Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2010:BM5221

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
04-05-2010
Datum publicatie
20-05-2010
Zaaknummer
HD 200.031.547
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Uitleg afspraak m.b.t. toekenning suppletie op vroeg-pensioenuitkering in het geval werknemer eerder met vroeg-pensioen gaat vanwege vervroegd uittreden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PJ 2010/130
AR-Updates.nl 2010-0460
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.031.547

arrest van de achtste kamer van 4 mei 2010

in de zaak van

de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging BOUWVERENIGING WONINGBELANG,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante,

advocaat: mr. P. Merkus,

tegen:

[X.],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. P.J.L. Tacx,

op het bij exploot van dagvaarding van 9 april 2009 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank ‘s-Hertogenbosch, sector kanton, locatie Eindhoven, gewezen vonnis van 15 januari 2009 tussen appellante - Woningbelang - als gedaagde en geïntimeerde – [X.] - als eiser.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 554813/rolnr. 08-2827)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij memorie van grieven heeft Woningbelang onder overlegging van zeven producties drie grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, kort gezegd, tot afwijzing van de vorderingen van [X.].

2.2. Bij memorie van antwoord heeft [X.] de grieven bestreden.

2.3. Partijen hebben arrest gevraagd en [X.] heeft daarna de gedingstukken overgelegd.

3. De gronden van het hoger beroep

De grieven strekken ten betoge dat de kantonrechter de vorderingen van [X.] ten onrechte heeft toegewezen.

4. De beoordeling

4.1. Het gaat in dit hoger beroep om het volgende.

a. [X.], geboren op [geboortedatum] 1946, is tot 1 april 2007 in dienst geweest van Woningbelang. Op 1 april 2007 is de arbeidsovereenkomst op verzoek van [X.] beëindigd en is [X.] met vroegpensioen gegaan.

b. [X.] stelt dat hij vanaf 1 april 2007 maandelijks een te laag netto-bedrag aan vroegpensioenuitkering ontvangt, omdat hij in zijn visie recht heeft op een bedrag van € 1.930,59 netto per maand met ingang van 1 april 2007.

c. Bij brief van 19 oktober 2007 (prod. 7 inl. dagv.) heeft (de gemachtigde van) [X.] verzocht dat Woningbelang erkent dat [X.] recht heeft op nabetalingen en de aanvullingen alsnog betaalt, zulks over de periode tot 1 november 2011. [X.] stelt dat op laatstgenoemde datum zijn ouderdomspensioen ingaat. Woningbelang heeft geweigerd aan dit verzoek te voldoen.

4.2. Bij inleidende dagvaarding heeft [X.] gevorderd.

a. een verklaring voor recht dat Woningbelang jegens [X.] verplicht is met ingang van 1 april 2007 tot 1 november 2011 diens van het SPW te ontvangen pensioenuitkeringen te suppleren met zodanige netto-bedragen, dat [X.] met ingang van 1 april 2007 per saldo maandelijks netto-uitkeringen ontvangt van € 1.930,59, te vermeerderen met alle netto-verhogingen die sedert 1 april 2007 aan pensioengerechtigden toevallen;

b. veroordeling van Woningbelang om aan [X.] te betalen de wettelijke verhoging ad 50%, alsmede de buitengerechtelijke kosten, alsmede de wettelijke rente over de verschuldigde bedragen vanaf de respectievelijke vervaldata tot de dag der algehele voldoening.

4.3. Bij vonnis van 15 januari 2009 heeft de kantonrechter de vorderingen van [X.] grotendeels, in enigszins gewijzigde vorm, toegewezen.

4.4. De kantonrechter heeft geoordeeld dat [X.] met ingang van 1 april 2007 recht had op een minimale VUT-uitkering van

€ 1.930,59 per maand, zulks met name op grond van de door Woningbelang aan [X.] gedane toezegging in haar brief d.d. 12 januari 2007 (prod. 3 inl. dagv.) en het e-mailbericht d.d. 21 februari 2007 met bijlage, afkomstig van [Y.], salarisadministrateur a.i. van Woningbelang (prod. 4 en 4A inl. dagv.).

4.5. In de grieven I en II bestrijdt Woningbelang dit oordeel.

4.5.1. In de toelichting op grief I stelt Woningbelang het volgende.

a. Op 1 augustus 2008 zou [X.] normaliter met vroegpensioen zijn gegaan. Hij zou dan de maximale uitkering op grond van de vroegpensioenregeling hebben ontvangen. Het pensioenfonds SPW (Stichting Pensioenfonds Woningcorporaties) heeft op verzoek van Woningbelang op 2 januari 2007 een advies uitgebracht met als bijlagen een drietal proefberekeningen (prod. 2 mvg). Daaruit blijkt onder meer dat, als [X.] eerder, op 1 april 2007, met vroegpensioen zou gaan, hij een pensioen zou ontvangen van € 2.245,80 bruto, zijnde € 1.595,85 netto.

b. Om de teruggang in het inkomen voor [X.] als gevolg van vervroegde uittreding per 1 april 2007 ten opzichte van zijn salaris enigszins te compenseren, komt Woningbelang met [X.] overeen “dat zij de door [X.] te betalen premies ouderdomspensioen tot 1 augustus 2008, totaal € 4.198,88 zal afkopen”. Dit houdt in dat de premies ouderdomspensioen die op het bruto vroegpensioen worden ingehouden over de periode 1 april 2007 tot 1 augustus 2008 (16 maanden) ter hoogte van € 262,43 per maand (welk maandpremie is ontleend aan de proefberekening van het pensioenfonds bij voormeld advies van 2 januari 2007) aan [X.] worden vergoed, waardoor het netto vroegpensioen hoger uitvalt.

c. In het e-mailbericht van 3 januari 2007 van [Y.] (prod. 1 inl. dagv.) is deze afkooptoezegging vermeld. [X.] heeft vervolgens op 10 januari 2007 verzocht hem ontslag te verlenen per 1 april 2007 onder de voorwaarde dat Woningbelang de premies voor het ouderdomspensioen zal afkopen overeenkomstig het door Woningbelang aan hem gedane voorstel in het e-mailbericht van 3 januari 2007 (prod. 2 inl. dagv.). Woningbelang heeft dit verzoek bij brief van 12 januari 2007 gehonoreerd (prod. 3 inl. dagv.).

d. Uit het vorenstaande blijkt dat geen toezegging is gedaan dat Woningbelang de netto-vroegpensioenuitkering zou suppleren tot een netto-uitkering van € 1.930,59 per maand gedurende de periode vanaf 1 april 2007 tot 1 november 2011. [X.] heeft daartoe ook niets gesteld.

4.5.2. In de toelichting op grief II stelt Woningbelang voorts het volgende.

a. De mededeling in het e-mailbericht van 21 februari 2007 met bijlage (prod. 4 en 4A inl. dagv.) betreft slechts een mededeling aan [X.] dat als gevolg van het besluit door SPW tot indexering van de vroegpensioenen zijn vroegpensioen per 1 april 2007 hoger zou uitvallen en vormt geen onderdeel van de voorwaarde waaronder partijen op 12 januari 2007 de afspraak maakten dat [X.] per 1 april 2007 met vroegpensioen zou gaan. De kantonrechter leidt uit deze mededeling ten onrechte af dat partijen hiermee een overeenkomst hebben gesloten op basis waarvan [X.] aanspraak kan maken op een vroegpensioen van minimaal € 1.930,59 netto per maand.

b. Voor het vroegpensioen dient te worden uitgegaan van de bedragen van € 2.245,80 bruto en van € 1.858,28 netto per maand inclusief vergoeding afkoopsom, zoals op 12 januari 2007 is overeengekomen, met dien verstande dat laatstgenoemd bedrag nog dient te worden gecorrigeerd als gevolg van een wijziging van de grondslag van de loonheffing (zie mvg pag. 9, 2de alinea en cva punten 6 en 12).

4.6. [X.] heeft tegen de grieven verweer gevoerd.

4.7. Het hof oordeelt als volgt.

4.8. De vordering van [X.] berust op de stelling dat Woningbelang hem eind 2006 heeft verzocht met vroegpensioen te gaan en Woningbelang hem toen heeft beloofd “de negatieve financiële consequenties van een dergelijke vervroegde uittreding ongedaan te zullen maken”. Aan deze stelling heeft [X.] feitelijk ten grondslag gelegd de afspraken die zijn neergelegd in de berichtenuitwisseling tussen hem en Woningbelang in de maanden januari en februari 2007 (prod. 1 tot en met 4A inl. dagv.).

4.8.1. In het e-mailbericht van 3 januari 2007 heeft Woningbelang aan [X.] – onder meer -het volgende medegedeeld:

“De hoogte van de uitkering is volgens de recente berekening € 1.595,85 netto. Daarbij dienen de premies voor het ouderdomspensioen nog door [X.] (= [X.]: toev. hof) betaald te worden. Volgens mijn informatie is hierover een afspraak gemaakt, waarbij de premies door Woningbelang afgekocht worden. De totale afkoop komt dan neer op een bedrag van

€ 4.198,88. Als dit bedrag afgekocht wordt, heeft [X.] een netto uitkering van € 1.858,28 per maand.”

4.8.2. Op grond van deze mededeling mocht [X.] begrijpen dat de netto uitkering van € 1.595,85 per maand zou stijgen tot

€ 1.858,28 per maand wanneer Woningbelang de premies ouderdomspensioen, in totaal neerkomend op een afkoopbedrag van € 4.198,88, voor haar rekening zou nemen, en dat dus Woningbelang een suppletie zou verstrekken van € 262,43 per maand.

Uit deze mededeling behoefde [X.] niet te begrijpen dat die suppletie slechts zou gelden voor de periode vanaf 1 april 2007 tot 1 augustus 2008. In het hierboven weergegeven e-mailbericht van 3 januari 2007 wordt verwezen naar een afspraak, inhoudende dat premies door Woningbelang afgekocht worden. Door Woningbelang is niet gesteld, noch is gebleken dat die afspraak, die moet zijn gemaakt voorafgaande aan het tijdstip waarop dat e-mailbericht is verzonden, inhield dat slechts over de periode van 1 april 2007 tot 1 augustus 2008 de suppletie zou worden verstrekt. Woningbelang stelt weliswaar dat die beperkte periode is overeengekomen (zie cva punt 14), maar baseert dat alleen op het in voormeld e-mailbericht opgenomen afkoopbedrag van € 4.198,88 en hetgeen in dat e-mailbericht is vermeld omtrent de situatie met betrekking tot het afkoopbedrag indien [X.] niet per 1 april 2007, maar later (per 1 juli 2007 dan wel per 1 augustus 2008) met vroeg- pensioen zou gaan (cva punt 4,5,6, en 15). Op de inhoud van de eerder gemaakte afspraak gaat de Woningbelang in het geheel niet in.

Woningbelang heeft niet gesteld dat aan [X.] mondeling is uitgelegd dat met de vermelding van de afkoopbedragen in het e-mailbericht van 3 januari 2007 bedoeld was om de toegezegde suppletie in tijd te beperken tot de periode eindigend op 1 augustus 2008, en dat zijn vroegpensioen per 1 augustus 2008 met het bedrag van de suppletie zou dalen omdat de suppletie dan zou eindigen. Weliswaar is in het e-mailbericht tevens vermeld dat het afkoopbedrag lager is indien [X.] op 1 juli 2007 met vroegpensioen zou gaan en nihil bedraagt indien [X.] op 1 augustus 2008 met vroegpensioen zou gaan, maar daaruit behoefde [X.], bij gebreke van enige nadere toelichting, evenmin te begrijpen dat de compensatie wegens afkoop pensioenpremie die in de netto-uitkering van € 1.858,28 per maand was begrepen, slechts zou gelden tot 1 augustus 2008.

Nu het vroegpensioen van [X.] zou duren tot 1 november 2011, niet tot 1 augustus 2008, mocht [X.] op grond van een en ander begrijpen dat de suppletie van € 262,43 per maand op die periode betrekking had.

4.8.3. Door Woningbelang zijn voor het overige geen feiten of omstandigheden gesteld op grond waarvan [X.] wél moet hebben begrepen dat bedoelde compenstatie slechts zou gelden tot 1 augustus 2008.

4.9. [X.] behoefde bovendien niet te begrijpen dat het de bedoeling van Woningbelang was dat het verschil tussen € 1.595,85 netto en € 1.858,28 netto, zijnde de suppletie van € 262,43 per maand een toezegging betrof van een bruto bedrag. Integendeel, hij mocht aannemen dat dit een netto bedrag betrof, aangezien in het e-mailbericht van 3 januari 2007 met zoveel woorden is gesteld dat, wanneer de afkoop in aanmerking wordt genomen, zulks [X.] een netto-uitkering van

€ 1.858,28 per maand zou opleveren. Deze mededeling wordt nog eens uitdrukkelijk bevestigd in de bijlage bij het e-mailbericht van 21 februari 2007 (prod. 4A inl. dagv.).

4.10. De conclusie is dat [X.] met vroegpensioen is gegaan onder de voorwaarde dat [X.] € 262,43 per maand netto gecompenseerd zou krijgen wegens afkoop pensioenpremie en zulks over de periode van 1 april 2007 tot 1 november 2011.

4.11. De gevorderde verklaring voor recht omvat meer dan een vergoeding van € 262,43 per maand netto, nu de gevorderde suppletie omvat:

a. zodanige netto-bedragen, dat [X.] met ingang van 1 april 2007 per saldo maandelijks netto-uitkeringen ontvangt van

€ 1.930,59,

b. te vermeerderen met alle netto-verhogingen die sedert 1 april 2007 aan pensioengerechtigden toevallen.

4.11.1. In de inleidende dagvaarding punt 4 onderbouwt [X.] deze ruimere vordering door te wijzen op pensioenwijzigingen sedert juni 2007.

4.12. De door [X.] gestelde feiten met betrekking tot de in januari 2007 gedane toezegging kunnen echter niet tot de conclusie leiden dat Woningbelang aan [X.] meer of andere toezeggingen heeft gedaan dan tot suppletie van bedoeld bedrag van

€ 262,43 netto per maand. Voorzover [X.] met pensioenwijzigingen doelt op wijzigingen voortvloeiende uit besluiten van het pensioenfonds SPW of voortvloeiend uit de vroegpensioenregeling zelf, heeft [X.] weliswaar op die grond recht op aanpassing van zijn vroegpensioen, maar niet op de grond dat Woningbelang hem dat in januari 2007 heeft toegezegd.

4.12.1. De berekening die Woningbelang als bijlage bij het e-mailbericht van 21 februari 2007 aan [X.] heeft gestuurd, houdt immers niet in en heeft ook niet de strekking dat Woningbelang daarmee aan [X.] toezegt te waarborgen dat zijn vroegpensioen minimaal € 1.930,59 netto per maand zal bedragen, ongeacht wat er gebeurt met de in die berekening opgenomen uitkeringen en inhoudingen, op basis waarvan het netto-vroegpensioen is berekend.

4.12.2. Nu de door de kantonrechter toegewezen verklaring voor recht impliceert dat Woningbelang wél een dergelijke toezegging heeft gedaan, kan die verklaring voor recht niet in stand blijven. Grief II is gegrond.

4.13. Nu grief II gegrond is, moet het beroepen vonnis worden vernietigd.

4.13.1. Opnieuw rechtdoende oordeelt het hof als volgt.

Het hof gaat ervan uit dat het pensioenfonds SPW op de bruto-uitkering van [X.] terzake van vroegpensioen de premies ouderdomspensioen inhoudt die normaliter dienen te worden ingehouden en dat Woningbelang de op die basis berekende netto-uitkering met een netto-bedrag van € 262,43 per maand aanvult, een en ander zoals blijkt uit de berekening die als bijlage bij het e-mailbericht van 21 februari 2007 is gevoegd. Zoals Woningbelang aangeeft in punt 6 en 12 conclusie van antwoord zal die suppletie leiden tot extra loonheffing. Die extra loonheffing komt ook voor rekening van Woningbelang nu de toegezegde suppletie een netto-bedrag betreft.

4.13.2. Het hof zal, het vorenstaande in aanmerking genomen, voor recht verklaren dat Woningbelang verplicht is gedurende de periode van 1 april 2007 tot 1 november 2011 de pensioenuitkeringen die [X.] van het pensioenfonds SPW ontvangt, te suppleren met een bedrag van € 262,43 netto per maand, met dien verstande dat Woningbelang de daaruit voortvloeiende extra loonheffing voor haar rekening neemt zodanig dat [X.] per saldo € 262,43 netto per maand aan suppletie ontvangt.

4.13.3. Het hof zal de gevorderde wettelijke verhoging matigen, en wel in die zin dat terzake daarvan 15% wordt toegewezen over de netto-bedragen aan suppletie die Woningbelang nog moet nabetalen aan [X.] over de inmiddels verstreken periode. Voorts zal het hof de wettelijke rente toewijzen over de aan [X.] na te betalen netto-bedragen en de daarop vallende wettelijke verhoging, zulks vanaf de respectievelijke vervaldata tot de dag der algehele voldoening, zoals door [X.] is gevorderd.

4.14. Ofschoon het beroepen vonnis wordt vernietigd, is Woningbelang niettemin aan te merken als de in hoofdzaak in het ongelijk gestelde partij. Daarom zal het hof Woningbelang veroordelen in de kosten van het geding in eerste aanleg en in hoger beroep.

5. De uitspraak

Het hof:

vernietigt het vonnis van 15 januari 2009, waarvan beroep;

en, opnieuw rechtdoende,

verklaart voor recht dat Woningbelang verplicht is gedurende de periode van 1 april 2007 tot 1 november 2011 de pensioen- uitkeringen die [X.] van het pensioenfonds SPW ontvangt, te suppleren met een bedrag van € 262,43 netto per maand, met dien verstande dat Woningbelang de daaruit voortvloeiende extra loonheffing voor haar rekening neemt zodanig dat [X.] per saldo € 262,43 netto per maand aan suppletie ontvangt;

veroordeelt Woningbelang om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [X.] te betalen terzake van wettelijke verhoging 15% over de netto-bedragen aan suppletie die Woningbelang op grond van voormelde verklaring voor recht nog aan [X.] moet nabetalen over de inmiddels verstreken periode, alsmede de wettelijke rente over de na te betalen netto-bedragen en de daarop vallende wettelijke verhoging, zulks vanaf de respectievelijke vervaldata tot de dag der algehele voldoening;

wijst af het meer of anders gevorderde;

veroordeelt Woningbelang in de kosten van het geding in eerste aanleg , welke kosten aan de zijde van [X.] tot op heden worden begroot op:

€ 94,44 terzake van dagvaardingskosten in eerste aanleg;

€ 201,- terzake van griffierecht;

€ 400,- terzake van gemachtigde salaris;

verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

veroordeelt Woningbelang in de kosten van het geding in hoger beroep, welke kosten aan de zijde van [X.] tot op heden worden begroot op:

€ 262,- terzake van griffierecht;

€ 632,- terzake van salaris van de advocaat.

Dit arrest is gewezen door mrs. Bod, Smeenk-Van der Weijden en Waaijers en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 4 mei 2010.