niet gewerkt in verband met ziekte. [Y.] heeft op donderdag 25 en maandag 29 september 2008 normaal haar werkzaamheden verricht.

- Op 25 september 2008 is aan [Y.] een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor de periode 18 september 2008 tot en met 31 december 2008 overhandigd (prod. 4 inl dgv). [Y.] heeft [X.] op 29 september 2008 laten weten daarmee niet akkoord te gaan.

- [X.] heeft [Y.] op 30 september 2008 haar werkzaamheden laten neerleggen.

- [Y.] heeft zich beschikbaar gehouden om haar werkzaamheden te verrichten (prod. 8 inl dgv).

- Bij beschikking van 19 januari 2009 van de rechtbank Roermond, sector kanton, locatie Roermond, is de arbeidsovereenkomst tussen partijen voorwaardelijk ontbonden met ingang van 1 februari 2009, waarbij aan [Y.] – eveneens voorwaardelijk - een vergoeding is toegekend van € 2.200,= bruto.

4.2. De standpunten in eerste aanleg

[X.] heeft in eerste aanleg gesteld dat [Y.] op 18 september 2008 in het gesprek met mevrouw [Z.] het aanbod van [X.] om de arbeidsovereenkomst te verlengen tot en met 31 december 2008, mondeling heeft aanvaard. Op 25 september 2008 heeft [Y.] dat tegenover de heer [A.], directeur van [X.], bevestigd (zie punt 8, 9 en 15 cva). [X.] heeft aangegeven dat zij er op grond daarvan op mocht vertrouwen dat partijen overeenstemming hadden bereikt. Toen [Y.] op 29 september 2008 onverwacht kenbaar maakte niet met een arbeidsovereenkomst tot 31 december 2008 akkoord te zijn, is de arbeidsovereenkomst niet verlengd en moet deze geacht worden van rechtswege te zijn geëindigd per 19 september 2008. De arbeidsovereenkomst tussen partijen is na 18 september 2008 slechts tijdelijk voortgezet omdat [X.] in de veronderstelling verkeerde dat [Y.] akkoord was met het aanbod. [X.] heeft erop gewezen dat niet is voldaan aan het vereiste van een schriftelijke arbeidsovereenkomst van artikel 1.4 van de CAO.

[Y.] heeft in eerste aanleg betwist dat zij mondeling akkoord is gegaan met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot en met 31 december 2008 (punt 5 inl dgv). Nu er geen overeenstemming tussen partijen is bereikt over de duur van de arbeidsovereenkomst na 18 september 2008, geldt deze voor onbepaalde tijd. Ter gelegenheid van de comparitie van partijen in eerste aanleg heeft [Y.] zich er - subsidiair - op beroepen dat haar in juni 2008 een toezegging is gedaan door de voormalige directeur van [X.] dat de arbeidsovereenkomst met een jaar zou worden verlengd tot 19 september 2009.

4.3. Het vonnis waarvan beroep

De kantonrechter heeft geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst na 18 september 2008 voor bepaalde tijd is verlengd en wel tot en met 31 december 2008. [X.] heeft [Y.] dan ook ten onrechte naar huis gestuurd op 30 september 2008. Nu [Y.] heeft aangeboden haar werkzaamheden te blijven verrichten, kan haar vordering tot loondoorbetaling tot en met 31 december 2008 ad € 2.703,63 bruto worden toegewezen. De kantonrechter heeft de wettelijke verhoging gematigd tot € 270,=. De rente en incassokosten zijn als niet weersproken toegewezen en [X.] is veroordeeld in de proceskosten.

4.4. Grieven I, II en III in principaal appel en grief 1 in incidenteel appel

4.4.1. In de toelichting op haar eerste grief stelt [X.] dat de kantonrechter op basis van de stellingen van partijen als vaststaand had moeten aannemen dat tussen partijen geen wilsovereenstemming is ontstaan over een verlenging van de arbeidsovereenkomst tot en met 31 december 2008. De kantonrechter is volgens [X.] buiten de rechtsstrijd getreden door uit te gaan van een overeengekomen verlenging van de arbeidsovereenkomst tot 31 december 2008.

In de toelichting op de tweede grief stelt [X.] dat zij [Y.] na 18 september 2008 heeft laten doorwerken in de veronderstelling dat er overeenstemming was over bedoelde verlenging. Toen er geen overeenstemming tussen partijen bleek te zijn, kon [X.] niets anders doen dan de arbeidsovereenkomst voor geëindigd te beschouwen per 18 september dan wel per 29 september 2008, de laatste dag dat [Y.] heeft gewerkt. [X.] heeft zich wederom beroepen op het schriftelijkheids- vereiste van artikel 1.4 van de CAO, alsmede op handelen van [Y.] in strijd met goed werknemerschap: het enerzijds vorderen van loondoorbetaling en het anderzijds weigeren de arbeidsovereenkomst te ondertekenen is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

4.4.2. [Y.] heeft in hoger beroep beaamd dat er geen wilsovereenstemming is bereikt over de verlenging van de arbeidsovereenkomst over de periode van 19 september 2008 tot en met 31 december 2008. Gezien de toezegging van de voormalig directeur van [X.] verkeerde [Y.] in de veronderstelling dat zij zich over de voortzetting van de arbeidsovereenkomst geen zorgen hoefde te maken. [X.] heeft de verlenging van de arbeidsovereenkomst niet op tijd geregeld en [Y.] mag daarvan niet de dupe worden.

4.4.3. In de toelichting op haar eerste incidentele grief heeft [Y.] betoogd dat, nu partijen het niet eens zijn geworden over de duur van de arbeidsovereenkomst, uitgegaan moet worden van een overeenkomst voor onbepaalde tijd dan wel voor de duur van een jaar. Welke van beide opties aan de orde is doet er volgens [Y.] niet toe, nu de arbeidsovereenkomst per 1 februari 2009 is ontbonden.

4.4.4. Het hof oordeelt als volgt.

[X.] heeft haar - uitdrukkelijke - stelling in eerste aanleg (zie 4.2.), dat [Y.] op 18 september 2008 de verlenging van de arbeidsovereenkomst tot en met 31 december 2008 mondeling heeft aanvaard, hetgeen [Y.] op 25 september 2008 heeft bevestigd tegenover de directeur van [X.], [A.], in hoger beroep niet herroepen. [Y.] heeft op haar beurt geen grief gericht tegen de overweging van de kantonrechter, dat zij slechts in algemene bewoordingen de verlenging tot en met 31 december 2008 heeft ontkend tegenover de expliciete verklaringen van de directeur van [X.] en mevrouw [Z.] en dat op 18 september 2008 is overeengekomen dat de arbeidsovereenkomst zou worden verlengd tot en met 31 december 2008, en evenmin tegen de overweging van de kantonrechter dat zij slechts in vage bewoordingen de toezegging van de voormalige directeur van [X.] heeft aangehaald.

[X.] gaat er in haar eerste grief kennelijk vanuit, dat de aanvaarding door [Y.] geen gevolg heeft (gehad) omdat [Y.] daar op 29 september 2008 op is teruggekomen en/of omdat de arbeidsovereenkomst in strijd met de betreffende CAO-bepaling niet schriftelijk is aangegaan.

Het hof is – met de kantonrechter – van oordeel dat door de aanvaarding door [Y.] van het aanbod op 18 september 2008 een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot en met 31 december 2008 tot stand is gekomen. In dat kader heeft [Y.] in de periode tot 29 september 2008 gewerkt (voor zover zij zich niet ziek had gemeld). Het feit dat [Y.] later van gedachten is veranderd kon aan de totstandkoming van de overeenkomst niet meer afdoen.

[X.] kan zich er evenmin met succes op beroepen dat de overeenkomst niet schriftelijk is aangegaan. De arbeidsovereenkomst is een vormvrij contract en kan mondeling worden aangegaan. De schriftelijkheidseis van artikel 1.4.1. van de CAO moet geacht worden ter bescherming van de werknemer te zijn opgenomen. [X.] kan als werkgever naar redelijkheid en billijkheid in rechte geen beroep doen op het feit dat [Y.] de arbeidsovereenkomst niet heeft getekend.

Het beroep van [X.] op artikel 7:611 BW moet eveneens verworpen worden. Niet valt in te zien dat het – nu vaststaat dat er een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot stand is gekomen - in strijd met goed werknemerschap zou zijn om een vordering tot loonbetaling in te stellen.

Het voorgaande leidt ertoe dat de grieven I en II in principaal appel falen.

Het voorgaande leidt er voorts toe dat ook grief 1 in incidenteel appel faalt. Aan de enkele, niet nader toegelichte, stelling van [Y.] in hoger beroep dat geen wilsovereenstemming is bereikt over de verlenging van de arbeidsovereenkomst kan geen betekenis gehecht worden gelet op het feit dat zij geen grief heeft gericht tegen de hierop betrekking hebbende overwegingen van de kantonrechter, zie hiervoor. Er zijn onvoldoende feiten of omstandigheden gesteld of gebleken die tot het oordeel kunnen leiden dat [Y.] zich – in haar bewoordingen - geen zorgen hoefde te maken over de voortzetting van de arbeidsovereenkomst ook na 31 december 2008. Haar standpunt dat uitgegaan moet worden van een arbeidsovereenkomst voor een jaar of voor onbepaalde tijd met ingang van 19 september 2008 moet dan ook verworpen worden. Van gelijkenis van de onderhavige zaak met de casusposities die ten grondslag lagen aan de door [Y.] aangehaalde uitspraken is geen sprake, nu in het onderhavige geval (wel) een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen.

4.4.5. Het beroep van [X.] op misbruik van omstandigheden en/of dwaling faalt, nu [X.] dat beroep noch in hoger beroep, noch in eerste aanleg heeft onderbouwd.

Concluderend is het hof met de kantonrechter van oordeel dat, nu [Y.] zich beschikbaar heeft gesteld om haar werkzaamheden te verrichten voor [X.], de loonvordering tot en met 31 december 2008 voor toewijzing vatbaar is.

4.5. Grief 2 in incidenteel appel

Het komt het hof, gelet op de omstandigheden van het geval zoals deze blijken uit de voorgaande overwegingen, evenals de kantonrechter billijk voor de wettelijke verhoging te matigen tot € 270,=.

Grief 2 in incidenteel appel faalt.

4.6. Grief V in principaal appel

Met deze grief maakt [X.] er bezwaar tegen dat de kantonrechter geen acht heeft geslagen op haar verweer dat [Y.] de buitengerechtelijke incassokosten niet heeft onderbouwd.

Het hof oordeelt als volgt. [Y.] heeft in eerste aanleg en in hoger beroep onbetwist gesteld dat zij op grond van de algemene voorwaarden van FNV Bondgenoten, dienst individuele dienstverlening, gehouden is de ten behoeve van haar gemaakte buitengerechtelijke incassokosten te vergoeden. Gezien de door [Y.] in eerste aanleg overgelegde correspondentie van FNV Bondgenoten met [X.] zijn deze kosten gemaakt. [Y.] heeft deze kosten gesteld op € 300,= (ex BTW). Dit bedrag past binnen de zgn. kantonrechtersstaffel, waar het hof bij aansluit.

Grief V in principaal appel faalt.

4.7. Bewijsaanbod

Het bewijsaanbod van [X.] wordt als te vaag en niet terzake doende gepasseerd.

4.8. Conclusie en proceskosten

De kantonrechter heeft [X.] terecht – als de overwegend in het ongelijk gestelde partij - in de kosten van de eerste aanleg veroordeeld. Grief IV in principaal appel faalt.

Gezien het vorenoverwoge moet het vonnis waarvan beroep in zijn geheel bekrachtigd worden.

Het falen van de grieven in principaal appel brengt mee dat [X.] in de kosten van het principaal appel veroordeeld moet worden. Gezien het falen van de grieven in incidenteel appel komen de kosten van het incidenteel appel voor rekening van [Y.].

5. De uitspraak

Het hof:

op het principaal en incidenteel appel

bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Roermond, sector kanton, locatie Roermond, van 7 mei 2009;

veroordeelt [X.] in de proceskosten van het hoger beroep in principaal appel, welke kosten aan de zijde van [Y.] tot de dag van deze uitspraak worden begroot op

€ 262,= aan verschotten en € 632,= aan salaris advocaat;

verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

veroordeelt [Y.] in de proceskosten van het hoger beroep, welke kosten aan de zijde van [X.] tot de dag van deze uitspraak worden begroot op € 316,= aan salaris advocaat.

Dit arrest is gewezen door mrs. Smeenk-van der Weijden, Venner-Lijten en Walsteijn en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 19 oktober 2010.